Pays-Bas Gerechtshof Amsterdam Pénal 12 ноября 2025 N° 23-003051-23 NL

ECLI:NL:GHAMS:2025:3173 Gerechtshof Amsterdam , 12-11-2025 / 23-003051-23

Art 184 sr. Bevestiging vonnis waarvan beroep muv de straf.

Source officielle

4 min de lecture 858 mots

Inhoudsindicatie. Art 184 sr. Bevestiging vonnis waarvan beroep muv de straf.

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003051-23

datum uitspraak: 12 november 2025

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 november 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-227791-22 (zaak A), 13-121157-23 (zaak B), 13-121378-23 (zaak C) en 13-237831-23 (zaak D) tegen

[verdachte]
,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf; in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in de gevoegde zaken A, B, C en D bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaken A, B, C en D tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman heeft primair verzocht tot toepassing van artikel 9a Sr en subsidiair verzocht een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 1 jaar op te leggen, gelet op de persoon van de verdachte en het tijdsverloop.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich viermaal schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet voldoen aan een gebiedsverbod/verwijderingsbevel voor het centrum van Amsterdam. Dit zijn hinderlijke feiten. Door zo te handelen heeft de verdachte telkens een door het openbaar gezag ter handhaving van de openbare orde gegeven bevel naast zich neergelegd. De naleving van dit soort bevelen is van belang voor de algemene veiligheid en de openbare orde.

Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 oktober 2025 is de verdachte eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld. Gelet hierop acht het hof de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend en geboden.

Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte houdt het hof er rekening mee dat de verdachte op dit moment op grond van een Rechterlijke Machtiging als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang voor de duur van zes maanden, eindigend op 10 maart 2026, is opgenomen in een behandelcentrum. De verdachte heeft een licht verstandelijke beperking met aanwijzingen voor PTSS en middelenmisbruik, waardoor hij situaties niet kan overzien. De reclassering heeft in het rapport van 14 oktober 2025 aangegeven dat een gevangenisstraf kan leiden tot verlies van de woonplek van de verdachte en schadelijk kan zijn indien dit een klinisch behandeltraject doorkruist. Zij heeft geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen waarbij wordt opgemerkt dat de Rechterlijke Machtiging het enige middel is dat invloed kan hebben op de gewenste gedragsverandering in een gesloten setting waar behandeling is geboden.

In strafmatigende zin heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, nu de verdachte kort na de pleegdata van onderhavige feiten is veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarbij deze feiten meegenomen hadden kunnen worden. Het hof houdt verder rekening met het tijdsverloop tussen de pleegdatum en het moment dat de zaak op zitting is behandeld. Gelet op deze omstandigheden zal het hof een andere straf opleggen dan in eerste aanleg is opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.F. Groos, mr. E.J Hofstee en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 november 2025.

Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.