ECLI:NL:GHAMS:2025:3465 Gerechtshof Amsterdam , 06-11-2025 / 23-001234-23
Tussenarrest. De raadsman heeft bij appelschriftuur en op de regiezitting onder meer het verzoek gedaan om een getuige te horen. Het hof heeft het verzoek tot het horen van deze getuige toegewezen en de zaak daartoe doorverwezen naar de raadsheer-commissaris. Deze getuige beriep zich vervolgens op het verschoningsrecht. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de getuige inmiddels bij...
4 min de lecture · 773 mots
Inhoudsindicatie. Tussenarrest. De raadsman heeft bij appelschriftuur en op de regiezitting onder meer het verzoek gedaan om een getuige te horen. Het hof heeft het verzoek tot het horen van deze getuige toegewezen en de zaak daartoe doorverwezen naar de raadsheer-commissaris. Deze getuige beriep zich vervolgens op het verschoningsrecht. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de getuige inmiddels bij vonnis niet onherroepelijk is veroordeeld voor hetzelfde feit, als onder feit 1 aan de verdachte is tenlastegelegd en dat de getuige dit feit heeft bekend. De verdediging volhardt bij het eerder gedane verzoek. Bij deze stand van zaken ziet het hof de noodzaak om deze getuige ter zitting te horen. Het onderzoek wordt om die reden heropend.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001234-23
datum uitspraak: 6 november 2025
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-088004-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2025 en 6 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2025 en 6 november 2025 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
De raadsman heeft bij appelschriftuur van 1 mei 2023 en op de regiezitting van 10 november 2023 onder meer het verzoek gedaan om [getuige 1] (hierna: de getuige) als getuige te horen. Het hof heeft het verzoek tot het horen van deze getuige toegewezen en de zaak daartoe doorverwezen naar de raadsheer-commissaris.
Uit het proces-verbaal van bevindingen, ondertekend door de raadsheer-commissaris op 16 oktober 2024, blijkt dat de raadsman van de getuige heeft laten weten dat de getuige zich zal beroepen op zijn verschoningsrecht en dat na overleg met de raadsman van de verdachte en de advocaat-generaal, om die reden is besloten af te zien van het verhoor van de getuige.
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de getuige inmiddels bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 oktober 2025 niet onherroepelijk is veroordeeld voor hetzelfde feit, als onder feit 1 aan de verdachte is tenlastegelegd en dat de getuige dit feit heeft bekend.
De advocaat-generaal heeft in zijn e-mailbericht van 28 oktober 2025 laten weten dat de getuige in zijn eigen zaak een bekennende verklaring heeft afgelegd over dit feit, waarbij hij niets zou hebben verklaard over andere betrokkenen.
Gelet op het voorgaande heeft de raadsman bij pleidooi in voorwaardelijke zin volhard bij het eerder gedane verzoek om de getuige te horen. Indien het hof van oordeel is dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor feit 1 wenst de verdediging de getuige te bevragen over:
van wie de in de woning van de getuige aangetroffen 20 kilo cocaïne was;
of de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij die 20 kilo cocaïne;
of de door de rechtbank gebezigde Sky- ECC chats op de in de woning van de getuige aangetroffen cocaïne zagen;
of de verdachte contact heeft gehad met afnemers ten behoeve van deze cocaïne.
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep niet verzet tegen toewijzing van dit voorwaardelijk verzoek.
Bij deze stand van zaken ziet het hof de noodzaak om [getuige 2] ter terechtzitting als getuige te horen.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.
Beslissing
Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van [getuige 2] als getuige tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte en de raadsman van de verdachte tegen de nog nader te bepalen terechtzitting.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.
De oudste en jongste raadsheer zijn buiten staat dit tussenarrest mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...