ECLI:NL:GHARL:2021:78 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-01-2021 / 19/01547

IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering. Compromis ter zitting.

Source officielle

4 min de lecture 855 mots

Inhoudsindicatie. IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering. Compromis ter zitting.

GERECHTSHOF ARNHEM — LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer 19/01547

uitspraakdatum: 5 januari 2021

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 oktober 2019, nummer AWB 19/748, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

1Ontstaan en loop van het geding

Aan belanghebbende is voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Daarbij is een beschikking heffingsrente vastgesteld.

Belanghebbende heeft een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend. De Inspecteur heeft dat verzoek afgewezen en heeft het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter (digitale) zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2020. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2Feiten

De Rechtbank heeft beslist dat de Inspecteur het verzoek van belanghebbende om een ambtshalve vermindering terecht heeft afgewezen omdat, gelet op het bepaalde in artikel 9.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in combinatie met artikel 45aa, onder a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, het te laat — buiten de vijfjaarstermijn — is ingediend. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.

3Geschil

In geschil is of belanghebbende tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering heeft ingediend. Inhoudelijk zijn de aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning in geschil.

4Beoordeling van het geschil

Ter (digitale) zitting van het Hof zijn partijen betreffende de inhoudelijke kwestie — aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning — tot een compromis gekomen, inhoudende dat alsnog een bedrag van € 9.600 aan kosten in aanmerking zal worden genomen, welk bedrag volledig in mindering zal worden gebracht op het inkomen van belanghebbende. Het Hof zal partijen daarin volgen.

Het belastbaar inkomen uit werk en woning van belanghebbende, tevens verzamelinkomen, moet worden vastgesteld op € 43.494 -/- € 9.600 = € 33.894.

Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de heffingsrente. Belanghebbende heeft hiertegen geen zelfstandige grieven aangevoerd. Het hoger beroep is slechts gegrond voor zover het de vorenbedoelde vermindering van de aanslag betreft.

Slotsom

Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.

5Griffierecht en proceskosten

Belanghebbende heeft verklaard geen aanspraak te maken op een proceskostenvergoeding. Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de terugbetaling van het griffierecht.

6Beslissing

Het Hof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

– verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;

– vernietigt de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur;

– willigt het verzoek tot ambtshalve vermindering in;

– vermindert de aanslag IB?PVV 2011 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.894;

– vermindert het verzamelinkomen tot € 33.894;

– vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;

– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt te weten € 47 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 128 in verband met het hoger beroep bij het Hof.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Linssen, voorzitter, mr. R. den Ouden en mr. M.G.J.M. van Kempen, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2021.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De voorzitter,

(I. Linssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 12 januari 2021.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad http://www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie http://www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 — ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 — het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.