ECLI:NL:GHARL:2022:11709 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-09-2022 / 21-003532-19
Onderzoek Tarbot, over de vermeende omkoping van een politieambtenaar door een ondernemer. Tussenarrest waarin het hof beslist op verzoeken van de verdediging. Zie ook: - het tussenarrest van diezelfde dag in de strafzaak tegen de medeverdachte: ECLI:NL:GHARL:2022:11708; - het tussenarrest van 29 oktober 2025: ECLI:NL:GHARL:2025:7021.
6 min de lecture · 1 254 mots
Inhoudsindicatie. Onderzoek Tarbot, over de vermeende omkoping van een politieambtenaar door een ondernemer. Tussenarrest waarin het hof beslist op verzoeken van de verdediging.
Inhoudsindicatie. Zie ook:
Inhoudsindicatie. — het tussenarrest van diezelfde dag in de strafzaak tegen de medeverdachte: ECLI:NL:GHARL:2022:11708;
Inhoudsindicatie. — het tussenarrest van 29 oktober 2025: ECLI:NL:GHARL:2025:7021.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003532-19
Uitspraak d.d.: 9 september 2022
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 21 juni 2019 met parketnummer 08-963513-16 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de schriftelijke onderzoekswensen van de verdediging en de nadere toelichting zoals deze door mr. A.J.N. van Stigt naar voren is gebracht tijdens de terechtzitting. Het hof heeft voorts kennisgenomen van het schriftelijke standpunt van de advocaat-generaal en haar nadere toelichting zoals gedaan tijdens de terechtzitting.
Onderzoekswensen
De verdediging heeft per brief d.d. 16 juli 2019 (ingekomen op 17 juli 2019) en op de regiezitting van 26 augustus 2022 (gewijzigd) de volgende onderzoekswensen kenbaar gemaakt:
A. Het horen van de volgende getuigen:
— [getuige 1]
— [medeverdachte]
— [getuige 2]
— [getuige 3]
Het verstrekken van een kopie van de audio-opnames dan wel het mogelijk maken deze uit te luisteren bij de Rijksrecherche van de audio-opnames van de opgenomen verhoren van:
— [getuige 4]
— [getuige 5]
— [getuige 6]
— [getuige 7]
— [getuige 8]
— [getuige 9]
— [getuige 10]
— [getuige 1]
— [getuige 11]
— [getuige 12]
— [getuige 13]
Het ‘aanhaken’ bij de verhoren van de getuigen in de strafzaak tegen [medeverdachte] , voor zover deze worden toegewezen.
De raadsman heeft aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat de verhoren plaatsvinden door een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris.
Standpunt advocaat-generaal
Ad. A
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [medeverdachte] dienen te worden afgewezen, nu deze getuigen reeds bij de rechter-commissaris zijn gehoord en het nogmaals horen van deze getuigen niet noodzakelijk is gebleken. Het verzoek tot het horen van [getuige 3] dient eveneens afgewezen te worden, vanwege het ontbreken van de noodzakelijkheid hiertoe gelet op de summiere onderbouwing van het verzoek.
De advocaat-generaal heeft verder aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het horen van de getuige [getuige 2] . Zij heeft voorts medegedeeld er geen bezwaar tegen te hebben indien de verhoren plaatsvinden door een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris.
Ad. B
De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen het verstrekken van een kopie van de opnames en heeft aangegeven dat de opnames van de bovengenoemde verhoren beluisterd kunnen worden op een locatie van de Rijksrecherche.
Ad. C
De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen het toewijzen van het horen van de getuigen, zoals die mogelijk worden toegewezen in de zaak van [medeverdachte] , omdat het een algemeen en niet nader gespecificeerd en onvoldoende onderbouwd verzoek betreft.
Beoordeling van de verzoeken
Ad. A
Het hof stelt voorop dat het voor het vaststellen van de datum van appel – in het voordeel van de verdachte – uitgaat van de herstelakte aanwenden rechtsmiddel van 4 juli 2019. De oorspronkelijke akte van 26 juni 2019 is namelijk handgeschreven aangepast en het is voor het hof onduidelijk wanneer deze aanpassing heeft plaatsgevonden en wie de akte heeft aangepast, waardoor ter discussie staat of dit een rechtsgeldige akte betreft. Dat betekent dat de schriftuur van de raadsman van 16 juli 2019 binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep is ingediend.
Aangezien het verzoek tot het horen als getuige van [getuige 3] tijdig bij schriftuur is gedaan, beoordeelt het hof dit verzoek aan de hand van het criterium van het verdedigingsbelang. Het hof acht het in belang van de verdediging dat [getuige 3] als getuige wordt gehoord en wijst dit verzoek toe.
Het hof stelt voorop dat de overige getuigenverzoeken beoordeeld dienen te worden aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium.
Alhoewel getuige [getuige 2] eerder als getuige is gehoord door de rechter-commissaris, zal het hof het verzoek om hem te horen eveneens toewijzen, nu hij zich in zijn eerdere verhoor heeft beroepen op zijn verschoningsrecht en de advocaat-generaal zich niet heeft verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
Het hof wijst de overige verzoeken tot het horen van de getuigen af nu de noodzaak daartoe niet is gebleken; onvoldoende is onderbouwd waarom deze – reeds bij de rechter-commissaris in het bijzijn van de verdediging – gehoorde getuigen opnieuw zouden moeten worden gehoord.
Ad. B
Het hof is van oordeel dat het verzoek tot het verstrekken van de audiobestanden van de opgenomen zich in het dossier bevindende verhoren voor toewijzing vatbaar is. Toewijzing van de aan de verdediging te verstrekken audiobestanden zal plaatsvinden onder de gebruikelijke, hieronder te vermelden, voorwaarden.
Ad. C
Het hof vat dit verzoek aldus op dat verzocht wordt de getuigen die in de zaak tegen [medeverdachte] worden toegewezen, ook in de zaak van de verdachte te horen. Het hof is van oordeel dat de noodzaak tot het toewijzen van dit verzoek, gelet op de summiere onderbouwing daarvan, niet is gebleken. Het hof wijst het verzoek om de getuigen te horen zoals die worden gehoord in de zaak van [medeverdachte] daarom af.
BESLISSING
Het hof:
Heropent het onderzoek.
Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuigen te horen:
[getuige 2] ;
[getuige 3] .
Geeft opdracht aan de advocaat-generaal aan de verdediging te verstrekken de audiobestanden van de volgende door de Rijksrecherche opgenomen verhoren:
— [getuige 4]
— [getuige 5]
— [getuige 6]
— [getuige 7]
— [getuige 8]
— [getuige 9]
— [getuige 10]
— [getuige 1]
— [getuige 11]
— [getuige 12]
— [getuige 13]
Bepaalt dat de verstrekking van de audiobestanden geschiet onder de volgende voorwaarden:
de bedoelde audiobestanden dienen op een versleutelde gegevensdrager aan de raadsman te worden verstrekt;
het wachtwoord van voornoemde gegevensdrager wordt enkel ter beschikking gesteld aan de raadsman;
de gegevensdrager en het wachtwoord blijven te allen tijde enkel in het bezit van de raadsman (en worden dus niet aan de verdachte of aan derden verstrekt);
het uitluisteren van de audiobestanden vindt enkel plaats door de raadsman dan wel door de verdachte in aanwezigheid van zijn raadsman (dus niet alleen door de verdachte);
de raadsman zorgt ervoor dat de geluidsbestanden niet worden gekopieerd en dat er tijdens het afspelen van deze bestanden geen (geluids)opnamen worden gemaakt;
na het wijzen van arrest in deze zaak door het hof dient de gegevensdrager binnen twee weken geretourneerd te worden aan het openbaar ministerie.
Wijst af het anders of meer verzochte;
Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd;
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip en met tijdige kennisgeving hiervan aan zijn raadsman.
Aldus gewezen door
mr. M.H.D.M. van Leent, voorzitter,
mr. K.J.C. Geeve en mr. S. Bek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.H.P. Kats, griffier,
en op 9 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...