ECLI:NL:GHARL:2025:4351 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-07-2025 / 200.355.436
Artikel 358a lid 1 Fw. Ontneming schone lei. Benadeling schuldeisers door bankrekening en de daarop gestorte bedragen achter te houden. Aard en omvang van tekortkoming is zodanig ernstig dat aan schuldenaar de schone lei moet worden ontnomen.
7 min de lecture · 1 399 mots
Inhoudsindicatie. Artikel 358a lid 1 Fw. Ontneming schone lei. Benadeling schuldeisers door bankrekening en de daarop gestorte bedragen achter te houden. Aard en omvang van tekortkoming is zodanig ernstig dat aan schuldenaar de schone lei moet worden ontnomen.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.355.436
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/22/49 R
arrest van 15 juli 2025
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
hierna: [appellant]
advocaat: mr. A. van Luipen
1De procedure bij de rechtbank
Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), van 18 maart 2022 is de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: de wsnp) van toepassing verklaard op [appellant] . Daarbij is benoemd tot bewindvoerder mevrouw [bewindvoerder] (hierna: de bewindvoerder).
Bij vonnis van de rechtbank van 13 maart 2025 is vastgesteld dat [appellant] niet is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen en is aan hem de zogenoemde schone lei verleend.
Bij bericht van 1 april 2025 heeft de bewindvoerder op basis van nieuwe informatie de rechtbank alsnog verzocht [appellant] de schone lei te ontnemen.
Bij vonnis van 2 juni 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat [appellant] gedurende de toepassing van zijn schuldsaneringsregeling heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen en bepaald dat artikel 358 lid 1 van de Faillissementswet (hierna: Fw) verder geen toepassing vindt. Hiermee is aan [appellant] de schone lei ontnomen. Het gerechtshof (hierna: het hof) verwijst naar dat vonnis.
2De procedure bij het hof
Bij (op 9 juni 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift heeft [appellant] tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 2 juni 2025. De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat de schone lei hem niet wordt ontnomen, dan wel dat de schone lei onder door het hof te bepalen voorwaarden in stand blijft.
Het hof heeft naast het beroepschrift met bijlagen kennisgenomen van:
het verslag van de bewindvoerder van 26 juni 2025 met bijlagen;
de nagekomen stukken van [appellant] van 30 juni 2025.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Hierbij is [appellant] verschenen, bijgestaan door mr. Van Luipen. Verder zijn verschenen de bewindvoerder en namens [naam1] mevrouw [beschermingsbewindvoerder] (hierna: de beschermingsbewindvoerder).
3De toelichting op de beslissing van het hof
Feiten en het oordeel van de rechtbank
[appellant] , 35 jaar oud, staat sinds 16 maart 2020 onder beschermingsbewind. Ongeveer twee jaar later (18 maart 2022) is [appellant] toegelaten tot de wsnp. Na het verlenen van de schone lei door de rechtbank, is de beschermingsbewindvoerder bij het doen van belastingaangifte namens [appellant] erachter gekomen dat [appellant] sinds 12 februari 2022 een bankrekening heeft bij Revolut waarop in totaal door de jaren heen een bedrag van € 3.963,87 is binnengekomen. [appellant] heeft de bewindvoerder en zijn beschermingsbewindvoerder hierover niet geïnformeerd. Na het ontdekken van de bankrekening van [appellant] bij Revolut, heeft de beschermingsbewindvoerder de bewindvoerder hiervan op de hoogte gesteld.
De rechtbank heeft op basis van een op artikel 358a lid 1 Fw door de bewindvoerder gedaan verzoek de schone lei aan [appellant] ontnomen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat [appellant] een bankrekening heeft geopend waarop hij in totaal (telkens in kleine bedragen) € 3.963,87 heeft ontvangen en waarvan (opnieuw telkens in kleine bedragen) uitgaven tot een zelfde totaalbedrag verrichtte. [appellant] had dit moeten melden bij de bewindvoerder, maar heeft dit niet gedaan. Een en ander bewust verzwijgen maakt dat volgens de rechtbank geen sprake is van een saneringsgezinde houding. De rechtbank merkt deze nalatigheid aan als een poging tot benadeling van de schuldeisers. De aard en omvang van de tekortkoming zijn naar het oordeel van de rechtbank dusdanig ernstig dat aan de schuldenaar de schone lei moet worden ontnomen.
De beoordeling door het hof
Artikel 358a lid 1 Fw bepaalt dat de rechter na de beëindiging van de toepassing van de wsnp, op verzoek van een belanghebbende, de schuldenaar een schone lei kan ontnemen als blijkt dat voor die beëindiging feiten en omstandigheden hebben plaatsgevonden die grond zouden hebben opgeleverd voor een tussentijdse beëindiging van de toepassing van de wsnp op grond van artikel 350 lid 3 sub e Fw. Dat is het geval als de schuldenaar heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen.
Volgens de Hoge Raad kan een verzoek zoals bedoeld in artikel 358a Fw ook worden gedaan in de periode nadat de rechtbank heeft geoordeeld dat een schone lei kan worden verleend en voordat de wsnp formeel is geëindigd en dus voordat de schone lei van kracht is geworden. De toewijzing van een dergelijk verzoek brengt mee dat als de toepassing van de wsnp nog niet formeel is geëindigd, het rechtsgevolg van artikel 358 lid 1 Fw (de schone lei) niet zal intreden.
De vraag die hier voorligt is of voldoende aannemelijk is dat [appellant] tijdens de wsnp heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Volgens [appellant] heeft hij nooit de intentie gehad om zijn schuldeisers te benadelen en is een groot deel van de mutaties op de bankrekening aangewend ten behoeve van derden. Dat laatste heeft hij echter op geen enkele manier onderbouwd en het past ook niet goed bij zijn eerdere verklaringen. Zo heeft hij tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank verklaard dat vrienden en familie hem wilden helpen en dat hij iets extra’s wilde. Ook heeft [appellant] in een e-mail aan de beschermingsbewindvoerder naar aanleiding van de ontdekking van de bankrekening bij Revolut het volgende laten weten: “Vrienden en naasten zagen mijn frustratie en onrust en boden mij hulp aan in de vorm van extraatje voor boodschappen of een keertje op een hond passen als klusje en dan maakte ze wat over. Die ik weer kon gebruiken voor overleven of ontspanning”. Hieruit volgt dat de gelden op de bankrekening bij Revolut door [appellant] (ook) zijn uitgegeven ten behoeve van zichzelf, terwijl die gelden afgedragen hadden moeten worden aan de boedel. Daarmee is voldoende aannemelijk dat [appellant] heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen.
[appellant] heeft verder nog aangevoerd dat de gevolgen van een algehele ontneming van de schone lei in de gegeven omstandigheden disproportioneel zijn. Hij voert daartoe aan dat hij zich verder keurig heeft gehouden aan de overige verplichtingen en dat hij in verhouding met de hoogte van de schulden die vallen onder de regeling (€ 17.388,09), een aanzienlijk saldo op de boedelrekening heeft gespaard (€ 15.810,08). Bovendien is [appellant] in staat (wat ook is bevestigd door de beschermingsbewindvoerder) en bereid om het bedrag van € 3.963,87 af te dragen aan de boedelrekening. Dat zou betekenen dat hij meer aan de boedelrekening zal afdragen dan dat er schulden waren. Subsidiair verzoekt [appellant] dan ook hem de schone lei niet te ontnemen, maar de schone lei te laten behouden onder de voorwaarde dat hij die € 3.963,87 zal afdragen zodat zijn schuldeisers niet worden benadeeld. Het hof gaat hier niet in mee. Uit zijn eigen verklaring tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank en de e-mail die hij heeft gestuurd naar de beschermingsbewindvoerder volgt dat [appellant] bewust de bankrekening kort voor de aanvang van de wsnp heeft geopend en dat hij wist van het risico van het achterhouden daarvan. [appellant] is het bestaan van de bankrekening bij Revolut ook tijdens de gehele duur van de wsnp blijven verzwijgen. De beschermingsbewindvoerder heeft de bankrekening ontdekt bij het invullen van de belastingaangifte voor [appellant] omdat deze stond vermeld in de door de Belastingdienst vooraf ingevulde gegevens. [appellant] heeft de bankrekening dus niet uit eigen beweging gemeld, maar heeft pas open kaart gespeeld toen de beschermingsbewindvoerder hem confronteerde met haar ontdekking. Gelet op deze omstandigheden is het hof met de rechtbank van oordeel dat de aard en de omvang van de tekortkoming zodanig ernstig is, dat aan [appellant] de schone lei moet worden ontnomen. Het aanbod tot betaling van € 3.963,87 maakt deze ernstige fout niet goed en leidt dan ook niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.
4De beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 2 juni 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, P.J. van der Korst en H. Wammes, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juli 2025.
Voetnoten
- HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:455.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...