ECLI:NL:GHARL:2025:6412 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-10-2025 / 200.340.232/01

Hoger beroep van ECLI:NL:ROVE:2023:4616. IN 2010 ontstaat brand in een pand, waardoor het pand moet worden afgebroken. De eigenaar van het pand vordert schadevergoeding van de producent van de cv-ketel in het pand, omdat deze ketel volgens de eigenaar gebrekkig was waardoor de brand is veroorzaakt. Het hof oordeelt dat een (nieuw) deskundigenonderzoek noodzakelijk is naar de oorzaak van de brand.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Hoger beroep van ECLI:NL:ROVE:2023:4616. IN 2010 ontstaat brand in een pand, waardoor het pand moet worden afgebroken. De eigenaar van het pand vordert schadevergoeding van de producent van de cv-ketel in het pand, omdat deze ketel volgens de eigenaar gebrekkig was waardoor de brand is veroorzaakt. Het hof oordeelt dat een (nieuw) deskundigenonderzoek noodzakelijk is naar de oorzaak van de brand.

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.340.232/01

zaaknummer rechtbank Overijssel 257639

arrest van 14 oktober 2025

in de zaak van

Bosch Thermotechniek B.V.,

die is gevestigd in Deventer ,

die hoger beroep heeft ingesteld,

en bij de rechtbank optrad als gedaagde,

hierna: Bosch,

advocaat: mr. H. Lebbing te Rotterdam,

tegen

Vastgoed Onstwedde B.V.,

die is gevestigd in Dokkum ,

die ook hoger beroep heeft ingesteld,

en bij de rechtbank optrad als gedaagde,

hierna: Onstwedde,

advocaat: mr. M. van Kempen te Tilburg.

1Het verloop van de procedure bij het hof

Bosch heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, op 8 november 2023 tussen partijen heeft uitgesproken, welk vonnis op 6 december 2023 is hersteld. Het procesverloop bij het hof blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep

• de memorie van grieven (met producties)

• de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep (met producties)

• de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep

• het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 23 september 2025 is gehouden en de producties (productie B-39 van Bosch en productie 60 van Onstwedde ) die door beide partijen ter voorbereiding op deze zitting zijn overgelegd.

2De kern van de zaak

Het gaat in deze zaak om de vraag of in een pand dat eigendom was van Onstwedde brand is ontstaan als gevolg van een door Bosch in het verkeer gebrachte cv-ketel, de Nefit Topline cv-ketel.

Onstwedde heeft bij de rechtbank gevorderd dat wordt uitgesproken (‘voor recht verklaard’) dat Bosch onrechtmatig heeft gehandeld door een gebrekkige cv-ketel in het verkeer te brengen en dat Bosch verplicht is de schade te vergoeden die Onstwedde heeft geleden door de brand in haar pand ten gevolge van het gebrek in de cv-ketel. Ook vorderde Onstwedde betaling door Bosch van de door haar geleden schade van ruim 1,3 miljoen euro, te vermeerderen met rente en kosten.

De rechtbank heeft de vorderingen voor een belangrijk deel — de geldvorderingen tot afgerond € 750.000,- — toegewezen. De bedoeling van Bosch met het hoger beroep is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen. Onstwedde wil dat ook het afgewezen deel van haar geldvorderingen wordt toegewezen.

Het hof kan nog niet tot een eindoordeel komen. Eerst zal (opnieuw) deskundigenonderzoek moeten plaatsvinden. Dat oordeel wordt hierna toegelicht. Het hof zal eerst de relevante feiten vaststellen en daarna de standpunten van partijen bespreken en ingaan op de bezwaren (‘grieven’) van partijen tegen de beslissing van de rechtbank.

3De relevante feiten

Onstwedde was eigenaar van een pand aan de [adres1] (hierna; het pand). In het pand waren een snackbar, een pizzeria, twee bovenwoningen, een kantoor en een kamer gevestigd die Onstwedde bedrijfsmatig verhuurde. De exploitatie c.q. de verhuur van het pand en van het naastgelegen pand aan de [adres2] , bestaande uit een bovenwoning en een klein café, vormden voor Onstwedde de enige bron van inkomsten.

In 2010 was de enig aandeelhouder en bestuurder van Onstwedde de heer
[naam1] (hierna: [naam1] ). De beheerder van het pand was op dat moment de heer
[naam2] (hierna: [naam2] ).

Op 24 juni 2010 om 00.50 uur heeft een felle brand gewoed in het pand. Daarbij is het pand aanzienlijk beschadigd geraakt en deels ingestort. Het pand is uiteindelijk op last van de gemeente gesloopt.

Het pand was voorzien van twee combiketels van Bosch /Nefit, één van het type Ecomline Classic en één van het type Topline B3M. Laatstgenoemde ketel (hierna te noemen: de Topline-ketel) is in augustus 2008 in het pand geïnstalleerd. De ketel was voorzien van een zogenaamde V1 branderset. De ketels waren geïnstalleerd in de zogenaamde technische ruimte op de begane grond van het pand.

Op de handgeschreven factuur die betrekking heeft op de levering en installatie van deze ketels staat vermeld dat het om twee Nefit HR Topline combiketels gaat, zonder vermelding van een typenummer.

Bosch produceert verschillende types Topline ketels. Ketels van het type Topline B3M hadden een vermogen van minder dan 30 kW. Bosch heeft ook ketels geproduceerd van het type Topline B3L. Dit betroffen ketels met een vermogen van meer dan 45 kW.

Op 2 februari 2009 heeft Bosch de bij haar bekende installateurs gewaarschuwd dat gebleken is dat ten aanzien van de ketels van het type Nefit TopLine 45 kW een brandgevaarlijke situatie kan ontstaan. Bosch heeft hun medegedeeld dat alle toestellen van dat type op korte termijn gecontroleerd moeten worden en tijdelijk moeten worden voorzien van een nieuwe brander. In die brief staat, voor zover van belang, ook vermeld:

“Belangrijke veiligheidsmededeling!
Naar aanleiding van technische problemen hebben wij op donderdag 15 januari besloten de

levering van de Nefit TopLine 25, 30 en 45 kW op te schorten. We realiseren ons de ernst van deze maatregel maar hebben gemeend het zekere voor het onzekere te moeten nemen. In de afgelopen periode is er met man en macht onderzoek verricht naar de aard van de problemen en gewerkt aan een passende oplossing.

De problemen blijken betrekking te hebben op de constructie van de brander van de Nefit

TopLine 45 kW. De brander blijkt onder bepaalde omstandigheden onvoldoende bestand

tegen hoge temperaturen, waardoor rookgassen kunnen ontsnappen en een
brandgevaarlijke

situatie kan ontstaan.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat
om een brandgevaarlijke situatie te voorkomen het in het algemeen van groot belang is dat de branderklemmen te allen tijde op een juiste manier worden vastgezet
. Dit geldt ook voor de Nefit TopLine 25 en 30 kW. Wij hebben bij deze toestellen op dit punt een praktische verbetering doorgevoerd die correcte montage helpt waarborgen.”

Op 25 juni 2010 heeft CED Forensic B.V. (hierna: CED) in opdracht van Nationale Nederlanden, de opstalverzekeraar van Onstwedde (hierna: NN), technisch onderzoek gedaan naar de brand. In een rapport van 7 september 2010 is onder meer het volgende vermeld:

“Door mij werd de plaats van het ontstaan van de brand vastgesteld.

Gelet op het brandbeeld en daarbij lettend op;

• De destructie van de ruimte waarin zich de meterkast bevond

• Het lage brandbeeld

• De wijze van destructie van de overige ruimtes op de begane grond en de 1e

etage kon de plaats van het ontstaan van de brand worden vastgesteld. De brand is ontstaan in de ruimte op de begane grond waar zich de meterkast en de 2 combiketels van het kantoor bevonden.

(…)

6 Conclusie:

De brand is ontstaan in de ruimte voor het kantoor waar zich de elektrische huisinstallatie en 2 combiketels bevonden.

Waarschijnlijk is de brand ontstaan door een storing of technisch mankement in de elektrische huisinstallatie of de combiketels. In verband met instortingsgevaar heeft hier geen nader onderzoek aan kunnen plaats vinden.”

(…)


8 Overleg opdrachtgever

Tijdens het onderzoek heb ik diverse malen telefonisch contact met u gehad.

Omdat het pand niet totaal verloren is en de plaats van het ontstaan van de brand zich in het midden van het pand bevindt is het niet mogelijk om zonder meerschade toe te brengen aan onbeschadigde delen van het pand, het vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Om de schade te beperken is met verzekerde, de schade-expert en de contra expert afgesproken dat zij een gesprek zullen hebben en zullen beoordelen op welke wijze en omvang er gesloopt kan worden waardoor de technisch onderzoekers hun onderzoek naar behoren kunnen uitvoeren.

Op 2 september 2010 werd na overleg besloten het technisch onderzoek niet voort te zetten. De gevaarlijke onderzoekomstandigheden konden zonder aanzienlijke kosten niet worden opgeheven.”

CED heeft ook een zogenaamd tactisch brandonderzoek verricht en in dat kader diverse betrokkenen — zoals [naam1] , [naam2] en enkele getuigen van de brand — gehoord. Dat onderzoek heeft geresulteerd in een rapport van 16 september 2010.

Op 2 december 2010 heeft CED een “tussenrapport” uitgebracht aan de Afdeling speciale zaken van NN. In dat rapport is onder meer het volgende vermeld:
“Het technisch onderzoek is destijds verricht door de collega's [naam3] en ing. [naam4] . Het tactisch onderzoek is destijds verricht door de collega's [naam5] en [naam6] . Uit de eerste gesprekken met huurders van het pand kwam informatie naar voren dat er extreem veel elektriciteit bijbetaald moest worden. Eén van de oorzaken zou mogelijk toegeschreven kunnen worden aan een hennepkwekerij. Bij het technisch onderzoek is daarvan niets gebleken. Beide technisch onderzoekers hebben het hele pand na de brand kunnen inspecteren. Indien ergens in één van de gebouwen een hennepkwekerij was ondergebracht, dan hadden zij dat na de brand nog zeer zeker kunnen zien. Ook uit het tactisch onderzoek zijn daarvoor geen signalen ontvangen.

Collega ing. [naam4] , expert op het gebied van elektriciteit, kan niet nu niet meer aangeven wat de reden is geweest van de bijbetalingen van enkele huurders. Volgens zijn kennis kan de energieleverancier dat nu ook niet meer.”

In een brief van 25 augustus 2010 aan NN heeft de assurantietussenpersoon van Onstwedde geschreven dat de oorzaak van de brand waarschijnlijk in de cv-ketel zit.

NN heeft in december 2010 dekking geweigerd. Onstwedde is vervolgens een procedure gestart tegen haar assurantietussenpersoon. Die procedure heeft geen resultaat gehad.

Op last van de bank zijn in 2013 het perceel aan [adres1] en het pand aan [adres2] te Onstwedde executoriaal verkocht.

In februari 2017 heeft Bosch op haar website een veiligheidswaarschuwing geplaatst met betrekking tot onder meer de ketels van het type Nefit Topline met een vermogen tot en met 30 kW, geproduceerd vanaf 2006 tot en met 2009.

In opdracht van onder meer RTL Nederland heeft C+B advies en expertise (hierna: C+B) een onderzoek uitgevoerd naar de ketels van het type Topline B3M en B3L die geproduceerd zijn in de periode van 2006 tot en met 2009. De conclusie uit dat onderzoek was onder meer dat die ketels brandgevaarlijk zijn, dat Bosch hiervan al jarenlang op de hoogte was maar consumenten daarover nooit volledig heeft geïnformeerd en ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna te noemen: NVWA) onvolledig of onjuist heeft geïnformeerd. Op 9 januari 2018 heeft RTL Nieuws de resultaten van het betreffende onderzoek naar buiten gebracht.

Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (hierna: BuRo) van de NVWA heeft het rapport van C+B beoordeeld en daarbij geconcludeerd dat zij in het algemeen de conclusies over de risico’s van de ketels in kwestie onderschrijft.

Naar aanleiding van het rapport van C+B heeft Bosch TNO opdracht gegeven de veiligheidsrisico’s van de betreffende ketels te onderzoeken. De conclusie uit dat onderzoek, dat gericht was op de ketels waarbij de V1-branderset reeds was vervangen door een

V3-branderset, was onder meer dat de kans op brand zeer klein is.

BuRo heeft naar aanleiding van het rapport van TNO geoordeeld dat dat rapport niet voldoende informatie oplevert om te kunnen beoordelen of de risico’s bij de ketels in kwestie na de door Bosch doorgevoerde modificaties beheerst zijn.

In een brief van 18 februari 2019 heeft Onstwedde Bosch benaderd in verband met de brand en om een gesprek verzocht. Dat gesprek heeft vervolgens op 4 maart 2019 plaatsgevonden. Naar aanleiding van dat gesprek schreef [naam1] in een brief van 1 april 2019 aan Nefit onder meer:
“Naar aanleiding van mijn brief van 18 februari 2019 had ik samen met [naam15] , mijn adviseur in deze, op 4 maart 2019 een helder gesprek met uw medewerkers de heren

[naam7] en [naam8] . Zij begrepen de casus, gaven uitvoerig informatie over de

gevaren van onderhavige cv-ketel en dat Nefit aansprakelijk is voor de schade als het type

van de brand veroorzakende cv-ketel een Nefit HR Topline Combi zou zijn.

In het gesprek gaven uw medewerkers aan om de originele foto's op te vragen van de

(beschadigde) cv-ketels zoals opgenomen in de rapportage van het Buro "C+B” teneinde

definitief het type cv/ketel te kunnen vaststellen waardoor de brand is ontstaan. Uw

medewerkers gaven aan dat de heer [naam4] te Deventer , een voor hen bekende

zakenrelatie, hierover benaderd zou worden. Ik en/of mijn adviseur zouden binnen 14 dagen

bericht ontvangen over hun conclusie en de daaraan gekoppelde aansprakelijkheid van Nefit

over de geleden schade.”

In een reactie op die brief schreef Bosch op 18 april 2018 onder meer aan [naam1] :
“In uw brief d.d. 1 april jl. geeft u dat door de heer [naam8] of de heer [naam7] is

aangegeven dat Bosch aansprakelijk zou zijn voor de geleden schade als het type van de brand veroorzakende ketel een Nefit HR Topline Combi zou zijn. Dit is echter niet gezegd tijdens voorgemeld bezoek. Het enkele feit, dat een Nefit HR Topline in een gebouw hangt waarin brand ontstaat, brengt immers niet direct mee dat Bosch daarvoor aansprakelijk zou zijn.”

Op 29 oktober 2019 heeft Onstwedde Bosch vervolgens aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de brand.

Onstwedde heeft van de Belastingdienst een op 30 maart 2019 gedateerde aanslag Vennootschapsbelasting van € 0,00 ontvangen waarin als vastgestelde belastbare winst

— € 273.349,00 vermeld staat.

In een beschikking van 10 april 2020 van de rechtbank Noord-Nederland is op verzoek van Onstwedde de vereffening van haar vermogen heropend.

In opdracht van Onstwedde heeft expertisebureau HIJ5 (hierna: HIJ5 ) onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand. In haar rapport van 6 juli 2020 heeft HIJ5 geconcludeerd dat het aannemelijk is dat de Topline-ketel is aan te wijzen als de oorzaak van de brand.

In opdracht van Bosch heeft DEKRA Experts (hierna: DEKRA) begin 2021 ook onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand. Haar conclusie is dat die oorzaak niet in de Topline-ketel is gelegen.

Bosch heeft in februari 2021 ook zelf onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand en daarbij geconcludeerd dat het vanuit technisch opzicht niet aannemelijk is dat de Topline-ketel de oorzaak is geweest van de brand.

4De procedure bij de rechtbank

De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 13 oktober 2021 het door Bosch gedane beroep op verjaring van de rechtsvordering van Onstwedde verworpen. Zij heeft verder overwogen dat beide partijen hun stellingen over het ontstaan van de brand voldoende hebben onderbouwd en dat naar dat onderwerp een onderzoek door een deskundige zal moeten plaatsvinden.

Nadat beide partijen zich hadden uitgelaten over de vraagstelling aan en de persoon van de deskundige heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 9 februari 2022 de heer
[naam10] re van Brand Technisch Bureau Nederland B.V. (hierna: [naam10] ) tot deskundige benoemd. Aan [naam10] zijn de volgende vragen voorgelegd:
"1. Kunt u aan de hand van de beschikbare bescheiden vaststellen wat de oorzaak van de brand is geweest?

2. Zo nee, kunt u aangeven wat volgens u de meest voor de hand liggende brandoorzaak is, en of aannemelijk is dat die oorzaak moet zijn gelegen in de Topline-ketel?

3. Wilt u in uw rapportage de bevindingen van HIJ5 en DEKRA betrekken en aangeven waarom u deze al dan niet onderschrijft?

4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?”

In een rapport van 20 februari 2023 heeft [naam10] deze vragen als volgt beantwoord:
“1. De exacte oorzaak van de brand kan niet — meer — worden vastgesteld.

2. Voor de oorzaak van de brand kan naar mijn oordeel geen andere oorzaak worden aangewezen dan een lekkage van hete rookgassen die is opgetreden ter plaatse van de brander van de TopLine cv-ketel. Daardoor zijn de brandbare polypropyleen (isolatie)delen in de TopLine cv-ketel ontstoken en zijn in eerste instantie bovenin de cv-ketel temperaturen opgetreden ≥ 660 °C. Als gevolg hiervan is het houtwerk direct achter en rechts van de cv-ketel in brand geraakt met een omvangrijke, zichzelf onderhoudende, vlammende brand in de opstellingsruimte tot gevolg.

3. Het door CED Forensic B.V. ingestelde onderzoek is niet meer geweest dan een oppervlakkige inspectie van de in het geding zijnde EcomLine en TopLine cv-ketels en de verbrande resten van de elektrische onderverdeelinrichting van het gebouw.

De onderzoekers van HIJ5 Facilities en DEKRA Experts hebben van eminent belang zijnde informatie niet verzameld, dan wel niet of in onvoldoende mate betrokken bij hun onderzoek.

De inhoud van de door deze onderzoekers opgestelde rapporten hebben geen, dan wel onvoldoende bijgedragen aan het deskundigenonderzoek, noch zijn deze van belang geweest voor het aanwijzen van de brandoorzaak.

4. Nee.”

In het rapport van [naam10] is verder onder meer vermeld:
“Zoals hierna toegelicht, blijkt uit het procesdossier dat de verschillende (partij-) deskundigen geen of onvoldoende aandacht hebben besteed aan de brandbaarheid en het brandgedrag van materialen in het algemeen en die van de verschillende onderdelen van de in het geding zijnde cv-ketels in het bijzonder. Voor de beantwoording van de door de rechter gestelde vragen, zijn deze aspecten cruciaal en dienen deze eerst nader te worden onderzocht. Om deze reden is het deskundigenonderzoek aangevangen met een bijeenkomst van de partijen, gehouden op 3 november 2022 in de vestiging van Bosch Thermotechniek B.V. te Deventer .

(…)

De knik in de plaatstalen bovenzijde blijkt na een nauwkeurige beoordeling van het CED-beeldmateriaal een — vloeiende — vervorming te zijn (foto 3). Deze is naar mijn oordeel veroorzaakt door warmteontwikkeling hoog in de TopLine cv-ketel. Daardoor heeft het plaatstaal zijn constructieve kracht verloren. Ervaren brandonderzoekers onderkennen deze effecten en gebruiken deze bij het bepalen van de temperaturen die gedurende de brand zijn opgetreden. Verlies van constructieve kracht en vervorming van staal treedt op bij temperaturen vanaf circa 500 °C. Zoals hierna uiteengezet, zijn hoog in de TopLine cv-ketel temperaturen opgetreden ≥ 660 °C. Onvermijdelijk is hierdoor de constructieve kracht van de plaatstalen mantel van de cv-ketel verloren gegaan en vervormd, zoals dit op het CED-beeldmateriaal ontegenzeggelijk kan worden waargenomen. Het gewicht van op de cv-ketel gevallen materiaal heeft bij de vervorming slechts een ondergeschikte rol gespeeld.

(…)

Om de wisselaar in een positie te doen geraken zoals op het CED-beeldmateriaal weergegeven, dienen evenwel alle bevestigingspunten verloren te gaan.

Dit is vrijwel zeker het geval geweest. De — bovenste — bevestigingspunten bevonden zich namelijk ter hoogte van de brander. Deze waren — evenals de brander en de warmtewisselaar — vervaardigd uit aluminium, of een aluminium / silicium legering. Uit het CED-beeldmateriaal blijkt duidelijk dat het aluminium van de brander / de bovenzijde van de warmtewisselaar voor een belangrijk deel is gesmolten. Dit betekent dat óók de bevestigingspunten aan deze temperaturen zijn blootgesteld en zijn gesmolten, (…)

I. Het uit positie raken van de warmtewisselaar is onmiskenbaar veroorzaakt door warmteontwikkeling ter plaatse van de bevestigings- en ondersteuningspunten waarbij binnen de mantel van de TopLine cv-ketel temperaturen zijn opgetreden ≥ 660 °C.

(…)

Ing. [naam11] [hof: expert van Dekra] wijst tijdens zijn toelichting op het gesmolten aluminium gasregelblok. Uit de toelichting van Bosch Thermotechniek B.V. blijkt dat ook dit onderdeel voor een belangrijk deel bestond uit brandbare polypropyleen kunststof. Verder blijkt dat de aansluitingen van het gasregelblok waren afgedicht met papieren pakkingen. Volgens Bosch Thermotechniek B.V. kan gaslekkage ontstaan wanneer het gasregelblok aan warmte wordt blootgesteld. In dat geval zal gas onder een druk van 25 mbar uitstromen en worden ontstoken. Zoals hierna uiteengezet, heeft dit zich in de TopLine en de EcomLine cv-ketel voorgedaan.

II. Geconcludeerd moet worden dat de gasbranden die zich in de in het geding zijnde

EcomLine en TopLine cv-ketel hebben voorgedaan, secundaire brandhaarden betreffen.

(…)

III. Geconcludeerd moet worden dat ing. [naam11] bij de beoordeling van het brandbeeld en bij de interpretatie van de brandverloopindicatoren en het brandverloop, de zeer hoge temperaturen die in de TopLine cv-ketel voor het smelten van aluminium(verbindingen) moeten zijn opgetreden (≥ 660 °C), niet heeft onderkend noch heeft gerapporteerd.

(…)

IV. Geconcludeerd moet worden dat in de opstellingsruimte omlaag gevallen (bouw)materialen en objecten noch van invloed zijn bij de beoordeling en het onderzoek van de beide cv-ketels, noch in de weg staan van een nauwgezette interpretatie van het brandbeeld en de brandverloopindicatoren.

Hoe het ook zij, de wijze waarop de TopLine cv-ketel van de houten wand is losgeraakt, is bij het beoordelen van het brandverloop cruciaal.

Gebleken is dat de TopLine cv-ketel met een montagestrip tegen de houten wand van de opstellingsruimte was bevestigd (foto 14). Dit betreft een haakprofiel. Het contraprofiel was opgenomen in de achterwand van de mantel van de cv-ketel, min of meer ter hoogte van de brander / bovenzijde van de warmtewisselaar waar, zoals hiervoor uiteengezet, temperaturen zijn opgetreden ≥ 660 °C (foto 15). Verder is tijdens de bijeenkomst gebleken dat de plaatstalen mantel van de TopLine cv-ketel inwendig was bekleed met een brandbare polypropyleen isolatielaag. De daarmee samenhangende vuurbelasting heeft onvermijdelijk bijgedragen aan de opwarming van de gehele, plaatstalen achterzijde van de mantel van de cv-ketel. Plaatstaal bezit uitstekende warmtegeleidende eigenschappen, anders gezegd: de houten wand waartegen de TopLine cv-ketel was bevestigd, is blootgesteld aan dezelfde zeer hoge temperaturen die in de achterwand van de cv-ketel zijn opgetreden (≥ 660 °C).

De meest in de bouw toegepaste houtsoorten zijn vuren- en grenenhout. Nauwkeurige bestudering van het CED-beeldmateriaal leert dat de houten wand waartegen de cv-ketels waren bevestigd, bestond uit een van beide houtsoorten in combinatie met houten plaatmateriaal. De ontstekingstemperatuur van het houtwerk ligt tussen 250 — 350 °C, met andere woorden: het houtwerk waartegen de TopLine cv-ketel was bevestigd, is blootgesteld aan temperaturen boven deze waarde en is onvermijdelijk in brand geraakt. Daardoor zijn de schroefverbindingen van de montagestrip eveneens verloren gegaan, is de cv-ketel van de wand losgekomen en in de positie geraakt zoals getoond op het CED-beeldmateriaal.

V. Het losraken van de TopLine cv-ketel van de houten wand van de opstellingsruimte, is uitsluitend het gevolg van de zeer hoge temperaturen die zich hebben voortgeplant in de plaatstalen achterwand van de cv-ketel. Daardoor is de houten wand in brand geraakt en is de verbinding tussen wand en cv-ketel verloren gegaan.

(…)

VI. Geconcludeerd moet worden dat ing. [naam11] bij de beoordeling van het brandbeeld rechts van de TopLine cv-ketel, geen rekening heeft gehouden dat in de bewuste cv-ketel temperaturen zijn opgetreden van ≥ 660 °C. De stelling van ing. [naam11] eerst op enige afstand van de Top-Line cv-ketel hogere temperaturen zouden zijn opgetreden moet dan ook worden afgewezen.

(…)

Uit de toelichting van Bosch Thermotechniek B.V. blijkt dat het afneembare voorste deel van de mantel van de EcomLine cv-ketel bestond uit 3 millimeter dik, brandbare polypropyleen kunststof (foto 21). De mantel was voor een deel dubbelwandig uitgevoerd en dus 6 millimeter dik. Het vaste deel van de mantel was van plaatstaal met een dikte van 1 – 1½ millimeter. In gesloten toestand, bevond het gasregelblok zich direct achter het kunststof gedeelte van de mantel.

Polypropyleen is een eenvoudig te ontsteken kunststof: smelttemperatuur 160 — 175 °C, ontstekingstemperatuur 250 — 443 °C, zelfontbrandingstemperatuur 498 — 550 °C. Blootgesteld aan brand vormt polypropyleen brandende druppels waarvan de hoeveelheid gedurende de brandontwikkeling toeneemt tot aaneengesloten slierten vuur die omlaag druipen.

Experimenteel is bij de uitvoering van een groot aantal onderzoeken met grote regelmaat vastgesteld dat brandend polypropyleen leidt tot een omvangrijke, lang aanhoudende brand(haard). De temperaturen waarmee dit gepaard gaat zijn voldoende om brandbare materialen en objecten tot ontsteking te brengen. Bij de onderhavige brand kan dit hebben geleid tot brand(uitbreiding) in de zone voor de elektrische onderverdeelinrichting en de EcomLine cv-ketel.

IX. Geconcludeerd moet worden dat de merkelijke hoeveelheid polypropyleen in de mantel van de EcomLine cv-ketel ongetwijfeld een rol van betekenis heeft gespeeld bij de brandontwikkeling in de opstellingsruimte.

(…)

In zijn toelichting wijst ing. [naam11] op het brandbeeld rondom de EcomLine cv-ketel. In zijn visie is dit het gevolg van een secundaire brandhaard waarbij temperaturen zijn opgetreden ≥ 1000 °C. Daardoor is de onderverdeelinrichting in ernstige mate verbrand en zijn rechts onder de EcomLine cv-ketel, delen van de gemetselde muur van de opstellingsruimte afgeschilferd (foto 22). Ing. [naam11] ziet hierin overeenkomsten met de afgeschilferde stenen links naast de EcomLine cv-ketel, zie foto 20. Naar mijn oordeel is dit ten dele juist. Het uitgangspunt van ing. [naam11] dat het brandbeeld het gevolg is van temperaturen ≥ 1000 °C is niet juist. Bij dergelijke temperaturen zouden alle aluminium onderdelen van de EcomLine cv-ketel onvermijdelijk zijn gesmolten. Aan de hand van het CED-beeldmateriaal kan worden vastgesteld dat dit niet het geval is. Dit betekent dat de door ing. [naam11] aangewezen secundaire brandhaard, temperaturen < 660 °C zijn opgetreden.

X. Geconcludeerd moet worden dat in de zone van de secundaire brandhaard, gesitueerd vóór de EcomLine cv-ketel en de elektrische onderverdeelinrichting, temperaturen zijn opgetreden < 660 °C. Deze temperaturen hebben niet kunnen leiden tot smeltschade van de aluminium onderdelen van de in het geding zijnde EcomLine en de TopLine cv-ketels.

Ing. [naam11] schetst een scenario waarin de brand in de onderverdeelinrichting / groepenkast is ontstaan. In zijn visie zijn brandende delen hieruit in de zone vóór de EcomLine cv-ketel op de vloer omlaag gevallen en hebben daar geleid tot een langdurige, secundaire brand(haard). Uit zijn toelichting blijkt evenwel dat ing. [naam11] geen rekening heeft gehouden met het feit dat in dezelfde zone brandende druppels polypropyleen uit de EcomLine cv-ketel omlaag zijn gevallen en dus eveneens hiervoor de oorzaak kunnen zijn.

XI. Uit de door Bosch Thermotechniek B.V. gegeven toelichting en de uiteenzetting van de kant van ing. [naam11] blijkt niet, althans onvoldoende dat sprake is geweest van een primaire brandhaard in de elektrische onderverdeelinrichting en dit de oorzaak is geweest voor het ontstaan van de onderhavige brand.

(…)

6 VASTSTELLINGEN EN CONCLUSIE DESKUNDIGEN ONDERZOEK

De bevindingen bij het onderzoek in onderling verband en samenhang beschouwd met de

(tussen-)conclusies I t/m XV, leiden tot de volgende vaststellingen:

• uit de informatie die tijdens de bijeenkomst op 3 november 2022 van de kant van de partijen werd ontvangen, blijkt naar mijn oordeel dat de brand is ontstaan in de TopLine cv-ketel;

• de gasbranden die in de EcomLine en TopLine cv-ketels zijn ontstaan, zijn het gevolg van een gaslekkage die gedurende de brand(ontwikkeling) is opgetreden, met andere woorden: dit betreffen secundaire brandhaarden;

• de brandhaard die in de zone vóór de EcomLine cv-ketel en de elektrische onderverdeelinrichting van het gebouw is ontstaan, is veroorzaakt door de grote hoeveelheid druipend en brandend polypropyleen waaruit het afneembare deel van de mantel van de bewuste EcomLine cv-ketel was vervaardigd, anders gezegd: dit betreft eveneens een secundaire brandhaard.

6.1

Conclusie deskundigen onderzoek

Op grond van deze punten moet worden geconcludeerd dat de primaire brandhaard was gesitueerd in of in de onmiddellijke omgeving van de brander van de in het geding zijnde TopLine cv-ketel. Of de brand het gevolg is van een falende snelsluiting, een lekkende

— gedraaide — pakking, vervorming van de brander(kap) dan wel een alternatieve oorzaak, kan noch aan de hand van het CED-beeldmateriaal, noch aan de inhoud van het procesdossier worden vastgesteld.

(…)

8.2.1

Reactie op de opmerkingen en verzoeken namens Bosch Thermotechniek B.V.

Onder hoofdstuk Algemeen van haar reactie op het concept deskundigenbericht, merkt Bosch Thermotechniek B.V. op dat bij het deskundigenonderzoek met oogkleppen een doelredenering zou zijn gevolgd. Zij kwalificeert de inhoud van het concept deskundigenbericht als onnavolgbaar en beweert dat de informatie, die van haar kant is gegeven, zou zijn geresoneerd. Een en ander bevreemdt.

De inhoud van het deskundigenbericht en de daaruit voortvloeiende conclusies steunen namelijk voor een belangrijk, zo niet voor het grootste deel op de informatie die tijdens de bijeenkomst van 3 november 2022 van de heren [naam12] , [naam13] en [naam7] , specialisten in dienst van Bosch Thermotechniek B.V. en van haar deskundige ing. [naam11] werd ontvangen. De informatie die tijdens de bijeenkomst werd ontvangen, is, voor zover relevant, onverkort en waarheidsgetrouw in het concept deskundigenbericht opgenomen. (…)”

5De beoordeling van het geschil
Nieuwe producties
5.1 Ter voorbereiding op de mondelinge behandeling hebben beide partijen een rapport van de door hen ingeschakelde partijdeskundige (I-Tek van Bosch en [naam14] (hierna: [naam14] ) van Onstwedde ) in het geding gebracht. In het rapport van I-Tek van
4 juni 2025 wordt gereageerd op twee rapporten van [naam14] , die bij de memorie van antwoord van Onstwedde in het geding waren gebracht. In haar rapport van 29 augustus 2025 reageert [naam14] op dat rapport van I-Tek.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Onstwedde aangevoerd dat beide rapporten buiten beschouwing moeten worden gelaten. Het hof volgt hem daarin niet. De rapporten zijn ruimschoots binnen de termijn van artikel 87 lid 6 Rv in het geding gebracht. [naam14] heeft de gelegenheid gehad op het rapport van I-Tek te reageren en tijdens de mondelinge behandeling waren de partijdeskundigen aanwezig en konden zij een toelichting geven op hun rapporten en zo nodig reageren op het rapport van de ander. Er is dan ook geen reden om de rapporten buiten beschouwing te laten.

De reikwijdte van het hoger beroep

5.3 Bosch heeft in de procedure bij de rechtbank een beroep op verjaring gedaan. De rechtbank heeft dat beroep verworpen. Daartegen heeft Bosch geen bezwaar gemaakt. Het hof zal er dan ook vanuit gaan dat de (inhoudelijk nog te beoordelen) vordering van Onstwedde op Bosch niet verjaard is.

Het beroep op erkenning faalt

5.4 Onstwedde heeft aangevoerd dat Bosch tijdens het gesprek van 4 maart 2019 (zie 3.19) aansprakelijkheid heeft erkend voor de door Onstwedde geleden schade. Bosch heeft dat gemotiveerd bestreden. Zij heeft in dat verband gewezen op haar brief van 18 april 2019 (zie 3.20), waarin zij al heeft ontkend dat tijdens het gesprek de aansprakelijkheid is erkend. In het licht van dit gemotiveerde verweer heeft Onstwedde onvoldoende onderbouwd dat Bosch de aansprakelijkheid heeft erkend. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat het bepaald niet voor de hand ligt dat Bosch op basis van de tijdens het gesprek op 4 maart 2019 beschikbare summiere informatie over de brand al een definitief oordeel over haar aansprakelijkheid zou innemen. Uit de brief van Onstwedde van 1 april 2019 (zie 3.19) volgt juist dat Bosch meer informatie gaat opvragen.

De kritiek op het rapport van [naam10] is relevant

5.5 Bosch is alleen aansprakelijk voor de door Onstwedde geleden schade door de brand indien de brand, zoals Onstwedde stelt, is ontstaan ten gevolge van een gebrek in de Topline cv-ketel in de technische ruimte van het pand. Onstwedde dient te stellen en te bewijzen dat dit het geval is geweest.

De rechtbank heeft geoordeeld dat Onstwedde dit bewijs heeft geleverd met het deskundigenbericht van [naam10] . Dat — in 4.3 en 4.4 uitvoerig geciteerde — deskundigenbericht komt erop neer dat geen andere oorzaak voor de brand kan worden aangewezen dan een lekkage van hete rookgassen die is opgetreden ter plaatse van de brander van de TopLine cv-ketel. Daardoor zijn de brandbare polypropyleen (isolatie)delen in de TopLine cv-ketel ontstoken en zijn in eerste instantie bovenin de cv-ketel temperaturen opgetreden ≥ 660 °C. Als gevolg hiervan is het houtwerk direct achter en rechts van deze cv-ketel in brand geraakt met een omvangrijke, zichzelf onderhoudende, vlammende brand in de opstellingsruimte tot gevolg. Die brand heeft zich vervolgens ook uitgebreid naar de verdieping.

Bosch heeft de bevindingen en conclusies van [naam10] bestreden. Zij beroept zich daarvoor onder meer op twee bij memorie van grieven overgelegde rapporten van I-Tek, op het rapport van I-Tek in reactie op de rapporten van [naam14] waarbij de eerstgenoemde rapporten kritisch worden besproken en op rapporten van Efectis uit 2018 naar de brandveiligheid van de Topline en uit 2023 naar het brandgedrag van deze ketel. Haar bezwaren tegen het deskundigenbericht komen — in het kort — op het volgende neer:
— [naam10] had slechts de beschikking over een beperkt aantal foto’s van de situatie na de brand. Inmiddels zijn, met de nodige moeite, via NN veel meer foto’s beschikbaar, die een breder en ander beeld tonen. Uit die foto’s blijkt bijvoorbeeld ook dat de technische ruimte anders was ingericht dan [naam10] heeft verondersteld. De elektrische verdeelinrichting in de technische ruimte bevond zich op een andere plaats dan waarvan [naam10] is uitgegaan (aan de muur tegenover de beide cv-ketels en niet aan de muur loodrecht op die cv-ketels) en er was nog een verdeelinrichting aanwezig, tussen de beide cv-ketels. Het rapport van [naam10] is dan ook niet op alle (nadien beschikbaar gekomen) informatie gebaseerd.
— [naam10] heeft zich, mede gestuurd door de aan hem voorgelegde vragen, gericht op één mogelijke oorzaak van de brand, de Topline cv-ketel in de technische ruimte, en heeft daardoor geen aandacht gehad voor mogelijke andere oorzaken voor het ontstaan van de brand. Er was wat dat betreft sprake van een tunnelvisie bij [naam10] .
— Het is aannemelijk dat de brand niet in de technische ruimte, maar in het kantoor op de eerste verdieping of in de loze ruimte tussen de verdiepingsvloer van dat kantoor en van het kantoor op de begane grond is ontstaan.
— Als de brand in de technische ruimte is ontstaan, is de brand ontstaan in een van de elektrische installaties daar.
— Er zijn sterke aanwijzingen dat in het pand (op de eerste verdieping) een hennepkwekerij aanwezig was of is geweest. Daarmee is er een duidelijke alternatieve oorzaak, die [naam10] buiten beschouwing heeft gelaten.
— De door [naam10] geschetste toedracht kan zich niet hebben voorgedaan:
Allereerst is het uiterst onwaarschijnlijk dat de cv-ketel op de avond van de brand (een zomeravond) langdurig in gebruik is geweest. Alleen de warmhoud-functie van de cv-ketel zal actief zijn geweest, maar bij die functie draait de ketel kortdurend op deelvermogen. Tijdens de warmhoud-functie kunnen bij een openstaande branderklem, doorgebogen warmtewisselaar of gedraaide branderpakking bij lange na niet de temperaturen worden bereikt in de cv-ketel waardoor brand in de ketel kan ontstaan.
Vervolgens is het zeer onwaarschijnlijk dat in dit geval, gezien de leeftijd en de onderhoudshistorie van deze ketel, zich een van de hiervoor genoemde gebreken (openstaande branderklem, doorgebogen warmtewisselaar of gedraaide branderpakking) heeft voorgedaan.
— De informatie waarover [naam10] de beschikking had, vormt een onvoldoende basis voor het beoordelen van het brandbeeld en het brandverloop in en buiten de cv-ketel. Daarvoor is een fysieke beoordeling van de restanten van de cv-ketel noodzakelijk. De bevindingen van [naam10] betreffende het ontstaan en het verloop van de brand in de Topline cv-ketel is ook aanvechtbaar.

Onstwedde heeft de kritiek van Bosch op het deskundigenrapport van [naam10] weersproken en heeft zich daarvoor onder meer gebaseerd op de rapporten van [naam14] . Volgens Onstwedde is de kritiek van Bosch ook niet relevant, omdat die kritiek de kern van de redenering van [naam10] onweersproken laat; Bosch weerspreekt volgens Onstwedde niet het door [naam10] in en rondom de Topline cv-ketel geanalyseerde brandbeeld. Bosch kan dat brandbeeld en het door [naam10] geschetste temperatuurverloop rondom en in de Topline ook niet verklaren als de brand niet in de Topline is ontstaan. Dat brandbeeld kan volgens Onstwedde niet zijn ontstaan als, bijvoorbeeld, de elektrische installatie de brand zou hebben veroorzaakt. Bosch heeft ook geen vergelijkbaar technisch brandbeeldonderzoek laten verrichten, aldus Onstwedde .

Aan Onstwedde kan worden toegegeven dat wanneer de door Bosch aangereikte alternatieve scenario’s voor het ontstaan van de brand het brandbeeld in de Topline niet kunnen verklaren, dat afbreuk doet aan de aannemelijkheid van die scenario’s. Ook wanneer het verwijt van Bosch over de tunnelvisie van [naam10] hout snijdt, is het niet uitgesloten dat die tunnelvisie er niet aan in de weg heeft gestaan dat [naam10] zich toch op de juiste oorzaak heeft gefocust en met zijn analyse van (alleen) het brandbeeld in de Topline de spijker op de kop heeft geslagen.
Daar staat tegenover — en dát miskent Onstwedde — dat indien wordt vastgesteld dat die alternatieve scenario’s (bijvoorbeeld over de hennepkwekerij en het ontstaan van de brand op de eerste verdieping) aannemelijk zijn en/of dat niet aannemelijk is dat in de Topline de temperaturen zijn bereikt die nodig waren voor het ontstaan van een brand, die vaststelling weer afbreuk doet aan de bevindingen van [naam10] over het ontstaan van de brand.

Bovendien heeft Bosch de bevindingen van [naam10] over het brandbeeld en het temperatuurverloop in en rondom de Topline wel degelijk weersproken. In het rapport van
I-Tek van 29 februari 2024 gaat I-Tek uitvoerig op deze kwestie in. In de samenvatting van dat rapport wordt op dit punt onder meer het volgende vermeld:
“• Ondergetekenden stellen feitelijk vast dat de aan de heer [naam10] van BTB ter beschikking

gestelde fotografische opnamen geen totaalbeeld van de schadelocatie en het door CED

Forensic geduide ontstaansgebied laten zien; de 4 foto's in originele resolutie en 10 foto's in

pdf-formaat, geven onvoldoende informatie om de oorzaak voor het ontstaan van de brand

te kunnen vaststellen, daar aan de hand van die opnamen de primaire brandhaard
niet
kan

worden vastgesteld.

• De aan de heer [naam10] van BTB ter beschikking gestelde fotografische opnamen geven en/of bevatten, ook in hun samenhang, zelfs onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen of het door CED Forensic geduide ontstaansgebied wel juist is en of de brand niet in een andere ruimte is ontstaan.

(…)

• Het valt ondergetekenden op dat het voorliggende dossier een onjuiste (cruciale) grondslag

bevat om op een gedegen wijze het ontstaansgebied van de brand, de ontstaansplaats

binnen het door CED Forensic geduide ontstaansgebied en een oorzaak binnen dat gebied

vast te kunnen stellen, namelijk omdat de elektrische verdeelinrichting binnen het door CED

Forensic geduide ontstaansgebied zich niet bevond op de positie die door CED Forensic is

geduid en aan de hand waarvan de heer [naam10] van BTB zijn onderzoek deed en de vragen

van de Rechtbank beantwoordde. (…)

• Het valt ondergetekenden op dat het op basis van sporen, sporenbeelden of restanten van

de Nefit Topline cv-ketel in kwestie zelf nooit is vastgesteld dat in die cv-ketel daadwerkelijk

hete rookgassen zijn uitgetreden, als gevolg waarvan nooit de conclusie kan en mag worden

getrokken dat hiervan sprake is geweest.

• Meerdere overwegingen van de heer [naam10] van BTB, om tot het antwoord te komen dat

voor de oorzaak van de brand geen andere oorzaak kan worden aangewezen dan een

lekkage van hete rookgassen die is opgetreden in de Nefit Topline cv-ketel, blijken onvolledig

of niet juist te zijn.

• Door de heer [naam10] van BTB is inhoudelijk niet of zeer summier gereageerd op de

uitkomst(en) van het door Bosch Thermotechniek verrichte onderzoek, terwijl dit onderzoek

heel duidelijk heeft uitgewezen dat het allesbehalve aannemelijk is dat de Nefit Topline cv-ketel op enigerlei wijze betrokken is bij het ontstaan van de brand.”

I-Tek heeft deze onderwerpen verderop in het rapport uitgewerkt. In par. 5 heeft zij aangegeven dat en waarom het fotomateriaal een onvoldoende basis vormt voor het beoordelen van het brandbeeld. In par. 13 heeft I-Tek een aantal vaststellingen van [naam10] in diens analyse over het ontstaan en het verloop van de brand in de Topline bekritiseerd. In dat verband hebben de onderzoekers van I-Tek 12 punten van kritiek geformuleerd (pagina’s 26-33 van het rapport).

Het hof volgt Onstwedde dan ook niet in het betoog dat de kritiek van Bosch op de bevindingen van [naam10] terzijde kan worden gelegd omdat diens kernbevindingen (over het brandbeeld en het brandverloop in de Topline cv-ketel) niet worden weerlegd. Die zijn wel degelijk uitvoerig weersproken in het aangehaalde rapport van I-Tek van 29 februari 2024.
Het hof kan de kritiek op het rapport van [naam10] gezien het voorgaande niet ‘met een korte klap’ terzijde leggen.

De kritiek op het rapport van [naam10] vraagt om verder onderzoek

5.12 Deskundige [naam10] heeft zijn onderzoek — noodgedwongen, er waren niet meer foto’s beschikbaar — gebaseerd op enkele foto’s van de situatie na de brand. Inmiddels zijn meer foto’s beschikbaar.
Uit die foto’s blijkt onder meer dat in de technische ruimte tussen de beide cv-ketels de restanten van mogelijk nog een technische installatie zichtbaar zijn. [naam10] heeft daar tijdens zijn onderzoek geen rekening mee kunnen houden. Ook is [naam10] er (ten onrechte) van uitgegaan dat de andere technische installatie tegen de muur naast en niet tegenover de beide cv-ketels was opgesteld.
Verder zijn op die foto’s restanten zichtbaar van voorwerpen (onder meer een koolstoffilter en een geurkast) die in hennepkwekerijen plegen te worden gebruikt.
Ook geven die foto’s een veelomvattender beeld van de brand in het gehele gebouw, onder meer op de eerste etage.

Wanneer [naam10] over deze gegevens had kunnen beschikken, had hij die in zijn onderzoek kunnen (en moeten) betrekken. Er kan niet, en zeker niet op voorhand, van worden uitgegaan dat zijn bevindingen en conclusies dan geheel zouden overeenkomen met de bevindingen en conclusies die blijken uit zijn deskundigenbericht.

Bosch heeft met het rapport van I-Tek van 29 februari 2024 (zie 5.10) fundamentele kritiek geleverd op de bevindingen en conclusies van [naam10] over het ontstaan en verloop van de brand in de Topline cv-ketel. Onstwedde heeft weliswaar een rapport van [naam14] van 4 september 2024 overgelegd, waarin op dat rapport wordt gereageerd, maar in dat rapport wordt niet ingegaan op de genoemde 12 kritiekpunten van I-Tek op de bevindingen en conclusies van [naam10] . [naam14] heeft deze kritiek dan ook niet weerlegd. Met die kritiek heeft Bosch op zijn minst twijfel gezaaid over de juistheid van de bevindingen en conclusies van deskundige [naam10] . Dat [naam10] zijn bevindingen stellig en absoluut heeft verwoord, maakt dat niet anders.

Bosch heeft erop gewezen dat bij de warmhoudfunctie van de cv-ketel sprake is van onvoldoende vermogen om tot brandgevaar te leiden. Dat heeft Bosch ook al aangevoerd in reactie op het concept-deskundigenbericht. De deskundige heeft daarover in zijn rapport opgemerkt:
“Tot slot merkte Bosch Thermotechniek B.V. nog op dat alleen een brandgevaarlijke situatie kan ontstaan wanneer de cv-ketel vol vermogen levert. In de zogeheten warmhoudfunctie is sprake van een vermogen van 8-10 kW hetgeen onvoldoende is om tot brandgevaar te leiden. Daarnaast wijst zij op de factor tijd bij de beoordeling van de gevaarzetting van een lekke pakking of het doorbuigen van de brander. Uit onderzoek van Bosch Thermotechniek B.V. is gebleken dat het zeven jaar duurt voordat sprake is van slijtage van de pakking of doorbuigen van de brander. De in het geding zijnde TopLine cv-ketel was 2 jaar oud.

Deze informatie is evenwel niet van belang voor de beantwoording van de door de rechter voorgelegde vragen, althans daaruit blijkt niet dat de — al dan niet beperkte — gevaarzetting die voortkomt uit de informatie van Bosch Thermotechniek B.V., bij de beantwoording zou moeten worden betrokken (hetgeen overigens buiten mijn deskundigheid valt).”
(…)
In haar reactie op het concept deskundigenbericht neemt Bosch Thermotechniek B.V. als uitgangspunt dat de brand is ontstaan zonder dat sprake was van een warmtevraag. Dit is niet juist. In dit deskundigenbericht is toegelicht dat in de warmhoud functie — om het water in de 25 liter boiler op een constante temperatuur te houden — sprake is geweest van een regelmatig terugkerende warmtevraag.(…) Bij een gebrek van de brander, zoals: een falende snelsluiting, een gedraaide pakking of een doorgebogen of versleten warmtewisselaar, kan ook in de warmhoudfunctie bij een warmtevraag een brandgevaarlijke situatie ontstaan. Tijdens de bijeenkomst op 3 november 2022 is gebleken dat met dit scenario ernstig rekening moet worden gehouden. Vastgesteld is dat in de TopLine en de EcomLine cv-ketels brandbare polypropyleen kunststof onderdelen zijn verwerkt. Ook de plaatstalen behuizing van de TopLine cv-ketel was hiermee voorzien. Deze isolatielaag bevond zich in de

directe nabijheid van de brander. Polypropyleen bezit een ontstekingstemperatuur van 250 — 443°C.(…) Met andere woorden: in het scenario waarin door een gebrek in de brander rookgassen met deze temperaturen uittreden, zal het polypropyleen onvermijdelijk worden ontstoken met een zichzelf onderhoudende, vlammende brand in de TopLine cv-ketel tot gevolg.

De door Bosch Thermotechniek B.V. gepresenteerde resultaten van eigen onderzoek waaruit zou blijken dat in TopLine cv-ketels ouder dan vier jaar, dan wel door gebrekkig onderhoud, alleen in het stookseizoen brandgevaar kan ontstaan, zijn niet relevant. Noch tijdens de bijeenkomst op 3 november 2022, noch uit het aangeboden procesdossier, blijkt namelijk dat Bosch Thermotechniek B.V. aandacht heeft besteed aan de gevaarzetting van het brandbare polypropyleen in de TopLine en EcomLine cv-ketels.

De reactie van Bosch Thermotechniek B.V. vormt naar mijn oordeel geen aanleiding het deskundigenbericht op deze naar voren gebrachte punten aan te passen.”

In de conclusie na deskundigenbericht heeft Bosch deze conclusie gemotiveerd weersproken, onder verwijzing naar een onderzoeksrapport van Efectis van mei 2023. Efectis heeft — kort gezegd — onderzocht of tijdens de warmhoudstand van de cv-ketel bij een openstaande branderklem, doorgebogen warmtewisselaar of gedraaide branderpakking zodanig kritische temperaturen worden bereikt dat brand in de cv-ketel kan ontstaan. Efectis concludeert na haar onderzoek daarover het volgende:
“De gemeten temperaturen, tijdens de in de warmhoudstand in werking zijnde cv-ketel bij de

verschillende scenario’s van (een) openstaande branderklem(men), liggen onder de

ontstekingstemperaturen van de in de cv-ketel toegepaste materialen. Daarnaast is na geen enkele test (met verschillende scenario’s) aantasting, smeltschade of brand van de materialen in de cv-ketel waargenomen.”

Naar het oordeel van het hof kan er gelet op dit onderzoek van Efectis niet vanuit worden gegaan dat de conclusie van [naam10] juist is, dat ook bij de warmhoudstand op de door hem aangegeven wijze brand in de cv-ketel kan ontstaan. Dat betekent dat relevant is of de ketel op de avond van de brand inderdaad alleen op de warmhoudstand heeft gestaan, of ook actief is geweest voor het verwarmen van het gebouw en/of het voorzien in de warm-watervraag. Dat laatste is in elk geval onvoldoende aannemelijk geworden, gelet op het feit dat er ten tijde van de brand niemand in het gebouw aanwezig was. De vraag die dan resteert is of de ketel is ingeschakeld om het gebouw te verwarmen. Anders dan de rechtbank vindt het hof dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat de cv-ketel ook is ingeschakeld om het gebouw te verwarmen. Dat het die nacht fris was — partijen verschillen van mening over de exacte temperatuur — doet niet af aan het feit dat het overdag (niet voor het eerst die maand) wel warm was geweest.

Ten slotte bestaat naar het oordeel van het hof onvoldoende duidelijkheid over mogelijke alternatieve oorzaken (een (ontmantelde) hennepkwekerij al dan niet in combinatie met een ondeugdelijke tweede elektrische verdeelinrichting) en, mogelijk in verband daarmee de plaats van de brandhaard. [naam10] heeft daar geen onderzoek naar gedaan. Zijn onderzoek was gericht op de Topline cv-ketel. De partijdeskundigen I-Tek en [naam14] verschillen daarover van mening; I-Tek meent dat de brandhaard waarschijnlijk op de eerste verdieping in het kantoor of in de loze ruimte tussen begane grond en eerste verdieping is ontstaan, [naam14] vindt dat hoogst onaannemelijk. Datzelfde geldt voor de aanwezigheid van een (ontmantelde) hennepkwekerij, waarvoor I-Tek voldoende aanknopingspunten aanwezig vindt en [naam14] juist niet.

Al met al heeft Onstwedde met het rapport van [naam10] en met de andere onderzoeken (van CED en [naam14] ) naar het oordeel van het hof nog niet bewezen dat de brand (door een gebrek) in de Topline cv-ketel is ontstaan. In het feit dat [naam10] nog niet kon beschikken over de gegevens die nu wel beschikbaar zijn (de foto’s en de rapporten van Efectis) ziet het hof voldoende reden om opnieuw een deskundigenonderzoek te gelasten. Het onderzoek zal betrekking moeten hebben op (in elk geval) de volgende vragen:
— Is het aannemelijk dat de cv-ketel de avond van de brand niet alleen is geactiveerd voor de warmhoudstand, maar ook voor de verwarming van het pand?
— Wat is de meest aannemelijke plaats van de primaire brandhaard?
— Is aannemelijk dat in het pand (op de verdieping) ten tijde van de brand een (actieve dan wel ontmantelde) hennepkwekerij aanwezig was?
— Indien dat het geval is, wat betekent dat voor de oorzaak van de brand? Maakt het verschil of de hennepkwekerij ten tijde van de brand nog intact was? Is een verband aannemelijk tussen de hennepkwekerij en de tweede elektrische verdeelinstallatie?
— Indien de meest aannemelijke plaats de technische ruimte is, hoe zag het brandverloop in de technische ruimte eruit?
— Is aannemelijk dat de brand in de Topline cv-ketel is ontstaan? Zo ja, waar was de brandhaard in de ketel en hoe was het brandverloop?

Het komt het hof voor dat er in elk geval twee deskundigen benoemd dienen te worden. Een deskundige op het gebied van cv-ketels (om de eerste vraag te kunnen beantwoorden) en een deskundige op het gebied van het onderzoek naar branden en brandoorzaken (om de overige vragen te beantwoorden). Wat die tweede deskundige betreft, geeft het hof er de voorkeur aan dat een andere deskundige dan [naam10] wordt benoemd, gelet op diens betrokkenheid als partijdeskundige van een wederpartij van Bosch in een andere procedure betreffende brand in een cv-ketel van Bosch .

Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundigen, de aan de deskundigen te stellen vragen en de vraag wie de kosten van het onderzoek dient voor te schieten.
Het verdient uiteraard de voorkeur wanneer partijen met een gezamenlijke voordracht komen.

6De beslissing

Het hof:

Verwijst de zaak naar de rol van 11 november 2025 voor akte uitlating deskundigenbericht door beide partijen

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, J.E. Wichers en M.F. Eliëns, en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

14 oktober 2025.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:RBOVE:2023:4616.
  2. ECLI:NL:RBOVE:2021:4143.
  3. ECLI:NL:RBOVE:2022:513.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.