ECLI:NL:GHARL:2025:97 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-01-2025 / 200.343.276
Omgangsregeling tussen vader en kind dat autisme heeft en ernstig verstandelijk beperkt is. Hof gelast raadsonderzoek.
6 min de lecture · 1 185 mots
Inhoudsindicatie. Omgangsregeling tussen vader en kind dat autisme heeft en ernstig verstandelijk beperkt is. Hof gelast raadsonderzoek.
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.343.276
(zaaknummer rechtbank Gelderland 413019)
beschikking van 14 januari 2025
inzake
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. W.G. Kuster-van de Ven,
en
[verweerster]
,
wonende op een geheim adres,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.B.M. Kaaij.
1Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 februari 2023 en 9 april 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Tegen de laatstgemelde beschikking richt zich het hoger beroep en daarom zal die hierna ‘de bestreden beschikking’ worden genoemd. De beschikking van 1 februari 2023 noemt het hof verder ‘de tussenbeschikking’.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het beroepschrift met producties, ingekomen op 8 juli 2024,
het verweerschrift met producties en
een journaalbericht van mr. Kuster-Van de Ven van 22 november 2024 met producties.
[de minderjarige1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft op 3 december 2024 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
namens de moeder haar advocaat en
een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad).
3De feiten
De vader en de moeder zijn de ouders van:
[de minderjarige2] (hierna: [de minderjarige2] ) geboren [in] 2008;
[de minderjarige3] (hierna: [de minderjarige3] ), geboren [in] 2011;
[de minderjarige1] (hierna: [de minderjarige1] ), geboren [in] 2014, en
[de minderjarige4] (hierna: [de minderjarige4] ), geboren [in] 2017,
over wie de moeder alleen het gezag uitoefent.
In de tussenbeschikking heeft de rechtbank een informatie- en consultatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader maandelijks dient te informeren over de kinderen. Verder heeft de rechtbank de raad verzocht onderzoek te doen, te rapporteren en adviseren over — kort gezegd — het gezag over de kinderen en de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen. In afwachting daarvan heeft de rechtbank iedere beslissing over het gezag en de omgang aangehouden.
4De omvang van het geschil
Tussen partijen is in geschil de omgangsregeling van de vader met [de minderjarige1] .
Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang, het verzoek van de vader tot vastleggen van een omgangsregeling met [de minderjarige1] afgewezen.
De vader is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarbij het verzoek tot omgang met [de minderjarige1] is afgewezen en, opnieuw beschikkende, alsnog een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [de minderjarige1] in die zin dat de vader wekelijks contact heeft met [de minderjarige1] bij het omgangshuis in [woonplaats1] of op zijn school gedurende een aantal uren met uitbreiding na enkele maanden naar een hele dag en uiteindelijk een regeling waarbij [de minderjarige1] één nacht per week of twee nachten per veertien dagen bij de vader verblijft, althans een regeling vast te stellen die het hof juist acht.
De moeder voert verweer en zij vraagt het hof het verzoek van de vader in hoger beroep af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
5De motivering van de beslissing
De rechter stelt op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
Het hof overweegt als volgt. Vanwege de problematiek van [de minderjarige1] – hij heeft autisme en is ernstig verstandelijk beperkt – is hij volledig afhankelijk van de moeder. Hij heeft voortdurend nabijheid nodig en intensieve ondersteuning gedurende de hele dag. [de minderjarige1] kan niet praten en als hij overprikkeld raakt, is hij onvoorspelbaar in gedrag en kan hij (fysiek) agressief reageren.
[de minderjarige1] is gedurende ongeveer een jaar volledig thuis geweest van school omdat de leerkrachten op het speciaal onderwijs waar hij zat handelingsverlegen waren. Sinds maart 2024 gaat [de minderjarige1] weer naar school, inmiddels gedurende vier dagen per week. Hij zit in een klas van vier leerlingen met twee leerkrachten. Naar omstandigheden doet [de minderjarige1] het goed: er is een positieve gedragsverandering zichtbaar sinds hij weer naar school gaat en meer structuur heeft.
De vader stelt dat hij bereid is zijn volledige medewerking te verlenen aan wat nodig is om tot contactherstel te kunnen komen. Hij zou graag perspectief hebben op omgang met [de minderjarige1] .
De moeder verzet zich niet tegen contactherstel maar maakt zich – naar het oordeel van het hof: begrijpelijk — vooral zorgen over de uitvoering daarvan vanwege de complexe problematiek van [de minderjarige1] .
Op de mondelinge behandeling heeft de raad toegelicht dat het verzoek tot omgang van de vader begrijpelijk is maar dat de mogelijkheden daarvan worden beperkt door de complexe problematiek en ontwikkeling van [de minderjarige1] . Het hof kan zich daarin vinden.
Het hof stelt vast dat de vader al ruim twee jaren geen omgang heeft met [de minderjarige1] . Momenteel is nog steeds onduidelijk welke mogelijkheden [de minderjarige1] heeft om het contact met de vader aan te gaan. Het hof heeft momenteel te weinig informatie om een definitieve beslissing over de omgang tussen de vader en [de minderjarige1] te nemen. Daarom volgt het hof de raad in het advies dat het nu een goed moment is om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden van [de minderjarige1] om het contact met de vader te herstellen, voornamelijk omdat de situatie van [de minderjarige1] wat stabieler en rustiger is geworden.
Met dit doel houdt het hof de behandeling van de zaak aan en verzoekt het hof de raad een onderzoek in te stellen naar en rapport uit te brengen over de mogelijkheden van een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige1] . Indien van toepassing zal in het onderzoek moeten worden meegenomen in welke vorm, met welke frequentie en in welke omgeving omgang zou kunnen plaatsvinden en wie de begeleiding daarvan op zich zou kunnen nemen. Voor [de minderjarige1] is namelijk erg belangrijk dat dit in een vertrouwde omgeving gebeurt en met deskundige begeleiding.
6De slotsom
Op grond van het vorenstaande zal het hof zijn beslissing over de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige1] aanhouden en beslissen als hierna gemeld.
7De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
alvorens verder te beslissen:
verzoekt de raad een nader onderzoek in te stellen als hiervoor onder 5.3 omschreven en uiterlijk 15 mei 2025 daaromtrent te rapporteren;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een na ontvangst van het rapport van de raad te bepalen datum, waarvoor partijen en de raad zullen worden opgeroepen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. de Groot, M.P. den Hollander en K. Hermsen, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op uitgesproken in het openbaar in 14 januari 2025 tegenwoordigheid van de griffier.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...