ECLI:NL:GHDHA:2025:2172 Gerechtshof Den Haag , 28-10-2025 / 200.340.932/01
Effectenlease; tussenpersoon; advisering; wetenschap.
3 min de lecture · 613 mots
Inhoudsindicatie. Effectenlease; tussenpersoon; advisering; wetenschap.
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.340.932/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10229837 EL 22-136
Arrest van 28 oktober 2025
in de zaak van:
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
appellante,
hierna te noemen: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, kantoorhoudende in Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonende in [woonplaats] , [gemeente] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard, kantoorhoudende in Rotterdam.
1Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding waarmee Dexia in hoger beroep is gekomen van het vonnis van 25 januari 2024 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam;
de memorie van grieven;
de memorie van antwoord.
2Feitelijke achtergrond
[geïntimeerde] heeft in 2001 een drietal effectenleaseovereenkomsten afgesloten bij Dexia. De eerste overeenkomst is tot stand gekomen via [tussenpersoon 1] als tussenpersoon. Een paar maanden later heeft [geïntimeerde] de andere twee overeenkomsten gesloten via [tussenpersoon 2] als tussenpersoon. De effectenleaseovereenkomsten zijn in 2007 beëindigd.
3Procedure bij de kantonrechter
Dexia heeft [geïntimeerde] gedagvaard. Zij heeft gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Dexia aan al haar verplichtingen heeft voldaan, na betaling aan [geïntimeerde] van een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, en dat [geïntimeerde] niets meer van haar te vorderen heeft, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.
[geïntimeerde] heeft hiertegen verweer gevoerd.
De kantonrechter heeft in het vonnis de door Dexia gevorderde verklaring voor recht toegewezen, onder de voorwaarde dat de Dexia de schade van [geïntimeerde] vergoedt als in rov. 4.15 van het vonnis weergegeven. De kantonrechter heeft Dexia tevens veroordeeld in de proceskosten.
4Vordering in hoger beroep
Dexia vordert dat de hof het vonnis vernietigt en de vordering van Dexia alsnog onvoorwaardelijk toewijst, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.
[geïntimeerde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.
5Beoordeling in hoger beroep
Dexia richt een grief tegen het oordeel van de kantonrechter dat zowel [tussenpersoon 1] als [tussenpersoon 2] vergunningplichtig advies heeft gegeven aan [geïntimeerde] . Voor zover nu van belang voert Dexia aan dat [geïntimeerde] onvoldoende heeft onderbouwd dat de beide tussenpersonen uitvraag hebben gedaan naar de financiële omstandigheden en doelen van [geïntimeerde] . Dexia concludeert dat geen sprake is geweest van vergunningplichtige advisering door de tussenpersonen.
[geïntimeerde] voert verweer. Hij heeft bij conclusie van antwoord toegelicht hoe de eerste overeenkomst, waarbij [tussenpersoon 1] betrokken is geweest, feitelijk tot stand is gekomen (nrs. 21 tot en met 24). Over de betrokkenheid van [tussenpersoon 2] heeft [geïntimeerde] in zijn conclusie van antwoord (vrijwel) geen feitelijke stellingen ingenomen. Datzelfde geldt voor zijn conclusie van dupliek. [geïntimeerde] heeft pas in nr. 29 van de memorie van antwoord zijn stelling over de vergunningplichtige advisering door [tussenpersoon 2] nader feitelijk toegelicht. Dexia is niet in staat geweest hierop te reageren en moet daarom de gelegenheid worden geboden zich hierover uit te laten.
Conclusie
Het hof zal Dexia toelaten om te reageren op de stellingen van [geïntimeerde] in nr. 29 van de memorie van antwoord.
6Beslissing
Het hof:
laat Dexia toe zich bij akte uit te laten over de stellingen van [geïntimeerde] in nr. 29 van de memorie van antwoord;
verwijst de zaak naar de rol van 25 november 2025 voor akte uitlaten aan de zijde van Dexia;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.A. Joustra, H.J. van Harten en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...