ECLI:NL:GHSHE:2025:1030 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 19-03-2025 / 20-002063-23
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
30 min de lecture · 6 563 mots
Inhoudsindicatie. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.
Inhoudsindicatie. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
Parketnummer : 20-002063-23
Uitspraak : 19 maart 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 18 juli 2023, in de strafzaak met parketnummer
03-006883-23 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1999,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd’ (feit 1 en feit 3) en ‘medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen broek, jas en pet teruggegeven aan de verdachte. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is geheel toegewezen tot een bedrag van € 845,75 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2023. Tot slot heeft de politierechter de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij, tot aan het vonnis begroot op een bedrag van
€ 14,26.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing op het beslag en, in zoverre opnieuw rechtdoende, gevorderd dat het hof de inbeslaggenomen goederen zal teruggeven aan de rechthebbende.
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van het beslag heeft de raadsman verzocht de inbeslaggenomen kleding terug te geven aan de verdachte. Tot slot heeft de raadsman verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering en aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf en de beslissing op het beslag. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Bijgevolg komt de strafoverweging te vervallen en zal deze worden vervangen op de wijze als hierna vermeld.
De bewijsvoering behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, aanvulling en verbetering. Omwille van de leesbaarheid zal het hof de bewijsvoering in het geheel vervangen. Derhalve komt de bewezenverklaring uitsluitend te berusten op de navolgende bewijsmiddelen en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.
Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
Bewijsmiddelen
De politierechter heeft volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen met betrekking tot het bewezenverklaarde. Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. In de onderhavige zaak heeft de verdachte niet bekend en tevens heeft de raadsman van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Derhalve kan met een opsomming van de bewijsmiddelen niet worden volstaan. Het hof zal de inhoud van de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen uitwerken op de wijze als hierna vermeld.
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het proces-verbaal eind van de politie Eenheid Limburg, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] , brigadier van politie, proces-verbaalnummer PL2300 (met pen doorgehaald en toegevoegd 2411)-2023003523, gesloten d.d. 24 februari 2023, inhoudende een verzameling in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 285. De inhoud daarvan is hierna telkens zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 januari 2023, dossierpagina 39, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 2] :
Aangever had aangifte in België gedaan onder nummer BR.20.L6.000860/2023.
In de aangifte blijkt dat aangever op 6 januari 2023 zag dat er vanaf zijn rekening frauduleus was afgeschreven drie keer 200 euro en een keer 168,50 euro. Volgens de bijgevoegde afschriften allen bij de [bedrijf] te Maastricht.
2. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 januari 2023, dossierpagina’s 53-43, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [benadeelde 1] :
Door de aangever was aangifte gedaan in Frankrijk (het hof begrijpt uit de als bijlage bij deze aangifte gevoegde Franstalige aangifte: België) onder nummer MO.20.000179/2023. Hieruit blijkt dat de aangever op 3 januari 2023 een mail heeft ontvangen inzake een abonnement Disney Plus. Ze heeft op een link geklikt voor de betaling.
Op 3 januari 2023 te 17.21 uur werd aangever in kennis gesteld door haar bank dat er fraude was gebeurd met haar rekening en dat er een bedrag van 845.75 euro was afgeschreven bij de [bedrijf] te Maastricht.
Op 4 januari 2023 heeft aangever contact opgenomen met de [bedrijf] te Maastricht en kreeg ze te horen dat rond 3 januari 2023 te 17.08 uur betaald was en wel 2 transacties. Eentje van 395.75 euro en eentje van 450 euro.
3. Een geschrift, te weten een schermafbeelding van de mailwisseling tussen [betrokkene] en [bedrijf] Maastricht d.d. 5 januari 2023, dossierpagina 6:
Op 5 jan. 2023, om 13:13 heeft [betrokkene] het volgende geschreven:
Geachte,
Bij controle van mijn bankuittreksel moet ik tot mijn verbazing vaststellen dat € 245 van mijn rekening is geboekt, waarvoor weet ik niet en bovendien heb ik nooit iets besteld bij jullie.
Hierbij al de gegevens aangaande de transactie.
Mijn laatste 5 cijfers van mijn bankkaart is [banknummer]
is afgeboekt via Maestro.
afgeboekt op 03/01 om 17.12
begunstigde [bedrijf]
ref ING: [betaalkenmerk]
Bedrag: € 245
4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2023, dossierpagina’s 1-2, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
Op 5 januari 2023, omstreeks 17.10 uur, kregen wij de melding dat er bij de winkel [bedrijf] op [adres 2] drie jongens zouden betalen met gestolen betaalkaarten.
Op 5 januari 2023, omstreeks 17.35 uur, kwamen wij, verbalisanten, ter plaatse bij de winkel [bedrijf] . Ter plaatse zagen wij drie Frans sprekende, getinte jongens staan aan de balie staan. Ze zouden met meerdere telefoons en smartwatches, meerdere bedragen hebben betaald bij [bedrijf] . Wij zagen dat er bij de toonbank van de winkel 4 draagtassen van
[bedrijf] stonden met daarin kleding, welke afkomstig was van [bedrijf] . Wij hoorde het winkelpersoneel zeggen dat deze spullen gekocht waren door de drie jongens. Van de medewerkers kregen wij meerdere bonnen met de volgende transacties:
03/01/23 — 17:09 uur: 845,75 euro
03/01/23 — 17:12 uur: 245,00 euro
05/01/23 — 17:10 uur: 968,50 euro
05/01/23 — 17:15 uur: 221,50 euro
05/01/23 — 17:17 uur: 190,00 euro
05/01/23 — 17:33 uur: 740,00 euro
05/01/23 — 17:37 uur: 330,00 euro
Wij hoorden de medewerkers zeggen dat deze transacties zouden zijn gedaan door de drie jongens.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , vorderde de identiteitskaarten van de verdachten. Ik hoorde twee jongens zeggen dat zij een foto van hun identiteitskaart op hun telefoon hadden staan. Zij gaven op te zijn:
— [medeverdachte 1] , [geboortedag 2] 1998 te [geboorteplaats 2] . [medeverdachte 1] overhandigde ons een Frans rijbewijs.
— [medeverdachte 2] , [geboortedag 3] 2005 te [geboorteplaats 3] .
Wij, verbalisanten, hoorden dat [medeverdachte 1] spontaan in de Engelse taal verklaren dat hij voor de spullen betaald had met zijn smartwatch. Deze smartwatch werd door ons in beslag genomen.
De derde jongen had geen identiteitskaart bij zich. Zijn identiteit werd later op het
politiebureau in Maastricht vastgesteld als zijnde: [verdachte] , [geboortedag 1] 1999.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde de medewerkers zeggen dat er camerabeelden waren en dat zij deze veilig stelde en ter beschikking stelde. Ik hoorde de medewerkers zeggen dat de drie mannen op 3 januari 2023 al in de winkel waren geweest. Ik hoorde de medewerker zeggen dat na het bezoek aan de winkel van de jongens, [bedrijf] werd gebeld door een benadeelde die aangaf dat er in de winkel betaald was met haar betaalkaart. Ik hoorde het personeel zeggen dat deze jongens de betalingen hadden gedaan waarvan de betaalkaart gegevens waren gestolen.
In het arrestantencomplex in Maastricht werd er door collega [verbalisant 6] in de schoenen van verdachte [medeverdachte 2] een aantal pinbonnetjes aangetroffen. De pinbonnen waren afkomstig van de winkel [bedrijf] met de volgende transacties:
05/01/23 — 17:13 uur: 200,00 euro
05/01/23 — 17:15 uur: 21,50 euro
05/01/23 — 17:15 uur: 221,50 euro
05/01/23 — 17:31 uur: 200,00 euro
05/01/23 — 17:31 uur: 200,00 euro
05/01/23 — 17:32 uur: 200,00 euro
05/01/23 — 17:32 uur: 140,00 euro
5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2023, dossierpagina’s 21-24, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
De [bedrijf] is een kledingwinkel en heeft twee panden naast elkaar. Een pand is gelegen op [adres 2] en de ander op [adres 3] . Van beide panden zijn camerabeelden verstrekt.
De drie onderstaande camera's zijn van de [bedrijf] gelegen op [adres 3]
.
CAM 2 staat gericht op de ingang van het pand van de [bedrijf] gelegen op [adres 3]
. Vanuit deze camera gezien bevindt de ingang zich aan de
linkerzijde. Verder is deze camera gericht op de toonbank en de kassa.
CAM 5 staat gericht op een ruimte in de [bedrijf] gelegen op [adres 3]
. Deze ruimte staan tegen alle wanden kledingrekken met daaraan kleding van
verschillende merken. Vanuit deze camera gezien bevindt zich aan de linkerzijde een
deur naar een volgende ruimte. CAM 6 heeft zich op deze volgende ruimte.
CAM 6 staat ook gericht op een ruimte van het pand van de [bedrijf] gelegen aan [adres 3]
. In deze ruimte staan aan alle wanden kledingrekken met
daaraan kleding van verschillende merken.
De tijd van deze drie camera's lopen 2 uur voor op de daadwerkelijke tijd. In het dit proces-verbaal gebruik ik de tijd zoals deze op de camerabeelden staat aangegeven.
De onderstaande camera is van de [bedrijf] gelegen op [adres 2] .
CAM 4 staat gericht in de winkel van de [bedrijf] gelegen op [adres 2]
. Op deze camera zie ik een beeld van de gehele winkel. Vanuit deze camera
gezien bevindt zich aan de rechterzijde een paskamer. In de winkel staan kledingrekken
met kleding van verschillende merken. Verder zie ik ook de toonbank en de kassa om
deze camerabeelden.
Dit beeld loopt 40 minuten voor op de daadwerkelijk tijd. In dit proces-verbaal gebruik ik de tijd zoals deze op de camerabeelden staat aangegeven.
CAM 4 03-01-2023:
De camerabeelden starten om 17:43:10. Ik zie twee mannen staan, die verdacht worden van fraude met betaalpassen. Ik herken de twee mannen als twee van de drie mannen die we op 5 januari 2023 hebben aangehouden. Een van de mannen is gekleed in een zwarte broek, zwart vest met een zwarte bodywarmer, zwarte schoenen, een bril en een zwarte pet. Ik noem deze persoon op deze camerabeelden persoon 1. De andere man droeg een zwarte broek, een rood vest met daarover een zwarte bodywarmer en een zwart petje. Deze persoon noem ik op deze camerabeelden persoon 2.
Om 17:43:40 zie ik een medewerker van [bedrijf] naar persoon 1 toelopen. Ik zie dat hij
een zwarte broek aan hem geeft. Vervolgens zie ik persoon 1 richting de paskamers
lopen. Om 17:45:30 zie ik persoon 1 weglopen vanuit de paskamers.
Om 17:46:53 zie ik dezelfde medewerker van de [bedrijf] met een andere broek richting persoon 1 gelopen. Op dit moment staat persoon 2 met een andere medewerker van de
[bedrijf] bij de kassa.
17:47:39: Vervolgens zie ik persoon 2 zijn mobiele telefoon tegen het pinautomaat
aanhouden. Persoon 1 loopt op dit moment weer terug richting de paskamers.
Om 17:48:22 loopt persoon 1 vanuit de paskamers richting persoon 2 bij de kassa. Vervolgens zie ik dat persoon 1 een broek afgeeft aan persoon 2.
Om 17:49:27 zie ik de medewerker aan de kassa een zwarte jas in een zwart tasje stoppen. Persoon 1 en persoon 2 staan op dit moment beiden bij de kassa.
Om 17:49:50 zie ik dat persoon 2 een bonnetje in het zwarte tasje gooit. Vervolgens zie ik dat de medewerker het zwarte tasje overhandigd aan persoon 2.
Om 17:50:18 zie ik dat persoon 2 nogmaals een mobiele telefoon tegen het pinautomaat
aanhoudt.
Om 17:50:24 zie ik dat een medewerker van de [bedrijf] een zwarte broek opvouwt en in
een zwart tasje stopt.
Om 17:51:00 zie ik dat persoon 2 nogmaals een mobiele telefoon tegen het pinautomaat
aanhoudt.
Om 17:51:16 zie ik dat persoon 2 nogmaals een mobiele telefoon tegen het pinautomaat
aanhoudt.
Om 17:51:35 zie ik dat persoon 1 een flesje uit het schap uit de winkel pakt. Ik zie dat hij deze aan de medewerker van de [bedrijf] afgeeft.
Om 17:52:03 zie ik dat de medewerker het zwarte tasje afgeeft aan persoon 1.
Om 17:53:50 zie ik dat de medewerker het flesje in een zwart tasje doet.
Om 17:54:10 zie ik dat persoon 2 nogmaals een mobiele telefoon tegen het pinautomaat
aanhoud. Vervolgens zie ik dat persoon 1 contant geld aan de medewerker overhandigt.
Om 17:54:30 zie ik dat de medewerker het zwarte tasje overhandigt aan persoon 1.
Om 17:54:40 zie ik persoon 1 met twee zwarte tasje richting de uitgang van de winkel lopen. Persoon 2 loopt met een zwart tasje richting de uitgang van de winkel.
CAM 4 05-01-2023:
Om 17:20:39 zie ik drie mannen binnenlopen. Ik herken de drie mannen als de verdachten die we op 5 januari 2023 hebben aangehouden. Een van de drie mannen draagt een zwarte broek, zwarte schoenen, zwart vest met een zwarte bodywarmer en een zwart petje. Deze persoon noem ik persoon 1. Dit is dezelfde persoon die ik als persoon 1 heb beschreven in CAM 4 03-01-2023
Een van de drie mannen draagt een witte trui met daarover een bodywarmer en draagt een capuchon. Deze persoon noem ik persoon 2. Dit is dezelfde persoon die ik ook als persoon 2 heb beschreven in CAM 4 03-01-2023. De laatste man draagt zwarte schoenen, donkere broek, zwarte jas, een zwarte trui en heeft een snorretje. Deze persoon noem ik persoon 3. Ik zie dat de mannen door de winkel heenlopen en zoekend rondkijken naar kleding. Ik zie dat het personeel van de [bedrijf] verschillende kledingstukken op de toonbank voor de drie mannen neerleggen. Ik zie het personeel de kledingstukken opvouwen.
Om 17:40:20 zie ik persoon 3 aan de kassa bij het betaalautomaat staan.
Om 17:41:28 zie ik persoon 2 met een roodkleurig shirt naar persoon 3 lopen die bij de kassa staat.
Om 17:41:44 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:42:00 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:43:29 zie ik dat persoon 1 een spijkerbroek vast heeft en naast persoon 3 gaat staan.
Om 17:44:25 zie ik dat persoon 2 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:45:07 zie ik dat persoon 2 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:45:54 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:45:57 zie ik dat persoon 2 en 3 bij elkaar bij de kassa staan. Ik zie dat persoon 1 op een stoel achter persoon 2 en 3 zit. Ik zie dat een van de medewerkers bezig is met het opvouwen van kleding.
Om 17:46:44 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:47:29 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:48:12 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:48:52 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:49:23 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:51:18 zie ik dat een medewerker een zwart tasje met kleding overhandigt aan persoon 3.
Om 17:52:29 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:54:22 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:56:02 zie ik dat persoon 3 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 17:57:44 zie ik dat de medewerker kleding opvouwt en in zwart tasje stopt. Het ging om een zwart en een rood shirt. Vervolgens overhandigt hij het zwarte tasje aan persoon 2.
Om 17:58:11 lopen alle drie de mannen naar de uitgang van de winkel. Persoon 2 en 3 hebben beiden een tasje in hun handen.
Cam 2 05-01-23:
Om 19:40:00 zie ik dat persoon 2 aan de kassa staat.
Om 19:41:03 zie ik dat persoon 3 naar persoon 2 toeloopt met een schoenendoos in zijn handen. Vervolgens opent persoon 3 de schoenendoos op de toonbank. Ik zie dat hij een zwarte trui met de witte letters Givenchy uit de doos haalt en op de toonbank legt.
Om 19:41:23 zie ik dat persoon 2 zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:41:50 zie ik dat een medewerker een wit shirt met zwarte letter Burberry aan persoon 3 geeft. Vervolgens zie ik dat persoon 3 deze op de zwarte trui met de witte letters Givenchy legt.
Om 19:42:03 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Vervolgens maakt hij een scrollende beweging op zijn horloge.
Om 19:42:25 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:42:36 zie ik de vrouwelijke medewerkster een bruine korte broek opvouwen.
Om 19:42:37 zie ik dat persoon 1 richting persoon 2 en 3 bij de kassa loopt. Ik zie dat hij op dat moment twee mobiele telefoons vast heeft.
Om 19:42:53 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:43:10 zie ik dat de vrouwelijke medewerkster een zwart tasje overhandigt aan persoon 2.
Om 19:43:51 zie ik dat de mannelijke medewerker een bonnetje aan persoon 2 overhandigt.
Om 19:45:47 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:46:17 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:46:40 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:47:01 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
Om 19:47:25 zie ik dat persoon 2 nogmaals zijn horloge tegen het pinautomaat aanhoudt.
6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2023, dossierpagina’s 18-19, voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 1] :
In dit proces-verbaal (hof: het proces-verbaal in bewijsmiddel 5) spreekt men over persoon 1, 2 en 3 alsmede heeft men beelden bekeken van 3 januari en 5 januari. Ik heb de beelden bekeken en kan vervolgens de naam van de desbetreffende persoon hieraan koppelen.
3 januari:
— persoon 1: [verdachte]
— persoon 2: [medeverdachte 2]
5 januari
— persoon 1: [verdachte] (zwarte bodywarmer en pet)
— persoon 3: [medeverdachte 2] (witte trui en zwarte bodywarmer met capuchon)
— persoon 3: [medeverdachte 1] (man met snor)
7. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 januari 2023, dossierpagina 152-153, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
De in beslag genomen gsm van [medeverdachte 1] werd gekraakt en door mij bekeken.
In de "chats" zag ik een conversatie staan en de berichten waren afkomstig van CardConnect.pw. Het eerste bericht wat ik tegen kwam bevat de gegevens van:
[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] met daaraan gekoppeld een kaartnummer [kaartnummer] . Dit betreft de aangever [betrokkene] .
Tevens trof ik 46 soortgelijke berichten aan met diverse namen van personen voornamelijk uit België, Frankrijk en Duitsland. In deze chat van 3 januari 2023 beginnende op het tijdstip 11.47 uur en eindigende op 4 januari 2023 te 16.19 uur stonden tevens 172 stuks berichten afkomstig van CardConnect.pw met daarin vermeld:
— email adres…..
— mot de passe (wachtwoord)…..
— adress IP …..
achter elke van de zojuist vermelde gegevens stonden diverse emailadressen met wachtwoorden en IP adressen.
8. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 januari 2023, dossierpagina’s 271-272, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Bij een door mij ingesteld onderzoek in de fouillering van verdachte trof ik aan:
— een zwarte body warmer van het merk Canada Goose;
— een zwarte broek van het merk Stone Island 751564520;
— een pet van het merk Gucci.
Ik zag dat deze aangetroffen stukken geen gebruik sporen hadden en nieuw waren. Ik heb vervolgens op internet gezocht naar de waarde van deze goederen. Ik zag:
— bodywarmer 550 euro;
— broek 174,30 euro;
— pet 340 euro.
Voornoemde goederen werden in beslag genomen.
Goednummer: PL2300-2023002618-1571106
Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel
Object: Kleding (Broek)
Merk/type: Stone Island
Kleur: Zwart
Land: Nederland
Goednummer: PL2300-2023002618-1571108
Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel
Object: Kleding (Overige)
Merk/type: Canada Goose
Kleur: Zwart
Land: Nederland
Goednummer: PL2300-2023002618-1571109
Categorie omschrijving: Kleding en schoeisel
Object: Hoofddeksel (Pet)
Merk/type: Gucci
Kleur: Zwart
Land: Nederland
9. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 5 januari 2023, dossierpagina’s 26-27, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 1] :
Ik ben verkoopmedewerker bij [bedrijf] , in Maastricht. Op 3 januari 2023 heb ik omstreeks 17.00 uur mannen geholpen in de kledingwinkel. Ik zag dat de mannen rondliepen in de kledingwinkel. Ik zag dat een kleine man van ongeveer 170 cm lang, vermoedelijk van Marokkaanse afkomst, kwam afrekenen. Ik hoorde dat de man Frans sprak. Ik zag dat de man een aantal goederen uit het assortiment op de toonbank legde waaronder onderstaande goederen.
Jas: Canada Goose.
Kleur: Grijs.
Prijs: 845,75 euro. (Betaalpas)
Tijdstip: 17.09 uur.
Transactienummer: 1000104013
Broek: Dsquared.
Kleur: Blauw.
Prijs: 245 euro. (Betaalpas)
Tijdstip afrekenen: 17.12 uur.
Transactienummer:1000104014
Parfum: Mancero Pink.
Kleur: Rood.
Prijs: 140 euro. (Contant)
Tijdstip: Na 17.15 uur.
Transactienummer: 1000104015
Ik zag dat de man de artikelen apart van elkaar wilde afrekenen. Ik zag dat de man zijn goud/rosé kleurige telefoon van het merk iPhone (Apple) gebruikte om te pinnen. Ik zag dat de man de Canada Goose jas afrekende met een betaalpas op zijn telefoon, deze betaling is gelukt. Ik zag dat de man het volgende artikel, een blauwe Dsquared broek, ging afrekenen met zijn telefoon. Ik zag dat de man meerdere bankpassen had ingesteld op zijn telefoon. Ik zag dat de man scrolde tussen de geïnstalleerde bankpassen. Ik zag dat hij een andere bankpas selecteerde om de Dsquared broek mee af te rekenen. De betaling lukte in eerste instantie niet. Ik zag dat de man weer van bankpas wisselde. Ik zag dat ditmaal de betaling wel lukte. Ik zag dat de man de parfum ook wilde afrekenen met zijn telefoon. Ik zag dat de man wederom scrolde tussen de bankpassen op zijn telefoon. Ik zag dat de man een bankpas selecteerde om mee te betalen. Ik zag dat de man met een pas wilde betalen. Ik zag dat het pinapparaat aangaf transactie geweigerd. Ik zag dat de man met een tweede bankpas probeerde te betalen. Ik zag dat deze transactie werd geweigerd door het pinapparaat. Ik zag dat de man met een derde bankpas probeerde te betalen. Ik zag dat deze transactie werd geweigerd door het pinapparaat. Ik zag vervolgens dat de man aangaf contant af te willen rekenen. Het bedrag van 140 euro werd contant voldaan met 2x 50 euro en 2x 20 euro. Ik zag dat de mannen de winkel verlieten.
Vandaag 5 januari 2023 was ik aan het werk in de winkel. Ik zag dat er omstreeks 16.45 uur 3 mannen binnen kwamen. Ik zag dat een van de mannen een bodywarmer van het merk Moncler droeg. Ik zag dat een van de mannen volledig in het zwart gekleed was. Ik herkende de mannen van 3 januari. Ik vertelde tegen mijn collega dat zijn de mannen van afgelopen dinsdag met die vele bankpassen. Ik vroeg aan mijn collega om de mannen in de gaten te houden. De politie is door ons gebeld. Ik weet van een collega dat de mannen kleding hebben afgerekend in verschillende transacties. Ik kan in ons betaalsysteem zien dat er om 17.10 uur 968,50 euro is afgerekend. Ik zag dat er om 17.15 uur 221,50 euro is afgerekend. Ik zag dat 17.17 uur 190 euro is betaald. Ik herkende de mannen met 100 procent zekerheid.
10. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 januari 2023, dossierpagina’s 31-32, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
Ik ben medewerker bij [bedrijf] , gelegen [adres 3] in Maastricht. Op 5 januari 2023, omstreeks 17.37 uur, stond ik bij de kassa in de winkel. Ik zag dat er een man een T-shirt, een polo en sweatshirt kwam afrekenen. Volgens mij droeg de man die bij mij afrekende een witte bodywarmer. Verder had hij een capuchon op. Terwijl ik de man hielp bij het afrekenen van deze producten zag ik dat twee anderen mannen, die bij deze man hoorde, in de winkel nog naar andere producten aan het zoeken waren. Een van die mannen droeg een zwart petje en de ander had een snorretje. Deze mannen zochten producten uit en gaven deze aan de man met de witte bodywarmer. Dit gebeurde twee keer. Ik zag vervolgens dat de man met de witte bodywarmer de producten afrekende. Ik zag dat hij betaalde met zijn smartwatch. Ik zag dat hij op zijn smartwacht scrolde tussen verschillende betaalpassen.
11. Het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg, d.d. 9 januari 2023, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik heb op 3 januari met cash geld een parfum gekocht. Op 5 januari hebben ze me gebeld en
gevraagd of ik mee ging wat shoppen.
Bewijsoverweging
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De raadsman van de verdachte heeft, overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota, bepleit dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Daartoe heeft de raadsman ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de verdachte blijkens het dossier geen rol wordt toebedeeld als het gaat om het aanreiken, afrekenen en meenemen van de kleding op 5 januari 2023. Daardoor blijft de mogelijkheid open dat de verdachte slechts de chauffeur was.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen, de verdachte was slechts aanwezig terwijl de andere persoon aan het shoppen was. Bovendien heeft de verdachte de kleding en de hoeveelheden geld niet voorhanden gehad en kan voorts niet bewezen worden dat de kleding afkomstig is uit enig misdrijf
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat op basis van het dossier het medeplegen door de verdachte, alsmede het vereiste oogmerk van de verdachte, niet kan worden bewezen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het hof stelt vast dat op 5 januari 2023 een melding is gemaakt door de winkel [bedrijf] dat drie mannen – waaronder de verdachte – zouden betalen met gestolen bankpassen. Het winkelpersoneel heeft deze mannen op 3 januari 2023 ook zien betalen met gestolen bankpassen. Hierbij is kleding gekocht van het merk Stone Island, Burberry, Dsquared, Givenchy en Canada Goose. Aangever [benadeelde 2] heeft aangifte gedaan van het feit dat op 5 januari 2023 verschillende bedragen zijn afgeschreven van zijn bankrekening naar [bedrijf] .
Aangever [benadeelde 1] heeft eveneens aangifte gedaan van het feit dat op 3 januari 2023 een totaalbedrag van 845,75 is afgeschreven van haar bankrekening naar [bedrijf] .
De verdachten hebben op onrechtmatige wijze toegang verkregen tot de (digitale) bankpassen c.q. bankgegevens van de aangevers waardoor zij ten laste van de rekening van deze aangevers betalingen konden verrichten en dit ook, zonder toestemming, hebben gedaan.
De raadsman heeft gesteld dat de verdachte geen bijdrage heeft geleverd aan het betalen van de kleding en dat derhalve geen bewezenverklaring van medeplegen kan volgen.
Uit de beschrijving van de camerabeelden van 3 januari 2023 en de verklaring van getuige [getuige 1] blijkt dat de verdachte een broek ter betaling heeft afgegeven aan ‘persoon 2’. De verdachte en persoon 2 stonden samen bij de kassa, terwijl persoon 2 de broek afrekende met een mobiele telefoon. De verdachte pakte een flesje parfum en heeft deze aan de medewerker van de [bedrijf] gegeven. Persoon 2 probeerde de parfum met een mobiele telefoon te betalen. Eerst nadat persoon 2 dit heeft geprobeerd met verschillende bankpassen, maar dit telkens niet lukte, heeft de verdachte de parfum zelf betaald. Het viel getuige [getuige 1] op dat degene die met de telefoon betaalde scrolde tussen de geïnstalleerde bankpassen en verschillende passen gebruikte.
Uit de beschrijving van de camerabeelden en de verklaring van getuige [getuige 2] blijkt dat de verdachte op 5 januari 2023 kledingstukken heeft uitgezocht en deze vervolgens aan persoon 2 en ‘persoon 3’, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] , bij de kassa ter betaling heeft afgegeven. Het viel getuige [getuige 2] op dat degene die met de smartwatch wilde betalen tussen verschillende betaalpassen scrolde.
De verdachte heeft kleding op 3 januari (zwarte broek) en op 5 januari (spijkerbroek) alsmede parfum op 3 januari uitgezocht en afgegeven aan de medeverdachten teneinde deze goederen door hen te laten betalen op de wijze zoals geschied, te weten door middel van het onrechtmatige gebruik van bankpassen c.q. bankgegevens van slachtoffers zoals (o.a.) genoemd in de samengestelde tenlastelegging. Het feit dat de verdachte eerst na diverse betalingspogingen met meerdere bankpassen door een medeverdachte zelf contant afrekent rechtvaardigt de conclusie dat de verdachte, anders dan zijn raadsman heeft betoogd, wel degelijk op de hoogte was van het feit dat op de telefoon en het horloge van de medeverdachte meerdere bankpassen aanwezig waren en tevergeefs werden gebruikt. Ook getuigen [getuige 1] en [getuige 2] was het opgevallen dat de medeverdachte(n) gebruik maakten van meerdere bankpassen. Het is ongeloofwaardig dat de verdachte – die overigens in relatie tot de aangeschafte goederen een bescheiden inkomen genoot – dit alles in het geheel niet zou hebben meegekregen. Dit doet zich des te sterker gevoelen als geen verklaring is gegeven waarom de verdachte niet (in eerste instantie) de goederen zelf afrekende maar dit door medeverdachten liet doen. Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de andere personen en daarmee sprake van medeplegen.
Nu het hof van oordeel is dat feit 1 en feit 3 bewezenverklaard kunnen worden, acht het hof het vermoeden gerechtvaardigd dat het niet anders kan dan dat de onder de verdachten aangetroffen kleding van Stone Island, Burberry, Dsquared, Givenchy en Canada Goose en hoeveelheden geld uit enig misdrijf afkomstig zijn, zodat van de verdachten mag worden verlangd dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geven dat de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig zijn.
De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de onder hem in beslag genomen kleding van het merk Stone Island niet origineel is en dat de bodywarmer van Canada Goose van zijn neef is. Het hof overweegt ten aanzien van deze verklaring dat de verdachten originele merkkleding uitzoeken bij de winkel [bedrijf] en dat daaruit volgt dat zij kennelijk uit zijn op originele merkkleding, en niet op vervalste merkkleding. Dat maakt de verklaring van de verdachte op dit punt hoogst onwaarschijnlijk. De verklaring dat de bodywarmer van de neef is, is in het geheel niet onderbouwd, terwijl dit toch eenvoudig zou hebben gekund. Ook op dit punt acht het hof de verklaring van de verdachte hoogst onwaarschijnlijk.
Op grond van het vorenstaande acht het hof de verklaring van de verdachte niet een verklaring die als voldoende concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk kan worden aangemerkt. Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het Openbaar Ministerie.
Op grond van de bovengenoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen volgt, komt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde kleding en hoeveelheden geld, onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte daarvan op de hoogte was. Het hof komt daarmee ook tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 ten laste gelegde.
Het hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Op te leggen sanctie
De raadsman van de verdachte heeft, in het geval het hof in weerwil van het gevoerde verweer tot een bewezenverklaring komt, verzocht aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest, zonder tevens een voorwaardelijk deel op te leggen. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er, in tegenstelling tot het oordeel van de politierechter, geen sprake is van ‘mobiel banditisme’. Mocht het hof een voorwaardelijke straf willen opleggen, dan heeft de raadsman verzocht de proeftijd te beperken tot 1 of hooguit 2 jaar.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 3 en 5 januari 2023 schuldig heeft gemaakt aan het meermalen in vereniging plegen van diefstallen, bij de winkel
[bedrijf] in Maastricht. Deze diefstallen hebben plaatsgevonden door middel van bankpassen c.q. bankgegevens die op onrechtmatige wijze waren verkregen en gebruikt. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van de benadeelde. Hij heeft enkel oog gehad voor het eigen financieel gewin, zonder zich iets gelegen te laten liggen aan de gevolgen van zijn handelen voor de benadeelde. Dergelijk handelen veroorzaakt niet alleen materiële schade, maar zorgt eveneens voor overlast en ergernis. Voorts is bewezenverklaard dat de verdachte zich tussen de periode van 3 en 5 januari 2023 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van – onmiddellijk of middellijk – uit enig misdrijf verkregen kleding en hoeveelheden geld. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 december 2024, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.
In het bijzonder gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, in onderlinge samenhang beschouwd en in verband met een juiste normhandhaving, is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, omdat die onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van het bewezenverklaarde. Evenmin kan naar het oordeel van het hof worden volstaan met de door de raadsman voorgestelde straf.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Beslag
De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven broek van het merk Stone Island, de jas van het merk Canada Goose en de pet van het merk Gucci, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de voorwerpen geheel of grotendeels voorwerpen zijn met betrekking tot welke het strafbare feit zijn begaan.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 57, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op het beslag en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
— 1 broek (Omschrijving: PL2300-2023002618-G1571106, zwart, merk: Stone Island);
— 1 jas (Omschrijving: PL2300-2023002618-G1571108 zwart, merk: Canada Goose);
— 1 pet (Omschrijving: PL2300-2023002618-G1571109, zwart, merk: Gucci);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. Y. van Setten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier,
en op 19 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. W.E.C.A. Valkenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...