ECLI:NL:GHSHE:2025:2340 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 28-08-2025 / 200.350.043_02
de verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot wraking, nu het verzoek niet is aan te merken als een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
4 min de lecture · 663 mots
Inhoudsindicatie. de verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot wraking, nu het verzoek niet is aan te merken als een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Wrakingskamer
Registratienummer : 200.350.043/02
Uitspraak : 28 augustus 2025
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gegeven op het schriftelijke verzoek in de civiele zaak met nummer 200.350.043/01, ingediend door:
[de verzoeker]
,
wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats]
hierna te noemen: ‘de verzoeker’,
strekkende tot wraking van “het Hof, Advocaten Tegenpartijen” aldus de verzoeker.
1Het procesverloop
Bij het team familie- en jeugdrecht van het hof is onder zaaknummer 200.350.043/01 een procedure aanhangig, waarbij verzoeker als partij betrokken is.
De mondelinge behandeling van de zaak zal plaatsvinden op 29 augustus 2025 te 14.00 uur.
Bij e-mailbericht van 21 augustus 2025 aan het secretariaat van de wrakingskamer heeft de verzoeker aangegeven ‘het Hof, Advocaten, Tegenpartijen’ te wraken.
Bij e-mailbericht van 21 augustus 2025 heeft het secretariaat van de wrakingskamer aan de verzoeker laten weten dat in de procedure van de verzoeker sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging, wat betekent dat ook het wrakingsverzoek door een advocaat dient te worden ondertekend. Aan de verzoeker is een termijn tot 27 augustus 2025 verleend om dit verzuim te herstellen. Dit e-mailbericht is in kopie naar de advocaat van de verzoeker gestuurd.
Daarbij wordt door de wrakingskamer opgemerkt dat herstel van het verzuim alleen kan plaatsvinden doordat het oorspronkelijk ingediende verzoek wordt ondertekend door een advocaat. Dat kan doordat een advocaat datzelfde verzoekschrift alsnog ondertekent en indient, dan wel doordat een advocaat een aan het oorspronkelijk ingediende verzoekschrift gelijkluidend verzoekschrift ondertekent en indient.
De wrakingskamer heeft geen door een advocaat ondertekend verzoek tot wraking ontvangen en zal daarom uitspraak doen op basis van de beschikbare stukken.
2Ontvankelijkheid van het verzoek
De wrakingskamer stelt vast dat het door verzoeker op 21 augustus 2025 ingediende verzoek tot wraking niet is ondertekend door een advocaat, terwijl dit voor een schriftelijk wrakingsverzoek in een zaak als die waarbij verzoeker als partij betrokken is, wel is voorgeschreven.
In dat kader verwijst de wrakingskamer naar het wrakingsprotocol van het hof. In artikel 1.2. van dit protocol is opgenomen dat in zaken waarin de partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, het verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid moet worden ingediend door een advocaat.
De verzoeker is in de gelegenheid gesteld om het verzuim – verzoek is niet ondertekend door een advocaat – te herstellen. De verzoeker heeft daaraan geen gehoor gegeven.
Gelet hierop is de wrakingskamer van oordeel dat de verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek. De wrakingskamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Nu het verzoek kennelijk
niet-ontvankelijk is, kan een mondelinge behandeling achterwege blijven.
Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat de verzoeker zijn verzoek tot wraking van het hof op geen enkele wijze heeft geconcretiseerd met feiten en omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid van de raadsheren die zijn zaak in hoger beroep behandelen kunnen raken of dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat. Daardoor is het verzoek niet aan te merken als een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Om die reden zou het verzoek van de verzoeker buiten behandeling zijn gesteld, in het geval de verzoeker in het verzoek ontvankelijk zou zijn.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van “het Hof, Advocaten Tegenpartijen” ;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de verzoeker, zijn raadsman en de (raadsvrouw van) zijn wederpartij, alsmede de raadsheren in de hoofdzaak die wordt behandeld op 29 augustus 2025.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.W. van Rijkom, mr. J.M. van der Vegt en mr. S.V. Pelsser en is in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...