Pays-Bas Hoge Raad Fiscal 23 декабря 2016 N° 16/04281 NL

ECLI:NL:HR:2016:2902 Hoge Raad , 23-12-2016 / 16/04281

Art. 6:6 en art. 8:119 Awb. Onderzoek door Hoge Raad naar postverzending naar aanleiding van een verzoek tot herziening van een arrest waarbij belanghebbende niet-ontvankelijk is verklaard.

Source officielle

3 min de lecture 588 mots

Inhoudsindicatie. Art. 6:6 en art. 8:119 Awb. Onderzoek door Hoge Raad naar postverzending naar aanleiding van een verzoek tot herziening van een arrest waarbij belanghebbende niet-ontvankelijk is verklaard.

23 december 2016

nr. 16/04281

Arrest

gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 24 april 2015, nr. 14/05658, ECLI:NL:HR:2015:1118, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. Een afschrift van het verzoek is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

In het arrest waarvan herziening wordt verzocht is geoordeeld dat het ingediende beroepschrift in cassatie niet de gronden van het beroep bevatte en dat belanghebbende in de gelegenheid is gesteld dat verzuim binnen zes weken te herstellen, welke termijn eindigde op 5 januari 2015. Omdat de op 6 januari 2015 ingekomen brief, gedateerd 2 januari 2015, te laat is ontvangen, is het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

In de brief van de griffier waarin belanghebbende is uitgenodigd het aan het beroep in cassatie klevende verzuim te herstellen, is vermeld: “Ik wijs u nadrukkelijk op het volgende. Het stuk moet binnen de evenvermelde termijn alhier zijn ontvangen. Eventuele vertraging bij verzending per post is voor uw eigen risico.”

Het onderhavige verzoek tot herziening van voormeld arrest is aanleiding geweest om te onderzoeken of een bijzonder, niet aan belanghebbende toe te rekenen verzuim bij de verzending door PostNL heeft plaatsgevonden. Een bevestigende beantwoording van die vraag zou weliswaar niet tot toewijzing van het herzieningsverzoek kunnen leiden, maar zou wel aanleiding kunnen zijn tot het vervallen verklaren van het arrest waarop het verzoek ziet.

Na onderzoek door de griffier van de Hoge Raad bij PostNL is komen vast te staan dat de brief van belanghebbende op vrijdag 2 januari 2015 om 17:34 uur als aangetekend stuk is geadministreerd op een retaillocatie van PostNL. Aldaar waren op die dag rond 17:00 uur de poststukken opgehaald. Daardoor is de brief van belanghebbende pas de eerstvolgende werkdag, maandag 5 januari 2015, opgehaald. Na verwerking in een regionaal sorteercentrum is de aangetekende brief in de nacht van maandag 5 op dinsdag 6 januari 2015 naar Den Haag vervoerd, waar deze om 4:37 uur als “Beschikbaar voor postbushouder” is geadministreerd.

Uit het vorenstaande volgt dat geen sprake is geweest van een bijzondere, niet te voorziene gang van zaken bij de verzending van de brief van 2 januari 2015 door PostNL. Er is daarom geen reden om naar aanleiding van het herzieningsverzoek het arrest vervallen te verklaren.

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek overigens geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2016.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.