Pays-Bas Hoge Raad Divers 20 апреля 2018 N° 17/03370 NL

ECLI:NL:HR:2018:628 Hoge Raad , 20-04-2018 / 17/03370

Art 92, lid 2, Wfsv. Sectorindeling werknemersverzekeringen. Belang van vervallen circulaire voor indeling als bouwbedrijf of als agrarisch bedrijf.

Source officielle

4 min de lecture 752 mots

Inhoudsindicatie. Art 92, lid 2, Wfsv. Sectorindeling werknemersverzekeringen. Belang van vervallen circulaire voor indeling als bouwbedrijf of als agrarisch bedrijf.

20 april 2018

nr. 17/03370

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch van 2 juni 2017, nr. 15/01128, gewezen op het beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) betreffende een beschikking sectorindeling voor de werknemersverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2Beoordeling van de middelen

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

De werkzaamheden van belanghebbende zijn in het Handelsregister als volgt omschreven:

“Aannemersbedrijf voor grond-, water en wegenbouw. Groothandel in landbouwwerktuigen en grondverzetmachines. Verhuur van grondverzetmachines. Groothandel in zand en grind. Slopen van gebouwen en installaties. Uitvoeren van bodemsaneringswerkzaamheden. Recyclen van bouw- en afvalstoffen. Uitlenen/verhuren van arbeidskrachten aan andere ondernemingen.”

Belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht haar indeling in sector 3 (Bouwbedrijf) voor de premieheffing werknemersverzekeringen te wijzigen in sector 1 (Agrarisch bedrijf). De Inspecteur heeft het verzoek bij beschikking afgewezen. Belanghebbende heeft tegen die beschikking bezwaar gemaakt.

Naar aanleiding van het bezwaar heeft de Inspecteur onderzoek gedaan naar de bedrijfsactiviteiten van belanghebbende en de resultaten daarvan vastgelegd in een rapport (hierna: het rapport). In het rapport is vermeld dat belanghebbende werkzaamheden doet verrichten die behoren tot verschillende sectoren. Het betreft onder meer werkzaamheden die onder sector 1 (Agrarisch bedrijf) vallen en werkzaamheden die onder sector 3 (Bouwbedrijf) vallen. De Inspecteur heeft op de voet van artikel 96, lid 2, van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: de Wfsv) beslist dat belanghebbende terecht is ingedeeld in sector 3 (Bouwbedrijf) omdat 81,13 percent van de omzet is toe te rekenen aan civieltechnische grondwerkzaamheden. Aan de door hem gehanteerde verdeling van de werkzaamheden in sector 1 (Agrarisch) en sector 3 (Bouwbedrijf) heeft de Inspecteur een circulaire van de voormalige Sociale Verzekeringsraad van 3 december 1992 (hierna: de circulaire) ten grondslag gelegd.

De Inspecteur heeft de in 2.1.2 vermelde beschikking bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

Het Hof heeft onder meer geoordeeld dat de circulaire geen juridische grondslag heeft en het rapport daarom ten onrechte is gebaseerd op de criteria van de circulaire en niet aan belanghebbende kan worden tegengeworpen. Vervolgens heeft het Hof op basis van een door belanghebbende ingediend rapport dat is opgesteld ter vaststelling onder welke werkingssfeer belanghebbende valt met betrekking tot de cao en het bedrijfstakpensioenfonds, geoordeeld dat belanghebbende ten onrechte in sector 3 (Bouwbedrijf) is ingedeeld.

Het eerste middel komt op tegen het in 2.2 vermelde oordeel van het Hof dat aan de criteria van de circulaire geen betekenis kan worden toegekend.

De toelichting op de Regeling Wfsv (Stcrt. 2005, 242; hierna: de toelichting) vermeldt onder het kopje ‘Bijlage 1’ dat in het kader van de overheveling van de premieheffing naar de Belastingdienst, ook de uitvoering van de sectorindeling van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overgaat naar de Belastingdienst, dat in verband daarmee het indelingsbeleid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen per 1 januari 2006 is komen te vervallen en dat dit beleid daarom, voor zover nodig, is opgenomen in die toelichting. In de toelichting is niet alleen verwezen naar de circulaire, maar is ook de inhoud van de in de circulaire opgenomen beleidsregels weergegeven.

Gelet op het bovenstaande berust het oordeel van het Hof dat de in de circulaire opgenomen criteria buiten beschouwing moeten blijven, op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel treft dus doel.

Op grond van het hiervoor onder 2.3.3 overwogene kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

Uit de gegrondbevinding van het eerste middel volgt dat het tweede middel geen behandeling behoeft.

3Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof, en

verwijst het geding naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.