ECLI:NL:HR:2019:1728 Hoge Raad , 15-11-2019 / 18/04894
Aanvullend arrest, Hoge Raad 7 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:879.
3 min de lecture · 472 mots
Inhoudsindicatie. Aanvullend arrest, Hoge Raad 7 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:879.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 18/04894
Datum 15 november 2019
AANVULLEND ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 juni 2019, nr. 18/04894, ECLI:NL:HR:2019:879, betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2013 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
1Geding in cassatie
Op 7 juni 2019 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in deze zaak (ECLI:NL:HR:2019:879, hierna: het arrest van 7 juni 2019). Belanghebbende heeft een verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad ingediend (hierna: het verzoek). De Staatssecretaris van Financiën heeft op het verzoek tot herziening gereageerd.
2Beoordeling van het verzoek
In het arrest van 7 juni 2019 heeft de Hoge Raad – met verwijzing naar de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad op 7 juni 2019 heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/04855 (ECLI:NL:HR:2019:743) – een oordeel gegeven over het eerste en het tweede middel.
Belanghebbende verzoekt de Hoge Raad dat arrest te herzien en voert daartoe aan dat daarin niet is geoordeeld over het derde middel.
De Hoge Raad is van oordeel dat het verzoek van belanghebbende niet kan worden aangemerkt als een verzoek tot herziening, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, Awb.
De Hoge Raad heeft verzuimd in het arrest van 7 juni 2019 in te gaan op het derde middel . Belanghebbende beoogt met het verzoek kennelijk te bereiken dat de Hoge Raad zijn arrest aanvult. Dat zal hierna met overeenkomstige toepassing van artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geschieden.
Het derde middel kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad zal bepalen dat het arrest van 7 juni 2019 in deze zin wordt aangevuld.
3Beslissing
De Hoge Raad:
— verstaat dat de in het arrest van 7 juni 2019 gegeven beslissing ook betrekking heeft op het derde middel, en
— bepaalt dat hiervan aantekening wordt gemaakt op het arrest van 7 juni 2019.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2019.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...