ECLI:NL:HR:2025:1085 Hoge Raad , 08-07-2025 / 23/02039
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416.2 Sv. Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.c (oud) Sv. Moet vermelding van adres van betrokkene in akte instellen hoger beroep worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c (oud) Sv, zodat afschrift van oproeping voor tz. in h.b. naar dat adres had moeten worden verzonden? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oproeping voor tz....
3 min de lecture · 474 mots
Inhoudsindicatie. Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416.2 Sv. Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.c (oud) Sv. Moet vermelding van adres van betrokkene in akte instellen hoger beroep worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c (oud) Sv, zodat afschrift van oproeping voor tz. in h.b. naar dat adres had moeten worden verzonden? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oproeping voor tz. in h.b. is ex art. 588.1.b.1 (oud) jo 588.3.c (oud) Sv rechtsgeldig betekend door uitreiking van die oproeping aan griffer Rb, waarbij is voldaan aan 5-dagentermijn, terwijl afschrift van oproeping is verzonden naar BRP-adres. Uit stukken kan niet blijken dat afschrift van oproeping aan adres in akte instellen h.b. is gezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd. Evenmin houden stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending o.g.v. art. 588a.3 (oud) Sv achterwege kon blijven. Daarom had hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was onderzoek ttz. te schorsen om betrokkene in de gelegenheid te stellen alsnog bij onderzoek ttz. aanwezig te zijn. Van zo’n onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
Inhoudsindicatie. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02039 P
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 maart 2015, nummer 21-002578-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp, J.L. Baar en W.S. de Zanger bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen betrokkene.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.8.
3Beslissing
De Hoge Raad:
— vernietigt de uitspraak van het hof;
— wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...