ECLI:NL:HR:2025:1317 Hoge Raad , 23-09-2025 / 24/01877
Doodslag door in 2007 in Thailand zijn echtgenote van het leven te beroven, haar lichaam in beerput naast hun huis te dumpen en vervolgens met hun zoon uit Thailand te vertrekken. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof enkele verklaringen van verdachte aanmerken als kennelijk leugenachtig en daaraan redengevende betekenis toekennen? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet...
3 min de lecture · 574 mots
Inhoudsindicatie. Doodslag door in 2007 in Thailand zijn echtgenote van het leven te beroven, haar lichaam in beerput naast hun huis te dumpen en vervolgens met hun zoon uit Thailand te vertrekken. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. Kon hof enkele verklaringen van verdachte aanmerken als kennelijk leugenachtig en daaraan redengevende betekenis toekennen?
Inhoudsindicatie. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft bewezen geacht dat slachtoffer is omgebracht door enig gewelddadig handelen van verdachte maar heeft niet kunnen vaststellen waaruit dat gewelddadig handelen concreet heeft bestaan. Verweer van verdediging dat geen sporen van opzettelijk gewelddadig handelen op stoffelijk overschot zijn aangetroffen, maakt ‘s hofs oordeel niet onbegrijpelijk. Hof heeft verklaring van verdachte niet als kennelijk leugenachtige verklaring t.l.v. hem in bewijsvoering betrokken. Hof heeft verklaring van verdachte ongeloofwaardig geacht en onwaarheid ervan betrokken bij beoordeling van betrouwbaarheid van verklaring van moeder van slachtoffer.
Inhoudsindicatie. Volgt verwerping.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01877
Datum 23 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 mei 2024, nummer 22-005858-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 6.
4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
5Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...