ECLI:NL:OGEAA:2026:6 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-01-2026 / AUA202404494 EJ

EJ, Arbeidsovereenkomst.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. EJ, Arbeidsovereenkomst.

Beschikking van 7 januari 2026

Behorend bij AUA202404494 EJ

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLANT HOTEL V.B.A.,

h.o.d.n. ARUBA MARRIOTT RESORT & STELLARIS CASINO,

te Aruba,

verzoekster,

hierna te noemen: Marriott,

gemachtigden: de advocaten mrs. A.E. Barrios en J.J. Tromp,

tegen:

[Verweerster],

te Aruba,

verweerster,

hierna ook te noemen: [verweerster],

gemachtigde: de advocaat mr. B.M. de Sousa.

1DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

— het op 19 december 2024 ingediende verzoekschrift, met producties;

— het verweerschrift van [verweerster], met producties;

— de inhoudelijke mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van maandag 10 februari 2025.

Marriott is ter zitting verschenen bij haar gemachtigden, die werden vergezeld door [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] (HR-Director respectievelijk Rooms Operations Director bij Marriott). [Verweerster] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd — mede aan de hand van door hen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen — en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

Beschikking is nader bepaald op heden.

2DE FEITEN

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.

Verweerster] is op 27 juni 2002 krachtens een tussen partijen gesloten arbeidsovereen-komst in loon dienst getreden van Marriott. Zij was laatstelijk werkzaam als Housekeeping Administrative I, en verdiende als zodanig een bruto uurloon van Afl. 19,52.

In voormelde functie is [verweerster] verantwoordelijk voor het verwerken, controleren en verdelen van alle administratieve taken die verband houden met de afdeling housekeeping en het assisteren van haar manager en de Director of Rooms Operations.

3HET GESCHIL

Marriott verzoekt dat het Gerecht de arbeidsovereenkomst met [verweerster] met onmiddellijke ingang, dan wel op een door het Gerecht te bepalen tijdstip, ontbindt wegens de in het verzoekschrift gestelde gewichtige reden, zonder toekenning van enige vergoeding aan [verweerster], met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten (waaronder begrepen de nakosten).

Marriott c.s. hebben aan hun verzoek – kort gezegd – de stelling ten grondslag gelegd dat [verweerster] pertinent en op brutale wijze weigert om redelijke tot haar takenpakket behorende opdrachten uit te voeren.

Verweerster] heeft verweer gevoerd en heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het door Marriott verzochte, kosten rechtens. Subsidiair, in geval van ontbinding van haar arbeidsovereenkomst, heeft [verweerster] geconcludeerd tot toekenning aan haar van een ten laste van Marriott komende ontbindingsvergoeding naar billijkheid, eveneens kosten rechtens.

Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4DE BEOORDELING

Artikel 7:685, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) bepaalt dat iedere partij te allen tijde bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De in dat licht te beantwoorden vraag is of — zoals gesteld door Marriott en bestreden door [verweerster] — sprake is van gewichtige redenen bestaande uit een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW of van zodanige veranderingen in de omstandigheden sedert het aangaan van de arbeidsovereenkomst, dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen. Een gewichtige reden bestaande uit veranderde omstandigheden kan zich onder meer voordoen als sprake is van een verstoord geraakte arbeidsrelatie tussen de werkgever en de werknemer.

Gebleken is dat [verweerster] aanhoudend (in beginsel) tot haar takenpakket behorende door haar superieuren gegeven opdrachten niet of niet naar behoren heeft uitgevoerd, en dat [verweerster] in dat verband haar daarop aansprekende superieuren aanhoudend op een brutale wijze met verheven stem heeft bejegend. De in dit licht te beantwoorden vraag is of die opdrachten (zoals Marriott stelt) wel of (zoals [verweerster] stelt) niet redelijk waren. In dit verband wordt voorop gesteld dat is gesteld noch gebleken dat [verweerster] de opdrachten waar het in dezen mede en met name om gaat eerder dan vanaf 22 januari 2024 moest uitvoeren, en dat [verweerster] heeft gesteld dat zij het te druk had met haar overige werkzaamheden om deze opdrachten uit te voeren.

Tegen de achtergrond van die stelling van [verweerster] had het op de weg van Marriott gelegen te onderzoeken of [verweerster] in verband met haar overige werkzaamheden inderdaad geen tijd had om bedoelde bijkomende opdrachten uit te voeren. Gesteld noch is gebleken dat Marriott dat heeft gedaan. Dat brengt met zich dat als onvoldoende onderbouwd bestreden komt vast te staan dat [verweerster] in verband met haar overige werkzaamheden geen tijd had om die opdrachten uit te voeren. Naar het oordeel van het Gerecht waren bedoelde opdrachten daarom niet redelijk.

Vorenstaande brengt met zich dat van [verweerster] in redelijkheid niet kon worden gevergd om die opdrachten uit te voeren. Door dat toch te doen heeft Marriott zich niet als goed werkgever gedragen, hetgeen haar valt te verwijten.

Verweerster] heeft de door Marriott in haar gedingstukken omschreven aan haar leidinggevenden gerichte verbale uitingen van [verweerster] in verband met bedoelde aan haar gegeven opdrachten (en de wijze waarop die zijn gedaan; met stemverhef) niet bestreden. Vast komt daarom te staan dat die uitingen met stemverhef hebben plaatsgevonden. Het is begrijpelijk dat [verweerster] telkens jegens haar superieuren verbaal haar ongenoegen heeft geuit met betrekking tot bedoelde aan haar gegeven opdrachten, maar de brutale wijze waarop zij dat telkens heeft gedaan is naar het oordeel van het Gerecht volstrekt onaanvaardbaar. Zo’n houding getuigt geenszins van het nodige respect dat een werknemer nu eenmaal (ook na 23 dienstjaren) op de werkvloer van de werkgever jegens superieuren behoort te betrachten. In plaats van bedoelde uitingen had het op de weg van [verweerster] gelegen om een gesprek aan te vragen bij haar leidinggevenden ter beantwoording van de vraag of zij in verband met haar overige werkzaamheden in redelijkheid wel of geen voldoende tijd had om bedoelde opdrachten uit te voeren. Het hier besproken verwijtbaar handelen van de zijde van [verweerster] levert echter geen grond op voor de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. Marriott kan en moet te dezen volstaan met een schriftelijke waarschuwing, waarbij [verweerster] wordt aangezegd dat zij voortaan hoe dan ook heel wat toontjes lager en minder hard moet zingen, bij gebreke waarvan zwaardere disciplinaire maatregelen zullen volgen.

De slotsom luidt dat het Gerecht geen grond ziet voor de ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. Het ontbindingsverzoek van Marriott zal daarom worden afgewezen.

Marriott zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,— (2 punten, tarief 5).

5DE UITSPRAAK

Het Gerecht:

-wijst af het door Marriott verzochte;

-veroordeelt Marriott in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,— aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op woensdag 7 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.