ECLI:NL:OGEAC:2017:154 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 09-10-2017 / AR 70021/2014

Verdeling waarde gemeenschappelijke boot

Source officielle

6 min de lecture 1 318 mots

Inhoudsindicatie. Verdeling waarde gemeenschappelijke boot

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISER1]

[EISERES 2 ],

wonende te Curaçao,

eisers,

advocaat: mr. O. Kostrzewski,

tegen

[GEDAAGDE 1 ]

[GEDAAGDE 2 ],

wonende te Curaçao,

gedaagden,

advocaat: voorheen mrs. M.G. Woudstra en N.E. Soon, thans mr. L.F. Herben.

Eisers worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘eisers’ en afzonderlijk als ‘[eiser1]’ en ‘[eiseres2]’. Gedaagden worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘gedaagden’ en afzonderlijk als ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’.

1

1. Het verdere procesverloop

Het verdere procesverloop blijkt uit:

— het tussenvonnis van 23 januari 2017;

— de akte na tussenvonnis van gedaagden met producties;

— de contra akte na tussenvonnis van eisers met producties;

— de akte uitlating producties na contra-akte van gedaagden;

— de aantekeningen van de nader bepaalde comparitie van partijen gehouden op 1 september 2017.

Vonnis is bepaald op heden.

2Standpunten partijen verdeling

Uit het tussenvonnis van 23 januari 2017 volgt dat partijen mede eigenaren zijn van de boot de naam boot ] en dat de [naam boot ] verdeeld dient te worden. Gedaagden zijn in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen waarin zij met inachtneming van artikel 3: 185 BW zo concreet mogelijk dienden aan te geven op welke wijze – en eventueel tevens tegen welke waarde – de [naam boot ] verdeeld moet worden.

Gedaagden hebben vervolgens bij akte na tussenvonnis in de kern het volgende standpunt ingenomen:

— de [naam boot] staat niet meer op naam van [gedaagde 2], maar op naam van een bevriende relatie van gedaagden en gedaagden kunnen nog beschikken over de boot;

— de [naam boot] zou naar voorlopige inschatting van scheepsmakelaar Dauvillier begin 2017 tussen de $ 40.000,- en $ 45.000,- kunnen opbrengen;

— gedaagden hebben kosten gemaakt om de [naam boot] te onderhouden;

— het bedrag dat eisers aan gedaagden uit hoofde van die onderhoudskosten dienen te voldoen overstijgt het aandeel van eisers in de [naam boot].

Gedaagden concluderen met de opmerking dat zij bereid zijn mee te werken aan toedeling van de [naam boot aan [gedaagde 2] met gesloten beurzen.

Eisers hebben bij contra akte na tussenvonnis verweer gevoerd tegen deze stellingen. In de kern komt het standpunt van eisers neer op het volgende:

— de waarde van de [naam boot] dient te worden bepaald op 28 juni 2014, het moment dat gedaagden zich op het standpunt stelden dat zij enig eigenaar zijn;

— het is redelijk om die waarde te bepalen op de aankoopprijs uit 2013 van $ 70.000,-;

— de onderhoudskosten dienen voor rekening van gedaagden te blijven aangezien eisers door toedoen van gedaagden geen toegang meer hadden tot de [naam boot]. Eisers stellen recht te hebben op de helft van $ 70.000,-.

Vervolgens is van de zijde van eisers een koopovereenkomst betreffende de [naam boot] in het geding gebracht van 17 april 2017 tussen een derde (zijnde [naam], compagnon van [gedaagde 1], die als getuige is gehoord in onderhavige procedure) en een vierde partij voor het bedrag van $ 45.000,-. In de vervolgens op initiatief van eisers gehouden comparitie van partijen hebben eisers laten weten dat zij bij hun standpunt blijven.

Ter zitting van 1 september 2017 is aan eisers gevraagd of zij hun eis — naar zij per email van 8 mei 2017 hadden aangekondigd — wilden wijzigen naar aanleiding van de koopovereenkomst van 17 april 2017. Eisers hebben toen naar voren gebracht dat het vorderen van levering van de [naam boot] aan [gedaagde 2] achterhaald is nu de boot inmiddels aan een vierde partij toebehoort. Wat voor eisers resteert is de vordering tot het betalen van de helft van de waarde. Een eiswijziging is in hun ogen niet nodig.

3De beoordeling

Nu de [naam boot] niet langer in eigendom is van gedaagden zal thans slechts nog het bedrag dienen te worden vastgesteld dat aan eisers toekomt bij wijze van verdeling.

Daartoe is in de eerste plaats van belang om te bepalen wat de peildatum is betreffende de waarde van de [naam boot]. Bij de verdeling van een gemeenschappelijk goed wordt in beginsel uitgegaan van de waarde ten tijde van de verdeling, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen of uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid iets anders voortvloeit. Het Gerecht volgt eisers in de stelling dat de peildatum het moment dient te zijn dat gedaagden zich de [naam boot] ten onrechte toe-eigenden. Feitelijk vond toen immers de verdeling reeds plaats. Dat was op 28 juni 2014. Op dat moment e-mailde [gedaagde 2] immers aan [eiseres 2]: Aangezien ik eigenaar ben van de [naam boot ] (…) stel ik het niet op prijs dat je probeert mijn boot te koop aan te bieden achter mijn rug om. Volgens eisers dient met inachtneming van die peildatum te worden aangehaakt bij de aankoopprijs van de [naam boot] in september 2013 van $ 70.000,-. Het Gerecht volgt die redenering. Het aankoopbedrag is concreet in die zin dat dit werkelijk is betaald voor de [naam boot]. Daarnaast is van belang dat het moment van betaling (september 2013) dichter bij de peildatum (juni 2014) ligt dan bijvoorbeeld de verkoop van de [naam boot] in april 2017. Dat de [naam boot] in juni 2014 minder waard was dan $ 70.000,-, is niet in voldoende mate door gedaagden naar voren gebracht. [Gedaagde 2] heeft in dat verband nog wel opgemerkt dat de aanvaring met een andere boot op 5 januari 2014 de waarde van de [naam boot] heeft doen dalen, maar hier is door eisers onweersproken tegenover gesteld dat de verzekeringsmaatschappij de schade heeft vergoed en dat met die vergoeding onderhoud is gepleegd aan de boot.

Het Gerecht volgt gedaagden dus niet in hun betoog dat de waarde van de [naam boot] $ 45.000,- bedraagt. Gedaagden hanteren immers 2017 als peildatum in plaats van juni 2014.

Uit voorgaande volgt reeds dat onderhoudskosten gemaakt na de peildatum niet ter zake doen bij onderhavige verdeling. Evenmin komt aan gedaagden een recht op vergoeding toe uit hoofde van artikel 3: 170 BW. Een beroep op dat artikel stuit af op het gegeven dat partijen als deelgenoten op grond van artikel 3: 166 lid 3 BW gehouden zijn zich jegens elkaar overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid te gedragen. In juni 2014 hebben gedaagden zich ten onrechte de [naam boot] toegeëigend. Eisers hadden vanaf dat moment tegen hun zin geen zeggenschap meer over de boot. Onder die omstandigheden is het op grond van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar als onderhoudskosten niettemin vanaf die periode voor (de helft voor) rekening van eisers komen. Dit staat nog los van de vraag in hoeverre die kosten weg zouden vallen tegen het gemis aan gebruiksgenot van eisers vanaf juni 2014.

Voorgaande heeft tot gevolg dat [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot vergoeding van de helft van de waarde van de [naam boot], zijnde $ 35.000,- dollar, aan eisers. Voorts worden gedaagden, aangezien zij beiden aansprakelijk zijn voor de schade van eisers uit hoofde van hun handelen, hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van eisers. Deze kosten bestaan uit NAf 880,- griffierecht en NAf 388,45 en NAf 318,45 explootkosten en NAf 85,- roepgeld en NAf 8.250,- aan gemachtigdensalaris (5,5 punten van tarief 6). De vordering tot benoeming van een onzijdige persoon zal niet worden toegewezen aangezien geen veroordeling tot levering volgt.

4De beslissing

Het Gerecht:

— veroordeelt [gedaagde 2] tot betaling van $ 35.000,- dollar aan eisers;

— veroordeelt [gedaagde 2] en [gedaagde 1] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op NAf 1.671,90 aan verschotten en NAf 8.250,- aan gemachtigdensalaris;

— verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

— wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2017.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.