ECLI:NL:OGEAC:2022:377 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 06-05-2022 / 555.00218-21

Opzetheling. Autocriminaliteit.

Source officielle

9 min de lecture 1 898 mots

Inhoudsindicatie. Opzetheling. Autocriminaliteit.

Parketnummer: 555.00218-21

Uitspraak: 6 mei 2022 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren [1976] in [Land],

wonende op [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

1 april 2022 (inhoudelijke behandeling) en 6 mei 2022 (sluiting).

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. B. Niks en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M.O. Gomes naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in de periode van 19 februari 2020 om 23:00 uur tot en met 20 februari 2020 om 02:30 uur, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een motorrijtuig (van het merk Hyundai, model Elantra, bouwjaar 2017, [kentekennummer], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar auto], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door een of meerder (glazen) ruit(en) te breken, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.

subsidiair

dat hij in de periode van 17 januari 2020 tot en met 7 oktober 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een motorrijtuig (van het merk Hyundai, model Elantra, bouwjaar 2017, voorzien van [kentekennummer], heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren)wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman van de verdachte is het Gerecht van oordeel dat het dossier geen aanwijzingen bevat om te komen tot een bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde diefstal. Het Gerecht zal de verdachte in zoverre dan ook vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte subsidiair is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

hij in de periode van 19 februari 2020 tot en met 5 oktober 2021 te Curaçao, een motorrijtuig van het merk Hyundai, model Elantra, bouwjaar 2017 heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het subsidiair bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Deze zijn opgenomen in het vonnis.

Bewijsmiddelen

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 1 april 2022. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik heb de auto die bij mij in beslag is genomen gekocht van een man genaamd [bijnaam]. Ik heb eerst een keuringskaart, een contactslot en een chassisnummer van hem gekocht. Hij zei dat hij ook een auto zou regelen. Dat heeft hij ook gedaan. Ik kon die auto op een gegeven moment bij hem thuis ophalen. Dit is de auto die later door de politie in beslag is genomen. Er zat toen geen kenteken op de auto. Ik heb het contactslot en het chassisnummer dat ik eerder van hem heb gekocht, zelf in die auto gelast.

2. Een proces-verbaal van aangifte van 20 februari 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] (pagina 16 e.v.). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 februari 2020 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [eigenaar auto]:

Ik ben eigenaar van autobedrijf [naam]. Op 10 februari 2020 heb ik mijn grijze personenauto van het merk Hyundai, model Elantra, [kentekennummer], bouwjaar 2017 en [chassisnummer] verhuurd aan [betrokkene]. Op 20 februari 2020 stelde [betrokkene] mij op de hoogte dat hij de auto op 19 februari 2020 omstreeks 23:00 uur op de Margrietlaan/Regentesselaan heeft geparkeerd en dat de auto daar niet meer stond toen hij omstreeks 02.30 uur daar terugkeerde.

3. Een proces-verbaal van bevindingen van 7 oktober 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam] en [naam] (pagina 21 e.v.), alsmede een proces-verbaal van correctie van 31 maart 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam]. Deze processen-verbaal houden in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten of één of meer van hen:

Op 15 september 2021 is tijdens een huiszoeking op [adres] een boordcomputer van een personenauto van het merk Hyundai in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat het VIN-nummer bij deze boordcomputer is [VIN-nummer].

Dit VIN-nummer bleek bij controle in het kentekenbestand te horen bij een grijze personenauto van het merk Hyundai, model Elantra, [kentekennummer]. Dit voertuig stond op naam van [moeder verdachte], wonend op [adres].

Bij het raadplegen van Forensys bleek dat deze personenauto op 24 mei 2019 omstreeks 03.39 uur op de Snipweg betrokken was bij een aanrijding, waarbij deze auto zwaar beschadigd was (total loss) na een botsing tegen een muur. Het wrak was niet meer te repareren. Gebleken is dat deze auto ten tijde van de aanrijding eigendom was van Economy Car Rental (Budget Car Rental).

Uit navraag bij Budget Car Rental bleek dat het wrak met [kentekennummer] op 23 september 2019 aan [betrokkene 2] is verkocht. Uit de historische lijst van het Keuringslokaal blijkt dat dit voertuig door [betrokkenen 2] werd doorverkocht aan [betrokkene 3] en dat het voertuig op 17 januari 2020 op naam van [moeder verdachte] is overgeschreven en tot op heden op haar naam staat. De auto is op 5 oktober 2020 in het belang van het onderzoek in beslag genomen.

De personenauto is voor onderzoek naar Crown Automotive gebracht voor het uitlezen van de boordcomputer. Bij het uitlezen bleek het VIN-nummer te zijn (naar het Gerecht is gebleken) [VIN-nummer].

Nadere overweging van het Gerecht

Het Gerecht heeft geconstateerd dat in het proces-verbaal van bevindingen hier als VIN nummer is vermeld [VIN-nummer]. Blijkens het proces-verbaal van correctie van 31 maart 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam] blijkt dat dit onjuist is en dat het juiste VIN-nummer is [VIN-nummer].

Conclusie

Een deel van de balk met het VIN-nummer van de auto met [kentekennummer] is uitgesneden en op de balk met het VIN-nummer van de auto met [kentekennummer] gemonteerd door middel van solderen en afwerken met bodyfiller.

Het dashboard van de auto met [kentekennummer] is uit het wrak verwijderd en in de auto met [kentekennummer] gebouwd. De sticker in het bestuurdersportier werd eveneens vervalst.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 80 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften die hem door of namens de reclassering worden gegeven. Daarnaast vordert hij een werkstraf voor de duur van 150 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 75 dagen hechtenis.

De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een personenauto, door die auto, waarvan hij wist dat deze was gestolen, te kopen. Het is algemeen bekend dat autocriminaliteit een groot probleem is in Curaçao. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van die vorm van criminaliteit, die immers alleen loont wanneer er afnemers zijn voor gestolen goederen. Het Gerecht neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich, naar eigen zeggen, heeft laten leiden door zijn penibele financiële situatie, zonder oog te hebben voor de schade en overlast die daardoor aan een ander wordt berokkend.

Daar staat tegenover dat de verdachte blijkens zijn strafkaart van 24 november 2021 niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Daarnaast heeft de verdachte bij de politie en ter terechtzitting openheid van zaken heeft gegeven en heeft hij spijt betuigd.

Het Gerecht heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 30 maart 2022.

De reclassering schat het recidiverisico in als gering. Tijdens het contact met de verdachte zijn geen aandachtspunten naar voren gekomen. Hulpverlening aan de verdachte wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het Gerecht ziet daarom geen reden tot oplegging van de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde het reclasseringstoezicht.

Het Gerecht komt alles afwegende tot een andere straf dan door de officier van justitie gevorderd. Het Gerecht acht oplegging van een werkstraf voor de duur van 200 uren passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:45, 1:46 en 2:397 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 (twee) uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Verbeek, bijgestaan door

mr. J. Mulder, griffier, en op 6 mei 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.