ECLI:NL:OGEAC:2024:284 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 06-08-2024 / CUR202401848
Verzoek om opheffing curatele dan wel ontslag curator.
5 min de lecture · 934 mots
Inhoudsindicatie. Verzoek om opheffing curatele dan wel ontslag curator.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202401848
Beschikking van 6 augustus 2024
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats],
procederende in persoon,
in hoedanigheid van (eerste) curator (hierna: verzoekster) van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum ] 1945 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
hierna: betrokkene,
als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende], in zijn hoedanigheid van (tweede) curator van betrokkene.
1Het verloop van de procedure
Dat blijkt uit:
— het verzoekschrift met producties, op 29 mei 2024 ter griffie ingediend;
— de mondelinge behandeling op 30 juli 2024, waar aanwezig waren: verzoekster, betrokkene en de curator.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De vaststaande feiten
Bij beschikking van dit gerecht van 7 februari 2013 zijn de curator, een neef van betrokkene, en verzoekster, de zus van betrokkene, benoemd tot curatoren over betrokkene.
3Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek van verzoekster strekt (naar het gerecht ter zitting heeft begrepen) ertoe de curator te ontslaan van het curatorschap over betrokkene dan wel de curatele op te heffen. Verzoekster stelt dat zij en betrokkene prima in staat zijn hun eigen zaken te regelen. Zij krijgen wanneer de omstandigheden daartoe nopen ook de nodige hulp en steun van de kinderen van verzoekster.
Verzoekster heeft voorts gesteld dat de curator op 15 april 2024 niet is komen opdagen bij een afspraak met een bankmedewerker, waardoor betrokkene in april 2024 haar pensioen niet uitgekeerd kon krijgen. Inmiddels is de bankrekening van betrokkene geblokkeerd. Betrokkene heeft nu geen toegang meer tot haar pensioengeld. Dit met alle gevolgen van dien. Het pensioengeld van verzoekster wordt nu gebruikt om de kosten voor water, elektriciteit, internet en boodschappen te betalen.
De curator heeft aangevoerd dat zich nooit eerder problemen hebben voorgedaan. Hij heeft zijn taak als curator altijd naar behoren uitgeoefend. In april 2024 is hij niet naar de bank gegaan, omdat hij de afspraak was vergeten. Uiteindelijk is het hem gelukt om de bank zover te krijgen het pensioengeld aan betrokkene uit te keren. De bankrekening is nu in afwachting op een beslissing op het verzoek van verzoekster door de bank geblokkeerd.
Het gerecht oordeelt als volgt.
Ontslag curator
Op grond van artikel 1:385 lid 1, aanhef en onder c, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen op eigen verzoek, op verzoek van de onder curatele gestelde, op vordering van het Openbaar Ministerie of ambtshalve door de rechter in eerste aanleg worden ontslagen. Uit dit artikel volgt dat verzoekster niet gerechtigd is het ontslag van de curator te verzoeken, nu zij als zus van betrokkene niet valt onder de kring van personen die het ontslag van een (mede)curator kan verzoeken. Daarom kan verzoekster niet worden ontvangen in haar verzoek om de curator te ontslaan van het curatorschap over betrokkene.
Daarbij overweegt het gerecht dat de curator te allen tijde wegens gewichtige redenen ambtshalve door de rechter in eerste aanleg kan worden ontslagen. Echter is het gerecht op grond van de processtukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling van oordeel dat geen sprake is van gewichtige redenen om de curator te ontslaan. Immers blijkt uit niets dat de curator iets te verwijten valt in de uitoefening van zijn taak. Voldoende aannemelijk is dat hij de belangen van betrokkene tot nu toe naar behoren heeft behartigd. Dat volgt ook uit de verklaring van verzoekster ter zitting, dat gedurende de gehele periode van de ondercuratelestelling de samenwerking tussen de curatoren goed is verlopen en dat er bij het innen van het pensioen voor betrokkene verder nooit problemen zijn geweest. Het verzoek is kennelijk ingegeven door hetgeen heeft plaatsgevonden op 15 april 2024. Dit incident, dat alle kenmerken heeft van een eenmalige miscommunicatie tussen partijen, is echter op zichzelf geen reden om de huidige curator te ontslaan. Daar komt nog bij dat verzoekster nu ook niemand anders op het oog heeft die bereid is het curatorschap te aanvaarden en verzoekster naar het oordeel van het gerecht vanwege haar visuele beperkingen in combinatie met haar gevorderde leeftijd het curatorschap alleen niet kan dragen.
Desgevraagd deelt de curator mede dat hij bereid is om als curator voor
betrokkene op te blijven treden. De huidige situatie kan daarom gehandhaafd blijven.
Opheffing curatele
Verzoekster zou het liefst van de gehele ondercuratelestelling af willen.
Op grond van artikel 1:389 lid 1 BW eindigt de curatele wanneer bij in kracht
van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat de oorzaken die tot de curatele hebben geleid, niet meer aanwezig zijn. Artikel 1:389 lid 2 BW bepaalt dat het verzoek of de vordering daartoe kan worden gedaan door dezelfde personen die de curatele kunnen verzoeken of vorderen.
Uit de door verzoekster overgelegde stukken, waaronder de verklaring van
[de verklaarder] van 27 mei 2024, volgt dat betrokkene niet compos mentis is. Daarom is de curatele naar het oordeel van het gerecht nog nodig en voortzetting daarvan nog steeds zinvol. De conclusie van het voorgaande is dat het verzoek zal worden afgewezen.
Het gerecht ziet in de aard van de zaak aanleiding de proceskosten tussen
partijen te compenseren als hierna in de beslissing vermeld.
4De beslissing
Het gerecht:
verklaart verzoekster niet ontvankelijk in het primaire verzoek;
wijst het verzoek voor het overige af;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, gerechtssecretaris, en op 6 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...