Pays-Bas Gerecht in eerste aanleg van Curaçao Fiscal 21 января 2025 N° CUR202401792 en CUR202402472 NL

ECLI:NL:OGEAC:2025:225 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 21-01-2025 / CUR202401792 en CUR202402472

De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021 vernietigd, waardoor het beroep van belanghebbende hierover gegrond is. Wat betreft de boetes (NAf 250 voor 2019 en NAf 1.000 voor 2021) oordeelt het Gerecht echter dat belanghebbende, een stichting particulier fonds (SPF), wel degelijk aangifteplichtig is volgens artikel 1, lid 1, letter b, van de Lv Winstbelasting 1940. De...

Source officielle

13 min de lecture 2 763 mots

Inhoudsindicatie. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021 vernietigd, waardoor het beroep van belanghebbende hierover gegrond is.

Inhoudsindicatie. Wat betreft de boetes (NAf 250 voor 2019 en NAf 1.000 voor 2021) oordeelt het Gerecht echter dat belanghebbende, een stichting particulier fonds (SPF), wel degelijk aangifteplichtig is volgens artikel 1, lid 1, letter b, van de Lv Winstbelasting 1940. De SPF is subjectief belastingplichtig, ook als zij geen winst behaalt of geen onderneming drijft. Pas via de aangifte kan worden beoordeeld of zij objectief vrijgesteld is op grond van artikel 2, lid 1, letter h, Lv WB.

Inhoudsindicatie. De uitleg van belanghebbende dat “stichtingen uit bedrijven” ook “stichtingen particulier fonds” omvat, wordt verworpen. Ook het beroep op de Nederlandse situatie wordt afgewezen, aangezien Curaçao eigen belastingwetgeving heeft.

Inhoudsindicatie. Verder oordeelt het Gerecht dat artikel 18, lid 2, ALL wel degelijk de grondslag biedt voor het opleggen van een verzuimboete bij te late aangifte, ook als geen belasting verschuldigd is. De overschrijding van de termijn voor uitspraak op bezwaar leidt niet tot gegrondverklaring van het bezwaar. Beroep tegen naheffingsaanslagen: gegrond (aanslagen vernietigd). Beroep tegen boetes: ongegrond (boetes blijven in stand)

Uitspraak van 21 januari 2025

BBZ nrs. CUR202401792 en CUR202402472

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende]
, gevestigd te Curaçao,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1PROCESVERLOOP

Aan belanghebbende is op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2019 opgelegd resulterende in een bedrag aan te betalen winstbelasting van NAf 6.000. Tegelijkertijd is een verzuimboete opgelegd van NAf 300.

Aan belanghebbende is op 29 juni 2023 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2021 opgelegd resulterende in een bedrag aan te betalen winstbelasting van NAf 6.000. Tegelijkertijd is een verzuimboete opgelegd van NAf 1.000.

Belanghebbende heeft op 17 augustus 2021 (2019) en 24 juli 2023 (2021) bezwaar gemaakt.

De Inspecteur heeft op 3 april 2024 (2019) en 5 juni 2024 (2021) uitspraken op bezwaar gedaan en de naheffingsaanslagen en de boetes gehandhaafd. Nadien heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag winstbelasting 2019 alsnog vernietigd en de boete verminderd tot een bedrag van NAf 250.

Belanghebbende heeft op 26 mei 2024 (2019) en 2 juli 2024 (2021) beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van tweemaal NAf 150, totaal NAf 300.

Belanghebbende heeft op 31 oktober 2014 (een) aanvullend stuk(ken) ingediend.

De Inspecteur heeft op 21 november 2024 een verweerschrift ingediend. Hierop heeft belanghebbende gereageerd op 27 november 2024.

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2024 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen de heer [A] verbonden aan [Q] en [B]. Namens de Inspecteur zijn verschenen [C] en [D].

Kort na sluiting van de zitting heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag winstbelasting 2021 vernietigd.

2FEITEN

Belanghebbende is opgericht op 12 januari 2011 met als doel het doen van uitkeringen uit haar vermogen aan zodanige instellingen en personen als het bestuur zal bepalen en het verschaffen van financiële bijstand aan die instellingen en personen door middel van leningen, het stellen van zekerheid, lijfrenteovereenkomsten en daarmee vergelijkbare regelingen.

De bestuursleden van belanghebbende zijn [S] NV en [W].

Op 30 juni 2021 heeft de Inspecteur een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting 2019 opgelegd, alsmede een verzuimboete van NAf 300. Op 24 mei 2024 heeft belanghebbende alsnog een (nihil)aangifte winstbelasting 2019 ingediend. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag vernietigd en de boete verminderd naar NAf 250 (eerste verzuim).

Op 29 juni 2023 heeft de Inspecteur een taxatieve naheffingsaanslag winstbelasting 2021 opgelegd, alsmede een verzuimboete van NAf 1.000 (derde verzuim). Op 24 juni 2024 heeft belanghebbende alsnog een (nihil)aangifte winstbelasting 2021 ingediend.

Na sluiting van de zitting, op 2 december 2024 heeft de Inspecteur na ontvangst van de jaarstukken over 2021, de naheffingsaanslag winstbelasting 2021 vernietigd. De ter zake opgelegde boete van NAf 1.000 is in stand gebleven.

3GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

Na vernietiging van de naheffingsaanslagen winstbelasting zijn enkel de in stand gebleven boetes van NAf 250 (2019) en NAf 1.000 (2021) nog in geschil.

Belanghebbende is van mening dat geen boete kan worden opgelegd, omdat er geen aangifte gedaan hoeft te worden. Daarnaast meent belanghebbende dat artikel 18 ALL niet van toepassing is, en er ook om die reden geen boete kan worden opgelegd. Tot slot stelt belanghebbende dat vanwege een overschrijding van de termijn waarbinnen uitspraak op bezwaar moet worden gedaan, het bezwaar toegewezen had moeten worden.

De Inspecteur is van mening dat de boetes terecht zijn opgelegd en er geen reden is voor een (verder) vermindering.

4OVERWEGINGEN

Beroep tegen de naheffingsaanslagen 2019 en 2021

De Inspecteur heeft de naheffingsaanslagen 2019 en 2021 vernietigd naar aanleiding van het door belanghebbende ingestelde beroep. Daarmee is het door belanghebbende ingestelde beroep gegrond.

Beroep tegen de boetes 2019 en 2021

Belanghebbende is van mening dat de boetes van NAf 250 (2019) en NAf 1.000 (2021) in verband met het te laat indienen van de aangiften winstbelasting 2019 en 2021 ten onrechte zijn opgelegd, omdat belanghebbende geen bedrijf uitoefent, geen activiteiten in het economische verkeer verricht en geen winstdoelstelling heeft, en dus ook niet de verplichting heeft om aangiften in te dienen. In dit verband verwijst belanghebbende naar artikel 1, lid 1, letter b en artikel 2, lid 1, letter h, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 (hierna: Lv WB).

De Inspecteur is van mening dat belanghebbende de verplichting tot het indienen van aangiften wél had en te laat aangiften heeft gedaan. Omdat sprake is van een eerste (2019) en een derde verzuim (2021) is (na vermindering) een boete van NAf 250 (2019) en NAf 1.000 (2021) opgelegd.

Artikel 1, aanhef, alsmede lid 1, letter b van de Lv WB bepaalt:

‘1. Onder de naam van “winstbelasting” wordt een belasting geheven van:

a. (…)

b. binnen de Nederlandse Antillen [Gerecht: bedoeld zal zijn: Curaçao] gevestigde verenigingen, waarbij het kapitaal niet in aandelen is verdeeld, trusts, stichtingen particulier fonds en stichtingen uit bedrijven, andere dan die uitsluitend ter behartiging van een algemeen maatschappelijk belang;

(…).’

Artikel 2, aanhef, alsmede lid 1, letter h van de Lv WB bepaalt:

‘2. Van de belasting is vrijgesteld:

a.-g. (…)

h. de winst van een stichting die overeenkomstig haar statuten is ingericht als een particulier fonds, tenzij deze winst voortvloeit uit bedrijf;

(…).’

In artikel 1 van de Lv WB is derhalve bepaald wie subjectief belastingplichtig zijn. Onder die subjectief belastingplichtigen is mede geschaard: de stichting particulier fonds, zoals belanghebbende. In artikel 2 van de Lv WB is bepaald welke winsten en voordelen zijn vrijgesteld, waarbij het gaat om objectieve vrijstellingen. Onder letter h is bepaald dat de winst van de subjectieve belastingplichtige stichting particulier fonds is vrijgesteld indien die stichting particulier fonds niet een bedrijf uitoefent.

Het belang van het subjectief belastingplichtig zijn van een stichting particulier fonds vloeit ook duidelijk voort uit de parlementaire geschiedenis. Bij de introductie van de subjectieve belastingplicht van de stichting particulier fonds bij Landsverordening van 13 juni 2018, PB 2018, no. 30 heeft de wetgever als toelichting gegeven:

‘Een stichting particulier fonds is per abuis niet opgenomen. Immers. Het is wenselijk dat een stichting particulier fonds jaarlijks aangifte doet, enerzijds om te kunnen controleren of aan alle voorwaarden voor het niet verschuldigd zijn van winstbelasting wordt voldaan en anderzijds vanuit het oogpunt van transparantie ten behoeve van een mogelijk verzoek om inlichtingenuitwisseling. Deze omissie wordt in dit onderdeel hersteld.’

Uit de toelichting van de wetgever leidt het Gerecht af dat de wetgever nadrukkelijk beoogd heeft de stichting particulier fonds aan te merken als subjectief belastingplichtige, onder andere om zodoende een aangiftetoets te kunnen doen plaatsvinden. Aan de hand van de in te dienen aangifte wordt beoordeeld of de belastingplichtige in aanmerking komt voor een objectieve vrijstelling.

In haar reactie op het verweerschrift heeft belanghebbende verder nog aangevoerd dat op grond van het bepaalde in artikel 1, lid 1, letter b, Lv WB belanghebbende niet subjectief belastingplichtig is, onder verwijzing naar: ‘stichtingen particulier fonds en stichtingen uit bedrijven’. Naar het Gerecht begrijpt betoogt belanghebbende in deze dat ‘uit bedrijven’ mede ziet op ‘stichtingen particulier fonds’.

Naar het oordeel van het Gerecht is de interpretatie van belanghebbende onjuist en hoort ‘uit bedrijven’ exclusief bij ‘stichtingen’. De bedoelde categorie betreft derhalve ‘stichtingen uit bedrijven’. De zinsnede ’stichtingen uit bedrijven’ getuigt bepaalt niet van fraai taalgebruik – beter zou zijn: ‘stichtingen die een bedrijf of onderneming uitoefenen –, maar dit betekent zeker niet dat ‘uit bedrijven’ mede ziet op ‘stichtingen particulier fonds’. Zou dit wel het geval zijn dan verwordt artikel 2, lid 1, letter h, Lv WB tot een betekenisloze bepaling, omdat op grond van die bepaling dan de winst wordt vrijgesteld van een lichaam dat niet belastingplichtig is. Daarnaast zou de zienswijze van belanghebbende de parlementaire toelichting, opgenomen onder 4.7 zinledig maken.

Belanghebbende heeft verder nog aangevoerd dat in Nederland de SPF (ook) buiten de vennootschapsbelasting wordt gehouden.

Indien belanghebbende daarmee betoogt dat dit betekent dat om die reden de SPF ook in Curaçao als niet belastingplichtig dient te worden aangemerkt, faalt dat betoog, omdat het Land Curaçao een eigen, autonome wet- en regelgeving kent, onafhankelijk van wat in Nederland te gelden heeft.

Voorts is belanghebbende onder verwijzing naar artikel 18, lid 2 van de ALL van mening dat geen boete kan worden opgelegd, omdat uit genoemde bepaling zou blijken dat sprake zou moeten zijn van verschuldigdheid van belasting die op aangifte moet worden voldaan, wil de Inspecteur een boete kunnen opleggen. En er is in de jaren 2019 en 2021 geen belasting verschuldigd, aldus nog steeds belanghebbende.

Artikel 18, lid 2 van de ALL bepaalt:

‘2. Indien de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de gestelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag een boete van ten hoogste NAf 2.500,— kan opleggen.’

Naar het oordeel van het Gerecht is belanghebbendes interpretatie van artikel 18, lid 2 van de ALL niet juist. De zinsnede ‘belasting die op aangifte moet worden voldaan’ betekent niet dat er sprake dient te zijn van de verschuldigdheid van belasting, maar dat het bepaalde in artikel 18, lid 2 van de ALL ziet op de zogenaamde ‘aangiftebelastingen’, dit ter onderscheiding van de ‘aanslagbelastingen’ (artikel 18, lid 1 van de ALL). Een vergelijkbaar onderscheid tussen aangiftebelastingen en aanslagbelastingen wordt onder andere ook gemaakt in de artikelen 7 en 8 van de ALL en in Afdeling 2 (aanslagbelastingen) en Afdeling 3 (aangiftebelastingen) van de ALL.

Belanghebbende heeft tot slot nog aangevoerd dat vanwege een overschrijding van de termijn waarbinnen uitspraak op bezwaar moet worden gedaan, het bezwaar toegewezen had moeten worden. Belanghebbende doelt in dit verband op het bepaalde in artikel 30, lid 2 van de ALL alwaar is bepaald dat een uitspraak geacht wordt niet tijdig te zijn gedaan indien de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak op bezwaar doet.

Het bezwaarschrift voor het jaar 2019 is bij de Inspecteur binnengekomen op 17 augustus 2021 en er is uitspraak gedaan door de Inspecteur op 3 april 2024. Het bezwaarschrift voor het jaar 2021 is bij de Inspecteur binnengekomen op 24 juli 2023 en er is uitspraak gedaan door de Inspecteur op 5 juni 2024. Het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, zoals in de onderhavige gevallen, wordt gelijkgesteld met het doen van een uitspraak op bezwaar. Als gevolg van deze gelijkstelling wordt de belastingplichtige de gelegenheid geboden om beroep aan te tekenen tegen de weigering van de Inspecteur om tijdig uitspraak op bezwaar te doen. Anders dan belanghebbende kennelijk veronderstelt, betekent dit echter niet dat het bezwaar toegewezen dient te worden.

Al hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot oordeel van het Gerecht dat belanghebbende wel degelijk de verplichting had tot het tijdig doen van aangiften winstbelasting voor de jaren 2019 en 2021. Belanghebbende heeft niet tijdig aangiften gedaan en is vanwege die gedraging terecht beboet. Niet in geschil is dat sprake is van een eerste (2019) en een derde (2021) verzuim. De door de Inspecteur opgelegde boete is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 18, lid 2 van de ALL juncto artikel 4.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht. Het Gerecht oordeelt de boete voorts passend en geboden en ziet dan ook geen reden om de boete te verminderen.

Slotsom beroep tegen de naheffingsaanslag winstbelasting 2019 en 2021 en de ter zake daarvan opgelegde boetes

Voor wat betreft de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021 moet het beroep gegrond worden verklaard, nu de Inspecteur (alsnog) heeft besloten de naheffingsaanslag 2019 en 2021 te vernietigen. Voor zover het de boetes betreft, moet het beroep ongegrond worden verklaard.

5PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Kosten bezwaarfase

Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet ingevolge artikel 32a, lid 2 ALL worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht.

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de kosten van bezwaar. Voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar heeft belanghebbende niet verzocht om een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, zodat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Overigens heeft de Inspecteur naar het oordeel van het Gerecht ook niet ernstig onzorgvuldig gehandeld.

Kosten beroepsfase

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

In artikel 15, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127.

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf. 1.400 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 1).

Griffierecht

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 100 aan belanghebbende te vergoeden.

6DE BESLISSING

Het Gerecht

verklaart het beroep voor zover het betreft de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021 gegrond en voor zover het betreft de boete ongegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021 betreft;

vernietigt de naheffingsaanslagen winstbelasting 2019 en 2021, maar niet de ter zake opgelegde boete van NAf 250 (2019) en NAf 1.000 (2021);

veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van NAf 1.400; en

draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 300 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 21 januari 2025, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

[email protected].

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

— natuurlijke personen: NAf 200

— personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500

Voetnoten

  1. Deze bepaling geldt ook voor de winstbelasting. Zie art. 4.4, lid 3.
  2. vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.