ECLI:NL:OGEAM:2023:80 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 01-02-2023 / 100.00488/22

Doodslag/poging doodslag/poging zware mishandeling

Source officielle

15 min de lecture 3 171 mots

Inhoudsindicatie. Doodslag/poging doodslag/poging zware mishandeling

Parketnummer: 100.00488/22

Uitspraak: 1 februari 2023

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [datum] 1990 te Venezuela,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Sint Maarten.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2022 en 11 januari 2023. Verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Hatzmann, advocaat te Sint Maarten.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, opzettelijk en -al dan niet- met voorbedachten rade [naam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en -al dan niet- na kalm beraad en rustig overleg, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/ of puntig voorwerp meermalen althans eenmaal in de (linker)zijde, althans in het lichaam heeft gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer 1] is overleden;

Feit 2 primair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [naam slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/ of puntig voorwerp meermalen althans eenmaal in de borst heeft gestoken, althans het (boven) lichaam, terwijl de uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 subsidiair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon te weten [naam slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, (met kracht) meermalen althans eenmaal, met een mes althans scherp en/ of puntig voorwerp, die [naam slachtoffer 2] in de borst, althans (boven)lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2 meer subsidair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, een persoon genaamd [naam slachtoffer 2], opzettelijk heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans scherp en/of puntig voorwerp, door opzettelijk (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met dat mes althans scherp en/of puntig voorwerp, die [naam slachtoffer 2] in de borst te steken;

Feit 3 primair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon te weten [naam slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet,(met kracht) meermalen althans eenmaal, met een mes althans scherp en/of puntig voorwerp, die [naam slachtoffer 3] in de (boven)arm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3 subsidiair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, een persoon genaamd [naam slachtoffer 3], opzettelijk heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, althans scherp en/ of puntig voorwerp, door opzettelijk (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met dat mes althans scherp en/ of puntig voorwerp, die [naam slachtoffer 3] in de boven(arm) te steken;

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van moord (feit 1)

Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw acht het Gerecht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer met voorbedachte raad heeft gestoken, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van moord (onder feit 1).

Beslissing inzake het bewijs en bewezenverklaring ten aanzien van feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1 ten laste gelegde doodslag, de onder feit 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag en de onder feit 3 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van de onder 2 primair en 3 primair tenlastegelegde feiten. Volgens de raadsman is er onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen.

Beoordeling door het Gerecht

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht — op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en bewijsoverweging, in onderling verband en samenhang beschouwd — wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, opzettelijk en -al dan niet- met voorbedachten rade [naam slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en -al dan niet- na kalm beraad en rustig overleg, (met kracht) met een mes, althans een scherp en/ of puntig voorwerp meermalen althans eenmaal in de (linker)zijde, althans in het lichaam heeft gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer 1] is overleden;

Feit 2 primair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet die [naam slachtoffer 2] (met kracht) met een mes, althans een scherp en/ of puntig voorwerp meermalen althans eenmaal in de borst heeft gestoken, althans het (boven) lichaam, terwijl de uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3 primair

hij op of omstreeks 14 februari 2021 te Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon te weten. [naam slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, (met kracht) meermalen althans eenmaal, met een mes althans scherp en/of puntig voorwerp, die [naam slachtoffer 3] in de (boven)arm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Bewijsmiddelen en bewijsoverweging

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Ten aanzien van alle feiten:

De verklaring van verdachte afgelegd op de terechtzitting van 11 januari 2023, voor zover inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

Ik had een mes. Ik heb drie personen gestoken dan wel geraakt met het mes.

Ten aanzien van feit 1:

Een proces-verbaal van bevindingen voor zover inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

De opgenomen camerabeelden van de rechtspersoon Chiquito Carwash werden gevorderd en verkregen. De camerabeelden zijn bekeken en het navolgende is bevonden.

22:35:13 uur: verdachte maakt met zijn rechterhand een zwaaiende horizontale beweging en raakt een persoon, vermoedelijk slachtoffer [naam slachtoffer 1] aan de zijkant van het lichaam.

Een geschrift, te weten een lijkschouw door forensisch arts, dr. M. Mecuur, d.d. 18 februari 2021:

Ik heb het stoffelijk overschot van [naam slachtoffer 1] onderzocht. Op het lichaam werd aangetroffen:

a. Over een vrij grote lengte in het midden van de buik een dicht geniete operatie wond;

b. Iets links daarvan een kleine opening met een hechting, waarschijnlijk van een drain;

c. Links achter een dichtgehechte scherprandige opening.

Uit het operatie verslag blijkt dat er een wond was links achter en een bloeding in de buikholte veroorzaakt door wonden en bloedingen van de linker nier en bloedvaten rondom de linker nier en dat de geschatte bloeding aan het einde van de operatie 6600cc bedroeg.

Uit het bovenstaand kan het volgende geconcludeerd worden:

d. De hoeveelheid acuut bloedverlies is niet met het leven verenigbaar en dus de doodsoorzaak;

e. Dit bloedverlies is het gevolg van de inwendige bloeding in de buik;

f. De inwendige bloeding in de bulk is het gevolg van de wond links achter.

Ten aanzien van feit 2:

Een proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer 2]:

I felt a stab on the right side under my chest.

Een medische verklaring d.d. 14 februari 2021, voor zover inhoudende, kort en zakelijk weergegeven:

J. [naam slachtoffer 2] is onderzocht op 14 februari 2021.

Omschrijving van het letsel: een steekwond in de linker bovenbuik. Het letsel had de dood kunnen veroorzaken.

Ten aanzien van feit 3:

Een proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer 3]:

[naam verdachte] came to stab me and I put up my arm to protect myself. That is when [naam verdachte] stab me in my left elbow. If I did not put my arm up to defend myself, he would stab me in my chest.

Een proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige]:

I heard my friend [naam slachtoffer 3] asking for help. I started to run towards [naam slachtoffer 3], but I saw that [naam slachtoffer 3]also was running away. [naam slachtoffer 3] ran away because [naam verdachte] had the knife in his hands. Then [naam]passed me by, running towards [naam slachtoffer 3]. I heard [naam] asking [naam slachtoffer 3] if he stabbed him. I heard [naam slachtoffer 3] saying ‘yes he did’.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3

[naam slachtoffer 3] is door verdachte gestoken. Doordat [naam slachtoffer 3] zichzelf heeft afgeweerd is het letsel beperkt gebleven tot een steekwond in zijn elleboog in plaats van zijn borst. Aangezien het steken evengoed zwaar letsel tot gevolg had kunnen hebben, acht het Gerecht verdachte schuldig aan de onder feit 3 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling.

Kwalificatie van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

Doodslag

Feit 2 primair

Poging tot doodslag

Feit 3 primair

Poging tot zware mishandeling

Strafbaarheid van de feiten en strafbaarheid van verdachte

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde onder feit 1 en feit 2 primair moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu sprake was van een noodweersituatie en het handelen van verdachte voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat verdachte zelf is teruggekeerd naar de personen met wie hij even daarvoor al ruzie had of zelfs een gewelddadig incident heeft gehad, doet daar volgens de verdediging niet aan af.

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat het handelen van verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding. Gedragingen van verdachte die aan de wederrechtelijke aanranding door het latere slachtoffer zijn voorafgegaan, kunnen in de weg staan aan het slagen van een beroep op noodweer of noodweerexces, maar slechts onder bijzondere omstandigheden. Van zulke bijzondere omstandigheden kan bijvoorbeeld sprake zijn in het geval van culpa in causa, dat wil zeggen een geval waarin verdachte de aanval heeft uitgelokt door provocatie van het latere slachtoffer en hij aldus uit was op een confrontatie,

of wanneer hij willens en wetens de confrontatie met het slachtoffer heeft gezocht en een gewelddadige reactie van het slachtoffer heeft uitgelokt.

Het Gerecht stelt op grond van de stukken in het dossier vast dat eerder die avond in de containerbar al een gewelddadig incident had plaatsgevonden tussen verdachte en [naam slachtoffer 2], waarbij [naam slachtoffer 2] door verdachte was gestoken in zijn buik. [naam slachtoffer 2] had verwondingen opgelopen en was door een vriend naar het ziekenhuis gebracht. Verdachte is na dit steekincident met zijn vriend weggegaan naar een andere bar. Daar hoorde verdachte dat hij werd gezocht door de vrienden van [naam slachtoffer 2] die nog bij de containerbar aanwezig waren.

Vervolgens is verdachte samen met zijn vriend in de auto terug gegaan naar de containerbar. Op het moment dat verdachte en zijn vriend daar arriveerden, zagen zij dat vrienden van [naam slachtoffer 2] stokken pakten en daarmee in de richting van verdachtes auto liepen. Verdachte is toen uitgestapt met een mes in zijn handen en is de confrontatie met de groep mannen aangegaan. Daarbij werd verdachte geslagen en bedreigd door mannen met stokken. Verdachte heeft toen [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 1] gestoken met als gevolg dat [naam slachtoffer 1] is komen te overlijden.

Gelet op het voorgaande is het Gerecht van oordeel dat verdachte, door terug te gaan naar de containerbar en daar met een mes uit de auto te stappen, terwijl hij wist dat hij werd gezocht door de vrienden [naam slachtoffer 2], willens en wetens door provocatie de aanval door de vrienden van [naam slachtoffer 2] heeft uitgelokt en derhalve dat verdachte uit was op een confrontatie met die vrienden (culpa in causa). Daar komt bij dat verdachte, op het moment dat hij zag dat de groep vrienden zich met stokken bewapende, er voor had kunnen kiezen om in de auto te blijven en weg te rijden.

Door aldus te handelen komt verdachte geen geslaagd beroep op noodweer toe en wordt het beroep op noodweer verworpen.

Er is verder geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft voorts ten aanzien van het bewezenverklaarde onder feit 1 en feit 2 subsidiair een beroep op noodweerexces gedaan. Zoals hiervoor is overwogen is naar het oordeel van het Gerecht sprake van culpa in causa, zodat verdachte ook geen geslaagd beroep op noodweerexces toekomt. Het beroep op noodweerexces wordt daarom eveneens verworpen.

Er zijn verder geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

Verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het Gerecht verzocht in geval van een bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de geëiste straf enigszins te matigen. Verdachte heeft drie kleine kinderen en zijn familie woont niet op Sint Maarten, waardoor detentie voor hem extra zwaar zal zijn.

Overwegingen van het Gerecht

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan verdachte te verwijten is en op de persoon van verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt als indicatie voor ‘doodslag’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 tot 12 jaren gegeven en voor ‘poging tot doodslag, waarbij sprake is van steken met een mes’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 4 jaren.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een doodslag, een poging tot doodslag en een poging tot zware mishandeling. De slachtoffers waren die avond met hun baseball team en vrienden de overwinning van die dag aan het vieren in een bar. Ook verdachte was daar die avond aanwezig. Verdachte, die volgens de bardame dronken was en zich agressief gedroeg, heeft slachtoffer [naam slachtoffer 2] in de borst gestoken vanwege een omgestoten glas bier. Verdachte heeft vervolgens de bar verlaten. Enige tijd later besloot verdachte terug te keren naar dezelfde bar waar de vrienden van [naam slachtoffer 2] nog aanwezig waren.

Verdachte is daar de confrontatie met die vrienden aangegaan, en heeft slachtoffer [naam slachtoffer 1] dodelijk verwond met het mes, en heeft slachtoffer [naam slachtoffer 3] getracht in de borst te steken. Doordat [naam slachtoffer 3] zijn bovenlichaam met de arm beschermde, heeft verdachte niet in de borst maar in de arm van dit slachtoffer gestoken.

Zonder werkelijke aanleiding is verdachte overgegaan tot zinloos en excessief geweld met als gevolg dat een jonge man van zijn leven is beroofd en twee anderen gewond zijn geraakt. Met zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer [naam slachtoffer 1] diens meest waardevolle bezit, namelijk zijn leven, ontnomen. Het staat buiten kijf dat hij de nabestaanden onbeschrijflijk leed heeft aangedaan.

Daarnaast hebben de andere twee slachtoffers ongetwijfeld pijn en angst ondervonden van het handelen van verdachte. Verder is de maatschappelijke impact van deze feiten groot; dergelijk zinloos geweld versterkt de gevoelens van onveiligheid en onrust in de maatschappij.

Het Gerecht rekent verdachte dit alles zwaar aan.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van een strafblad, geven het Gerecht geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.

Alles afwegende is het Gerecht, evenals de officier van justitie, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in uitleveringsdetentie en in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:62, 1:63, 1:119, 1:136, 2:259 en 2:275 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in uitleveringsdetentie en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. H.G. Eskes, bijgestaan door mr. A.H.A. van Roessel, griffier, en op 1 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht te Sint Maarten.

Voetnoten

  1. Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige — en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte — processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten (Team Zware Criminaliteit Bestrijding) d.d. 23 september 2022, geregistreerd onder het proces-verbaalnummer 393/JD/21 en de onderzoeksnaam ‘THYME’.
  2. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2021, p. 77 e.v. van het dossier
  3. Lijkschouw door forensisch arts, dr. M. Mecuur, d.d. 18 februari 2021, p. 58 van het dossier
  4. Proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer 2] d.d. 14 februari 2021, p. 73 e.v. van het dossier
  5. Formulier medische informatie d.d. 14 februari 2021, p. 76 van het dossier
  6. Proces-verbaal van aangifte door [naam slachtoffer 3] d.d. 15 februari 2021, p. 66 e.v. van het dossier
  7. Proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige] d.d. 15 februari 2021, p. 103 e.v. van het dossier

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.