ECLI:NL:ORBAACM:2025:29 Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 12-11-2025 / CUR2024H00125

Het verzoek om herziening wordt afgewezen. Het gaat hier niet om enige omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of kon zijn.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Het verzoek om herziening wordt afgewezen. Het gaat hier niet om enige omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of kon zijn.

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN

VAN CURAҪAO

Uitspraak

op het verzoek om herziening van de uitspraak

van de Raad van 28 februari 2024, CUR2023H00261,
in de zaak van:

[Verzoeker],
wonende te Curaçao,
verzoeker (hierna: [verzoeker]),

en

het bestuur van het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao,
(hierna: APC),
gemachtigde: mr. L.M. Virginia, advocaat

Procesverloop

1. APC heeft met het besluit van 21 augustus 2020 de hoogte van de pensioenbetalingen aan [verzoeker] gewijzigd (wijzigingsbesluit). Dit had onder andere te maken met het gewijzigd standpunt van de APC over het recht van [verzoeker] op een vut-uitkering, op duurtetoeslag en op de berekening van zijn pensioengrondslag in verband met de periode dat hij lid was van de Eilandsraad. Met het besluit van 19 augustus 2020 heeft APC van [verzoeker] vut-uitkering teruggevorderd en verrekend met zijn pensioenbetalingen (terugvorderingsbesluit). Tegen beide besluiten heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.

1.1. APC heeft met de beslissing op bezwaar van 21 juli 2021 (bestreden besluit) de bezwaren van [verzoeker] tegen het wijzigingsbesluit en het terugvorderingsbesluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

1.2. Het Gerecht heeft met de uitspraak van 30 augustus 2023, CUR202102254, het beroep van [verzoeker] tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit vernietigd. Het APC heeft hoger beroep tegen deze uitspraak ingesteld.

1.3. Met de uitspraak van 28 februari 2024 heeft de Raad – voor zover hier van belang — de uitspraak van het Gerecht vernietigd, het beroep van [verzoeker] tegen het bestreden besluit gegrond verklaard voor zover dit ziet op de terugvordering en verrekening van de vut-uitkering. De Raad heeft APC opgedragen een nieuw terugvorderingsbesluit te nemen.

1.4. Op 21 mei 2024 heeft [verzoeker] de Raad verzocht de uitspraak van de Raad van 28 februari 2024 te herzien (herzieningsverzoek).

1.5. De Raad heeft het herzieningsverzoek behandeld op de zitting van 24 oktober 2025. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn adviseur, M. J. Bernadina.
APC heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. A. Juliana.

2Beoordelingskader

In de Regeling ambtenarenrechtspraak (RAr) is een regeling van de herziening van uitspraken van de ambtenarenrechter opgenomen.

Op grond van artikel 135, eerste lid, van de RAr is ieder die partij was in een geding, bevoegd, binnen drie maanden nadat van enige omstandigheid als in het tweede lid bedoeld is gebleken, de herziening van een onherroepelijke of onherroepelijk geworden uitspraak te verzoeken. In het tweede lid is bepaald dat de herziening wordt verzocht op de grond dat gebleken is van enige omstandigheid

die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was en die op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doet ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van de Raad.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie de uitspraak van 16 december 2020, ECLI:NL:ORBAACM:2020:31) is het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld om het geschil waarover is beslist bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, opnieuw aan de Raad voor te leggen. Herziening is ook niet bedoeld om een partij in de gelegenheid te stellen om argumenten die verzoeker in hoger beroep bij de Raad naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen, opnieuw of alsnog naar voren te brengen om zodoende het debat te heropenen.

Gelet op het hiervoor geschetste kader dient in de eerste plaats te worden vastgesteld of sprake is van enige omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of bekend kon zijn. Daarbij moet het gaan om feiten of omstandigheden die de Raad niet bij zijn eerdere beoordeling heeft kunnen betrekken.

3

3. De omvang van het geding

De Raad stelt vast dat in de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht drie geschilpunten zijn besproken. In het herzieningsverzoek wordt ingegaan op twee van de drie geschilpunten. [verzoeker] stelt zich op het standpunt dat de uitspraak van de Raad voor wat betreft het oordeel over zijn recht op een duurtetoeslag en de gewijzigde pensioengrondslag in verband met zijn diensttijd als lid van de Eilandsraad niet juist is. De Raad gaat hierna in op deze twee geschilpunten.

4Duurtetoeslag

Volgens [verzoeker] heeft de Raad bij zijn oordeel over de duurtetoeslag het verkeerde wettelijk kader toegepast. De Raad heeft niet onderkend dat de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (Pvlo) per 1 januari 2002 is gewijzigd en dat artikel 101, vierde lid, Pvlo per die datum is vervallen, waardoor [verzoeker] op grond van het eerste lid van artikel 101 het recht op duurtetoeslag heeft behouden. Volgens [verzoeker] gaat het om een nieuw gebleken feit dat tijdens de rechtszaak niet naar voren is gekomen en dat hem pas duidelijk is geworden bij lezing van de uitspraak van 28 februari 2024.

De Raad volgt [verzoeker] niet. De Raad heeft in de uitspraak van 28 februari 2024 het recht op duurtetoeslag van [verzoeker] op grond van het volgens de Raad toepasselijke wettelijk kader beoordeeld. De wetswijziging waarop [verzoeker] doelt heeft plaatsgevonden op 1 januari 2002, dat wil zeggen ruim twintig jaar geleden. Die wetswijziging kan daarom niet worden aangemerkt als enige omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of bekend kon zijn. Dat [verzoeker] meent dat de Raad de wet verkeerd heeft toegepast en dat hij daarvan pas kennis nam bij lezing van de uitspraak maakt dit niet anders.

5

5. Diensttijd van [verzoeker] als lid van de Eilandsraad

Over de gewijzigde pensioengrondslag in verband met de periode dat [verzoeker] lid was van de eilandsraad heeft [verzoeker] aangevoerd dat de Raad ten onrechte geen rekening heeft gehouden met -kort gezegd- een speciale regeling voor gezagsdragers. [verzoeker] stelt dat de Tijdelijke regeling vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers, die speciaal is opgesteld ten behoeve van een overheidsdienaar die tevens lid was van de Eilandsraad, als lex specialis voorrang heeft boven de Pvlo, die voor alle overheidsdienaren geldt. Als novum en tevens grondslag voor het verzoek om herziening wijst [verzoeker] op de Memorie van Toelichting bij het ontwerp landsverordening van de Tijdelijke regeling vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers, waarin uitdrukkelijk een onderscheid wordt gemaakt tussen de actieve overheidsdienaar met bijzondere vrijstelling van dienst enerzijds, waaronder [verzoeker], en de op non-actief gestelde ambtenaar anderzijds. Dit heeft de Raad volgens [verzoeker] niet onderkend.

De Raad stelt vast dat de Tijdelijke regeling vrijstelling van dienst ambtenaren en werknemers op 28 november 1997 is vastgesteld. De Memorie van Toelichting bij het ontwerp van deze landsverordening is eveneens uit de jaren negentig. Dat wat daarin is verwoord had onderdeel kunnen uitmaken van het debat tussen partijen in de procedure bij de Raad die heeft geleid tot de uitspraak van 28 februari 2024. Het is dus niet een omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of bekend kon zijn.

6Slotsom

De Raad komt tot de slotsom dat geen sprake is van enige omstandigheid die bij de behandeling van het hoger beroep aan de Raad niet bekend was of bekend kon zijn als bedoeld in artikel 135 RAr. De Raad komt daarom niet toe aan bespreking van de voor herziening eveneens geldende voorwaarde dat de gestelde nieuw gebleken feiten op zich zelf of in verband met andere feiten of omstandigheden ernstige twijfel doen ontstaan aan de juistheid van de uitspraak van de Raad van 28 februari 2024.

Het herzieningsverzoek moet worden afwezen.

Voor een vergoeding van proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 februari 2024, CUR2023H00261, af.

Deze uitspraak is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. M.G.M. Schwengle , leden, en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.