ECLI:NL:PHR:2025:1371 Parket bij de Hoge Raad , 16-12-2025 / 24/04317

Conclusie AG. Profijtontneming hennepteelt. Faled middel dat Geerings-rechtspraak meebrengt dat partiële vrijspraak van diefstal elektriciteit voor hennepteelt betekent dat voordeel uit die hennepteelt niet meer kan worden ontnomen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/03602 en 24/04318.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Conclusie AG. Profijtontneming hennepteelt. Faled middel dat Geerings-rechtspraak meebrengt dat partiële vrijspraak van diefstal elektriciteit voor hennepteelt betekent dat voordeel uit die hennepteelt niet meer kan worden ontnomen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 23/03602 en 24/04318.

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/04317 P

Zitting 16 december 2025

CONCLUSIE

M.E. van Wees

In de zaak

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de betrokkene.

1Inleiding

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 21 november 2024 (parketnr. 20000366-20) de betrokkene – ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel – de verplichting opgelegd tot betaling van € 393.292,00 aan de Staat. Het hof heeft daarbij de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen bepaald.

Er bestaat samenhang met de zaken 23/03602 en 24/04318. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.

Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene en S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2De zaak in het kort

De betrokkene in deze ontnemingszaak is in de onderliggende strafzaak (23/03602) in hoger beroep veroordeeld wegens — kort gezegd — het op 12 september 2017 opzettelijk telen van ongeveer 1.116 hennepplanten en 654 hennepstekken. In die strafzaak is de betrokkene ook veroordeeld wegens diefstal van elektriciteit in de periode van 4 juli 2017 tot en met 12 september 2017. Het hof heeft de betrokkene vrijgesproken voor zover de diefstal van de elektriciteit zag op de ten laste gelegde periode van 1 oktober 2016 tot 4 juli 2017. Het middel klaagt dat, hoewel de betrokkene in de strafzaak is vrijgesproken voor die diefstal van elektriciteit in die periode voorafgaand aan 4 juli 2017, het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft geschat voor het telen van hennep in de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017, hetgeen niet te verenigen zou zijn met de partiële vrijspraak van de diefstal van elektriciteit en de daaronder gelegen motivering.

3Het middel

In de hoofdzaak is aan de betrokkene onder 1 en 2 tenlastegelegd dat:

“1. hij, op of omstreeks 12 september 2017, in [plaats] , opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 1116 hennepplanten en/of 654 hennepstekken, in elk geval (een) grote hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

2. hij, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017, in [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [A] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Daarvan is bewezenverklaard dat:

“1. hij op 12 september 2017, in [plaats] , opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van ongeveer 1116 hennepplanten en 654 hennepstekken, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. hij in de periode van 4 juli 2017 tot en met 12 september 2017, in [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan [A] B.V.”

Het hof heeft de betrokkene in de hoofdzaak ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit partieel vrijgesproken. Daartoe heeft het hof het volgende overwogen:

“Partiële vrijspraak feit 2

Anders dan de rechtbank, heeft het hof uit de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte zich gedurende de gehele tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Het hof overweegt als volgt. De tenlastegelegde periode is gebaseerd op de verdenking dat op de locatie waar de hennepkwekerij is aangetroffen over een langere periode hennepplanten zijn geteeld en elektriciteit is gestolen. Die verdenking berust op een in oktober 2016 door [A] uitgevoerde blokmeting. Bij deze meting van het elektriciteitsverbruik van meerdere aansluitingen werd een terugkerend schakelpatroon waargenomen. Op basis daarvan kan, naar het oordeel van het hof, evenwel niet met zekerheid worden vastgesteld dat op dat moment door de verdachte illegaal elektriciteit werd afgenomen. [A] en de politie zijn immers kort daarna, op 19 oktober 2016, op het perceel van de verdachte geweest en zij hebben aldaar niets geconstateerd dat op de diefstal van elektriciteit duidde. Op basis van het aantal op 12 september 2017 aangetroffen hennepplanten heeft [A] de illegaal afgenomen elektriciteit begroot en is daarbij uitgegaan van een teeltperiode van 9 weken. Het hof sluit zich hierbij aan en acht aldus bewezen dat in de periode van 4 juli 2017 tot en met 12 september 2017 elektriciteit is weggenomen. Het hof spreekt de verdachte derhalve vrij van het tenlastegelegde voor zover betrekking hebbend op de periode van 1 oktober 2016 tot 4 juli 2017.”

Het bestreden arrest houdt ten aanzien van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel het volgende in (met weglating van een voetnoot):

“Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De veroordeling

De betrokkene is bij arrest van dit hof arrest van 5 september 2023 in de zaak met parketnummer 20-000365-20 tot straf veroordeeld ter zake van (onder meer):

1. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, gepleegd op 12 september 2017,

2. diefstal, gepleegd in de periode 4 juli 2017 tot en met 12 september 2017, en

4. valsheid in geschrift, meermalen gepleegd in de periode 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017.

In de zaak met parketnummer 20-000365-20 heeft het hof op de terechtzitting van 22 augustus 2023 de splitsing bevolen van het in die zaak onder feit 3 tenlastegelegde en bepaald dat het hof te zijner tijd afzonderlijk uitspraak zal doen in de afgesplitste zaak, die vervolgens is geregistreerd onder parketnummer 20-002333-23. In laatstgenoemde zaak is de betrokkene bij arrest van dit hof van 21 november 2024 eveneens veroordeeld tot straf, nu ter zake van:

3. van het plegen van witwassen een gewoonte maken, gepleegd in de periode 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2017.

De wettelijke grondslag

Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van de hiervoor vermelde strafbare feiten of uit de baten van andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, heeft verkregen.

Algemeen

(…)

Het hof baseert zich bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid van Wetboek van Strafrecht van 2 oktober 2017, alsmede de daarbij behorende bijlage, betreffende de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken (FPA) d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016).

De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Opbrengsten

Oogsten

Tijdens het onderzoek op de locatie [a-straat 1] te [plaats] werden door de politie allerlei sporen aangetroffen die er op duiden dat in ieder geval in de grote kweekruimte, aangeduid als kweekruimte 1, meerdere keren hennep is geoogst. Uit de hiervoor vermelde bewijsmiddelen blijkt namelijk dat op diverse plaatsen verdroogde resten van hennepplanten en lege jerrycans van groeimiddelen zijn aangetroffen, dat er sprake was van (ernstige) kalkafzetting, van stof op de koolstoffilters en op allerlei andere voorwerpen in de kwekerij en van sterk verkleurd PUR schuim. Verder werden in de kweekruimte enkele gebruikte knipscharen aangetroffen. In de kleinere kelder, aangeduid als kweekruimte 2, werden gebruikte droognetten aangetroffen. Ook de positieve meting van het energiebedrijf [A] van oktober 2016 duidt op de aanwezigheid van een hennepkwekerij in die tijd.

Gelet op het voorgaande en de overige hiervoor vermelde bewijsmiddelen is voor het hof voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene voordeel heeft behaald uit tenminste 4 eerdere oogsten in kweekruimte 1.

Totale bruto-opbrengst

Uit het dossier volgt dat in “kweekruimte 1” 1.116 hennepplanten zijn aangetroffen en dat er per m2 22 planten stonden. Ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 levert dit (per oogst) een opbrengst op van 24,6 gram hennep per plant.

Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst daarvan vast op een bedrag van € 4.070,— per kilogram.

Gelet op het vorenstaande komt het hof, per kweekruimte, tot de volgende totale bruto-opbrengst.

Kweekruimte 1: Opbrengst (kg): 1.116 hennepplanten x 24,6 gram x 1.000 = 27,45 kilogram.

Opbrengst (€): 27,45 kilogram x € 4.070,- = € 111.721,—

De totale bruto opbrengst per oogst is dus € 111.721,—.

Schatting van de kosten

Ter zake van de kostenberekening heeft het hof aansluiting gezocht bij het in deze zaak opgemaakte, bij de bewijsmiddelen opgenomen, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij en de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht' van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016, aangezien uit de verklaring van de betrokkene en het dossier geen concrete en betrouwbare aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit is af te leiden dat van die landelijk aanvaarde uitgangspunten moet worden afgeweken.

Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient acht te worden geslagen op de aannemelijk geworden kosten. Naar het oordeel van het hof dienen op voormeld bedrag derhalve de volgende kosten, die in directe relatie staan met de eerdere teelten en oogsten van 1.116 hennepplanten en als reële uitvoeringskosten daarvan kunnen worden gezien, in mindering te worden gebracht.

Afschrijvingskosten

Het hof zoekt wat betreft het bedrag van de in aanmerking te nemen afschrijvingskosten aansluiting bij hetgeen is vermeld in het rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 en hetgeen in het BOOM-rapport van november 2010 is beschreven omtrent de afschrijvingstermijn voor investeringen in een hennepkwekerij.

Gelet daarop stelt het hof de afschrijvingskosten in kweekruimte 1 per oogst vast op het navolgende bedrag: 1.116 hennepplanten = € 650,—.

Kosten hennepstekken

Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 een inkoopprijs van € 3,81 per stek/plant in aanmerking nemen.

Het hof zal de kosten hennepstekken ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op 1.116 planten x € 3,81 = €4.251,96.

Variabele kosten

Het hof zal — conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 — uitgaan van € 3,88 per plant per oogst. Het hof zal de totale variabele kosten ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op een bedrag van 1.116 planten x € 3,88 = € 4.330,08.

Kosten knippen

Overeenkomstig het hierboven bij de bewijsmiddelen vermelde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij acht het hof het aannemelijk dat gebruik is gemaakt van knippers. Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 de kosten van de knippers per plant van € 2,00 in aanmerking nemen.

Het hof zal de totale kosten van knippen ten aanzien van 1.116 hennepplanten vaststellen op 1.116 x € 2,00 = € 2.232,00.

Totaal aan kosten

Gelet op het voorstaande komt het hof tot de volgende berekening van de in mindering te brengen kosten per oogst:

— afschrijvingskosten = € 650,00

— hennepstekken = € 4.251,96

— variabele kosten = € 4.330,08

— kosten knippers = € 2.232,00+/+

Totaal aan kosten per oogst = € 11.464,04

Afgerond gaat het om € 11.465,00 aan kosten per oogst.

Kosten elektriciteit

Vaststaat dat de ten behoeve van de hennepkwekerij gebruikte stroom op illegale wijze is weggenomen. In het hierboven bij de bewijsmiddelen vermelde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij is nog geen rekening gehouden met deze kosten. Uit de stukken in het dossier blijkt echter dat de betrokkene hiervoor inmiddels € 7.732,— aan [A] heeft moeten betalen. Overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir van de advocaat-generaal zal het hof dit bedrag in mindering brengen op de geschatte opbrengst van de hennepkwekerij.

Vaststelling geschat wederrechtelijk verkregen voordeel

Uit het vorenstaande volgt dat het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op:

De totale bruto opbrengst van de oogst bedraagt: = € 111.721,00

De totale kosten van de oogst bedragen: = € 11.465,00 -/-

Wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst: = € 100.256,—

Uitgaande van 4 oogst stelt het hof het geschatte wederrechtelijke voordeel vast op: 4 x € 100.256, = € 401.024,. Dit bedrag dient nog verminderd te worden met de kosten van elektriciteit van € 7.732,.

Gelet op het vorenstaande zal het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel in totaal vaststellen op: € 401.024,— minus € 7.732,— = € 393.292,—.

In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het hof in de strafzaak expliciet heeft overwogen dat het uitgaat van een teeltperiode van negen weken en dat het de betrokkene daarom heeft vrijgesproken van de diefstal van stroom voor de periode van 1 oktober 2016 tot 4 juli 20217. De motivering van de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel – die gebaseerd is op een teeltperiode van 1 oktober 2016 tot en met 12 september 2017 –zou niet te verenigen zijn met de deelvrijspraak en de daaraan ten grondslag gelegde motivering.

De steller van het middel beroept zich in dat verband op de uitspraak van het EHRM in de zaak Geerings tegen Nederland. Het EHRM overwoog daarin dat “the presumption of innocence […] will be violated if a judicial decision or a statement by a public official concerning a person charged with a criminal offence reflects an opinion that he is guilty before he has been proved guilty according to law” (par. 41). Geerings tegen Nederland betrof het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij “the impugned order related to the very crimes of which the applicant had in fact been acquitted” (par. 48). Het EHRM constateerde een schending van de onschuldpresumptie omdat het oordeel van het hof neerkwam op “a determination of the applicant's guilt without the applicant having been "found guilty according to law"”.

De betrokkene is in de strafzaak in hoger beroep veroordeeld wegens, kort gezegd, het (opzettelijk) telen van ongeveer 1.116 hennepplanten en 654 hennepsteken op 12 september 2017. De in de tenlastelegging opgenomen pleegperiode betreft slechts “in of omstreeks 12 september 2017”. Er is dus geen sprake van een vrijspraak van de hennepteelt voor enige andere periode en dus ook niet voor de periode van 1 oktober 2016 tot 4 juli 2017. Wel is de betrokkene in hoger beroep vrijgesproken van diefstal van elektriciteit in de periode van 1 oktober 2016 tot 4 juli 2017. Inzake die partiële vrijspraak heeft het hof overwogen dat de tenlastegelegde periode is gebaseerd op de verdenking dat op de locatie waar de hennepkwekerij is aangetroffen over een langere periode hennepplanten zijn geteeld en elektriciteit is gestolen en dat die verdenking berust op een in oktober 2016 door [A] uitgevoerde blokmeting. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat op basis daarvan evenwel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat op dat moment door de betrokkene illegaal elektriciteit werd afgenomen. Het hof heeft verder vastgesteld dat [A] op basis van het aantal op 12 september 2017 aangetroffen hennepplanten de illegaal afgenomen elektriciteit heeft begroot en daarbij is uitgegaan van een teeltperiode van 9 weken. Het hof heeft zich wat betreft de bewezenverklaarde periode van diefstal van de elektriciteit daarbij aangesloten.

Het voordeel in de onderhavige zaak is berekend op transactiebasis en de ontneming ervan steunt op art. 36e lid 2 Sr. Het voordeel dat is ontnomen komt volgens het hof voort uit “de hiervoor vermelde strafbare feiten of uit de baten van andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan”. Uit de overwegingen van het hof volgt dat dit andere strafbare feit het telen van hennep in kweekruimte 1 betreft en dat de betrokkene voordeel heeft behaald uit ten minste vier eerdere oogsten. Van dit feit is de betrokkene zoals hiervoor onder 3.7 opgemerkt niet vrijgesproken.

Ontneming van het voordeel dat door dat feit verkregen, dat wil zeggen zonder dat dit feit onderdeel is geweest van een strafzaak, is niet in strijd met de onschuldpresumptie in art. 6 lid 2 EVRM. Dat het hof is uitgegaan van vier eerder oogsten en dat de periode van die eerdere oogsten – uitgaande van een kweekcyclus van tien weken – samenvalt met de tenlastegelegde periode waarin elektriciteit zou zijn gestolen, terwijl de betrokkene in de strafzaak van die diefstal deels is vrijgesproken, betekent nog niet dat het hof die diefstal aan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten grondslag heeft gelegd. Evenmin brengt dit mee dat het hof alsnog heeft aangenomen dat de betrokkene schuld heeft aan dat feit. De ontneming vindt immers niet plaats vanwege de elektriciteitsdiefstal maar op grond van de hennepteelt, zodat die ontneming niets zegt over de al dan niet betrokkenheid van de betrokkene bij die diefstal. Dat het hof de enkele positieve blokmeting van het energiebedrijf [A] van oktober 2016 onvoldoende heeft geacht voor een veroordeling voor diefstal van elektriciteit, staat er niet aan in de weg dat hof deze blokmeting samen met andere bewijsmiddelen ten grondslag legt aan het oordeel dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene zich in dezelfde periode schuldig heeft gemaakt aan hennepteelt.

Het middel faalt derhalve voor zover het de klacht bevat dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft geschat en de betalingsverplichting heeft opgelegd ter ontneming van voordeel dat verkregen zou zijn uit een feit waarvan de betrokkene in de strafzaak (partieel) is vrijgesproken.

Door de steller van het middel wordt daarnaast nog aangevoerd dat het oordeel van het hof dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene in de periode van 1 oktober 2016 tot 12 september 2017 hennep heeft geteeld ontoereikend is gemotiveerd.

Het hof heeft zijn oordeel dat de betrokkene vier eerdere oogsten heeft gerealiseerd onder meer ontleend aan ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art. 36e 2e lid Sr d.d. 2 oktober 2017’. Uit dit rapport volgt onder meer dat er op diverse plaatsen verdroogde resten van hennepplanten en lege jerrycans zijn aangetroffen, dat er ernstige kalkafzetting op (water)slangen die op de vloeren van de kweekruimte lagen werd waargenomen, dat het filterdoek van de koolstoffilter en de filters zelf waren vervuild en dat vervuiling van het filterdoek pas na langere tijd optreedt. Uit het rapport blijkt verder dat er stof op diverse voorwerpen in de hennepkwekerij lag, hetgeen ook pas na langere tijd optreedt, dat er gebruikte droognetten zijn aangetroffen, dat het PUR-schuim was verkleurd en dat er gebruikte knipscharen zijn aangetroffen. Tot slot heeft het hof gewezen op de positieve meting van [A] van oktober 2016, die naar het oordeel van het hof duidt op de aanwezigheid van een hennepkwekerij in die tijd. Het hierop gebaseerde (kennelijke) oordeel van het hof dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene in de periode voorafgaand aan 12 september 2017 hennep heeft geteeld en daarmee (ten minste) vier eerdere oogsten heeft gerealiseerd, acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Het middel faalt.

4Afronding

Het middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.

Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn vestreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Immers, ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt (23/03602), is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. In de strafzaak heb ik om die reden geadviseerd tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. Gelet daarop kan in deze ontnemingszaak worden volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

  1. ECLI:NL:GHSHE:2024:3795.
  2. EHRM 1 maart 2007, nr. 30810/03 (Geerings/The Netherlands), NJ 2007/349, par. 50.
  3. Ik merk op dat het hof voor de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel aansluiting heeft gezocht bij de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht' van het Functioneel Parket ‘Afpakken’ d.d. 1 juni 2016. Hieruit volgt dat een kweekcyclus 10 weken bedraagt (p. 8).
  4. Vgl. HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:365.
  5. Vgl. HR 4 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1633 (81.1 RO) en de daaraan voorafgaande conclusie van AG Van Kempen (ECLI:NL:PHR:2025:821). In de zaak die ten grondslag lag aan dit arrest had het hof aangenomen dat de betrokkene voordeel had genoten uit hennepteelt over een bepaalde periode, te weten de periode waarvan in de zaak van een medeverdachte was vastgesteld dat elektriciteit was gestolen ten behoeve van die hennepteelt. De betrokkene was zelf echter vrijgesproken van (medeplichtigheid aan) medeplegen van diefstal van die elektriciteit (zie randnrs. 3.10 en 3.11 van de conclusie). Het beroep dat in cassatie werd gedaan op de Geerings-rechtspraak faalde.
  6. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3575; HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3621.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.