Pays-Bas Rechtbank Amsterdam 9 октября 2025 N° 775564 NL

ECLI:NL:RBAMS:2025:10886 Rechtbank Amsterdam , 09-10-2025 / 775564

Machtiging gesloten jeugdhulp

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Machtiging gesloten jeugdhulp

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/13/775564 / JE RK 25-679

Datum uitspraak: 9 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te [locatie 1] , hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] ,

advocaat mr. M.R.P. Hoppenbrouwers kantoorhoudende in Amsterdam.

De kinderrechter merkt naast [minderjarige] als belanghebbende aan:

[pleegoma]
, hierna te noemen de pleegoma,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. M. Amrani kantoorhoudende in Amsterdam.

1Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 september 2025;

de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 6 oktober 2025, ontvangen op 6 oktober 2025;

het deelplan systeemtherapie, verstuurd door de GI, ontvangen op 6 oktober 2025;

het perspectief van Levvel, verstuurd door de GI, ontvangen op 6 oktober 2025.

Aangezien de GI bij haar verzoekschrift een oude instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 5 april 2025 overgelegd heeft, heeft de rechtbank op grond van artikel 6.1.2 lid 5 van de Jeugdwet de GI verzocht een actuele instemmingsverklaring te overleggen, aan welk verzoek op 6 oktober 2025 is voldaan.

De kinderrechter heeft de pleegoma, net als in de andere procedures inzake de machtiging gesloten jeugdhulp, als belanghebbende aangemerkt.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

— de advocaat van [minderjarige] ;

de advocaat van de pleegoma;

de bij [minderjarige] betrokken jeugdbeschermer van de GI, [naam 1] ;

[naam 2] , gedragswetenschapper bij [verblijfplaats 1] , via een videoverbinding;

[naam 3] , gedragswetenschapper bij Levvel.

De pleegoma is niet in persoon verschenen maar heeft zich laten vertegenwoordigen door haar advocaat.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van haar advocaat voorafgaand aan de mondelinge behandeling een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter met toestemming van [minderjarige] samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2De feiten

Bij beschikking van 16 maart 2022 is het ouderlijk gezag van de moeder, [de moeder]

over [minderjarige] beëindigd en is de GI tot haar voogd benoemd.

[minderjarige] verblijft sinds eind maart 2025 bij [verblijfplaats 1] op de groep [groepsnaam] in [plaats 1] . Daarvoor woonde zij, sinds mei 2018, bij haar pleegoma in [woonplaats] .

Bij mondelinge uitspraak van 28 maart 2025 is voor het eerst een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend. De machtiging loopt tot 11 oktober 2025.

3Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Het verzoek is als volgt gemotiveerd.

[minderjarige] verblijft sinds april 2025 bij [verblijfplaats 1] , locatie [plaats 1] . Zij laat daar een zichtbare positieve ontwikkeling zien, waaronder minder wegloopgedrag, betere grensacceptatie en verbeterde emotieregulatie. Ook wordt in overleg gewerkt aan de opbouw van vrijheden. Er bestaan echter nog ernstige veiligheidsrisico’s in de regio [woonplaats] , met name door dreigende en onveilige contacten in de drillrapscene, zowel online als offline. De GI ziet sterke aanwijzingen dat [minderjarige] tijdens de periode waarin zij in [woonplaats] woonde slachtoffer is geweest seksuele uitbuiting en onderdrukking onder dreiging, en dat zij hiervan bij terugkeer wederom slachtoffer zal worden. Daarnaast zijn er risico’s rondom gebruik van sociale media en (seksueel) grensoverschrijdende contacten. [minderjarige] overziet deze risico’s niet.

De behandeling/therapie is inmiddels gestart en loopt. [minderjarige] krijgt dramatherapie (gericht op het toelaten en uiten van emoties en het leren van grenzen), systeemtherapie/gezinsbehandeling en individuele gesprekken over seksualiteit, sociale media en gefaseerde telefoonopbouw. Deze interventies bieden structuur, voorlichting en ondersteuning.

Voor de vervolgplek wordt geadviseerd om [minderjarige] ver buiten de regio [woonplaats] te plaatsen. Er is zicht op [verblijfplaats 2] (nabij [plaats 1] ), waar de systeemtherapie kan worden voortgezet, door de systeemtherapeutisch werker met wie [minderjarige] een vertrouwensrelatie heeft. Indien daar niet tijdig plek beschikbaar is, wordt gekeken naar [verblijfplaats 3] ( [plaats 2] ). Beide locaties denken mee, maar hebben voor 11 oktober aanstaande geen plek.

In het netwerk blijft de pleegoma een belangrijke hechtingsfiguur. Het contact is hersteld en verloopt onder begeleiding beter. [minderjarige] krijgt begeleide omgang met pleegoma in [woonplaats] , waarbij begeleiders haar naar haar pleegoma brengen en daar de omgang begeleiden. Vervolgens reist [minderjarige] met de begeleiders weer veilig terug naar [plaats 1] . Op deze manier wordt de veiligheid van [minderjarige] gewaarborgd, kan zij contact houden met haar pleegoma en worden de reiskosten van de pleegoma gedekt.

4De verdere standpunten

[minderjarige]

heeft verteld dat zij de dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling sinds lange tijd weer contact heeft gehad met haar moeder. Ze heeft anderhalf uur met haar gebeld en dat vindt ze fijn. Haar pleegoma is nu boos op haar vanwege dit contact. [minderjarige] ziet haar pleegoma en moeder als magneten die elkaar afstoten. Desgevraagd heeft [minderjarige] aangegeven dat zij vroeger erge dingen heeft verteld over haar ouders en wat er destijds in de thuissituatie is gebeurd, die niet allemaal waar zijn. [minderjarige] denkt dat zij dit deed omdat zij beïnvloed werd door kinderen van school en haar pleegoma. Ze voelt zich hier schuldig over naar haar moeder en vader. Tegelijkertijd weet [minderjarige] dat er ook filmpjes zijn die bewijzen dat er vroeger wel dingen gebeurd zijn. Het verlengen van de machtiging gesloten vindt [minderjarige] wel best. [minderjarige] weet niet wat er gaat gebeuren, maar ze weet waar [verblijfplaats 2] is en hoe het er daar uitziet. Dramatherapie vindt ze leuk. [minderjarige] heeft haar broer nog steeds niet gezien. Dit wordt al jaren beloofd door de GI.

De GI

De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat in het verzoek is getracht de stip op de horizon voor [minderjarige] te beschrijven. Er zijn stukken aangeleverd die dat plan duidelijk zouden moeten maken, maar de GI heeft grote moeite met het bereiken en in beweging krijgen van de betrokken instanties. De GI heeft richting [verblijfplaats 1] te kennen gegeven erop te staan dat gezinsbehandelaar/systeemtherapeut [naam 4] met [minderjarige] meegaat naar [verblijfplaats 2] , zodat de systeemideeën aldaar overgebracht kunnen worden. Maandag aanstaande is [naam 4] terug van vakantie en staat er een gesprek bij [verblijfplaats 2] gepland, waar ook [minderjarige] bij zal zijn. De GI wil dat [minderjarige] positief contact met haar pleegoma heeft, en wil voorkomen dat [minderjarige] haar pleegoma door de recente gebeurtenissen voor altijd gaat blokkeren. Het is juist van belang dat [minderjarige] leert dat je ruzie met iemand kunt hebben, maar dat ook weer bij kunt leggen. Het is de GI tegelijkertijd gebleken dat veel van de dingen die de pleegoma heeft verteld over bedreigende gedragingen van de moeder niet waar zijn gebleken, dat daar geen bewijzen voor zijn en dat deze voor de GI ook onaannemelijk zijn. Er moet naar toegewerkt worden naar een situatie waarin [minderjarige] een band heeft en houdt met zowel de moeder als de pleegoma.

Desgevraagd heeft de GI te kennen gegeven dat het de vraag is of dit mogelijk zal zijn, omdat de moeder en de pleegoma onderling een grote strijd voeren. [minderjarige] zit daartussen en dat is schadelijk. De GI heeft veel contact met de moeder. De moeder geeft veel om [minderjarige] en wil haar graag steunen en er voor haar zijn. Het opvoedingsperspectief ligt wat de GI betreft niet meer bij de pleegoma. De pleegoma heeft afstand genomen van [minderjarige] en wat de GI betreft ook van haar blokkaderecht. Dit blijkt uit meerdere uitlatingen van de pleegoma in woord en op schrift sinds de eerste plaatsing van [minderjarige] bij de [crisisopvang] . Ook onlangs heeft de pleegoma de GI hier nog een sms over gestuurd. Het is niet zo dat de GI de pleegoma laat vallen, zoals de pleegoma dat ervaart. De GI mailt altijd zorgvuldig en met beleid relevante informatie naar de pleegoma, maar desondanks zijn de antwoorden van de pleegoma intimiderend en wordt de huidige gezinsmanager door pleegoma bedreigd. De GI is dan ook voornemens een stopbrief naar de pleegoma te sturen. Ten aanzien van het uitblijven van het contact tussen [minderjarige] en haar broer, waarvoor de GI heeft toegezegd zich te zullen inzetten, geldt dat de voogd van de broer, het Leger des Heils [locatie 2] , niet heeft gereageerd op daartoe strekkende contactpogingen. Onlangs heeft de GI vernomen dat de voogd hierover contact zal opnemen met de rechtbank Amsterdam. In welke vorm of procedure is de GI niet bekend.

De gedragswetenschapper van [verblijfplaats 1]

De gedragswetenschapper van [verblijfplaats 1] heeft, op daartoe strekkende vraag van de kinderrechter over de diagnostiek en het behandelplan van [minderjarige] , het volgende tijdens de mondeling behandeling naar voren gebracht. In het systeem van [minderjarige] is zoveel gebeurd dat nu de tijd wordt genomen om te kijken wat het tempo en de wensen van [minderjarige] zijn. De onrust in het systeem is de laatste weken nog actueel. [minderjarige] doet nog altijd wisselende verklaringen over haar wensen ten aanzien van contact met anderen en behandeling. Ze wil niet tussen haar pleegoma en moeder komen te zitten. Met haar traumaklachten wil [minderjarige] nu niets. Er wordt een systeemtherapeut ingezet die ook traumabehandelaar is zodat ieder moment van systeemtherapie naar traumabehandeling geschakeld kan worden. Deze week is het contact met de moeder opgestart. Het plan is om dit verder vorm te geven. Dat de moeder ook een bron is van het trauma bij [minderjarige] maakt het ingewikkeld. Daarom is er ook terughoudendheid geweest in het contact met de moeder. Nu gaat het contact heel snel, ook omdat het via sociale media gaat. Het contact wordt intensief begeleid en er moet goed afgestemd worden wie wat gaat doen. Over de pleegoma is [verblijfplaats 1] neutraal. Voor [minderjarige] is zij een belangrijk persoon. Er spelen bij de pleegoma grote emoties, maar dat is zeker geen reden om haar uit te sluiten. Verder wordt bij [minderjarige] aanvullende therapie ingezet die meer toeziet op het doen dan het praten. De therapieën lijken bij [minderjarige] aan te slaan, al kan ze nog niet bij haar gevoel en stopt ze best veel weg. Er is geen duidelijkheid over wanneer [minderjarige] overgeplaatst kan worden naar [verblijfplaats 2] . Mogelijk kan dat op korte termijn, maandag aanstaande is er in ieder geval een gesprek. Wanneer [minderjarige] naar [verblijfplaats 2] overgaat, is het de bedoeling dat een aantal behandelaren met haar meegaat om de continuïteit van de behandeling en de behandelrelatie te kunnen waarborgen. Maar hier kunnen geen garanties over worden gegeven. [verblijfplaats 2] is niet ver weg van [plaats 1] dus dat biedt wel mogelijkheden.

De gedragswetenschapper van Levvel

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gedragswetenschapper van Levvel toegelicht dat zij bij Levvel werkt als gedragswetenschapper pleegzorg en sinds 2024 betrokken is bij het biologisch systeem van [minderjarige] en bij de plaatsing van [minderjarige] bij de pleegoma. Gezien wordt dat [minderjarige] wordt verscheurd door loyaliteit sinds zij uit huis geplaatst is. Zowel de pleegoma als de moeder willen het beste voor [minderjarige] , maar doen het niet handig. Ooit hebben zij wel een goede band met elkaar gehad, dus er kan gekeken worden of zij in het belang van [minderjarige] weer nader tot elkaar kunnen komen. Het biologisch systeem heeft sinds de uithuisplaatsing van de broertjes van [minderjarige] stappen gezet en inmiddels wonen drie broertjes weer thuis. De pleegoma is enorm gekwetst en kan niks met haar emoties. Ze is aan het rouwen om het verlies van [minderjarige] , maar kan de effecten van haar gedrag niet overzien. Zij moet individueel met haar rouw aan de slag. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij Levvel, maar als [verblijfplaats 1] met de vraag komt om de pleegoma hulp te bieden dan kan dat zeker. Het wordt [minderjarige] gegund om van beide systemen te kunnen profiteren en op een positieve manier contact mag hebben met haar pleegoma. De huidige situatie is alleen maar schadelijk.

De advocaat van [minderjarige]

De advocaat van [minderjarige] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat het van belang is dat de behandeling van [minderjarige] zo goed als mogelijk wordt voortgezet en dat er zicht komt op welke termijn [minderjarige] naar een vervolgplek kan. Iedereen is het erover eens dat het gezinssysteem, waar ook de pleegoma deel van uitmaakt, ingewikkeld is. De advocaat ziet in het handelen en de schriftelijke stukken van de GI dat de pleegoma door de GI buitenspel wordt gezet. Zeker nu de moeder weer betrokken is, ziet de GI de pleegoma als een bedreiging voor [minderjarige] , waardoor de GI verder gaat met de moeder. Wellicht dat er een rol ligt voor Levvel om de pleegoma te helpen. De pleegoma is namelijk een zeer belangrijke hechtingsfiguur voor [minderjarige] .

De advocaat van pleegoma

De advocaat van de pleegoma heeft ter zitting namens de pleegoma naar voren gebracht dat hij de door de GI ingediende stukken met grote verbazing heeft gelezen. Ook het relaas van de GI ter zitting wekt bij hem verbazing. Er wordt door de GI volstrekt voorbijgegaan aan de rol die de pleegoma de afgelopen zeven jaar als primaire zorg- en hechtingsfiguur gespeeld heeft in het leven van [minderjarige] en nog altijd wil spelen. De GI heeft vooral oog voor de biologische moeder van [minderjarige] . Mede hierdoor is de pleegoma door de GI meer en meer buitenspel komen te staan. Ondertussen wordt de pleegoma nog altijd door de moeder bedreigd en wordt kwaad over haar gesproken door de moeder. De pleegoma ging met goede moed het gesloten plaatsing-traject in maar is inmiddels door de hele situatie getraumatiseerd. De pleegoma moet niet alleen binnenboord gehouden worden, maar haar moet in dat kader ook actief individuele hulp geboden worden omdat zij het niet volhoudt. Er zijn negatieve dingen tussen [minderjarige] en de pleegoma voorgevallen, maar dit is een zeer complexe situatie en daarnaast heeft [minderjarige] nu ook eenvoudigweg een moeilijke leeftijd. Uit de overgelegde correspondentie van [minderjarige] aan pleegoma blijkt dat [minderjarige] nog altijd een liefdevolle band heeft met haar pleegoma. Er is geen sprake van dat de pleegoma de GI bedreigt. Ook heeft de pleegoma geen afstand gedaan van haar blokkaderecht en ook niet van (het opvoeden van) [minderjarige] , zeker niet op de manier die de GI suggereert. Als er een perspectiefbesluit zou liggen en de GI dit volgens de (juridische) procedure aan haar kenbaar had gemaakt dan had de pleegoma daartegen geageerd.

5De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2. tweede lid van de Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren (sub a) én de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken (sub b) én er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen (sub c).

De kinderrechter is van oordeel dat ten aanzien van [minderjarige] nog steeds aan de hierboven genoemde criteria is voldaan en dat het verzoek van de GI daarom moet worden toegewezen. [minderjarige] zelf, haar advocaat en de advocaat van de pleegoma hebben het verzoek van de GI ook niet weersproken. De kinderrechter heeft bevestigd gezien dat het met [minderjarige] op dit moment goed gaat bij [verblijfplaats 1] , dat zij daar voldoende ruimte, begeleiding en begrenzing krijgt om zich verder te kunnen ontwikkelen en dat zij beschermd wordt tegen de bedreigingen van buitenaf.

Hoewel een machtiging gesloten op dit moment dus nog steeds het meest in het belang van [minderjarige] is, ziet de kinderrechter in de huidige situatie de volgende zorgen die aan een verdere positieve ontwikkeling van [minderjarige] in de weg dreigen te staan. Het betreft het hiernavolgende.

Diagnostiek, passende behandeling en continuïteit

De kinderrechter stelt vast dat er op dit moment nog altijd geen overkoepelend (behandel)plan voor [minderjarige] is opgesteld. Dit terwijl de uithuisplaatsing van [minderjarige] volgens de GI van meet af aan de mogelijkheid zou bieden om op korte termijn tot noodzakelijke GGZ diagnostiek en (trauma)behandeling te komen. In een eerdere fase is vanuit [verblijfplaats 1] te kennen gegeven dat de situatie te onrustig was om nieuwe diagnostiek uit te voeren. Voor de kinderrechter (en ook voor de GI, zo lijkt het) is het bij het ontbreken van actuele diagnostiek vooralsnog onduidelijk wat nu de overkoepelende behandelvisie voor [minderjarige] is voor de langere termijn. [minderjarige] is een zeer kwetsbaar en getraumatiseerd meisje, met een belaste geschiedenis en een zeer complex actueel familiesysteem. De noodzaak van een overkoepelend behandelplan met diagnostiek, gerichte behandelinterventies, doelen en verantwoordelijke partijen lijkt evident. Daarbij is zorgwekkend dat onvoldoende samenwerking en afstemming tussen de GI en [verblijfplaats 1] lijkt plaats te vinden. Ook heeft de kinderrechter, gelet op de voorgenomen wisselingen van verblijfslocatie, zorgen over de continuïteit van de behandeling van [minderjarige] , terwijl de opbouw van een langdurige vertrouwensrelatie met een behandelaar bij uitstek van belang is in geval van hechtingsproblematiek. Hoe aan dat belang op de langere termijn tegemoet zal worden gekomen, is vooralsnog ook onduidelijk.

Contactherstel met broer [naam broer]

[minderjarige] heeft haar oudere broer [naam broer] al vijf jaar niet meer gezien. Zij heeft gedurende die jaren herhaaldelijk gevraagd om haar met hem in contact te brengen, en heeft ervaren dat door de verantwoordelijke instanties toezeggingen terzake zijn gedaan die steeds niet zijn nagekomen. Dit heeft ertoe geleid dat [minderjarige] niet meer verwacht op dat vlak. Tot op heden is het de GI nog steeds niet gelukt om haar met haar broer in contact te brengen, hoewel de GI daartoe wel pogingen heeft gedaan maar niet tot afstemming kan komen met de voor [naam broer] verantwoordelijke instanties, simpelweg omdat zij niet reageren op verzoeken terzake, aldus de GI. Dit is naar het oordeel van de kinderrechter onacceptabel en in strijd met het recht van [minderjarige] op familieleven.

Het perspectief van [minderjarige]

De advocaten van zowel [minderjarige] als de pleegoma hebben zich op het standpunt gesteld dat de pleegoma (ten faveure van de moeder) onterecht door de GI buitenspel wordt gezet. De GI betwist dit en zegt het van groot belang te vinden dat [minderjarige] positief contact met haar pleegoma heeft. Tegelijkertijd heeft de GI zorgen over het contact met de pleegoma, en heeft de GI tijdens de laatste zitting mondeling te kennen gegeven dat het opvoed-perspectief van [minderjarige] niet meer bij de pleegoma ligt. Voor zover de kinderrechter bekend, is hierover door de GI geen formeel perspectiefbesluit genomen. Voor de kinderrechter is evenmin duidelijk geworden dat de pleegoma ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van haar blokkaderecht. Haar advocaat heeft gesteld dat zij niet van een gewijzigd perspectiefbesluit op de hoogte is, waarbij ook is tegengesproken dat de pleegoma aangegeven zou hebben dat zij [minderjarige] geen perspectief meer kan of wil bieden. Bij de kinderrechter is alleen een whatsappbericht van de pleegoma van 28 maart 2025 bekend, waarin de pleegoma tijdelijk afstand doet van [minderjarige] . De kinderrechter ziet in dit bericht geen enkele aanwijzing dat de pleegoma niet meer wil dat [minderjarige] bij haar teruggeplaatst wordt. De kinderrechter wijst erop dat tijdens de zitting van 4 april 2025 door de GI nog expliciet is onderkend dat het doel was om toe te werken naar terugplaatsing bij de pleegoma, en dat op de zitting van 8 juli 2025 deze uiteindelijke terugplaatsing door de GI niet ter discussie is gesteld.

Vaststaat dat de pleegoma (met toestemming van de GI) gedurende zeven jaar de verzorging en opvoeding van [minderjarige] op zich heeft genomen. Bij aanvang van de uithuisplaatsing stond de terugkeer van [minderjarige] naar pleegoma voorop. De GI kan op grond van artikel 1:336a Burgerlijk Wetboek alleen met toestemming van de pleegouders het verblijf van [minderjarige] definitief wijzigen. Dit zogenoemde blokkaderecht benadrukt dat een perspectiefbesluit (over de opvoedplek) één van de meest ingrijpende beslissingen in het leven van kinderen en hun opvoeders is. Als voortschrijdend inzicht van de GI ertoe leidt dat het perspectief van [minderjarige] moet worden verlegd, dient de GI een daartoe strekkend schriftelijk besluit te nemen waarin dit ondubbelzinnig aan de pleegoma kenbaar wordt gemaakt, waarna de pleegoma zich kan beraden of zij van haar blokkaderecht gebruik wenst te maken en deze kwestie vervolgens ter toetsing aan de rechtbank kan worden voorgelegd.

Het contactherstel met de biologische moeder

De biologische moeder van [minderjarige] heeft in september 2024 uitdrukkelijk gezegd dat zij geen contact met haar dochter wilde. [minderjarige] is hier in oktober 2024 van op de hoogte gesteld en deze afwijzing heeft begrijpelijkerwijs enorme impact op haar gehad. Gebleken is dat [minderjarige] inmiddels toch weer contact heeft met haar biologische moeder. [minderjarige] is hier erg blij mee, en dat op zichzelf is een positieve ontwikkeling. Zorgelijk is wel dat contactherstel met de moeder samenhangt met contactverlies met de pleegoma. Opvallend is bovendien dat dit alles is gebeurd nog maar enkele dagen nadat [minderjarige] tegen de gedragswetenschapper heeft gezegd heeft dat haar moeder dood kon vallen en dat haar pleegoma haar tenminste alles vertelt en niet liegt. Duidelijk is dat [minderjarige] heen en weer wordt geslingerd en dat betekenisvol contact met de moeder en de pleegoma tegelijkertijd op dit moment niet mogelijk is.

De kinderrechter wijst erop dat uit de stukken in deze procedure naar voren lijkt te komen dat bij het vormgeven en faciliteren van het contact met de biologische moeder veel aandacht wordt gegeven aan wat [minderjarige] wil, en dat dit uiteindelijk ook richtinggevend wordt gevonden in wat nodig is. Hierover heeft de kinderrechter zorgen. Uiteraard zijn de wensen en de draagkracht van [minderjarige] van groot belang, maar de verantwoordelijkheid voor het al dan niet aangaan van contact met voor haar belangrijke personen ligt niet bij [minderjarige] . Contactherstel met de biologische moeder en haar toekomstige plek in het leven van [minderjarige] zal tot stand moeten komen op basis van een professionele afweging en beslissing. Daarbij moet de geschiedenis tussen beiden en de oorsprong van bestaande trauma’s bij [minderjarige] worden meegewogen. [minderjarige] is nog heel erg jong, heeft een belast verleden en niet het vermogen om gevolgen voor haar ontwikkeling op de langere termijn te overzien. Wat zij vindt en voelt is belangrijk, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de GI en de behandelaren. Zij zijn degenen die de beslissingen moeten nemen en richting moeten geven. Kennis van (het dossier over) de levensloop van [minderjarige] en de huidige mogelijkheden van de moeder zijn daarvoor vereist en mede op basis daarvan zal een (al dan niet voorlopige) visie op het contact met de biologische moeder op korte maar ook langere termijn moeten worden geformuleerd.

De kinderrechter acht het, concluderend, de komende tijd van belang dat:

er onder strakke regie van de GI een overkoepelend plan komt met wat de betrokken professionals op de korte en lange termijn in het belang van [minderjarige] nodig achten voor wat betreft haar behandeling, verblijf en contacten met belangrijke personen;

het contactherstel tussen [minderjarige] en haar broer [naam broer] plaatsvindt;

onderzocht wordt of er, in het belang van [minderjarige] , bemiddeling tussen de pleegoma en de moeder plaats kan vinden;

gekeken wordt welke individuele hulp en begeleiding voor de pleegoma vanuit Levvel dan wel een andere zorgaanbieder ingezet kan worden;

de GI een formeel perspectiefbesluit neemt indien wordt volhardt in het standpunt dat het perspectief van [minderjarige] niet langer bij pleegoma ligt, zodat pleegoma kan beslissen of zij gebruik wenst te maken van haar blokkaderecht en de kwestie tijdig aan de rechtbank kan worden voorgelegd.

Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.

6De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 oktober 2025 tot 9 januari 2026;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025 door mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N. Nauta als griffier, en op schrift gesteld op 17 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 6.1.2, derde lid, onder b, Jw.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.