ECLI:NL:RBAMS:2025:1613 Rechtbank Amsterdam , 12-03-2025 / AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167
Beroep niet-ontvankelijk. Naheffingsaanslag parkeerbelasting niet aan eiser opgelegd, niet gebleken dat eiser feitelijk parkeerder is of de aanslag heeft voldaan.
4 min de lecture · 776 mots
Inhoudsindicatie. Beroep niet-ontvankelijk. Naheffingsaanslag parkeerbelasting niet aan eiser opgelegd, niet gebleken dat eiser feitelijk parkeerder is of de aanslag heeft voldaan.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2025 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen negen aan [bedrijf] opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting.
2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen die naheffingsaanslagen. Met de negen uitspraken op bezwaar van 11 september 2024, 19 september 2024, 20 september 2024, 24 september 2024 en 4 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen in stand gelaten. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
3. De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2025 gelijktijdig op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon] als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
5. In artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen. Dat betekent in parkeerbelastingzaken dat degene aan wie de aanslag is opgelegd, de feitelijk parkeerder en degene die de belastingaanslag heeft voldaan beroep in kunnen stellen.
6. In de hier aan de orde zijnde zaken zijn de naheffingsaanslagen opgelegd aan [bedrijf] Deze entiteit beschikt over een hulpverleningsvergunning waar een groot aantal parkeerders met wisselend kenteken gebruik van kan maken. Eiser is bestuurder van [bedrijf]
7. De beroepen zijn door de gemachtigde van eiser namens hem ingesteld, waarbij niet is gesteld dat eiser handelt namens [bedrijf] Tijdens de zitting heeft de waarnemer van de gemachtigde van eiser bevestigd dat de beroepen namens eiser, en niet namens [bedrijf] , zijn ingesteld. De waarnemer van de gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet kunnen bevestigen dat eiser de feitelijk parkeerder is dan wel degene die de naheffingsaanslagen heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft aangegeven ook niet te kunnen zien wie de feitelijk parkeerder is dan wel wie de naheffingsaanslagen heeft voldaan.
8. Dat eiser in de negen zaken de feitelijk parkeerder is, is bovendien niet aannemelijk, omdat een groot aantal mensen gebruik kan maken van de hulpverlenersvergunning en er in een aantal zaken naheffingsaanslagen zijn opgelegd wegens het parkeren op dezelfde datum en hetzelfde tijdstip. Dat eiser alle naheffingsaanslagen heeft voldaan, terwijl deze zijn opgelegd aan [bedrijf] , vindt de rechtbank ook niet aannemelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten. Om die reden moeten de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie en gevolgen
9. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaken niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van
mr.S.A. Adriaanse, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op http://www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Inzake AMS 24/5913 en AMS 24/5920.
- Inzake AMS 24/5914, AMS 24/5916 en AMS 24/5917.
- Inzake AMS 24/5915 en AMS 24/5918.
- Inzake AMS 24/5919.
- Inzake AMS 24/6167.
- Zie artikel 26a van de Algemene wet op de rijksbelastingen en de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6508.
- Namelijk in: AMS 24/6167, AMS 24/5913 en AMS 24/5917.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...