ECLI:NL:RBAMS:2025:2896 Rechtbank Amsterdam , 28-04-2025 / AMS 24/2921
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Gegrond. Er is sprake van het onmiddellijk inladen van zaken van enige omvang of enig gewicht.
5 min de lecture · 969 mots
Inhoudsindicatie. Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Gegrond. Er is sprake van het onmiddellijk inladen van zaken van enige omvang of enig gewicht.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/2921
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.
Procesverloop
Met het besluit van 27 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
Met de uitspraak op bezwaar van 15 april 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 april 2025. Eiser is verschenen. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [heffingsambtenaar] .
Overwegingen
1. Op 21 maart 2024 stond de auto van eiser, met kenteken [kentekennummer] stil in een parkeervak ter hoogte van [adres] te Amsterdam. Om 16:36 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd.
2. Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd. Meer in het bijzonder houdt partijen verdeeld of sprake is van ‘parkeren’ zoals de heffingsambtenaar betoogt, dan wel van ‘onmiddellijk laden en lossen’ zoals eiser bepleit.
3. De rechtbank overweegt het volgende. Op grond van artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet wordt onder parkeren verstaan ‘het gedurende een aangesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.’ De Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024 (de verordening) kent eenzelfde definitiebepaling. Uit het arrest van de Hoge Raad van
12 mei 1999 (ECLI:NL:HR:1999:AA2760) volgt dat onder “onmiddellijk laden en lossen” dient te worden verstaan het bij voortduring inladen of uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om zaken van een zodanige omvang of gewicht dat zij niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht.
4. Eiser stelt dat er sprake was van het laden van zware goederen, zijnde speelgoed voor zijn dochter, dat hij via Marktplaats had aangekocht. Volgens eiser gebeurde dit onmiddellijk. De auto heeft slechts stilgestaan gedurende de tijd die nodig was voor het laden van de goederen in de auto. Hiertoe verwijst hij naar de chatgeschiedenis van Marktplaats en het Whatsapp-gesprek met zijn vrouw.
5. De heffingsambtenaar voert aan dat het ophalen van speelgoed niet valt onder het laden en lossen van goederen van enige omvang of gewicht. Eiser had zijn auto kunnen aanmelden/parkeerbelasting kunnen voldoen om vervolgens de spullen op te halen. Dat eiser dit heeft nagelaten dient voor rekening en risico van eiser te komen en te blijven. Indien eiser zich wenst te beroepen op het feit dat hij maar kort in het parkeervak heeft gestaan, volgt uit vaste jurisprudentie dat ook voor een kort parkeermoment parkeerbelasting verschuldigd is. De heffingsambtenaar merkt nog op dat parkeerbelasting een objectieve belasting is waarbij opzet en schuld geen rol spelen en dat in beginsel geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden.
6. De rechtbank stelt vast dat er op de scanfoto’s geen activiteiten zijn te zien waaruit blijkt dat er sprake is van het laden en/of lossen. De auto van eiser staat geparkeerd in een parkeervak langs de weg met gesloten deuren en ramen en ook de verlichting van de auto is uitgeschakeld. Er zijn geen personen in of bij de auto te zien. Het verhaal van eiser wordt dus niet ondersteund door de scanfoto’s. Het verhaal van eiser wordt echter wel door de chatgeschiedenis van Marktplaats en het Whatsapp-gesprek van eiser met zijn vrouw ondersteund. Hieruit volgt dat er sprake was van het ophalen van speelgoed, waaronder een fiets voor zijn dochter, dat hij via Marktplaats had aangekocht. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee aannemelijk geworden dat het ging om het onmiddellijk laden van goederen van enige omvang en gewicht, namelijk meerdere stukken speelgoed waaronder een fiets, zodat eiser niet heeft geparkeerd en derhalve geen parkeerbelasting verschuldigd is.
Conclusie
7. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. De rechtbank neemt zelf een beslissing en bepaalt dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt en de naheffingsaanslag niet hoeft te betalen. Als hij de naheffingsaanslag al heeft betaald moet de heffingsambtenaar het betaalde bedrag aan eiser terugbetalen.
8. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
— verklaart het beroep gegrond;
— vernietigt de uitspraak op bezwaar;
— vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting;
— bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
— bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.M. Dost, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2025.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...