ECLI:NL:RBAMS:2025:3357 Rechtbank Amsterdam , 09-05-2025 / 11502360
Ontslag op staande voet blijft in stand. Werknemer heeft de leaseautoregeling overtreden en de tankpas oneigenlijk gebruikt. Dat is ernstig verwijtbaar. Werknemer heeft geen duidelijke verklaring gegeven waarom er zoveel getankt is.
22 min de lecture · 4 773 mots
Inhoudsindicatie. Ontslag op staande voet blijft in stand. Werknemer heeft de leaseautoregeling overtreden en de tankpas oneigenlijk gebruikt. Dat is ernstig verwijtbaar. Werknemer heeft geen duidelijke verklaring gegeven waarom er zoveel getankt is.
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Zaaknummer: 11502360 EA VERZ 25-49
beschikking van: 9 mei 2025
481
beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoeker]
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker, verweerder in het voorwaardelijk tegenverzoek,
nader te noemen [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. H.A. van Hapert,
t e g e n
de besloten vennootschap [bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
verweerder, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek,
nader te noemen [verweerder] ,
gemachtigde: mr. M.J. de Jong.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoeker] heeft op 7 januari 2025 een verzoekschrift ingediend primair houdende een verzoek tot vernietiging van een door [verweerder] aan hem verleend ontslag op staande voet, subsidiair tot betaling van de transitievergoeding, een billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. [verzoeker] heeft tevens een provisionele vordering ingesteld, kort gezegd, tot doorbetaling van loon en afgifte van de leaseauto.
[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend, tevens houdende een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair op grond van wanprestatie, subsidiair op de e-grond, meer subsidiair op de g-grond en uiterst subsidiair op de i-grond.
[verzoeker] heeft nog nadere stukken ingediend.
Op 23 april 2025 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. [verweerder] is verschenen bij haar gemachtigde en haar medewerkers de heren [naam 1] en [naam 2] . Ook aanwezig was de heer [naam 3] . Partijen hebben hun standpunten toegelicht, [verzoeker] aan de hand van een pleitnota, tevens verweerschrift in het voorwaardelijk tegenverzoek.
Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.
[verweerder] is een internationaal bedrijf dat zich bezig houdt met het produceren, importeren, vermarkten en promoten van bloemen.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1970, is voor [verweerder] gaan werken met ingang van 1 januari 2002 via een uitzendbureau. In 2003 is hij bij [verweerder] in dienst getreden. De laatste functie die [verzoeker] vervulde is die van logistic manager, met een salaris van € 4.432 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag en een bonus.
In februari 2014 heeft [verzoeker] van [verweerder] het gebruik van een leaseauto gekregen, merk Renault, type Clio, kenteken [kenteken 1] .
Bij die gelegenheid heeft [verzoeker] een “Autoregeling” ondertekend, verder de leaseautoregeling.
Artikel 2.3 van de leaseautoregeling luidt:
“
Beperkingen gebruik
De werknemer mag de auto uitsluitend laten besturen door een van zijn directe gezinsleden of een collega. Voorwaarde is dat dit incidenteel gebeurt en dat de bestuurder beschikt over een geldig rijbewijs.”
Artikel 5.7 van de leaseautoregeling luidt:
“
Brandstof
Arval (het autoleasebedrijf, ktr) verstrekt een brandstofpas. Daarmee kan de werknemer op rekening van Arval brandstof tanken. De werknemer dient altijd de kilometerstand op te geven. De brandstofpas mag alleen gebruikt worden voor het betalen van brandstof(fen) voor de leaseauto en een (eventuele) vervangende auto. De brandstofpas dient zorgvuldig bewaard te worden. Bij verlies of diefstal dient dit meteen aan de werkgever en aan Arval gemeld te worden Arval kan dan de brandstofpas blokkeren en een nieuwe pas aanvragen. De kosten hiervoor bedragen EUR 12,50.”
In 2017 en 2018 heeft de heer [naam 4] tijdens de vakantie van [verzoeker] gebruik gemaakt van de aan [verzoeker] ter beschikking gestelde leaseauto.
Op 29 oktober 2020 heeft [verzoeker] de beschikking gekregen over een nieuwe leaseauto, merk Renault, type Captur, kenteken [kenteken 2] . Het jaarkilometrage bedraagt 25.000 kilometer.
Vanaf 21 oktober 2024 is [verzoeker] arbeidsongeschikt in verband met rugklachten. Hij heeft een dubbele hernia.
Omdat [verzoeker] aan [verweerder] te kennen heeft gegeven niet naar de vestiging van [verweerder] te kunnen reizen om over het plan van aanpak te overleggen is [verweerder] naar het buurthuis in [woonplaats] gekomen, alwaar het plan van aanpak is opgesteld en ondertekend op 13 december 2024.
Bij brief van 23 december 2024 (bij vergissing gedateerd 19 december 2024) heeft [verweerder] [verzoeker] voorwaardelijk op staande voet ontslagen.
De onder 1.8 bedoelde brief vermeldt onder meer het navolgende :
“Beste [verzoeker] ,
Afgelopen dinsdag 17 december 2024, nam ik kennis van de factuur van MKB-brandstof. Daaruit bleek dat er in de maand november vier keer is getankt met jouw tankpas, te weten op 2 november, 4 november, 7 november en 23 november. Dit trok mijn aandacht, omdat je sinds 21 oktober jl. ziek bent en ons hebt laten weten veel pijn te hebben teveel zelfs om naar de zaak te komen ter bespreking van het Plan van Aanpak.
Op 11 november 2024 stuurde je [naam 5] een WhatsApp bericht waarin je schreef:
Hi [naam 5] , ik ben nog steeds ziek, continu onder de behandeling van de dokter. ik kan bija niet lopen, alleen met krukken gaat iets beter Ik hoop binnenkort beter te zijn, want hernia is erg pijnlijk en vermoeiend.
En op 3 december 2024 schreef je onder meer:
Hi [naam 5]
Dank je voor je bericht. Helaas kan ik morgen of donderdag niet naar [verweerder] komen. Ik heb momenteel veel last van een hernia en ervaar ernstige pijn, waardoor het voor mij niet mogelijk is om naar het werk te gaan. Ik moet zelfs met een kruk lopen om mij te ondersteunen.
En:
Helaas is het voor mij op dit moment echt niet mogelijk om naar [verweerder] te komen. Naast de pijn die ik ervaar, krijg ik ook veel stress van het moeten lopen met krukken om naar het werk te komen. Dt maakt het voor mij extra zwaar om buitenshuis afspraken bij te wonen.
Deze berichten zijn niet te rijmen met het feit dat er in november 2024 zoveel is getankt met jouw tankpas. In totaal is er in November 111,52 liter getankt; genoeg om 1.500 tot 2.000 km te kunnen rijden.
Dit heeft mij ertoe gebracht ook voorgaande facturen eens kritisch te bekijken. Daarbij is duidelijk geworden dat er al eerder sprake is geweest van een onverklaarbaar hoog gebruik van jouw tankpas. Zo is er in september in totaal acht keer getankt met jouw pas voor in totaal € 445,96!
In september was jij 5 dagen per week voor ons aan het werk in [kantoorplaats] . De reisafstand van jouw huis naar ons bedrijf is ongeveer 24 kilometer retour, je hebt die maand dus ongeveer 21 x 24 = 504 kilometer gereden voor woon-werkverkeer. Maar het aantal getankte liters past bij een geschat aantal kilometers van tussen de 3.000 en 3.950 kilometer!
Naar nu blijkt is er in mei 2024 zelfs voor € 526,- getankt, waarbij in totaal 245,21 liter is getankt, genoeg voor tussen de 3.500 en 4.500 kilometer.
[naam 5] en [naam 6] hebben op vrijdag 20 december 2024 een belafspraak met je gemaakt voor vandaag, maandag 23 december 2024. In dat gesprek van vanmorgen heb je aangegeven dat het met niet veel beter gaat met je gezondheid en je nog steeds veel moeite hebt met lopen. Gevraagd naar het
gebruik van jouw tankpas, liet je weten dat jouw neef zou hebben getankt met jouw tankpas omdat hij met jouw vrouw in jouw auto een aantal malen boodschappen heeft gedaan nu je daartoe zelf niet in staat bent
Wij menen dat hiermee door jou geen aannemelijke en geen acceptabele verklaring is gegeven voor het feit dat in november viermaal is getankt met jouw tankpas, in totaal 111,52 liter; genoeg om 1.500 tot
2.000 km te kunnen rijden. Dit terwijl jij volledig arbeidsongeschikt was en tot vrijwel niets in staat.
Bovendien staat hiermee vast dat je de tankpas en bijbehorende pincode aan een derde (jouw neef) hebt verstrekt en dat je jouw neef in jouw auto hebt laten rijden, terwijl dat niet toegestaan is.
Voor de extreme hoeveelheid brandstof die in eerdere maanden is getankt met jouw tankpas is er (ook) geen verklaring.
Uit de ons thans bekend zijnde feiten kunnen wij niet anders concluderen dan dat jij de jou beschikbaar gestelde tankpas op oneigenlijke en onaanvaardbare wijze hebt gebruikt of hebt laten gebruiken, ten koste van onze onderneming. De tankpas die jou is verstrekt in combinatie met jouw leaseauto. Ook heb je de
leaseauto door een onbevoegde laten besturen.
Bovengenoemde feiten vormen, zowel ieder voor zich als tezamen en in onderlinge samenhang beschouwd, een dringende reden voor de onmiddellijke beëindiging van jouw dienstverband.
Hierbij berichten wij jou dan ook dat wij, om bovengenoemde redenen, jouw arbeidsovereenkomst per heden met onmiddellijke ingang opzeggen (ontslag op staande voet). In de duur van jouw arbeidsovereenkomst en jouw persoonlijke omstandigheden zien wij geen of in ieder geval onvoldoende reden om tot een andere straf of maatregel te besluiten.”
Het ontslag is verleend onder de voorwaarde dat [verzoeker] de aangeboden vaststellingsovereenkomst niet accepteert, dan wel deze binnen de bedenktermijn ontbindt.
[verzoeker] heeft de vaststellingsovereenkomst niet geaccepteerd. Daarmee is het gegeven ontslag op staande voet onvoorwaardelijk geworden.
De gemachtigde van [verzoeker] heeft namens [verzoeker] geprotesteerd tegen het gegeven ontslag.
Het verzoekschrift van [verzoeker] d.d. 7 januari 2025 vermeldt onder 4 het volgende:
“Wegens een dubbele hernia heeft [verzoeker] zich helaas per 14 oktober 2024 moeten ziekmelden en verkeert hij in de fase van re-integratie (productie 4). Hij loopt nog steeds op krukken en kan zich dus moeilijk verplaatsen. In ieder geval niet op de lange afstanden. Vanaf oktober 2024 verplaatst hij zich in zijn eigen auto voor het doen van boodschappen en het bezoek aan de fysiotherapeut of ziekenhuis onder begeleiding van een familielid. Die zit dan uiteraard achter het stuur. Voorafgaand aan zijn ziekte, dus voorafgaan aan oktober 2024, nam enkel [verzoeker] plaats achter het stuur en maakte enkel hij gebruik van de tankpas.”
Bij brief van 10 januari 2025 heeft de heer [naam 3] (zakenpartner van [verweerder] ) het volgende verklaard:
“Bij deze verklaar ik, [naam 3] dat ik op woensdag 6 november 2024 te [plaats] op het parkeerterrein van de [locatie 1] , waar die week de internationale bloemenbeurs (IFTF) werd gehouden, een Renault Capture met kenteken [kenteken 2] heb waargenomen. Ik heb eveneens waargenomen dat drie personen van arabische afkomst gebruik maakten van de betreffende auto. Aangezien deze auto door ons ter beschikking is gesteld aan onze, op dat moment zieke medewerker dhr [verzoeker] , heb ik foto’s van de betreffende auto gemaakt.”
Bij ongedateerde brief heeft de heer [naam 7] het volgende verklaard:
“Bij deze stuur ik u een verklaring met betrekking tot de heer [verzoeker] .
Op 10 oktober 2024 rond 7:00 uur is er bij [locatie 2] per ongeluk een verkeerde pomp afgerekend . De klant gaf aan de kassa een foutief pompnummer door, wat ertoe leidde dat meneer [verzoeker] de verkeerde tankbeurt betaalde. Dergelijke vergissingen komen helaas vaker voor op ons tankstation, gezien de grootte en het aantal klanten dat we dagelijks bedienen.
Ik, ondergetekende [naam 7] , verklaar hierbij dat dit soort fouten regelmatig voorkomen en bevestig dat het in dit geval een onbedoelde vergissing betrof.
Als bewijs voeg ik de kassabonnetjes en een kopie van mijn identiteitsbewijs bij de verklaring toe.
Met vriendelijke groet,
[naam 7]
Kassa medewerker
[locatie 2]
Verzoek
2. [verzoeker] heeft vernietiging van het gegeven ontslag op staande voet verzocht, omdat er volgens hem geen sprake is van een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet. Ook is het ontslag niet onverwijld gegeven. Het ontslag is daarmee in strijd met artikel 7:671 BW en het loon moet worden doorbetaald. Subsidiair betekent dit dat [verzoeker] recht heeft op de geldende transitievergoeding (€ 40.399,66), een billijke vergoeding ten bedrage van € 80.000,- bruto, de gefixeerde schadevergoeding en een deugdelijke eindafrekening, met daarin opgenomen de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen. Als het ontslag in stand zou blijven geldt nog steeds dat [verzoeker] niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld maar [verweerder] wel.
3. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter om [verweerder] bij wege van voorlopige voorziening te veroordelen tot doorbetaling van loon en afgifte aan [verzoeker] van de leaseauto/
4. [verzoeker] voert daartoe aan – samengevat en zakelijk weergegeven – dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. Het gegeven van onverwijldheid moet onverkort en strikt worden toegepast. Het is niet aannemelijk dat [verweerder] pas op 17 december 2024 kennis heeft genomen van de brandstoffactuur van [verzoeker] , zoals [verweerder] in de ontslagbrief schrijft. Deze brandstoffactuur is gedateerd 30 november 2024 en er moet dus van uit worden gegaan dat deze factuur (per e-mail) op 30 november 2024 is verzonden en ter kennis van [verweerder] is gekomen. Dan is het ontslag van 23 december 2024 niet meer onverwijld.
5. [verzoeker] heeft geen excessief of anderszins oneigenlijk gebruik gemaakt van de tankpas en de leaseauto. Hij wijst erop dat hij de leaseauto ook voor privé mag gebruiken en dat het maximumaantal kilometers 25.000 per jaar is. De leaseautoregeling is niet van toepassing, nu deze niet is aangegaan bij het verstrekken van de tweede leaseauto in 2020. Dit betekent dat het feit dat de neef van [verzoeker] , tijdens de ziekte van [verzoeker] de leaseauto bestuurd heeft niet in strijd is met enige afgesproken regel. Als de neef de auto bestuurder zat [verzoeker] steeds naast hem. In de ontslagbrief wordt gesproken over excessief gebruik van de tankpas en de auto in november 2024, september 2024 en mei 2024. [verzoeker] betwist dat hij met zijn gebruik in strijd met de afspraken heeft gehandeld. De voorvallen op 10 oktober 2024 (diesel tanken in plaats van benzine), 2 november 2024 (tanken in [locatie 2] ) en 6 november 2024 (aanwezigheid auto zonder dat [verzoeker] daarbij aanwezig was) zijn niet genoemd in de ontslagbrief en kunnen dus niet worden meegenomen. Bovendien heeft [verzoeker] voor deze voorvallen een eenduidige en plausibele verklaring. Op 10 oktober 2024 was er sprake van een bij vergissing noemen van de verkeerde pomp, zoals ook blijkt uit de verklaring van de heer [naam 7] . Voorts ziet [verzoeker] niet in wat er ongeoorloofd zou zijn aan het tanken in [locatie 2] op 2 november 2024. Tot slot klopt het niet dat [verzoeker] niet aanwezig was bij de bloemenbeurs in [plaats] op 6 november 2024. Gelet op zijn hernia is [verzoeker] toen in de auto blijven zitten. De verklaring van de heer [naam 3] klopt op dit punt dan ook in het geheel niet.
6. [verzoeker] meent dat [verweerder] met een veel minder vergaande maatregel had kunnen en moeten volstaan. Een waarschuwing was op zijn plaats geweest.
7. Ook heeft [verweerder] het beginsel van hoor en wederhoor geschoffeerd. Toen [verweerder] het telefoongesprek met [verzoeker] had op 23 december 2024, had zij haar besluit in feite al genomen en heeft zij de inhoudelijke opmerkingen die [verzoeker] heeft genoemd niet meer meegewogen.
8. Voorts doet [verzoeker] een uitdrukkelijk beroep op zijn persoonlijke omstandigheden, nu deze door [verweerder] zonder serieus onderzoek terzijde zijn geschoven. Hij is kostwinner, is 55 jaar oud en heeft een vlekkeloos 23-jarig dienstverband bij [verweerder] . Ook dit moet tot gevolg hebben dat het ontslag wordt vernietigd.
Verweer
9. [verweerder] verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat en zakelijk weergegeven – dat uit de ontslagbrief zonneklaar blijkt dat [verzoeker] de tankpas en de leaseauto excessief heeft gebruikt in november 2024, september 2024 en mei 2024. Bovendien heeft hij zijn neef in de auto laten rijden, naar aangenomen moet worden ook in gevallen dat [verzoeker] niet bij deze neef in de auto zat. Dat is in strijd met bepaling in de leaseautoregeling, nu een neef immers geen gezinslid is. De leaseauto is wel degelijk van toepassing (gebleven), nu [verzoeker] deze heeft ondertekend.
10. [verzoeker] heeft geen verklaring kunnen geven over het feit dat in november 2024 vier keer met de tankpas is getankt, in totaal 111,52 liter. Dat kan niet gebruikt zijn bij het doen van boodschappen of een ritje naar de fysiotherapeut of het ziekenhuis. Pas voor het eerst op de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] desgevraagd verklaard dat hij op 30 november 2024 samen met zijn neef naar Duitsland op en neer is gereden, waarbij ongeveer 700 kilometer is afgelegd. Voor het bedrag dat in september 2024 is getankt (€ 445,96) heeft [verzoeker] geen enkele verklaring kunnen geven, terwijl hij in die maand aan woon-werkverkeer ongeveer 500 km heeft gereden. Hetzelfde geldt voor de maand mei 2024, toen er voor € 526,- is getankt met de tankpas.
11. De voorvallen van 10 oktober, 2 november en 6 november 2024 mogen wel degelijk worden meegewogen. En de conclusies zijn niet mis. De verklaringen van de heer [naam 7] acht [verweerder] niet geloofwaardig. De bonnetjes zijn niet bijgevoegd, de verklaring is niet gedateerd en niet ondertekend, terwijl [verweerder] zich niet aan de indruk kan onttrekken dat [naam 7] en [verzoeker] elkaar kennen. Dat betekent dat met de tankpas diesel is afgerekend, waarbij het dus om een andere auto moet gaan dan de leaseauto van [verzoeker] , die op benzine rijdt. Op 2 november 2024 is getankt in [locatie 2] , dat is 80 km vanaf [woonplaats] . [verweerder] gelooft niet dat [verzoeker] met zijn dubbele hernia, 160 km in een auto kan rijden, ook al is dit als passagier. Tot slot het voorval van 6 november 2024. Uit de verklaring van de heer [naam 3] blijkt duidelijk dat [verzoeker] niet door hem is gezien, terwijl uit de foto’s niet blijkt dat [verzoeker] in de auto zat, zoals hij zelf heeft verklaard.
12. Er is maar één conclusie mogelijk. [verzoeker] heeft excessief en oneigenlijk gebruik gemaakt van de tankpas en heeft zijn neef (naam onbekend) in de leaseauto laten rijden. Er zijn duizenden onverklaarde kilometers en van [verzoeker] , als gebruiker van de leaseauto en de tankpas mag verwacht worden dat hij, desgevraagd, de gereden kilometers en tankbeurten kan verantwoorden. Daarmee is [verzoeker] ernstig in gebreke gebleven.
13. Onder die omstandigheden kon niet van [verweerder] worden verwacht om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] nog een dag langer te laten duren, aldus steeds [verweerder] .
Tegenverzoek
14. Voor het geval het verzoek van [verzoeker] zou worden toegewezen en de arbeidsovereenkomst nog zou bestaan, verzoekt [verweerder] de kantonrechter deze te ontbinden, primair op grond van wanprestatie, subsidiair op de e-grond, meer subsidiair de g-grond en uiterst subsidiair op de i-grond. En dan wel per de eerst mogelijke datum en zonder toekenning van enige vergoeding aan [verzoeker] , omdat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Beoordeling
15. Volgens artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW is bepaald dat een dringende reden onder andere aanwezig kan zijn als de werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.
16. Ter beoordeling staat de rechtsgeldigheid van het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet.
17. Allereerst moet beoordeeld worden of het ontslag onverwijld is gegeven. [verzoeker] heeft aangevoerd dat [verweerder] al op 30 november 2024 op de hoogte was van het tankgedrag van [verzoeker] in de maand november 2024, omdat zij toen de brandstoffactuur over deze maand heeft ontvangen. De tijd die sindsdien is verstreken tot de dag van het ontslag, is simpelweg te lang, aldus [verzoeker] . De kantonrechter volgt [verzoeker] hierin niet. Dat de factuur gedateerd is op 30 november 2024, wil nog niet zeggen dat die ook op die dag is verstuurd en in het bezit van [verweerder] is gekomen. Dat heeft [verzoeker] ook niet nader onderbouwd. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat [verweerder] eerder dan 17 december 2024 kennis heeft genomen van de factuur en het tankgedrag van [verzoeker] . Dan mag [verweerder] nog korte tijd worden gegund om nader onderzoek te doen. Geoordeeld wordt dat het ontslag gegeven op 23 december 2024 in dit licht onverwijld is gegeven.
18. Voor wat betreft de feitelijke gedragingen die door [verweerder] aan het ontslag ten grondslag zijn gelegd geldt het volgende.
19. De kantonrechter oordeelt dat de leaseautoregeling van toepassing is gebleven na het door [verzoeker] in gebruik nemen van de nieuwe leaseauto in 2020. Doorslaggevend daarbij is dat [verzoeker] de leaseautoregeling in 2014 heeft ondertekend en dat het door [verzoeker] als productie overgelegde printscreen (productie 7 verzoekschrift) niet als een nieuwe regeling kan worden beschouwd.
20. Het gevolg daarvan is dat [verweerder] gelijk heeft met haar stelling dat [verzoeker] de leaseautoregeling heeft overtreden door zijn neef (in elk geval) meerdere keren in de auto te laten rijden en hem de tankpas met pincode te laten gebruiken. Oneigenlijk gebruik van de tankpas houdt mede in het in gebruik geven van die tankpas aan een neef, want een neef is geen gezinslid. Het ontgaat de kantonrechter wat het verband zou moeten zijn met het gebruik van de leaseauto door de heer [naam 4] in 2017 en 2028, nog los van het feit dat de heer [naam 4] een collega van [verzoeker] was, en dit dus geen strijd met de autoleaseregeling opleverde.
21. De kantonrechter is voorts van oordeel dat oneigenlijk (en daarmee ernstig verwijtbaar) gebruik van de tankpas ook aan de orde is als de werknemer om wie het gaat geen behoorlijke verantwoording kan afleggen over het gebruik van de pas. Dat geldt temeer als er een onregelmatigheid wordt vastgesteld, zoals hier het in gebruik geven van de tankpas en de leaseauto aan de neef van [verzoeker] , wiens identiteit en de precisie van de familieband [verzoeker] overigens niet heeft onthuld.
22. De kantonrechter komt tot de slotsom dat het verhaal van [verzoeker] aangaande november 2024 simpelweg niet klopt. Vast staat dat er die maand getankt is op 2, 4, 7 en 23 november, in totaal 111,52 liter. In eerste instantie geeft [verzoeker] als verklaring dat zijn neef met de vrouw van [verzoeker] boodschappen is gaan doen en die neef [verzoeker] ook wel eens met de leaseauto naar de fysiotherapeut of het ziekenhuis heeft gebracht (zie de ontslagbrief en het citaat uit het verzoekschrift). Dat verklaart het aantal gereden kilometers geenszins, nu met ruim 111 liter ook in de stellingen van [verzoeker] (volgens hem rijdt de leaseauto 1:13,8) meer dan 1.500 km kan worden gereden. Pas op de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] desgevraagd verklaard dat hij ook nog op 30 november 2024 met de leaseauto, bestuurd door zijn neef, naar Duitsland heen en weer is gereden, in totaal 700 km. De kantonrechter acht dat ongeloofwaardig. Ten eerste had er bij een dergelijke rit in elk geval een keer getankt moeten worden en dat is niet gebeurd, althans niet met de tankpas. De laatste tankbeurt in november was immers op de 23e. Ten tweede kan de kantonrechter moeilijk aannemen dat [verzoeker] met zijn klachten als gevolg van de dubbele hernia in staat was om 700 km in een auto te rijden, ook al was dit als passagier. Hijzelf heeft immers op 3 december 2024 aan de heer [naam 2] geschreven dat het voor hem, gelet op de hernia, niet mogelijk was om vanuit zijn huis naar de vestiging van [verweerder] te gaan, een afstand van ongeveer 12 km. Overigens blijven er, ook met de rit naar Duitsland, nog vele onverklaarde kilometers over in de maand november 2024.
23. Ook staat vast dat er in september 2024 voor een bedrag van € 445,96 (208,72 liter) is getankt en in de maand mei 2024 voor een bedrag van € 526,- (245,21 liter). Het gaat dan tenminste om respectievelijk 2.880 en 3.380 km. Voor dit aantal kilometers heeft [verzoeker] geen enkele verklaring gegeven, terwijl dit in de geschetste omstandigheden wel van hem had mogen worden verwacht.
24. [verzoeker] heeft er terecht op gewezen dat de ontslagbrief de gronden voor het ontslag op staande voet fixeert. Dat laat echter onverlet dat niet in de ontslagbrief genoemde voorbeelden van excessief en oneigenlijk gebruik wel mogen meewegen bij de vraag of er sprake is van een dringende reden.
25. Ten aanzien van de voorvallen op 10 oktober en 2 en 6 november 2024 overweegt de kantonrechter als volgt.
26. [verweerder] heeft er terecht op gewezen dat de verklaring van de heer [naam 7] niet geloofwaardig is. De in de verklaring genoemde bonnetjes zijn niet bijgevoegd, de verklaring is voorts niet gedateerd en niet ondertekend. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat met de tankpas diesel is afgerekend, waarbij het dus om een andere auto moet gaan dan de leaseauto van [verzoeker] , die op benzine rijdt.
27. Op 2 november 2024 is er met de tankpas getankt in [locatie 2] , dat is 80 km vanaf [woonplaats] . Er mag op zijn minst aan getwijfeld worden of [verzoeker] met zijn dubbele hernia 160 km in een auto kan rijden, ook al is dit als passagier.
28. En dan resteert 6 november 2024. Uit de verklaring van de heer [naam 3] blijkt duidelijk dat [verzoeker] op die datum niet door [naam 3] is gezien, terwijl uit de bijgevoegde foto’s blijkt dat [verzoeker] niet in de auto zat, terwijl hij zelf heeft verklaard steeds in de auto te zijn gebleven. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat [verzoeker] de leaseauto op die dag door een derde heeft laten besturen, hetgeen niet is toegestaan.
29. Geoordeeld wordt dat is komen vast te staan dat [verzoeker] een excessief en oneigenlijk gebruik van de tankpas heeft gemaakt en hij (in elk geval) een neef in de leaseauto heeft laten rijden en gebruik heeft laten maken van de tankpas met pincode. Ook heeft [verzoeker] geen verklaring gegeven over met de leaseauto gereden duizenden kilometers. Ook dat is in de gegeven omstandigheden ernstig verwijtbaar.
30. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] met al het bovenstaande [verweerder] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met hem onmiddellijk te beëindigen. Bij dat oordeel weegt zwaar de omstandigheid dat [verzoeker] geen opheldering heeft gegeven over het gebruik van de tankpas en de leaseauto. Anders dan [verzoeker] heeft aangevoerd geldt dat ook bij de afspraak dat de leaseauto privé mag worden gebruikt en als het maximum aantal kilometers per jaar (25.000) niet is overschreden.
31. De persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] , met name het dienstverband van 23 jaar, de leeftijd (55 jaar) en het kostwinnerschap, leggen niet voldoende gewicht in de schaal om tot een ander oordeel te komen.
32. Dat betekent dat het gegeven ontslag in stand zal blijven. Immers is er sprake van een dringende reden, gebaseerd op ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] , terwijl het ontslag onverwijld is gegeven.
33. Ten aanzien van de verzochte transitievergoeding wordt als volgt geoordeeld. Indien de dringende reden het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, zoals in dit geval, is in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd. Dat is anders als het niet toekennen van een transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval geen sprake. Overwogen wordt dat [verzoeker] met zijn gedrag de daarop door [verweerder] opgelegde sanctie aan zichzelf heeft te wijten.
34. Nu vastgesteld is dat er sprake is van een terecht gegeven ontslag op staande voet en ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verzoeker] , wordt het verzoek om een billijke vergoeding afgewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek ter zake de gefixeerde schadevergoeding.
35. [verzoeker] heeft niet weersproken dat [verweerder] per 23 december 2024 een eindafrekening heeft verstrekt, zodat ook dit onderdeel van het verzoek moet worden afgewezen.
36. Op de gevraagde voorlopige voorziening hoeft niet te worden beslist, nu in deze beschikking een eindoordeel wordt gegeven.
37. Op het voorwaardelijk verzoek van [verweerder] behoeft ook niet te worden beslist, nu de voorwaarde waaronder het is ingesteld, niet in vervulling is gegaan.
38. [verzoeker] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
BESLISSING
De kantonrechter:
Op de verzoeken van [verzoeker] :
I. wijst de verzoeken af;
II. veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder] , tot op heden begroot op € 543,- aan kosten van de gemachtigde;
III. veroordeelt [verzoeker] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 67,50 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
IV. verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter, en op 9 mei 2025 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...