Pays-Bas Rechtbank Amsterdam Divers 6 июня 2025 N° 11193580 \ CV EXPL 24-8153 NL

ECLI:NL:RBAMS:2025:3944 Rechtbank Amsterdam , 06-06-2025 / 11193580 \ CV EXPL 24-8153

Ambshalve toetsing consumentenrecht. Specialistische zorg huisdier. Eisende partij moet zich (nader) uitlaten over de informatieplichten, de algemene voorwaarden overleggen en zich uitlaten over de transparantie van het prijsbeding, in lijn met ECLI:EU:C:2023:14.

Source officielle

5 min de lecture 930 mots

Inhoudsindicatie. Ambshalve toetsing consumentenrecht. Specialistische zorg huisdier. Eisende partij moet zich (nader) uitlaten over de informatieplichten, de algemene voorwaarden overleggen en zich uitlaten over de transparantie van het prijsbeding, in lijn met ECLI:EU:C:2023:14.

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11193580 \ CV EXPL 24-8153

Vonnis van 6 juni 2025

in de zaak van

EVIDENSIA DIERENKLINIEKEN B.V.,

gevestigd te Vleuten,

eisende partij,

gemachtigde: Bosveld,

tegen

[gedaagde]
,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

— de dagvaarding van 3 juli 2024, met producties,

— het herstelexploot van 26 juli 2024, met producties,

— het tegen gedaagde partij verleende verstek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De beoordeling

Eisende partij stelt dat zij in opdracht en voor rekening van gedaagde partij specialistische zorg heeft verleend aan de huisdieren van gedaagde partij. Hiervoor heeft eisende partij twee facturen van in totaal € 603,48 gestuurd aan gedaagde partij. Deze facturen heeft gedaagde partij niet betaald en worden in deze procedure gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of eisende partij de op haar als handelaar rustende informatieplichten heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).

De overeenkomst is volgens eisende partij binnen de verkoopruimte tot stand gekomen, zodat de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Gesteld noch gebleken is dat eisende partij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Eisende partij stelt in de dagvaarding slechts dat de informatieplichten van artikel 6:230m BW en 6:230v BW niet van toepassing zijn. Dat volstaat niet. Eisende partij wordt daarom in de gelegenheid gesteld om bij akte gemotiveerd te stellen hoe zij aan de informatieplichten van artikel 6:230l BW heeft voldaan.

Eisende partij stelt in de dagvaarding dat op de vordering geen algemene voorwaarden van toepassing zijn. In de facturen waarvan betaling wordt gevorderd staat echter dat op alle (behandel)overeenkomsten algemene voorwaarden van toepassing zijn. De algemene voorwaarden zijn niet overgelegd. Eisende partij zal die (in het vervolg direct bij de dagvaarding) alsnog in het geding moeten brengen.

Op grond van de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger) moet de kantonrechter immers ook als eisende partij zich in de procedure niet beroept op het toepasselijke beding in de algemene voorwaarden, maar op de wet, ambtshalve onderzoeken of het beding in de voorwaarden waarop zij zich had kunnen beroepen niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn. Indien een beding als oneerlijk wordt aangemerkt, kan ingevolge deze arresten geen aanspraak meer worden gemaakt op de wettelijke regeling die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest en moet haar vordering op dit punt worden afgewezen.

Gelet op het voorgaande, dient eisende partij naast het overleggen van de algemene voorwaarden in de door haar te nemen akte ook de bedingen te noemen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd en zich uit te laten over de oneerlijkheid van die bedingen in de zin van de richtlijn.

Tot slot heeft eisende partij zich niet uitgelaten over de transparantie van het prijsbeding. Voorafgaand aan de behandeling(en) aan de huisdieren van gedaagde partij heeft gedaagde partij kennis moeten kunnen nemen van de kosten van de behandeling(en), in lijn van het arrest van het Europese Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14), zodat de kantonrechter kan beoordelen of de prijzen transparant zijn in de zin van de richtlijn. Uit dit arrest volgt dat de handelaar de consument, vóórdat de overeenkomst wordt gesloten, informatie moet verstrekken die hem in staat stelt bij benadering de totale kosten van die diensten te ramen. Als dat niet of onvoldoende is gebeurd, zal het prijsbeding op oneerlijkheid in de zin van de richtlijn moeten worden getoetst. Nu eisende partij zich hierover nog niet heeft uitgelaten, krijgt zij de gelegenheid dat alsnog bij akte te doen.

De zaak wordt voor akte uitlating en overlegging stukken verwezen naar de rol.

Eisende partij dient de akte met toelichting en eventuele stukken ter onderbouwing tenminste twee weken vóór de hierna te bepalen rolzitting aan gedaagde partij te sturen, met de mededeling dat gedaagde partij op die rolzitting daarop mag reageren dan wel uitstel kan vragen en hoe en wanneer gedaagde partij uiterlijk moet reageren. Eisende partij wordt in dat kader verzocht om naast de akte ook de mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en/of met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze in beginsel buiten beschouwing gelaten.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3De beslissing

De kantonrechter

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 4 juli 2025 om 10.00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.3, 2.4, 2.6 en 2.7,

bepaalt dat eisende partij de akte ten minste twee weken voor deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, overeenkomstig het bepaalde in overweging 2.9,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025.

991


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.