Pays-Bas Rechtbank Den Haag Divers 11 декабря 2024 N° NL24.41444 NL

ECLI:NL:RBDHA:2024:20940 Rechtbank Den Haag , 11-12-2024 / NL24.41444

Dublin Bulgarije, verlenging overdrachtstermijn, MOB, beroep ongegrond.

Source officielle

4 min de lecture 797 mots

Inhoudsindicatie. Dublin Bulgarije, verlenging overdrachtstermijn, MOB, beroep ongegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.41444

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Alkir),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. D. van Hout).

Inleiding

Met het besluit van 15 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de overdrachtstermijn voor de overdracht van eiser aan Bulgarije tot achttien maanden verlengd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57 van de Awb uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiser tegen het bestreden besluit. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en de verlenging van de overdrachtstermijn in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het bestreden besluit

3. Verweerder heeft de overdrachtstermijn verlengd met achttien maanden op grond van artikel 29, tweede lid van de Dublinverordening omdat eiser is ondergedoken.

Het standpunt van eiser

4. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit. Hij stelt dat uit een e-mail van het COa van 23 oktober 2024 blijkt dat hij in het [AZC] verblijft in de vrijheidsbeperkende locatie. Hij is dus niet ondergedoken en de overdrachtstermijn is daarom ten onrechte verlengd.

Het oordeel van de rechtbank

5. Verweerder stelt zich in het verweerschrift primair op het standpunt dat eiser geen procesbelang meer heeft, omdat hij op 29 oktober 2024 met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser op 7 november 2024 medegedeeld dat hij nog contact heeft met eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Gelet op de uitspraken van de Afdeling van 1 juli 2024 en 9 oktober 2024 heeft eiser daarom nog steeds belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

6. Uit het verweerschrift blijkt dat eiser op 4 november 2024 zou worden overgedragen aan Bulgarije. Op 15 oktober 2024 is eiser niet op het vertrekgesprek verschenen. Vervolgens heeft een kamercontrole plaatsgevonden, waarbij geen persoonlijke spullen van eiser werden aangetroffen. Hij heeft de opvanglocatie verlaten zonder verweerder op de hoogte te stellen van zijn nieuwe verblijfplaats. Verweerder heeft op basis daarvan niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser er doelbewust voor heeft gezorgd dat hij buiten het bereik was van verweerder om de overdracht te voorkomen.

7. Eiser heeft met de overgelegde e-mail niet aannemelijk gemaakt dat hij van 15 oktober 2024 tot 18 oktober 2024 in een opvanglocatie heeft verbleven of dat verweerder op de hoogte was van zijn verblijfplaats. Hij heeft geen geldige reden gegeven voor het nalaten de autoriteiten in te lichten van zijn vertrek of het niet verschijnen bij de meldplicht. Verweerder heeft daarom niet ten onrechte geconcludeerd dat hij doelbewust buiten het bereik is gebleven van de autoriteiten om zijn overdracht te voorkomen. Dat hij zich op 18 oktober 2024 weer heeft gemeld doet hier niet aan af. Dit volgt ook uit een uitspraak van de Afdeling van 15 maart 2024. Eiser heeft verder niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat hij niet de bedoeling had om uit het zicht van de autoriteiten te blijven. Gelet hierop is de overdrachtstermijn niet ten onrechte verlengd met toepassing van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Algemene wet bestuursrecht.
  2. Verordening (EU) nr. 604/2013.
  3. Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
  4. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  5. ECLI:NL:RVS:2024:2662.
  6. ECLI:NL:RVS:2024:4049.
  7. ECLI:NL:RVS:2024:1077.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.