ECLI:NL:RBDHA:2025:15037 Rechtbank Den Haag , 31-07-2025 / C/09/688778 / JE RK 25-1274
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing
5 min de lecture · 921 mots
Inhoudsindicatie. Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/688778 / JE RK 25-1274
Datum uitspraak: 31 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. G. Kartal te Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
— het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 juli 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de moeder.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 16 mei 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 juli 2025 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 1 augustus 2025.
3Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft ter zitting toegelicht het verzoek niet langer te handhaven. [minderjarige] is na de spoedmachtiging geplaatst bij [afdeling] waar hij in eerste instantie erg moest wennen en veel nabijheid zocht bij de begeleiders. Gaandeweg het verblijf is [minderjarige] meer gaan wennen en was hij meer op zijn gemak. [minderjarige] en de moeder hebben elkaar dagelijks gesproken via videobellen. De moeder is ook samen met de zusjes van [minderjarige] langs geweest. Bij de moeder thuis is hulpverlening betrokken vanuit [instelling] die drie keer per week bij de moeder langsgaan. Er is contact geweest met de GGZ psycholoog die het middelengebruik en de stressregulatie van de moeder gaat behandelen.
Zo zijn er ook verschillende afspraken gemaakt om de moeder te ontlasten. Dit ziet onder andere op de opvang voor de kinderen en de vastgestelde bezoekregelingen met de vaders. De vaders van de dochters van de moeder zijn betrokken en hebben aangegeven de moeder op te kunnen vangen op momenten dat de zorgen voor haar teveel zouden worden. Daarnaast is ook de buurvrouw van de moeder betrokken om te voorkomen dat een dergelijke spoedsituatie zoals voorafgaand aan de uithuisplaatsing nogmaals plaats zal vinden. De gecertificeerde instelling is van mening dat het huidige plan voldoende is om de risico’s te beperken. Vanuit de lopende ondertoezichtstelling is tevens zicht op het gezin en de moeder is goed in contact met de betrokken hulpverlening. De moeder toont inzicht in hetgeen er is gebeurd en wil deze situatie ook graag veranderen en meewerken aan de behandeling.
4De standpunten
Door en namens de moeder is verzocht om afwijzing van het verzoek. De moeder is twee weken geleden teruggevallen in middelengebruik omdat zij overbelast was en geen overzicht meer had. Zij realiseert zich nu heel goed dat zij hierin de verkeerde keuzes heeft gemaakt. De moeder heeft een zware periode gehad maar weet dat zij nu terecht kan bij de juiste hulpverlening en steun vanuit haar netwerk kan vragen en krijgen. De moeder werkt goed samen met de jeugdbeschermer en hulpverlening vanuit [instelling] waardoor de situatie significant verbeterd is. De moeder heeft laten zien dat zij goed op zichzelf en de situatie kan reflecteren. De moeder zal er dan ook alles aan doen om dit in de toekomst te voorkomen en met het huidige plan vanuit de jeugdbeschermer zijn deze risico’s voldoende afgedicht.
5De beoordeling
De kinderrechter overweegt het volgende. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting toegelicht het verzoek voor de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer te handhaven.
Dit omdat de moeder de afgelopen periode heeft meegewerkt aan het maken van een plan waarin de risico’s bij een terugval voldoende afgedicht worden. Bij de moeder thuis is hulpverlening van [instelling] betrokken. Daarnaast krijgt de moeder de noodzakelijke begeleiding en behandeling vanuit de GGZ psycholoog die haar ook gaat begeleiden in het traject met betrekking tot middelengebruik.
De kinderrechter is van oordeel dat de moeder heeft laten zien voldoende zelfreflectie te hebben en daarin ook heeft aangetoond de samenwerking met de hulpverlening zelf op te kunnen zoeken. De kinderrechter is van oordeel dat er niet langer een noodzaak is voor de uithuisplaatsing van [minderjarige] . Het is op dit moment in het belang van [minderjarige] om terug naar de moeder te kunnen gaan. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.
6De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2025 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van D. Debets als griffier, en op schrift gesteld op 12 augustus 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...