ECLI:NL:RBDHA:2025:15044 Rechtbank Den Haag , 28-05-2025 / C/09/667714 / FA RK 24-4147
Gezag en zorg-/omgangsregeling. Beide verzoeken aangehouden in afwachting verloop ondertoezichtstelling en begeleide omgang.
6 min de lecture · 1 103 mots
Inhoudsindicatie. Gezag en zorg-/omgangsregeling. Beide verzoeken aangehouden in afwachting verloop ondertoezichtstelling en begeleide omgang.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-4147
Zaaknummer: C/09/667714
Datum beschikking: 28 mei 2025
Gezag, zorg-/omgangsregeling
Beschikking op het op 30 mei 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Arslan te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Celen te Rijswijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
— het verzoekschrift;
— het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
— het F9-bericht van de vader van 9 april 2025.
Op 30 april 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
[naam] namens de gecertificeerde instelling.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt te bepalen:
dat partijen gezamenlijk worden belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] ;
dat een omgangsregeling wordt vastgesteld, waarbij de vader omgang heeft met de
kinderen:
de eerste twee weken: elke zondag tussen 12.00 uur en 16.00 uur;
vanaf twee weken: elke zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en ook weer terugbrengt;
en daarna: een weekend per twee weken van vrijdag vrijdagmiddag tot zondagmiddag en gedurende een contactmoment op een doordeweekse dag;
— dat partijen zullen worden verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling, zoals
bijvoorbeeld Ouderschap Blijft;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De moeder verzoekt daarnaast zelfstandig te bepalen dat zij voortaan eenhoofdig is belast met het gezag over [de minderjarige 2] .
Feiten
— Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
— Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
— [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats] ;
— [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ;
— Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige 2] uit blijkens een aantekening in het
gezagsregister van 16 april 2018. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] belast.
— De kinderen verblijven bij de moeder.
— Bij beschikking van de kinderrechter van 23 oktober 2024 zijn [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] onder
toezicht gesteld tot 23 oktober 2025.
Beoordeling
Gezag
De vader verzoekt om partijen – in lijn met het wettelijk uitgangspunt – gezamenlijk te belasten met het gezag over [de minderjarige 1] , zoals ten aanzien van [de minderjarige 2] al het geval is. De vader stelt dat er geen contra-indicaties zijn voor gezamenlijk gezag. De moeder verzoekt juist om het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 2] te beëindigen, zodat zij voortaan alleen het gezag heeft over beide kinderen.
Op basis van de stukken en hetgeen op de zitting is besproken overweegt de rechtbank dat zij op dit moment over onvoldoende informatie beschikt om een beslissing te nemen op de over en weer gedane verzoeken over het gezag. Hoewel duidelijk is dat er onvoldoende basis is voor een constructieve communicatie tussen de ouders, is– anders dan door de moeder gesteld – niet gebleken dat de vader zijn toestemming aan gezagsbeslissingen heeft onthouden. Zoals in het navolgende nader wordt besproken, zullen de ouders starten met begeleide omgang en is ook hulpverlening betrokken in het kader van de ondertoezichtstelling. De rechtbank wil daarom bezien of de onderlinge verhouding tussen de ouders in de komende periode verbetert, zo nodig met de inzet van aanvullende hulp en begeleiding. Op het moment dat er in de komende tijd een belangrijke beslissing moet worden genomen over [de minderjarige 2] , kan de jeugdbeschermer daarbij een begeleidende rol spelen. De rechtbank zal daarom de verzoeken van de vader en de moeder ten aanzien van het gezag aanhouden, in afwachting van het verloop van de ondertoezichtstelling en de begeleide omgang.
Zorg-/omgangsregeling
Door de vader is verzocht om de vaststelling van een zorg- dan wel omgangsregeling tussen hem en de kinderen. Nu in het voorgaande is besproken dat de verzoeken ten aanzien van het gezag aangehouden zullen worden, spreekt de rechtbank in het navolgende voor beide kinderen steeds over een omgangsregeling.
Sinds het uiteengaan van partijen eind 2023 heeft de vader [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] niet meer gezien. Mede gelet op de zorgen hierover zijn [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] bij beschikking van 23 oktober 2024 (opnieuw) onder toezicht gesteld. In deze beschikking is al benoemd dat bekeken moet worden hoe de omgang tussen de vader en de kinderen opgestart kan worden. Op de zitting is gebleken dat op korte termijn een intake zal plaatsvinden bij Senza Zorg, waarna de omgangsbegeleiding kan starten. Ondanks dat de moeder zorgen heeft over de overdracht, staan beide partijen open voor deze begeleide omgang. De rechtbank zal daarom bepalen dat de omgang in de komende periode begeleid plaatsvindt onder regie van de gecertificeerde instelling en de definitieve beslissing over de omgangsregeling aanhouden.
Vervolg
De huidige ondertoezichtstelling loopt tot en 23 oktober 2025. De rechtbank acht het wenselijk – indien de gecertificeerde instelling overgaat tot een verlengingsverzoek – dat een gecombineerde behandeling plaatsvindt van de onderhavige procedure en de verlenging van de ondertoezichtstelling, gelet op de nauwe onderlinge samenhang. Gelet hierop zal de rechtbank deze procedure pro forma aanhouden tot 1 oktober 2025, zodat een eventuele gezamenlijke behandeling mogelijk is.
Proceskosten
Omdat de verzoeken ten aanzien van het gezag en de zorg-/omgangsregeling worden aangehouden, zal de rechtbank ook de beslissing over de proceskosten aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te ’ [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] ;
voorlopig onder begeleiding van Senza Zorg, dan wel op een andere wijze, begeleid contact zullen hebben met de vader, waarbij de regie over de plaats, duur en frequentie bij de gecertificeerde instelling ligt;
en verklaart deze omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere verdere beslissing inzake het gezag, de definitieve zorg-/omgangsregeling en de proceskosten pro forma zal worden aangehouden tot 1 oktober 2025 in afwachting van het verloop van de begeleide omgang;
bepaalt dat partijen en de gecertificeerde instelling de rechtbank uiterlijk op voornoemde pro formadatum informeren over het verloop van de begeleide omgang.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 mei 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...