Pays-Bas Rechtbank Den Haag Divers 5 июня 2025 N° NL25.9986 en NL25.9987 NL

ECLI:NL:RBDHA:2025:18972 Rechtbank Den Haag , 05-06-2025 / NL25.9986 en NL25.9987

Asielzaak. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser zijn Zimbabwaanse nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Beroep gegrond.

Source officielle

10 min de lecture 1 987 mots

Inhoudsindicatie. Asielzaak. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser zijn Zimbabwaanse nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. Beroep gegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL25.9986 (beroep)

NL25.9987 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser en verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. G. Erdal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

In het bestreden besluit van 2 maart 2025 heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, strekkende tot het voorkomen van zijn uitzetting totdat op het beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 19 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de heer Umar als tolk in de Engelse taal, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de minister de asielaanvraag van eiser mocht afwijzen als kennelijk ongegrond. Ook beoordeelt zij het verzoek om een voorlopige voorziening.

3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het asielrelaas van eiser

4. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2002 en de Zimbabwaanse nationaliteit te hebben. Op 15 februari 2025 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Aan deze asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is, dat hij in het verkeerde lichaam is geboren en dat hij in transitie wenst te gaan. Wegens zijn homoseksuele gerichtheid en genderidentiteit heeft eiser problemen ondervonden met de Zimbabwaanse gemeenschap en autoriteiten. Eiser is vanuit Zimbabwe naar Zuid-Afrika gereisd en heeft daar enkele dagen verbleven. Vervolgens is eiser uit Zuid-Afrika naar Nederland, Panama en vervolgens weer naar Nederland gereisd. Bij terugkeer naar Zimbabwe vreest eiser gevangen te worden gezet of te worden gedood.

Het bestreden besluit

5. De minister heeft in eisers relaas de volgende asielmotieven onderscheiden:

Identiteit, nationaliteit en herkomst;

Problemen wegens eisers seksuele gerichtheid en genderidentiteit.

De minister heeft de door eiser gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit kopieën van een Zimbabwaanse identiteitskaart, geboorteakte en schoolcertificaat overgelegd. Omdat het om kopieën gaat, kan de echtheid hiervan niet worden vastgesteld. Hierdoor kan de Zimbabwaanse identiteit en nationaliteit van eiser niet zonder meer worden gevolgd. Daar komt bij dat deze documenten nog niet afdoen aan het Zuid-Afrikaanse paspoort waarmee eiser vanuit Zuid-Afrika naar Nederland is gevlogen, omdat het immers mogelijk is om twee nationaliteiten te hebben. Omdat eiser met dit paspoort via verschillende landen naar Nederland is gevlogen en hierbij geen problemen heeft ondervonden, heeft eiser niet aangetoond dat dit paspoort vals is. Dat eiser dit paspoort tijdens de vlucht heeft weggegooid, maakt dat de minister de kans is ontnomen om dit document te onderzoeken. Dit wordt eiser aangerekend. Niet is gebleken dat eiser dit paspoort onder dwang heeft moeten vernietigen. De minister stelt verder dat de verklaringen van eiser over dat het paspoort vals zou zijn summier zijn. De minister concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij de Zimbabwaanse nationaliteit heeft, noch dat hij niet in het bezit is van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit.

De minister volgt eiser in zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en zijn genderidentiteit. Omdat eiser echter niet heeft aangetoond dat hij de Zimbabwaanse nationaliteit heeft, heeft de minister de problemen die eiser naar eigen zeggen wegens zijn gerichtheid en genderidentiteit in Zimbabwe heeft ervaren niet beoordeeld. De minister heeft wel beoordeeld of eiser bij een terugkeer naar Zuid-Afrika een gegronde vrees voor vervolging heeft of daar een reëel risico op ernstige schade loopt. Volgens de minister is dat niet het geval en bestaat er daarom geen aanleiding om aan eiser een asielvergunning te verlenen. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn paspoort vermoedelijk met opzet heeft weggemaakt.

Heeft de minister de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ten onrechte niet geloofwaardig geacht?

Standpunt eiser

6. Eiser betoogt dat de minister zijn Zimbabwaanse identiteit en nationaliteit ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. Hij stelt dat de kopieën van zijn Zimbabwaanse identiteitskaart, geboorteakte en schoolcertificaat, in samenhang met zijn telefoonnummer, de stamtaal die hij spreekt en de juist beantwoorde vragen met betrekking tot zijn leefomgeving, voldoende aanknopingspunten bieden voor het geloofwaardig achten van zijn identiteit en nationaliteit. De minister heeft ten onrechte enkel tegengeworpen dat het kopieën betreffen die niet op echtheid zijn te onderzoeken en heeft deze kopieën in strijd met het arrest LH niet in de besluitvorming betrokken. Eiser wijst er daarnaast op dat hij in beroep zijn originele Zimbabwaanse identiteitsdocumenten heeft overgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat het aan de vreemdeling om zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken en zich in te spannen om documenten te verkrijgen die deze elementen kunnen onderbouwen. Eiser heeft tijdens zijn gehoren bij de Koninklijke Marechaussee en de IND verklaard dat hij (enkel) de Zimbabwaanse nationaliteit heeft. Ter onderbouwing van zijn Zimbabwaanse identiteit en nationaliteit heeft eiser kopieën van verschillende Zimbabwaanse documenten overgelegd, te weten een identiteitskaart, een geboorteakte en een schoolcertificaat. Eiser heeft vervolgens in beroep verschillende originele Zimbabwaanse documenten overgelegd. Het gaat om de volgende stukken:

 Een identiteitskaart, afgegeven op [datum 1] 2019;

 Een afschrift uit het geboorteregister, afgegeven op [datum 2] 2003;

 Twee cijferlijsten, afgegeven op [datum 3] 2023;

 Drie ‘Certificaten Onderwijs’, afgegeven op onbekende datum;

 Een studentenkaart, afgegeven op onbekende datum;

Deze documenten zijn door een documentdeskundige van Bureau Documenten van de minister onderzocht. Uit de verklaring van onderzoek blijkt dat de echtheid van de identiteitskaart, het afschrift uit het geboorteregister en de ‘Certificaten Onderwijs’ positief zijn beoordeeld. Geen uitspraak kan worden gedaan over de opmaak en afgifte van deze documenten en niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Ten aanzien van één van de cijferlijsten en de studentenkaart is geconcludeerd dat deze niet origineel is en ten aanzien van de andere vragenlijst kan geen uitspraak over de echtheid worden gedaan wegens een gebrek aan voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal.

De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser met de door hem overgelegde originele stukken nog steeds zijn identiteit, nationaliteit en herkomst heeft aangetoond. Omdat Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de opmaak en afgifte van de echt bevonden documenten, kan namelijk niet worden vastgesteld of eiser deze documenten op legale wijze heeft verkregen en of de inhoud daarvan juist is.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser nog steeds niet heeft aangetoond heeft gemaakt dat hij de Zimbabwaanse nationaliteit heeft. Daarbij merkt de rechtbank allereerst op dat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet hoeft aan te tonen (cursivering rechtbank), maar deze enkel aannemelijk hoeft te maken. Verder heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom ondanks de echt bevonden Zimbabwaanse identiteitsdocumenten geconcludeerd moet worden dat eiser zijn Zimbabwaanse nationaliteit nog steeds niet aannemelijk heeft gemaakt. Het enkele gegeven dat Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de opmaak en afgifte van deze documenten en daarom niet kan worden vastgesteld of eiser deze documenten legaal zijn verkregen, acht de rechtbank hiervoor onvoldoende. Er zijn immers geen concrete aanknopingspunten dat eiser deze documenten niet op legale wijze heeft verkregen en evenmin is gebleken dat het in Zimbabwe betrekkelijk eenvoudig is om op illegale wijze identiteitsdocumenten te verkrijgen. Dit was anders in de door de minister aangehaalde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 14 maart 2025. In die zaak, die ging over een asielaanvraag van een vreemdeling die stelde de Somalische nationaliteit te hebben, had de rechtbank namelijk in haar oordeel betrokken dat Somalië geen alomvattend nationaal registratiesysteem of burgerlijke stand kent en dat het betrekkelijk eenvoudig is om aan vervalste documenten of documenten met valse identiteitsgegevens te komen. Het procesdossier biedt evenmin aanknopingspunten dat dit ook aan de orde is in Zimbabwe.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank concludeert dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig moet worden geacht. Het beroep is daarom gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank komt daarom niet toe aan een bespreking van de overige beroepsgronden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. De minister moet opnieuw op de asielaanvraag beslissen. De minister krijgt voor het nieuw te nemen besluit een termijn van acht weken. De minister dient in het nieuw te nemen besluit een nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling te maken van de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst. De rechtbank geeft daarbij mee dat als de minister op basis van de door eiser overgelegde identiteitsdocumenten tot de conclusie komt dat de door eiser gestelde Zimbabwaanse identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig is, de gegevens op het Zuid-Afrikaanse paspoort waarmee eiser Nederland is ingereisd niet juist kunnen zijn en derhalve een aanwijzing vormen dat eiser op basis dit paspoort niet (ook) de Zuid-Afrikaanse nationaliteit kan hebben. Het Zuid-Afrikaanse paspoort bevat namelijk andere persoonsgegevens dan die zijn vermeld op de door eiser overgelegde Zimbabwaanse identiteitskaart.

8. Omdat de rechtbank met deze uitspraak op het beroep beslist, bestaat er geen aanleiding meer tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

9. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.721,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 907,-, en een wegingsfactor 1). Als aan eiser een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandsverlener.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.9986:

— verklaart het beroep gegrond;

— vernietigt het bestreden besluit van 2 maart 2025;

— draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.9987:

— wijst het verzoek af.

De rechtbank/voorzieningenrechter, in alle zaken:

— veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.721,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.W. Victoor, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

  1. Artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
  2. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 juni 2021 in de zaak C-921/19, ECLI:EU:C:2021:478.
  3. Immigratie- en Naturalisatiedienst.
  4. ECLI:NL:RBDHA:2025:4075.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.