Pays-Bas Rechtbank Den Haag Fiscal 12 ноября 2025 N° NL24.45011 NL

ECLI:NL:RBDHA:2025:21383 Rechtbank Den Haag , 12-11-2025 / NL24.45011

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaargronden. Geen verzuim. Beroep gegrond.

Source officielle

8 min de lecture 1 720 mots

Inhoudsindicatie. Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaargronden. Geen verzuim. Beroep gegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.45011

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.M. van Daalhuizen),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: C.A. van Es).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning omdat er geen bezwaargronden zouden zijn ingediend. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het bezwaar alsnog inhoudelijk moet behandelen, omdat in dit geval geen sprake is van verzuim. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de afwijzing van eisers verblijfsvergunning.

Op 24 mei 2023 heeft eiser een aanvraag gedaan voor een verblijfvergunning voor het verblijfsdoel ‘familie en gezin’. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 11 oktober 2023 afgewezen. Daartegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

Met het besluit van 18 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. De gemachtigde van eiser en eiser zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

3. Voor het indienen van een bezwaarschrift tegen de afwijzing van een verblijfvergunning geldt een termijn van vier weken. Een bezwaarschrift moet voldoen aan een aantal vereisten en bevat onder meer de gronden van het bezwaar. Indien niet aan de formele vereisten wordt voldaan, kan een bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Voordat het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het bezwaar de mogelijkheid krijgen om het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.

De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Is sprake van verzuim?

4. De rechtbank toetst eerst of sprake is van verzuim. Verweerder stelt dat eiser geen bezwaargronden heeft ingediend.

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van verzuim. Eiser heeft op 2 november 2023 tijdig bezwaar gemaakt op nader aan te voeren gronden. De rechtbank stelt verder vast dat referent – namens eiser – op 30 december 2023 een brief aan verweerder heeft geschreven. Hoewel in de brief wordt verwezen naar een beslissing van 26 augustus 2023 (mogelijk het terugkeerbesluit van 26 augustus 2022), gaat eisers referent in op diverse beslisonderdelen van het (primaire) besluit van 11 oktober 2023. Referent stelt onder andere dat Nigeria niet veilig is en dat eiser geen familie meer heeft in Nigeria. Ook beschrijft zij de omstandigheden waarbinnen de strafbare feiten hebben plaatsgevonden. Referent verzoekt in de brief om een gesprek om de situatie beter te kunnen toelichten. De rechtbank oordeelt dat deze brief bezwaargronden bevat tegen het besluit van 11 oktober 2023.

Dat verweerder tijdens de zitting heeft gesteld dat het niet duidelijk was waar deze brief over ging en wat referent met deze brief heeft willen bereiken, doet hieraan niet af. Die omstandigheden maken de inhoud van de brief niet anders. Daarbij ligt het op de weg van verweerder navraag te doen als de strekking of bedoeling van de brief niet duidelijk is. Het standpunt van verweerder dat de gemachtigde van eiser deze brief ook niet als bezwaargronden heeft opgevat, zoals verweerder tijdens de zitting heeft gesteld, is ook niet relevant. De rechtbank overweegt dat eiser en referent ook op eigen initiatief – en los van een gemachtigde – stukken kunnen inbrengen die verweerder bij de beoordeling van het bezwaar moet meenemen.

Omdat de brief van 30 december 2023 door verweerder is ontvangen voor het verstrijken van de op 5 juli 2024 geboden hersteltermijn van twee weken, stelt de rechtbank vast dat geen sprake is van verzuim als bedoeld in artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb. Verweerder heeft het bezwaar dus niet niet-ontvankelijk kunnen verklaren en zal alsnog inhoudelijk op het bezwaar moeten beslissen.

De rechtbank overweegt dat voor een efficiënte en goede procesvoering verweerder aan eiser een nadere termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak gunt om het bezwaarschrift waar nodig aan te vullen en te voorzien van nadere stukken. Tevens wijst de rechtbank op de hoorplicht als bedoeld in artikel 7:2 Awb.

Deze beroepsgrond slaagt.

Is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding?

5. De rechtbank overweegt dat een advocaat een bijzondere positie bekleedt binnen het rechtssysteem. Een cliënt – en zeker een vreemdeling – moet in algemene zin kunnen vertrouwen op de professionaliteit van zijn rechtsbijstandverlener. De rechtbank overweegt dat de gemachtigde van eiser in deze procedure buitengewoon laakbaar heeft gehandeld door – ondanks vele toezeggingen – niet zelfstandig gronden van bezwaar in te dienen terwijl de door verweerder gestelde hersteltermijn met aankondiging van de consequenties (niet-ontvankelijkheid) altijd fataal is. Dat het beroep gegrond is verklaard, is uitsluitend te danken aan de brief die referent namens eiser heeft geschreven.

Bij gegrondverklaring van het beroep is toekenning van de proceskostenvergoeding voor de door eiser gemaakte proceskosten evenwel uitgangspunt. Het gaat hier dan om de kosten die door eiser zijn gemaakt in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, in dit geval het indienen van een beroepschrift, waarvoor in beginsel 1 punt (met een waarde van € 907,-) wordt toegekend. Omdat sprake is van een toevoeging komen de proceskosten in beginsel toe aan de rechtsbijstandverlener met dien verstande dat de rechtsbijstandverlener belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos stelt voor de aan de rechtsbijstandverlener betaalde eigen bijdrage. Gelet op de uitkomst van dit beroep ligt het in de rede dat eiser in ieder geval zijn eigen bijdrage en griffierecht terugkrijgt van zijn gemachtigde.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat eisers referent namens eiser tijdig inhoudelijke gronden tegen het afwijzingsbesluit heeft toegestuurd aan verweerder. Dat betekent dat verweerder het bezwaar inhoudelijk moet behandelen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing op het bezwaar te nemen. Dit omdat deze zaak tot nu toe alleen ging over de ontvankelijkheid van het bezwaar.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

— verklaart het beroep gegrond;

— vernietigt het besluit van 18 oktober 2023;

— draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

— bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;

— veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 6:5

1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

(…)

d. de gronden van het bezwaar of beroep.

Artikel 6:6

Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:

a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep,

(…)

mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Artikel 8:69

(…)

2. De bestuursrechter vult ambtshalve de rechtsgronden aan.

Artikel 8:75

1. De bestuursrechter is bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De artikelen 7:15, tweede tot en met vierde lid, en 7:28, tweede, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing. Een natuurlijke persoon kan slechts in de kosten worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling als bedoeld in de eerste volzin uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop bij de uitspraak het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

2. In geval van een veroordeling in de kosten ten behoeve van een partij aan wie ter zake van het beroep bij de bestuursrechter, het bezwaar of het administratief beroep een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, wordt het bedrag van de kosten betaald aan de rechtsbijstandverlener. De rechtsbijstandverlener stelt de belanghebbende zoveel mogelijk schadeloos voor de door deze voldane eigen bijdrage. De rechtsbijstandverlener doet aan de Raad voor rechtsbijstand opgave van een kostenvergoeding door het bestuursorgaan.

Vreemdelingenwet 2000

1. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift vier weken.

Besluit proceskosten bestuursrecht

Artikel 2

2. Het bedrag van de kosten wordt bij de uitspraak, onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaar of het administratief beroep als volgt vastgesteld:

a. ten aanzien van de kosten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a: overeenkomstig het in de bijlage opgenomen tarief;

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

  1. Dit volgt uit artikel 69 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
  2. Dit volgt uit artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  3. Dit volgt onder meer uit de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 november 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:10565), onder 3.3.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.