ECLI:NL:RBDHA:2025:21927 Rechtbank Den Haag , 09-07-2025 / C/09/680638 / FA RK 25-1317
Vaststellen geboortegegevens. Vervangende geboorteakte is nodig om het geslacht en de voornaam te laten wijzigen ivm genderbeleving.
4 min de lecture · 732 mots
Inhoudsindicatie. Vaststellen geboortegegevens. Vervangende geboorteakte is nodig om het geslacht en de voornaam te laten wijzigen ivm genderbeleving.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1317
Zaaknummer: C/09/680638
Datum beschikking: 9 juli 2025
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking op het op 13 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[naam] ,
verzoeker, gelet op diens genderbeleving hierna: verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Engelbertink te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
— het verzoekschrift, met bijlagen;
— de brief van 25 april 2025 van de ambtenaar;
— het F9-bericht van 20 mei 2025 met bijlage.
Gelet op de inhoud en strekking van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op basis van de stukken af te doen.
Verzoek
Verzoekster verzoekt om haar geboortegegevens vast te stellen. Verzoekster is geboren als man, maar heeft de overtuiging tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Om het geslacht en de voornaam door de ambtenaar te laten wijzigen is echter een vervangende geboorteakte nodig.
De ambtenaar heeft geen bezwaar wanneer de geboortegegevens als volgt worden vastgesteld:
voornaam: [voornamen] ;
geslachtsnaam: [geslachtsnaam] ;
dag van geboorte: [geboortedatum] 1994;
plaats van geboorte: [geboorteplaats] , [land] ;
geslacht: M (mannelijk).
Feiten
Verzoekster verblijft rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8, onder c van de Vreemdelingenwet 2000.
In de Nederlandse Basisregistratie Personen (BRP) staat verzoekster ingeschreven als [naam] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , [land] .
Van verzoekster is geen geboorteakte geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Het verzoek ziet op het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van verzoekster en tot opname daarvan in de Nederlandse registers. De rechtbank acht Nederlands recht als haar interne recht van toepassing op het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Ingevolge artikel 1:25c, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000.
Nu verzoekster rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, kan verzoekster worden ontvangen in haar verzoek.
Hoewel door verzoekster een kopie van een geboorteakte is overgelegd, is deze niet voorzien van een apostille. Omdat het document niet is gelegaliseerd, kan niet worden vastgesteld dat dit document is afgegeven door een bevoegde instantie. Verzoekster heeft gesteld en onderbouwd dat zij deze ook niet kan verkrijgen bij een bevoegde instantie in [land] . De rechtbank is van oordeel dat verzoekster daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet beschikt over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte en deze ook niet kan verkrijgen.
De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van verzoekster moet hebben plaatsgehad.
Het verzoek is op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar. Daarbij zij nog opgemerkt – zoals ook door de ambtenaar is benoemd – dat de in de BRP opgenomen tweede naam van verzoekster hoogstwaarschijnlijk een typefout bevat. Voor de vaststelling van deze gegevens zal de rechtbank daarom aansluiten bij de schrijfwijze in de overige overgelegde documenten.
Beslissing
De rechtbank:
stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:
Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]
Voornamen : [voornamen]
Geboortedatum : [geboortedatum] 1994
Geboorteplaats : [geboorteplaats] , [land]
Geslacht : M (mannelijk)
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 9 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...