Pays-Bas Rechtbank Den Haag Divers 24 ноября 2025 N° NL25.36368 NL

ECLI:NL:RBDHA:2025:22336 Rechtbank Den Haag , 24-11-2025 / NL25.36368

Vovo. Voldoende spoedeisend belang. Geen beoordeling van de kans van slagen van het beroep. Belangenafweging valt uit in het voordeel van verzoekster. Verzoek toegewezen.

Source officielle

7 min de lecture 1 492 mots

Inhoudsindicatie. Vovo. Voldoende spoedeisend belang. Geen beoordeling van de kans van slagen van het beroep. Belangenafweging valt uit in het voordeel van verzoekster. Verzoek toegewezen.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.36368

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , [v-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.C. de Jong),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).

Procesverloop

Met het besluit van 18 december 2024 heeft verweerder vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoekster per 23 augustus 2019 is komen te vervallen en heeft verweerder de vernieuwingsaanvraag voor een verblijfsdocument afgewezen.

Met het bestreden besluit van 22 juli 2025 op het bezwaar van verzoekster is verweerder bij dit besluit gebleven.

Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, J.M. van der Boom als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Inleiding

1. Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een bodemgeding niet.

Wat ging aan deze procedure vooraf?

Verzoekster verblijft vanaf ongeveer 1987 (merendeels) in Nederland, deels rechtmatig en deels onrechtmatig. Verzoekster is op 15 oktober 2014 in bezit gesteld van een verblijfsdocument EU/EER (als familielid van een burger van de Unie, in dit geval haar destijds minderjarige dochter) geldig tot 15 oktober 2019. Op 25 september 2019 heeft verzoekster een aanvraag ingediend voor duurzaam verblijf als familielid van een burger van de Unie. Deze aanvraag heeft verweerder afgewezen, waarbij is meegedeeld dat de afwijzing geen gevolgen heeft voor haar verblijfsrecht als familielid van een burger van de Unie. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard.

Op 22 februari 2024 heeft verzoekster een aanvraag ingediend voor de vernieuwing van haar verblijfsdocument EU/EER. Op 14 november 2024 heeft verweerder een voornemen uitgebracht waarin is vermeld dat verzoekster niet langer voldeed aan de voorwaarden van haar verblijfsrecht vanaf het moment dat haar dochter meerderjarig was geworden (op 23 augustus 2019). Met het besluit van 18 december 2024 heeft verweerder vervolgens vastgesteld dat het verblijfsrecht van verzoekster per 23 augustus 2019 is komen te vervallen en heeft verweerder de vernieuwingsaanvraag voor een verblijfsdocument afgewezen. Tevens heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken. Verzoekster mocht het bezwaar hiertegen in Nederland afwachten.

In het bestreden besluit van 22 juli 2025 is verweerder hierbij gebleven. De uitspraak op het beroep hiertegen mag verzoekster niet in Nederland afwachten. De uitspraak op het tijdig aangevraagde verzoek om een voorlopige voorziening mag zij wel in Nederland afwachten. Omdat verzoekster hiermee geen (procedureel) rechtmatig verblijf heeft in Nederland, heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVB) haar uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) opgeschort vanaf 8 augustus 2025.

Spoedeisend belang

4. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening. Daarbij is het volgende door verzoekster naar voren gebracht.

5. Het verzoek om een voorlopige voorziening is door verzoekster ingesteld met als doel om procedureel rechtmatig verblijf te krijgen. Met een (procedureel) rechtmatige verblijfsstatus zou verzoekster weer recht hebben op haar Anw-uitkering. Zij heeft aangevoerd dat zij op korte termijn in een financiële noodsituatie terecht zal komen nu haar Anw-uitkering is stopgezet. Ter onderbouwing heeft zij documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij onder meer een huurachterstand heeft bij Havensteder en een betalingsachterstand bij haar verzekeringsmaatschappij en bij Odido. Volgens verzoekster kan Havensteder na een huurachterstand van drie maanden overgaan tot ontruiming.

6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoekster geen spoedeisend belang heeft. Weliswaar erkent verweerder dat de financiële situatie van verzoekster nijpend is door de beëindiging van haar Anw-uitkering, maar verweerder meent dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen binnen de kaders van de vreemdelingenwetgeving beoordeeld dient te worden. De beslissing of de Anw-uitkering van verzoekster weer hervat kan worden is niet aan verweerder maar aan de SVB en valt niet binnen dit kader.

7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de strekking van het verzoek om een voorlopige voorziening enkel dat verzoekster procedureel rechtmatig verblijf verkrijgt totdat op haar beroep is beslist. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter niet om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat haar Anw-uitkering wordt hervat. De hervatting van de uitkering is wel een door verzoekster beoogd gevolg van toewijzing van haar verzoek om procedureel rechtmatig verblijf. Niet in geschil is dat de uitkering is opgeschort omdat verzoekster thans geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. Gelet op haar nijpende financiële situatie, die door verzoekster is onderbouwd en door verweerder niet wordt bestreden, is de rechtbank van oordeel dat verzoekster voldoende spoedeisend belang heeft bij haar verzoek om een voorlopige voorziening.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze voorlopige voorzieningen- procedure zich niet leent voor een beoordeling van de kans van slagen van het beroep en heeft dit bij bericht van 10 november 2025 aan partijen kenbaar gemaakt. Daarvoor acht zij de hoofdzaak inhoudelijk te complex en omvangrijk.

De voorzieningenrechter zal daarom een belangenafweging maken tussen de belangen van verzoekster bij toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening en de belangen van verweerder bij afwijzing van dat verzoek. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze belangenafweging in het voordeel van verzoekster dient uit te vallen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Verzoeksters belangen zijn allereerst financieel van aard. Het niet toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening zou haar in verdere betalingsmoeilijkheden brengen en op korte termijn in een financiële noodsituatie. Een verdere opbouw van haar huurschuld zal leiden tot ontbinding van haar huurcontract en ontruiming van de woning. Verzoekster zal dan dakloos zijn. In geval haar beroep slaagt, zal zij moeilijk aan een andere woning kunnen komen. Verder rust bij het niet toewijzen van het verzoek op verzoekster een vertrekplicht en zijn haar belangen gelegen in het kunnen uitoefenen van familie- en privéleven in Nederland met haar dochters en kleinkinderen. Zij past onder meer wekelijks in het weekend op haar kleindochter op, die dan bij haar logeert. Tot slot zijn haar belangen gelegen in de hulp die zij ontvangt van haar familieleden in verband met haar medische klachten.

Verweerder heeft de volgende belangen naar voren gebracht. Allereerst wijst verweerder op het in zijn visie deugdelijke bestreden besluit. Aan de gevolgen van dit besluit zou bij toewijzing van de voorlopige voorziening tijdelijk geen uitvoering worden gegeven. Verder wijst verweerder op het economisch belang. Als er geen sprake is van rechtmatig verblijf dan kan er geen gebruik gemaakt worden van voorzieningen die ten laste komen van de openbare kas.

De belangen van verzoekster bij toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter zonder meer zwaarwegend. Het niet treffen van de voorziening kan mogelijk leiden tot een voor verzoekster zeer ingrijpende situatie. De belangen van verweerder zijn gelegen in het beroep op de openbare kas waar verzoekster weer een beroep op zou kunnen doen en in het niet ten uitvoer kunnen leggen van de gevolgen van het bestreden besluit. Deze belangen wegen echter, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, op dit moment minder zwaar dan die van verzoekster. Bovendien is de te treffen voorziening tijdelijk van aard, zodat geen sprake is van een grote inbreuk op de belangen van verweerder.

Gelet op al het voorgaande, valt de belangenafweging uit in het voordeel van verzoekster.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst tot de uitspraak op het beroep.

11. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht moet vergoeden en dat verzoekster ook een vergoeding krijgt van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

— schorst het bestreden besluit tot de uitspraak op het beroep;

— bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan verzoekster moet vergoeden;

— veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter — Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.