Pays-Bas Rechtbank Den Haag Divers 10 декабря 2025 N° Nl25.27954 NL

ECLI:NL:RBDHA:2025:23761 Rechtbank Den Haag , 10-12-2025 / Nl25.27954

Asielaanvraag – zorgvuldigheid besluitvorming – herhaling zienswijze – tegenstrijdige asielmotieven in Dublinprocedure – beroep ongegrond

Source officielle

7 min de lecture 1 516 mots

Inhoudsindicatie. Asielaanvraag – zorgvuldigheid besluitvorming – herhaling zienswijze – tegenstrijdige asielmotieven in Dublinprocedure – beroep ongegrond

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.27954

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Sanchez-Rhemrev).

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2025 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1999 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. De huidige asielaanvraag heeft eiser op 25 maart 2022 ingediend.

2. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. De oom van eiser heeft de jeugd van eisers dorp bijeengebracht om te demonstreren voor een betere toekomst van de gemeenschap. De autoriteiten hebben geprobeerd de oom van eiser om te kopen, zodat de demonstraties zouden stoppen. De oom van eiser heeft geweigerd, waarna hij is meegenomen en er niets meer van hem is vernomen. Eiser heeft vervolgens met een groep jongeren gedemonstreerd bij het huis van de gouverneur van de deelstaat. Op de terugweg van deze demonstratie stonden militairen de demonstranten op te wachten. De militairen hebben met traangas gegooid en er is op de demonstranten geschoten. Eiser is weggerend van deze situatie. Via zijn moeder heeft eiser daarna vernomen dat twee militairen zijn doodgeschoten, dat eiser hiervoor wordt gezocht en dat hij wordt bestempeld als terrorist. Eiser is daarop vertrokken uit Nigeria.

3. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De problemen vanwege deelname aan protesten heeft verweerder ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Vw, omdat eiser afwijzende documenten van de Duitse vreemdelingendienst heeft weggegooid en verklaringen heeft afgelegd die kennelijk inconsequent en tegenstrijdig zijn.

4. Eiser voert het volgende aan. Verweerder heeft pas op 18 juni 2025 het bestreden besluit genomen, terwijl eiser al op 16 april 2024 een zienswijze heeft ingediend. Op brieven die eiser in de tussengelegen periode heeft verstuurd, zoals over een mogelijk aanvullend gehoor, heeft verweerder nooit gereageerd. Daarbij komt dat het bestreden besluit zonder aankondiging vanuit Schiphol is gekomen in plaats vanuit Zevenaar. Verweerder had gelet op artikel 3:2 van de Awb contact met eiser moeten opnemen. Door het tijdsverloop is eiser bovendien slachtoffer geworden van de nieuwe wijze waarop verweerder geloofwaardigheidsbeoordelingen van asielrelazen maakt. Daarnaast heeft verweerder het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd door in reactie op de zienswijze te verwijzen naar het voornemen, dan wel niet deugdelijk op de zienswijze in te gaan. Eiser herhaalt daarom een deel van zijn zienswijze in de beroepsgronden. Verweerder heeft geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt en heeft de zienswijze kennelijk niet willen begrijpen. Ter zitting heeft eiser verder betoogd dat verweerder in het kader van de afwijzing als kennelijk ongegrond ten onrechte verklaringen van eiser heeft tegengeworpen die hij in zijn Dublinprocedure naar voren heeft gebracht.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Zorgvuldigheid

5. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat verweerder niet in overeenstemming met artikel 3:2 van de Awb heeft gehandeld. Dat het bestreden besluit is genomen door een medewerker die werkzaam is op locatie Schiphol heeft verweerder niet voorafgaand aan het nemen van het besluit aan eiser hoeven meedelen en maakt niet dat sprake is geweest van onzorgvuldigheid. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de IND één dienst is en dat de locatie waar het besluit is genomen geen gevolgen heeft voor de besluitvorming. Niet gebleken is dat eiser op enige wijze is benadeeld doordat het bestreden besluit is genomen door een medewerker die werkzaam is op de locatie Schiphol.

Daarnaast heeft verweerder in het bestreden besluit gereageerd op het verzoek van eiser om aanvullend te worden gehoord. Verweerder heeft overwogen dat een aanvullend gehoor niet aan de orde is, omdat eiser in zijn zienswijze niet heeft onderbouwd wat hij verder naar voren zou willen brengen en ook heeft hij geen gebruik gemaakt van de zienswijze om een aanvullend punt naar voren te brengen. Daarmee heeft verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het niet nodig was om eiser aanvullend te horen. Dat verweerder niet voorafgaand aan het bestreden besluit per brief heeft gereageerd op de vraag van eiser of een aanvullend gehoor zou plaatsvinden, maakt niet dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld.

Verder heeft verweerder de asielaanvraag van eiser terecht beoordeeld aan de hand van WI 2024/6. Deze WI is namelijk sinds 1 juli 2024 van kracht. Als algemeen uitgangspunt geldt dat bij het nemen van een besluit het recht wordt toegepast zoals dat op dat moment geldt. Dit geldt eveneens voor beleid en overige vaste gedragslijnen. Van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van dit uitgangspunt is niet gebleken. Voor zover eiser stelt dat hij door de toepassing van WI 2024/6 is benadeeld, overweegt de rechtbank dat eiser dit geheel niet heeft geconcretiseerd en onderbouwd.

Motivering van het bestreden besluit

6. De rechtbank stelt vast dat eiser in de beroepsgronden zijn zienswijze deels heeft herhaald, met de toevoeging dat verweerder in het bestreden besluit volgens hem onvoldoende is ingegaan is op de zienswijze. Hiermee heeft eiser niet gemotiveerd

aangegeven waarom de reactie van verweerder op de zienswijze in het bestreden besluit niet juist of onvoldoende zou zijn. Dit kan dan ook niet worden beschouwd als een gemotiveerde betwisting van het bestreden besluit. Voor zover eiser erop wijst dat verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar het voornemen, maakt dit niet dat sprake is van een motiveringsgebrek. Vastgesteld wordt dat verweerder in het bestreden besluit namelijk heeft toegelicht waarom het oordeel van het voornemen in stand blijft.

7. Ook de stellingen van eiser dat verweerder geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt en dat het bestreden besluit algemene overwegingen bevat die geen inhoud hebben, worden niet gevolgd. Het bestreden besluit geeft wel degelijk blijk van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. Daarbij heeft verweerder terecht betrokken dat eiser stelt dat hij interviews heeft gegeven, maar dat hij dit niet kan aantonen. Ook heeft verweerder terecht overwogen dat eisers verklaringen over de door hem gestelde gebeurtenissen tegenstrijdig, vaag en algemeen zijn. Verweerder heeft bij deze beoordeling alle relevante verklaringen van eiser betrokken en is gemotiveerd ingegaan op de zienswijze van eiser.

Kennelijk ongegrond

8.
Verder heeft verweerder de aanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft gericht tegen de afwijzing als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Wel heeft eiser betwist dat verweerder zijn aanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw als kennelijk ongegrond heeft kunnen afwijzen. Anders dan eiser meent, heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij in zijn beroep in de Dublinprocedure andere asielmotieven naar voren heeft gebracht dan bij de huidige asielaanvraag. Tijdens het beroep in de Dublinprocedure heeft eiser namelijk naar voren gebracht dat hij vreest om naar zijn land van herkomst te worden teruggestuurd, omdat sprake is van een familiedispuut en hij in Nigeria geen bestaanszekerheid heeft. Verweerder heeft terecht overwogen dat deze verklaringen onverenigbaar zijn met de asielmotieven die eiser aan de huidige asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd. De verklaringen van eiser heeft verweerder dan ook terecht beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser daarom ook kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.

Conclusie

9.
Het beroep is ongegrond.

10. Eiser krijgt geen proceskosten vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 10 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Vreemdelingenwet 2000.
  2. Algemene wet bestuursrecht.
  3. Een eerdere asielaanvraag van eiser is bij besluit van 25 september 2018 niet in behandeling genomen omdat verweerder Italië verantwoordelijk heeft geacht voor de behandeling daarvan. Dit besluit staat in rechte vast.
  4. Werkinstructie.
  5. Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4158.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.