ECLI:NL:RBDHA:2025:25009 Rechtbank Den Haag , 24-10-2025 / C/09/691141 / FA RK 25-6727
Voorlopige voorzieningen bij echtscheiding. Vaststelling kinderalimentatie volgens door vrouw onderling getroffen regeling, waartegen man zich niet heeft verweerd.
3 min de lecture · 454 mots
Inhoudsindicatie. Voorlopige voorzieningen bij echtscheiding. Vaststelling kinderalimentatie volgens door vrouw onderling getroffen regeling, waartegen man zich niet heeft verweerd.
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6727
Zaaknummer: C/09/691141
Datum beschikking: 24 oktober 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 8 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlage, namens de vrouw;
het bericht van 13 oktober 2025, met gewijzigde verzoeken, namens de vrouw;
het verweerschrift, met referteverklaring, namens de man;
het bericht van 13 oktober 2025 namens de man;
het bericht van 13 oktober 2025 namens de vrouw.
De man voert geen verweer voert tegen de verzoeken van de vrouw. Op verzoek van heeft de op 16 oktober 2025 geplande zitting geen doorgang gevonden.
Feiten
De vrouw en de man zijn gehuwd op [datum] 2016 in [plaats] .
Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] .
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw – na wijziging – strekt ertoe dat een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van 1 augustus 2025, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Voorlopige kinderalimentatie
Volgens de vrouw hebben partijen een regeling getroffen over de door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie. Zij verzoekt daarom nu een bijdrage van € 200,- per maand per kind voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
Nu de man geen verweer heeft gevoerd zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man met ingang van 1 augustus 2025, aan de vrouw voor de minderjarigen:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ;
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ;
voorlopig een kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind zal betalen, vanaf heden bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...