ECLI:NL:RBDHA:2025:25152 Rechtbank Den Haag , 31-07-2025 / AWB 24/16128
Verzoek om een voorlopige voorziening. Nu uitspraak is gedaan in het beroep, is het verzoek wegens een gebrek aan connexiteit niet-ontvankelijk.
2 min de lecture · 358 mots
Inhoudsindicatie. Verzoek om een voorlopige voorziening. Nu uitspraak is gedaan in het beroep, is het verzoek wegens een gebrek aan connexiteit niet-ontvankelijk.
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/16128
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C. van der Zijde).
Inleiding
1. Bij besluit van 4 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om bescherming onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: de Richtlijn) afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker bezwaar ingediend.
Tegelijk met zijn bezwaar heeft verzoeker op 8 oktober 2024 bij deze rechtbank zijn verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Met het besluit van 17 januari 2025 heeft verweerder op het bezwaar van verzoeker beslist en is hij bij zijn afwijzing gebleven. Omdat op dat moment nog niet was beslist op zijn verzoek en verzoeker hiertegen beroep heeft ingesteld (zaaknummer NL25.7022), geldt dit verzoek om een voorlopige voorziening als een verzoek hangende het beroep bij de rechtbank.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak te doen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu heden uitspraak is gedaan in het beroep (zaaknummer NL25.7022) en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Gelet op de betreffende overwegingen in de uitspraak in het beroep, bestaat voor een proceskostenveroordeling in de onderhavige procedure geen aanleiding. Verzoeker krijgt evenmin zijn griffierecht vergoed.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Richtlijn 2001/55 EG.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...