ECLI:NL:RBDHA:2025:7960 Rechtbank Den Haag , 24-03-2025 / NL25.5109 en NL25.5110
asiel - Marokko - identiteit, nationaliteit en herkomst - problemen met familie ongeloofwaardig - ongegrond - voorlopige voorziening - verzoek afgewezen
6 min de lecture · 1 150 mots
Inhoudsindicatie. asiel — Marokko — identiteit, nationaliteit en herkomst — problemen met familie ongeloofwaardig — ongegrond — voorlopige voorziening — verzoek afgewezen
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.5109 en NL25.5110
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Erdal).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening. Hij heeft op 7 januari 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 januari 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 11 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de waarnemer van de gemachtigde van eiser mr. A.K.E. van den Heuvel, J. Lakjaa als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat de zaak over?
3. Eiser heeft Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [datum] 1995. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft vanwege een meisje binnen zijn familie waar hij een relatie mee heeft gehad en met wie hij niet wilde trouwen. Eiser vreest bij terugkeer naar Marokko dat haar broer of vader hem zullen vermoorden als ze hem zien.
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven.
— identiteit, nationaliteit en herkomst;
— problemen met familie.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig gevonden. De problemen met de familie heeft verweerder ongeloofwaardig gevonden. Hierbij is volgens verweerder onder meer van belang dat eisers verklaringen over zijn verloofde en relatie vaag en bevreemdend zijn. Ook zijn de verklaringen over de bedreigingen wisselend en is het bevreemdend dat eiser niet eerder over zijn problemen heeft verklaard. Verder kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Op grond van de geloofwaardige elementen kan eiser volgens verweerder niet als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag worden aangemerkt. Marokko geldt daarnaast, in het algemeen als veilig land van herkomst. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Marokko voor hem niet veilig is. Ook zijn deze elementen onvoldoende zwaarwegend om aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert aan dat verweerder inhoudelijk niet is ingegaan op de nieuwe argumenten waarop hij in de zienswijze heeft gewezen. Hoewel de relatie enige tijd geleden is, heeft eiser aangevoerd dat haar familie op eerwraak uit is wegens het verbreken van de verloving en omdat hij seks met haar heeft gehad. De autoriteiten kunnen eiser niet beschermen waardoor Marokko voor hem geen veilig land van herkomst is.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser in zijn zienswijze geen inhoudelijke argumenten heeft aangevoerd en enkel de asielmotieven van zijn huidige en eerdere asielaanvragen heeft herhaald. Eiser heeft niet aangegeven waarom zijn verklaringen geloofwaardig gevonden moeten worden.
Verweerder heeft in het voornemen bovendien voldoende gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over de problemen met zijn familie ongeloofwaardig zijn. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat de verklaringen van eiser over zijn verloofde en zijn relatie vaag en bevreemdend zijn. Verweerder heeft het bevreemdend kunnen vinden dat eiser de naam van zijn ex-verloofde in eerste instantie niet kan noemen en daarna enkel de voornaam noemt nadat tegen hem is gezegd dat het belangrijk is dat hij meewerkt. Verder heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser geen inzicht heeft kunnen geven in zijn relatie met zijn ex-verloofde. Verweerder had dit van eiser wel mogen verwachten nu hij een jaar een relatie met haar heeft gehad. Verder overweegt de rechtbank dat verweerder eisers verklaringen over de bedreigingen wisselend heeft mogen vinden. Eiser heeft namelijk eerst verklaard dat hij is bedreigd nadat hij Marokko heeft verlaten. De vader en broer van zijn ex zouden naar zijn vader zijn gegaan en tegen hem hebben gezegd dat ze op hem zouden wachten. Vervolgens verklaart eiser dat de broer en vader van zijn ex hem rechtstreeks hebben bedreigd. Toen is gevraagd of hij kan uitleggen hoe deze bedreigingen gingen, heeft eiser verklaard dat de bedreigingen via zijn broer gingen. Gelijk daarna verklaart eiser dat hij zelf direct bedreigd is via de telefoon. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat in alle redelijkheid van hem verwacht had mogen worden dat hij over dergelijke gebeurtenissen eenduidig kan verklaren. Verder heeft verweerder het bevreemdend kunnen vinden dat eiser bij zijn vorige asielaanvraag niet heeft verklaard dat hij vreest te worden vermoord door de vader of broer van zijn ex, gezien hij wel stelt te vrezen voor zijn leven.
7. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verweerder gelet op artikel 30b, eerste lid, onder g de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft mogen afwijzen. Het betoog van eiser dat verweerder de aanvraag niet als kennelijk ongegrond heeft mogen afwijzen omdat Marokko niet als veilig land van herkomst mag worden aangemerkt, behoeft dan ook geen bespreking.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...