Pays-Bas Rechtbank Den Haag Divers 4 июня 2025 N° C/09/666762 / FA RK 24-3643 NL

ECLI:NL:RBDHA:2025:9716 Rechtbank Den Haag , 04-06-2025 / C/09/666762 / FA RK 24-3643

afwijzing verzoek kinderalimentatie ivm detentie man en geen verdiencapaciteit. Man is nog niet veroordeeld, dus de rechtbank kan niet beoordelen of sprake is van verwijtbaar inkomensverlies.

Source officielle

5 min de lecture 965 mots

Inhoudsindicatie. afwijzing verzoek kinderalimentatie ivm detentie man en geen verdiencapaciteit. Man is nog niet veroordeeld, dus de rechtbank kan niet beoordelen of sprake is van verwijtbaar inkomensverlies.

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 24-3643

Zaaknummer: C/09/666762

Datum beschikking: 4 juni 2025

Alimentatie en omgang

Beschikking op het op 12 juni 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Çiçek te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

verblijvende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Uzumcu te Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift;

het verweerschrift tevens verzoekschrift;

— het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

— het f-formulier van 18 juli 2024 van de zijde van de moeder.

De minderjarigen [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening te geven over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Op 7 mei 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de advocaat van de man. De vrouw is verder bijgestaan door tolk R. M. Ermek. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is [naam] verschenen.

Feiten

— Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

— Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

— [minderjarige 1] , geboren op [datum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , Turkije,

— [minderjarige 2] , geboren op [datum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,

— [minderjarige 3] , geboren op [datum 3] 2016 te [geboorteplaats 2] .

— De kinderen verblijven bij de moeder.

— De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Turkse nationaliteit.

— Bij vonnis in kort geding van 21 december 2023 zijn de kinderen voorlopig aan de moeder toevertrouwd en is aan de moeder het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder luidt, na wijziging, met ingang van 1 mei 2024 de kinderalimentatie op € 540,— per kind per maand te bepalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Het door de vader ingediende verzoek met betrekking tot de vaststelling van een omgangsregeling en de daaraan te verbinden dwangsom, is op de zitting ingetrokken.

Beoordeling

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de vader, de moeder en de minderjarigen in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het netto besteedbaar gezinsinkomen is te stellen op € 6.782,—. De behoefte van de kinderen bedraagt op grond hiervan € 1.620,— per maand. Volgens de vrouw is de draagkracht van de man hoger dan de behoefte van de kinderen en is het aandeel van de man in de kosten van de verzorging en opvoeding gelijk aan de behoefte. Zij verzoekt daarom te bepalen dat de man met ingang van 1 mei 2024 maandelijks een bedrag van € 540,— per kind per maand dient bij te dragen.

Verder stelt de vrouw dat het feit dat de man nu gedetineerd is, aan hem te verwijten valt en dat de gevolgen daarvan niet in het nadeel van de kinderen en de vrouw mogen worden uitgelegd. Bovendien is de woning van partijen verkocht, waardoor de man binnenkort over vermogen zal beschikken.

De man heeft gesteld dat hij op dit moment geen inkomen heeft omdat hij gedetineerd is. De verwachting is dat zijn detentie een langere periode zal duren. Daarnaast heeft de vrouw haar verzoek onvoldoende toegelicht en onderbouwd en dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek. Voor zover het de advocaat van de man bekend is, beschikt de man niet over vermogen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Vast staat dat de man op dit moment in detentie zit en geen inkomen genereert. Dit is tussen partijen niet in geschil.

Hij is echter nog niet veroordeeld en de rechtbank kan daarom op dit moment niet beoordelen of sprake is van verwijtbaar inkomensverlies aan de zijde van de man. Maar ook als daarvan sprake zou zijn, dan kan hij deze hypothetische verdiencapaciteit niet aanwenden. De uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 18 april 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4845, waarop de vrouw zich ter zitting heeft beroepen, ziet op een situatie waarin een man na afloop van de detentie weer verdiencapaciteit heeft die hij moet aanwenden om te kunnen voorzien in de kosten van de kinderen. Dat is een andere situatie dan de onderhavige waarin de man nog gedetineerd is en niet duidelijk is wanneer hij vrij komt en zijn eventuele verdiencapaciteit weer zou kunnen aanwenden.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de vrouw dat de man € 50.000,— zal ontvangen uit de verkoop van de woning nu dit standpunt niet is onderbouwd.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, zodat het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 juni 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.