ECLI:NL:RBGEL:2025:10656 Rechtbank Gelderland , 17-02-2025 / 06-000099-13
Verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van 2 jaren nu betrokkene in afwachting is van overplaatsing naar een nieuwe kliniek. Psychodiagnostiek en verlof moeten weer opnieuw worden opgebouwd, wat naar verwachting meer tijd in beslag neemt dan 1 jaar.
6 min de lecture · 1 265 mots
Inhoudsindicatie. Verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van 2 jaren nu betrokkene in afwachting is van overplaatsing naar een nieuwe kliniek. Psychodiagnostiek en verlof moeten weer opnieuw worden opgebouwd, wat naar verwachting meer tijd in beslag neemt dan 1 jaar.
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 06-000099-13
Datum uitspraak: 17 februari 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in de FPC [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.
De procedure
Betrokkene is op 28 januari 2014 gelet op het vonnis van het Landgericht Münster
(Duitsland) van 13 oktober 2010 en het advies van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van
9 juli 2013, ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De termijn van de maatregel is voor het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 17 februari 2023.
Bij vordering van 24 december 2024, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
het adviesrapport van de kliniek van 28 november 2024, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
een afschrift van de wettelijke aantekeningen en de voortgangsverslagen;
het advies van de psychiater, van 21 oktober 2024, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
het advies van de psycholoog, van 13 november 2024, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 3 februari 2025 zijn gehoord:
betrokkene;
zijn raadsman;
de deskundige, verpleegkundig specialist/regiebehandelaar;
de officier van justitie.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat er een reëel gevaar is voor herhaling en dat het proportioneel is dat de maatregel wordt verlengd.
De raadsman van betrokkene heeft primair gepleit voor aanhouding van de behandeling zodat kan worden onderzocht of, en zo ja, onder welke voorwaarden de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd en subsidiair tot een beperking van de verlenging tot één jaar.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege onder meer met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit de rapporten van de psychiater en de psycholoog en het verlengingsadvies van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis, een pedofiele stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene op 20 januari 2022 in de [kliniek] is geplaatst. Betrokkene is vanuit de Pompestichting overgeplaatst naar aanleiding van het vastgelopen traject van betrokkene waarbij sprake was van een moeizame samenwerking tussen hem en het behandelteam. Betrokkene is vervolgens in de [kliniek] gestart met onbegeleide verloven, maar deze zijn stopgezet vanwege zorgwekkende uitspraken en een gebrek aan overeenstemming over het traject, omdat betrokkene vindt dat hij uitbehandeld is. Het traject is daardoor gestagneerd. Van de uitstroomafdeling is betrokkene teruggeplaatst naar de doorstroomafdeling, waar geen behandeldruk aanwezig is.
Op 27 september 2023 heeft de kliniek positief geadviseerd op het overplaatsingsverzoek naar de Van der Hoevenkliniek dat betrokkene via zijn advocaat had ingediend. Betrokkene is nu in afwachting van zijn overplaatsing om in de Van der Hoevenkliniek te starten aan een derde behandelpoging. Ter zitting heeft de deskundige toegelicht dat betrokkene nu als derde op de wachtlijst staat, maar dat het onduidelijk is wanneer hij wordt overgeplaatst. Het kan binnen een week zijn, maar het zou ook zo nog een jaar kunnen duren voordat de overplaatsing kan worden gerealiseerd.
Uit het rapport van de psychiater komt naar voren dat er een discrepantie is ontstaan tussen de goede verbale vaardigheden van betrokkene en zijn beperkte sociaal emotionele vaardigheden, waardoor hij fors is overschat. De Van der Hoevenkliniek zou aansluiting moeten proberen te vinden bij het sociaal emotionele en diffuse seksualiteitsniveau van betrokkene. De resocialisatie moet zo snel mogelijk weer worden opgepakt. De psychiater adviseert de terbeschikkingstelling te verlengen met 2 jaren gezien het feit dat betrokkene nog op de wachtlijst staat voor de nieuwe kliniek.
In het rapport van de psycholoog wordt geadviseerd om binnen de Van der Hoevenkliniek de psychodiagnostiek verder aan te scherpen voor met name de bijdrage van een eventuele autismespectrumstoornis op het gebied van responsiviteit. Er zou verder meer focus moeten komen te liggen op resocialisatie en niet te veel inzetten op verbale therapieën. Vanwege de fase van de behandeling adviseert de psycholoog de terbeschikkingstelling te verlengen met 2 jaren.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de psychiater en psycholoog blijkt dat het recidiverisico bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt ingeschat als matig tot hoog. Er is daarnaast een matig aantal beschermende factoren. Uit het rapport van de kliniek komt naar voren dat het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging en in geval van beëindiging van de maatregel onverminderd hoog is. Dat de kliniek nu tot een hoog risico komt terwijl dit eerder matig was, komt vanwege de zorgwekkende uitspraken die betrokkene heeft gedaan.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling groot is.
Conclusie
Uit het rapport en uit wat ter zitting is besproken, blijkt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de stoornissen bij betrokkene nog aanwezig zijn. Het recidiverisico wordt vooralsnog ingeschat als matig tot hoog bij het wegvallen van de maatregel. Verder overweegt de rechtbank dat de maatregel is opgelegd in verband met een veroordeling voor misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een ander. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereisen.
De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging niet aan de orde is. De rechtbank wijst derhalve het verzoek van de raadsman daartoe af.
Betrokkene is binnen de huidige kliniek in een behandelimpasse terecht gekomen en is in afwachting van overplaatsing naar een andere kliniek. Het advies van de deskundigen is om binnen de nieuwe kliniek de psychodiagnostiek aan te scherpen en verlof weer op te bouwen. Het is de verwachting dat dit meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar. Verlenging met één jaar, zoals bepleit door de raadsman, is daarom niet geïndiceerd. De maatregel zal dan ook worden verlengd met een periode van twee jaren.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot aanhouding;
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. Y. Yeniay-Cenik, als voorzitter, mr. P. Verkroost en
mr. A.T.G. van Wandelen, als rechters in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2024.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...