ECLI:NL:RBGEL:2025:134 Rechtbank Gelderland , 13-01-2025 / 05.329411.23 ontneming
26-jarige veroordeelde voor medeplegen van oplichting en diefstal (bankhelpdeskfraude) moet ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.782,00 aan de Staat betalen.
6 min de lecture · 1 169 mots
Inhoudsindicatie. 26-jarige veroordeelde voor medeplegen van oplichting en diefstal (bankhelpdeskfraude) moet ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel € 3.782,00 aan de Staat betalen.
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 05-329411-23 (ontneming)
Datum uitspraak : 13 januari 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde]
,
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
raadsman: mr. R.W.P. Krijnen, advocaat in Geleen.
1De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 3.782,00.
2De procedure
Ter terechtzitting van 23 december 2024 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.
De zaak is op de openbare terechtzitting van 23 december 2024 onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de vordering wordt afgewezen, mits de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] wordt toegewezen.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.
3De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 13 januari 2025 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door valse sleutels, meermalen gepleegd, is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden.
Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
De hiervoor genoemde feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld, zijn misdrijven die naar de wettelijke omschrijving worden bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen:
— het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Arnhem, van 13 januari 2025 in de onderliggende strafzaak (verder: het vonnis);
— de stukken behorend bij het onderliggende strafdossier.
Veroordeelde is in de periode van 19 december 2022 tot en met 9 januari 2023 betrokken geweest bij in totaal 9 gevallen van bankhelpdeskfraude. Hij is bij alle slachtoffers aan de deur geweest om enveloppen met daarin de bankpassen van de slachtoffers op te halen. In een aantal gevallen is hij voor een tweede maal naar de slachtoffers gegaan om ook contant geld en/of sieraden van de slachtoffers op te halen of weg te nemen. Vervolgens heeft hij middels misbruik van de bankpassen transacties gepleegd en/of contant geld opgenomen. Veroordeelde heeft verklaard dat hij soms 10% van het buitgemaakte geld kreeg en dat het later steeds meer werd, dus 20%. In Beilen heeft hij 50% zelf gehouden en 50% aan zijn chauffeur gegeven.
Op basis van de verklaringen van veroordeelde zal de opbrengst op 20% worden gesteld. Met uitzondering van het geval in Elst waar er geen opbrengst was en het geval in Beilen waar de opbrengst op 50% is gesteld, gelet op de verklaring van veroordeelde.
datum pleegplaats bedrag opbrengst
19-12-2022 Aalten € 1.450,00 20% = € 290,00
19-12-2022 Winterswijk € 1.590,00 20% = € 318,00
20-12-2022 Zaltbommel € 800,00 20% = € 160,00
21-12-2022 Sneek € 1.950,00 20% = € 390,00
22-12-2022 Venray € 1.700,00 20% = € 340,00
27-12-2022 Eefde € 1.490,00 20% = € 298,00
04-01-2023 Elst € 2.430,00 20% = € 486,00
06-01-2023 Elst — geen
09-01-2023 Beilen € 3.000,00 50% = € 1.500,00
Totaal: € 14.410,00 € 3.782,00
Voor zover bekend heeft veroordeelde geen kosten gemaakt.
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 3.782,00.
Betalingsverplichting
De rechtbank merkt op dat op grond van artikel 36e lid 9 van het Wetboek van Strafrecht de aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering worden gebracht op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en op de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag, maar slechts voor zover die zijn voldaan. In het onderhavige vonnis in de strafzaak is veroordeelde gehouden tot vergoeding van de schade van de benadeelde partij [benadeelde] Deze vordering is hoger dan het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel.
Er is echter geen sprake van de situatie dat dit bedrag al is voldaan. De ontnemingsbeslissing wordt immers gelijktijdig gewezen met het vonnis in de strafzaak. De situatie zal dus pas aan de orde komen in de executiefase. Daarom zal de rechtbank niet reeds nu al de toegekende bedragen aan schadevergoeding in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel en het door veroordeelde te betalen bedrag aan de Staat.
De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de Staat vast op € 3.782,00.
4De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5De beslissing
De rechtbank:
— stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 3.782,00 (zegge: drieduizendzevenhonderdtweeëntachtig euro);
— legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
— bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 75 dagen.
Aldus gegeven door mr. H.M. Stratenus (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en
mr. R.P.W. van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2025.
mr. R.P.W. van de Meerakker en mr. C.F. Brouwer zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Voetnoten
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer BVH 2022592367, onderzoek Puurs/ON3R023040, gesloten op 11 december 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
- Proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict, p. 454 t/m 459.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...