Pays-Bas Rechtbank Gelderland Pénal 22 августа 2025 N° 05/400849-24; 05/407926-24 NL

ECLI:NL:RBGEL:2025:8881 Rechtbank Gelderland , 22-08-2025 / 05/400849-24; 05/407926-24

Veroordeling wegens diefstal met geweld, poging diefstal met geweld en bedreiging met brandstichting tot een gevangenisstraf van 382 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 240 uren.

Source officielle

24 min de lecture 5 111 mots

Inhoudsindicatie. Veroordeling wegens diefstal met geweld, poging diefstal met geweld en bedreiging met brandstichting tot een gevangenisstraf van 382 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 240 uren.

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/400849-24; 05/407926-24 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 22 augustus 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]
,

geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],

ingeschreven op de [adres 1], [postcode 1] [plaats 1],

verblijvende aan de [adres 2], [postcode 2] [plaats 2].

Raadsvrouw: mr. D. Simo, advocaat in Culemborg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2025.

1De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 05/400849-24:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2024 te Geldermalsen,

— twee, althans een of meer dozen speelgoed (van het merk Playmobil) en/of

— negen, althans een of meer zakken nootjes (van het merk Nutisal),

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of

tankstation TOTAL “[tankstation]” (TotalEnergies [tankstation]

Geldermalsen), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met

het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

— met een bivakmuts over zijn hoofd, althans met een geheel of gedeeltelijk bedekt

gezicht/gelaat, het tankstation binnen te gaan en/of

— die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen “ik wil geld nu, ik wil geld”, althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

— met een stok/staaf, althans een langwerpig voorwerp een of meer zwaaiende

bewegingen te maken en/of

— met die stok/staaf een schap geheel of gedeeltelijk kapot te slaan, althans op/tegen

een schap te slaan;

2.

hij op of omstreeks 17 december 2024 te Geldermalsen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

— een mobiele telefoon en/of

— een fietssleutel (behorende bij fiets van die [slachtoffer 2]) en/of

— een accu (behorende bij de fiets van die [slachtoffer 2]),

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander toebehoorde(n) weg te nemen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen

diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen

volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

— met een bivakmuts over zijn hoofd, althans met een geheel of gedeeltelijk bedekt

gezicht/gelaat, achter die [slachtoffer 2] is aangefietst en/of

— met een stok/staaf, althans een langwerpig voorwerp drie, althans een of meer

keren, op/tegen de (linker)arm van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

— die [slachtoffer 2] (tijdens dat slaan) de woorden heeft toegevoegd “geef je kanker

tellie”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

— met zijn, verdachtes, hand heeft gereikt naar de fietssleutel en/of accu van de fiets

van die [slachtoffer 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van parketnummer 05/407926-24:

hij op of omstreeks 27 december 2024 te Geldermalsen, althans in Nederland,

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met brandstichting

door [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: “bel mama maar, ik ga

het hele huis in brand steken”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking.

2Overwegingen ten aanzien van het bewijs

ten aanzien van parketnummer 05/400849-24

:

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard zich niets van het feit te kunnen herinneren.

Beoordeling door de rechtbank

Op 17 december 2024, omstreeks 21:45 uur, stond aangeefster [slachtoffer 1] achter de kassa bij het tankstation aan de [adres 3] in Geldermalsen. Ze zag op dat moment een man het tankstation binnen lopen. Hij had een blauwe Albert Heijn tas en een zwarte staaf bij zich. Hij droeg een soort sjaaltje over zijn mond en neus. Hij riep “ik wil geld nu, ik wil geld”. [slachtoffer 1] zag dat de man zwaaiende bewegingen maakte met de zwarte staaf. Ze vertelde de man dat ze geen geld meer had. Ze zag vervolgens dat de man naar het schap bij de kassa greep en Playmobil speelgoed pakte. Daarna draaide de man zich om en liep hij richting de deur. Hij sloeg een schap kapot met de zwarte staaf. Vervolgens liep hij in een snelle pas het tankstation uit.

Op de camerabeelden van de Total ziet de verbalisant dat de man producten van de toonbank in zijn Albert Heijn tas stopte, waarna hij richting de uitgang liep. De verbalisant ziet dat de man onderweg naar buiten producten uit het schap in zijn Albert Heijn tas stopte. Verdachte heeft verklaard dat hij degene is die op de camerabeelden te zien is.

Bij zijn aanhouding had verdachte een blauwe tas bij zich. In deze tas zaten twee dozen speelgoed en wat kleine zakjes. De tas met goederen is in beslag genomen. Het is gebleken dat de zakjes in de tas, nootjes waren.

Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Hij heeft een diefstal gepleegd bij tankstation Total, waarbij hij aangeefster heeft bedreigd met geweld door met een staaf rond te zwaaien en hij geweld heeft gebruikt door aldaar ook een schap kapot te slaan.

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet worden bewezen dat verdachte met opzet op diefstal heeft gehandeld. Daarnaast kan niet worden bewezen dat verdachte geweld heeft gebruikt of dwang heeft uitgeoefend.

Beoordeling door de rechtbank

Op 17 december 2024, omstreeks 18:20 uur, reed aangever [slachtoffer 2] op de fiets langs het distributiecentrum van Albert Heijn in Geldermalsen. Hij zag een fietser uit tegengestelde richting komen. Hij zag dat de fietser in het donker gekleed was en zonder licht op een mountainbike fietste. Melder schrok hiervan en zei: “Ho is”. Hij zag dat de fietser omkeerde en achter hem aan reed. Aangever fietste door naar de voetbalvelden. Daar zag hij dat de fietser hem achterna was gereden en dat de fietser naast hem stond. Aangever zag dat de man een bivakmuts op had. De man zei “geef je kanker tellie”. Hij had een stok in zijn hand, waarmee hij vervolgens drie keer op de arm van aangever sloeg. Deze klappen deden pijn. Aangever zag dat de man vervolgens zijn fietssleutel en de accu van zijn fiets probeerde te pakken, maar dit niet lukte.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 17 december 2024 bij GVV Geldermalsen was. Hij hoorde een (doffe) klap. Daarna hoorde hij aangever [slachtoffer 2] roepen: “hè wat doe je”. [getuige] liep verder en zag aangever [slachtoffer 2] staan. Hij zag een onbekend persoon op zijn fiets stappen en wegrijden. Deze persoon droeg een bivakmuts, donkere kleding en had een langwerpig zwart voorwerp in zijn rechterhand.

Verdachte heeft ten aanzien van dit feit bij de rechter-commissaris verklaard: “Ik heb wel een herinnering dat een jongen “kanker jongen” naar mij riep en dat ik achter hem aanfietste”. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij aangever een lesje wilde leren.

Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld. Verdachte slaat met een stok op de arm van aangever en roept tijdens het slaan “geef je kanker tellie”. Vervolgens grijpt verdachte naar de fietssleutel en de accu van aangever. Deze gedragingen en bewoordingen zijn naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op het afpakken van spullen van aangever. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte heeft gehandeld met het opzet om goederen van aangever weg te nemen, hetgeen uiteindelijk niet is gelukt.

ten aanzien van parketnummer 05/407926-24

:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat verdachte niet de intentie had om daadwerkelijk brand te stichten.

Beoordeling door de rechtbank

De zus van verdachte, [slachtoffer 4], heeft verklaard dat verdachte op 27 december 2024 meerdere keren tegen haar had geroepen dat hij het huis van hun moeder, waar zij op dat moment waren, in brand wilde steken. Zij had gezien dat het gas brandde en dat verdachte iets pakte en dat in de richting van het gasfornuis spoot. De zus heeft verder verklaard dat zij hier erg van schrok, omdat zij dacht dat verdachte iets op het vuur spoot dat brand zou veroorzaken.

De moeder van verdachte, aangeefster [slachtoffer 3], heeft verklaard dat er op eerdergenoemde datum een conflict plaatsvond in haar woning tussen haar zoon, verdachte, en haar dochter. Aangeefster was op dat moment niet thuis. Haar dochter was erg bang en heeft de situatie gefilmd. Op het filmpje zien de verbalisanten verdachte en horen zij meerdere keren een harde klap, alsof er ergens op geslagen werd. Op een gegeven moment horen verbalisanten verdachte roepen: “bel mama maar, ik ga het hele huis in brand steken”.

Aangeefster verklaart in een aanvullende verklaring dat zij en haar dochter erg bang zijn voor verdachte. Hij is erg onvoorspelbaar en heeft na de bedreiging meerdere dingen vernield in hun huis.

De rechtbank overweegt dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met brandstichting is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat de brandstichting ten uitvoer zou worden gelegd en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met brandstichting. Zowel de zus als de moeder van verdachte zijn op de hoogte geraakt van de bedreiging. Bovendien waren de door de verdachte geuite bedreigende woorden van dien aard en onder zodanige omstandigheden geschied, dat bij de moeder en zus van verdachte redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte het misdrijf ten uitvoer zou leggen. Het voorgaande leidt de rechtbank af uit het feit dat verdachte riep dat hij het huis in brand ging steken en hij vervolgens een onbekende vloeistof richting het brandende gas spoot. Voor een strafbare bedreiging is niet vereist dat de dader het voornemen heeft om de bedreiging daadwerkelijk te realiseren. Het verweer van de raadsvrouw wordt daarom verworpen.

3De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van parketnummer 05/400849-24:

1.

hij op of omstreeks 17 december 2024 te Geldermalsen,

— twee, althans een of meer dozen speelgoed (van het merk Playmobil) en/of

— negen, althans een of meer zakken nootjes (van het merk Nutisal),

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of

tankstation TOTAL “[tankstation]” (TotalEnergies [tankstation]

Geldermalsen), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met

het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

— met een bivakmuts over zijn hoofd, althans met een geheel of gedeeltelijk bedekt

gezicht/gelaat, het tankstation binnen te gaan en/of

— die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen “ik wil geld nu, ik wil geld”, althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

— met een stok/staaf, althans een langwerpig voorwerp een of meer zwaaiende

bewegingen te maken en/of

— met die stok/staaf een schap geheel of gedeeltelijk kapot te slaan, althans op/tegen

een schap te slaan;

2.

hij op of omstreeks 17 december 2024 te Geldermalsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

— een mobiele telefoon en/of

— een fietssleutel (behorende bij fiets van die [slachtoffer 2]) en/of

— een accu (behorende bij de fiets van die [slachtoffer 2]),

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen

diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen

volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij

betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

— met een bivakmuts over zijn hoofd, althans met een geheel of gedeeltelijk bedekt

gezicht/gelaat, achter die [slachtoffer 2] is aangefietst en/of

— met een stok/staaf, althans een langwerpig voorwerp drie, althans een of meer

keren, op/tegen de (linker)arm van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of

— die [slachtoffer 2] (tijdens dat slaan) de woorden heeft toegevoegd “geef je kanker

tellie”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

— met zijn, verdachtes, hand heeft gereikt naar de fietssleutel en/of accu van de fiets

van die [slachtoffer 2],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van parketnummer 05/407926-24:

hij op of omstreeks 27 december 2024 te Geldermalsen, althans in Nederland,

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met brandstichting

door [slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen: “bel mama maar, ik ga

het hele huis in brand steken”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 05/400849-24:

feit 1:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

feit 2:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl deze diefstal niet is voltooid;

ten aanzien van parketnummer 05/407926-24:

bedreiging met brandstichting, meermalen gepleegd.

5De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van parketnummer 05/400849-24 op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij ten tijde van het plegen van deze feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat een combinatie van factoren, te weten het overmatig gebruik van Xanax, het (dagelijks) gebruik van cannabis en de autismespectrumstoornis, verdachte in de gegeven situatie heeft belemmerd in zijn vermogen adequaat te handelen met de nodige zelfbeheersing en controle. Het geheugenverlies is volgens de raadsvrouw een indicatie dat de geestelijke toestand van verdachte deze dag aanzienlijk verstoord was. Het gedrag tijdens de vermeende overval was dermate atypisch dat dit onverenigbaar is met rationeel crimineel handelen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat van volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet is gebleken. Verdachte vertoonde gedrag dat past bij een overval. Het gedrag is niet atypisch. Ten aanzien van de situatie dat verdachte verkeerde onder invloed van Xanax en cannabis, geldt dat verdachte deze middelen zelf heeft ingenomen en zichzelf in deze geestestoestand heeft gebracht. Dit kan dus geen grond zijn voor het aannemen van ontoerekeningsvatbaarheid.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van het NIFP Pro Justitia rapport dat is uitgebracht over verdachte door GZ-psycholoog D.B. Wisman van 3 juni 2025.

De deskundige heeft geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een autismespectrumstoornis, een andere gespecificeerde trauma- of stressor gerelateerde stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis, hypnoticum/anxiolyticum, alprazolam (Xanax) en oxazepam. Deze problematiek was ten tijde van de tenlastegelegde feiten aanwezig. Het advies is om verdachte de straatroof (parketnummer 05/400849-24, feit 2) verminderd toe te rekenen gezien de invloed van zijn middelengebruik, waar de autismespectrumstoornis aan ten grondslag ligt. Ten aanzien van de overval bij het tankstation (parketnummer 05/400849-24, feit 1) onthoudt de deskundige zich van een uitspraak over de mate van toerekenen, omdat er geen gedegen delictscenario gemaakt kan worden. Verdachte zegt zich namelijk niets te kunnen herinneren. Het is volgens de deskundige denkbaar dat het overmatige middelengebruik van verdachte leidde tot een black-out en dat hij daardoor bij het plegen van de overval beperkt is geweest in zijn keuzevrijheid. Ten aanzien van de bedreiging wordt eveneens geadviseerd het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen, gelet op de invloed van de autismespectrumstoornis, het trauma en de belaste gezinsdynamiek.

Hoewel er in het rapport van de psycholoog aanknopingspunten zijn te vinden die wijzen op een mogelijk verminderde toerekenbaarheid van verdachte, ziet de rechtbank in onderhavige zaak onvoldoende grond voor het oordeel dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat voor het oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte in het geheel niet kan worden toegerekend, alleen plaats is in de uitzonderlijke situatie waarin verdachte als gevolg van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling niet kon begrijpen dat het feit wederrechtelijk was of niet in staat was om in overeenstemming te handelen met zijn begrip van de wederrechtelijkheid van dat feit. Uit het dossier blijkt niet dat van een dergelijke uitzonderlijke situatie sprake was. De rechtbank verwijst daarbij ook naar het hiervoor aangehaalde NIFP Pro Justitia rapport, waaruit niet volgt dat verdachte geen enkele keuzevrijheid meer had. Het niet dragen van schoenen en het stelen van speelgoed is onvoldoende voor de stelling dat verdachte in zijn geheel geen controle had over zijn gedragingen. Het verweer van de raadsvrouw wordt aldus verworpen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte volledig uitsluit. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of verdachte de ontoerekenbaarheid zelf heeft veroorzaakt. Over de mate van toerekenbaarheid zal de rechtbank bij de strafmotivering nader ingaan.

7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 382 dagen met aftrek van de voorlopige hechtenis, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering, en verder tot het verrichten van 240 uren taakstraf, te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit aan verdachte geen onvoorwaardelijke straf op te leggen die het voorarrest overstijgt, gecombineerd met een taakstraf waarvan een substantieel deel voorwaardelijk wordt opgelegd met bijzondere voorwaarden gericht op beschermd wonen, ambulante behandeling, reclasseringstoezicht en monitoring van middelengebruik.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van de feiten en omstandigheden waaronder deze zijn begaan

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal strafbare feiten.

Allereerst heeft hij zich schuldig gemaakt aan een diefstal met bedreiging van geweld en toepassen van geweld door een tankstation in Geldermalsen te overvallen. Hierbij heeft hij zijn gezicht bedekt en gebruikgemaakt van een staaf, waarmee hij een schap kapotsloeg en zwaaiende bewegingen maakte. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich kennelijk heeft laten leiden door de zucht naar eigen financieel gewin en geen oog heeft gehad voor anderen. Hij wilde immers geld om nog meer Xanax te kunnen kopen. Van slachtoffers van overvallen is bekend dat zij doorgaans langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Daarnaast brengen overvallen maatschappelijke gevoelens van onveiligheid en onrust met zich mee.

Verdachte heeft eerder op de dag slachtoffer [slachtoffer 2] met geweld geprobeerd te beroven van zijn fietssleutel, accu en telefoon. Hierbij heeft hij hem drie keer op zijn arm geslagen met een staaf en heeft hij zijn gezicht bedekt. Dergelijke feiten grijpen diep in op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffer, kunnen zorgen voor langdurige nadelige psychische gevolgen en worden door de samenleving als geheel als zeer schokkend ervaren.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van zijn zus en moeder met brandstichting. De bedreiging vond plaats in de huiselijke sfeer in de eigen woning, op een plek waar slachtoffers zich veilig moeten voelen. Verdachte heeft met dit feit een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Zij hebben zich bovendien erg angstig gevoeld door de bedreiging.

De rechtbank neemt verdachte deze feiten kwalijk en neemt de ernst van deze feiten mee in het nadeel van verdachte.

Persoon van de verdachte

De rechtbank verenigt zich met de eerder besproken bevindingen en conclusies uit het NIFP rapport en neemt deze over, voor zover de deskundige tot de conclusie komt dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde leed aan een psychische stoornis. De rechtbank acht verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar, nu deze stoornissen in zijn gedrag hebben doorgewerkt. Dit geldt ook ten aanzien van de diefstal met bedreiging van geweld en toepassen geweld bij het tankstation, nu dit feit kort plaatsvond na de eerdere poging tot diefstal met geweld.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van de verdachte verder gelet op het reclasseringsadvies van 24 juli 2025. Daaruit blijkt dat de reclassering een direct verband ziet tussen het middelengebruik en de verdenkingen. Verdachte gebruikt middelen om gevoelens van stress en angst te onderdrukken. Verdachte ervaart stress van werk, maar ook in zijn thuissituatie. Inmiddels verblijft verdachte bij zijn vader en heeft hij zich ziekgemeld op zijn werk. Verdachte is onder behandeling bij een psychiater en is begonnen met een behandeling bij Iriszorg voor zijn middelengebruik. Verdachte wil abstinent van middelen blijven, passend werk vinden en een sociaal netwerk opbouwen. De reclassering heeft geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden. Verdachte staat open voor hulpverlening en wil meewerken aan een traject met de geadviseerde bijzondere voorwaarden.

Straf

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Tegelijkertijd heeft de rechtbank oog voor de persoon van de verdachte en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden. Verdachte is een kwetsbare jongen en was ten tijde van het bewezenverklaarde 20 jaar oud. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte mede tot de delicten is gekomen onder invloed van zijn stoornissen. Hoewel deze context de bewezenverklaarde feiten niet rechtvaardigt of anderszins tot strafuitsluiting leidt, zullen deze omstandigheden wel worden meegewogen bij het bepalen van de op te leggen straf.

De rechtbank acht alles overwegende de eis van de officier van justitie passend. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 382 dagen opleggen (met aftrek), waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering, en verder tot het verrichten van 240 uren taakstraf, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Dit betekent dat verdachte niet weer terug de gevangenis in hoeft, maar direct zijn behandeling en het werken aan zijn problematiek kan voortzetten.

8De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 382 dagen;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 365 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

— verdachte zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering IrisZorg op het adres Achterweg 11, 4001 MV in Tiel. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

— verdachte zich laat behandelen IrisZorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is reeds gestart. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

— verdachte, indien de reclassering het nodig acht, verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

— verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.

 stelt als overige voorwaarden dat:

verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;

 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan.

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. W. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Trap, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 augustus 2025.

mr. S. Trap is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

  1. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024591248, gesloten op 19 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
  2. Proces-verbaal van aangifte, p. 6-7; proces-verbaal aanvullend, p. 25.
  3. Proces-verbaal van bevindingen, p. 34.
  4. De verklaring van verdachte zoals afgelegd bij de rechter-commissaris op 20 december 2024.
  5. Proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 68-69.
  6. Kennisgeving van inbeslagneming, p. 92-93.
  7. Proces-verbaal van aangifte, p. 61-62 en proces-verbaal van bevindingen, p. 58.
  8. Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 65.
  9. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 december 2024.
  10. De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2025.
  11. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024605356, gesloten op 31 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
  12. Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.
  13. Proces-verbaal van aangifte, p. 5.
  14. Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.
  15. Proces-verbaal van aangifte, p. 7-8.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.