Pays-Bas Rechtbank Limburg Divers 6 августа 2025 N° 11558582 \ CV EXPL 25-902 NL

ECLI:NL:RBLIM:2025:7748 Rechtbank Limburg , 06-08-2025 / 11558582 \ CV EXPL 25-902

Beantwoordt aangeschafte tweedehands auto aan de overeenkomst? Kilometerstand onduidelijk.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Beantwoordt aangeschafte tweedehands auto aan de overeenkomst? Kilometerstand onduidelijk.

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 11558582 \ CV EXPL 25-902

Vonnis van de kantonrechter van 6 augustus 2025

in de zaak van:

[eiser]
,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. S. Yadegari,

tegen:

[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam],

wonende te [woonplaats] , zaakdoende te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

Partijen worden hierna verder [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 18 februari 2025,

de conclusie van antwoord,

de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

de akte aanvullende producties van [eiser] ,

de mondelinge behandeling van 4 juni 2025,

de door [eiser] bij de mondelinge behandeling overgelegde visie over de gang van zaken met betrekking tot de aankoop van de auto en verdere gang van zaken,

de e-mail van [eiser] van 23 juni 20925, inhoudende dat partijen niet (alsnog) tot overeenstemming zijn gekomen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

Partijen hebben op 11 januari 2024 — na een proefrit — een koopovereenkomst gesloten, waarbij [eiser] van [gedaagde] heeft gekocht een auto van het merk Volkswagen, type Polo 1.4 met [kenteken] voor de prijs van € 7.700,00.

De auto is door [gedaagde] in het kader van de verkoopadvertentie aangeprezen als "zeer mooie en technisch goed onderhouden automobiel". Bij de levering aan [eiser] op 17 januari 2024 bedroeg de km-stand van de auto 132.000.

Vanaf het moment van levering op 17 januari 2024 tot 10 oktober 2024 hebben partijen diverse keren (telefonisch) contact gehad over — aldus [eiser] — aan de auto aanwezige gebreken.

Bij brief van 10 oktober 2024 is [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd de aan de auto geconstateerde gebreken te herstellen.

Bij brief van 19 november 2024 heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

3Het geschil

[eiser] vordert — samengevat —

primair (buitengerechtelijke ontbinding):

voor recht te verklaren dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op 19 november 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden en [gedaagde] te veroordelen de volledige koopsom ad € 7.700,00 aan [eiser] terug te betalen.

subsidiair (gerechtelijke ontbinding/vernietiging):

de tussen partijen bestaande koopovereenkomst te ontbinden op grond van non-conformiteit dan wel te vernietigen op grond van dwaling en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige koopsom ad € 7.700,00 aan [eiser] althans een evenredig deel daarvan indien uw rechtbank slechts partiële ontbinding of vernietiging wettigt tot een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag.

meer subsidiair (kosteloos herstel):

Indien de rechtbank ontbinding/vernietiging in dit geval en/of op het moment van beoordeling van de vordering tot ontbinding/vernietiging om welke reden dan ook niet honoreert, wordt meer subsidiair gevorderd [gedaagde] te veroordelen om de auto op te (laten) halen en de gebreken kosteloos te herstellen. Indien [gedaagde] de Auto nog niet onder zich heeft, dient deze op straffe van de genoemde dwangsom veroordeeld te worden tot het (laten) ophalen van de Auto voor eigen rekening van [gedaagde] , alsook aan [eiser] kosteloos (gelijkwaardig) vervangend vervoer te verschaffen gedurende de herstelperiode.

zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

I. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 7.700, 00, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 919,60 alsook de van toepassing zijnde wettelijke (handels)rente te rekenen vanaf datum van verzuim, althans datum van ontbinding dan wel in ieder geval de datum van onderhavige dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

II. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 48,40, bestaande uit onder meer onderzoekskosten, het totaalbedrag te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 48,40, alsook de van toepassing zijnde wettelijke (handels)rente te rekenen vanaf datum van verzuim, althans datum van ontbinding dan wel in ieder geval de datum van onderhavige dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

III. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies ad € 38,50, resp. € 66,74 per maand, tot aan de dagvaarding begroot op € 1.262,88 + P.M., het totaalbedrag te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten alsook de van toepassing zijnde wettelijke (handels)rente te rekenen vanaf datum van verzuim, althans datum van ontbinding dan wel in ieder geval de datum van onderhavige dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. [gedaagde] te veroordelen de auto onmiddellijk te vrijwaren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per (onvoltooid deel van een) dag dat [gedaagde] geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [eiser] en daarmee [eiser] bevrijdt van zijn kentekenhoudersverplichtingen (MRB en WA), een en ander tot een maximum van € 20.000,00;

met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten.

[gedaagde] voert verweer.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4De beoordeling

De tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomst is een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 aanhef en onderdeel a BW, omdat [gedaagde] handelt in de uitoefening van een bedrijf en [eiser] een natuurlijk persoon is die met de aankoop van de auto niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Artikel 7:17 lid 1 BW bepaalt dat de afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Volgens het tweede lid van dat artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst als deze niet de eigenschappen bezit die de koper, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, op grond van de overeenkomst mag verwachten. Wat de koper mag verwachten hangt ook af van het antwoord op de vragen of en in hoeverre de verkoper een mededelingsplicht heeft geschonden en of de koper onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Dit alles gelet op alle omstandigheden van het geval. De overeenkomst is gesloten tussen een particulier ( [eiser] ) als koper en een professionele autohandelaar ( [gedaagde] ) als verkoper; geen gelijkwaardige partijen dus.

Op grond van artikel 7:17 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst als de zaak, mede gelet op de aard daarvan en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag onder meer verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Op grond van artikel 7:18 lid 2 BW moet de zaak voorts geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van hetzelfde type gewoonlijk worden gebruikt en de kenmerken bezitten die voor hetzelfde type zaken normaal zijn en die de koper redelijkerwijs mag verwachten gelet op de aard van de zaak.

Bij de koop van een tweedehandsauto is het niet zo dat elke onvolkomenheid daaraan maakt dat het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt. De koper van een tweedehands auto zal, afhankelijk van ouderdom en prijs daarvan, tot op zekere hoogte rekening moeten houden met het bestaan van mankementen. Naar het oordeel van de kantonrechter geldt dat in beginsel echter niet voor de kilometerstand van een tweedehands auto, nu het aantal (werkelijk) met een gebruikte auto gereden aantal kilometers in het algemeen essentieel is voor een koper. Die kilometerstand vormt immers een belangrijke, zo niet de belangrijkste, aanwijzing voor de waarde van een tweedehandsauto alsmede voor de risico's die de koper loopt voor wat betreft de mate waarin en de termijn waarop hij rekening moet houden met (grote) reparaties aan de desbetreffende auto.

De kilometerstand zoals die bij de levering op 17 januari 2024 op de kilometerteller was weergegeven bedroeg 132.000. [eiser] heeft als productie 13 een niet betwist AutotelexPRO-overzicht overgelegd, waaruit blijkt dat de kilometerstand reeds op 18 augustus 2020 185.820 bedroeg. [gedaagde] stelt dat hij de auto zelf heeft geïmporteerd uit Duitsland en dat de kilometertellerstand toen 121.000 bedroeg en dat zijn zoon anderhalf jaar zonder problemen met de auto heeft gereden. Uitgaande voor voormeld overzicht en de kilometerstand bij de import uit Duitsland kan niets anders worden geconcludeerd worden dan dat sprake is van een afwijkende kilometerstand.

Bij de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] verklaard dat de auto een schadeauto betreft en dat er een nieuwe motor in de auto is geplaatst voordat hij de auto kocht in Duitsland. De kilometerstand van de nieuw geplaatste motor is hem niet bekend, doch bij het plaatsen van een nieuwe motor wordt — aldus [gedaagde] — getracht de kilometerteller gelijk te stellen met de kilometerstand van de motor. Bij import van de auto naar Nederland stond de kilometerstand — aldus [gedaagde] — op 121.000.

Uit het vorenstaande volgt dat volstrekt onduidelijk is van welke kilometerstand moet worden uitgegaan, nu voormelde verklaring dat er een nieuwe motor is geplaatst niet is onderbouwd. De afwijking van de kilometerstand, die zeer waarschijnlijk aanzienlijk is, gelet op de reeds in 2020 gebleken stand, komt voor rekening en risico van [gedaagde] nu [gedaagde] bekend was met de wisseling van de motor en in het kader van de verkoop daarover heeft gezwegen. Dit laat nog buiten beschouwing dat de kantonrechter niet inziet waarom de kilometerteller teruggedraaid moet worden als een andere motor geplaatst wordt. Met de andere onderdelen van de auto zijn immers niet plots minder kilometers gereden. [gedaagde] heeft pas later gesproken over de wisseling van de motor, namelijk toen [eiser] zich na de koop meldde in verband met gebreken. Dat is te laat. De conclusie is geen andere dan dat de auto niet de eigenschappen heeft die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten, dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat sprake is van een zodanige tekortkoming in de nakoming van de verplichting uit de overeenkomst dat ontbinding van die overeenkomst gerechtvaardigd is.

De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot de door hem op 19 november 2024 ingeroepen ontbinding van de overeenkomst zal derhalve worden toegewezen. Ontbinding van de overeenkomst leidt tot ongedaanmakingsverplichtingen, hetgeen betekent dat [gedaagde] de door [eiser] betaalde koopsom dient terug te betalen, waarbij [eiser] de auto aan [gedaagde] dient terug te leveren. Des desbetreffende vordering van [eiser] en de daaraan verbonden — en niet betwiste — incassokosten zullen derhalve worden toegewezen. Ditzelfde geldt voor de gevorderde onderzoekskosten van € 48,40 en de veroordeling tot vrijwaring van [eiser] , waarbij geen aanleiding wordt gezien de aan die veroordeling verbonden — gemaximeerde — dwangsom te matigen, met dien verstande dat daaraan een termijn zal worden verbonden van veertien dagen na betekening van dit vonnis.

Voor zover [gedaagde] van mening is dat hij schade lijdt door het gebruik van de auto door [eiser] vanaf de levering en de daaraan verbonden waardedaling tot de ontbinding c.q. teruglevering, komt dit risico voor [gedaagde] . Artikel 7:10 lid 3 BW bepaalt immers dat dat risico, door de gerechtvaardigde ontbinding, voor [gedaagde] is gebleven.

Met betrekking tot de door [eiser] gevorderde verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting oordeelt de kantonrechter het volgende. Voorop gesteld wordt dat de auto en daarmee de wegenbelasting vanaf de datum van buitengerechtelijke ontbinding geschorst had kunnen worden, omdat het niet de bedoeling is dat [eiser] daarna nog gebruik zou maken van de auto. Met inachtneming daarvan zal aan [eiser] terzake de kosten van de motorrijtuigenbelasting onder afwijzing van het meerdere een bedrag worden toegewezen van (9x € 38,50)= € 346,50. Bij de verzekeringspremie ligt dat anders omdat het risico van calamiteiten bij schorsing van de verzekering bij [eiser] zou blijven, zodat de kosten van verzekering in het kader van de zorgplicht van [eiser] zullen worden toegewezen tot de datum van verstrekking van het vrijwaringsbewijs door [gedaagde] aan [eiser] . In het kader van deze procedure zal aan [eiser] ter zake van de verzekeringspremie worden toegewezen de bij dagvaarding gevorderde betaling van (12 x 66,74=) € 800,88 en zal [gedaagde] voorts worden veroordeeld tot betaling van de verzekeringspremie van € 66,74 per maand vanaf de dagvaarding (18 februari 2025) tot de datum van verstrekking van het vrijwaringsbewijs. Door [eiser] zijn geen geconcretiseerde incassokosten over deze posten gevorderd, zodat die kosten zullen worden afgewezen.

[gedaagde] wordt aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij, zodat hij zal worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

dagvaarding € 148,90

griffierecht 90,00

salaris gemachtigde 678,00 (2 x tarief € 339,00)

nakosten 135,00 (plus de kosten van betekening zoals

vermeld in de beslissing)

totaal € 1.051,90

5De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op 19 november 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.668,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.147,38, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 november 2024 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 66,74 per maand vanaf dag der dagvaarding tot de datum van verstrekking van het vrijwaringsbewijs aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2025 over de vervaldatum van de respectieve maandtermijnen tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] [eiser] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te vrijwaren, bij gebreke van verschaffing van een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 500,00 per (onvoltooide deel van een) dag, zulks tot een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 20,000,00.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.051,90 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T. Dohmen en in het openbaar uitgesproken.

type: TC

coll:


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.