ECLI:NL:RBMNE:2025:5673 Rechtbank Midden-Nederland , 30-05-2025 / C/16/585629 / FL RK 24-1208
Rb komt tot het oordeel dat Marokkaanse rechtbank bevoegd was om de echtscheiding uit te spreken en er sprake is geweest van een behoorlijke rechtspleging: vrouw opgeroepen op ingeschreven adres in Marokko en via het Marokkaanse consultaat in Nederland op adres in Nederland. Man heeft financiële vergoeding die hij verplicht was te voldoen, voldaan en betaalbewijs daarvan overgelegd. Marokkaanse...
3 min de lecture · 642 mots
Inhoudsindicatie. Rb komt tot het oordeel dat Marokkaanse rechtbank bevoegd was om de echtscheiding uit te spreken en er sprake is geweest van een behoorlijke rechtspleging: vrouw opgeroepen op ingeschreven adres in Marokko en via het Marokkaanse consultaat in Nederland op adres in Nederland. Man heeft financiële vergoeding die hij verplicht was te voldoen, voldaan en betaalbewijs daarvan overgelegd. Marokkaanse echtscheiding wordt door de rechtbank erkend.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/585629 / FL RK 24-1208
Echtscheiding
Beschikking van 30 mei 2025
in de zaak van:
[de man]
,
wonende in Duitsland ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. S.C. van Heerd,
tegen
[de vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw.
1De procedure
De rechtbank heeft op 21 maart 2025 de beslissing op het verzoek van de man tot echtscheiding aangehouden in afwachting van de informatie van de man over de vraag waar de vrouw ten tijde van de echtscheiding haar verblijfplaats had en op basis van welke grond de Marokkaanse rechtbank bevoegd was om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Daarna heeft de rechtbank het bericht (met bijlagen) van de man van 8 april 2025 ontvangen.
2De beoordeling
De rechtbank verwijst naar wat zij eerder in de beschikking van 21 maart 2025 heeft overwogen.
Erkenning van de door de Marokkaanse rechter uitgesproken echtscheiding
De rechtbank heeft de man verzocht stelling in te nemen over de vraag waar de vrouw ten tijde van de echtscheiding haar verblijfplaats had en op basis van welke grond de Marokkaanse rechtbank bevoegd was om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
De man heeft de rechtbank bericht dat hij ten tijde van de echtscheidingsprocedure zijn gewone verblijfplaats in Marokko had. De vrouw stond ingeschreven in de toenmalige Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), maar was ook ingeschreven in Marokko op het adres van haar familie. Verder zijn er vanuit de rechtbank in Marokko tot driemaal toe (met tussenpozen van zes maanden) brieven gestuurd naar het adres van de vrouw in Marokko en via het Marokkaanse consulaat in Nederland naar haar woonadres in Nederland. De vrouw heeft nooit op die brieven gereageerd. Daarop heeft de Marokkaanse rechtbank de echtscheiding uitgesproken. De financiële vergoeding die de man verplicht was te voldoen, heeft hij voldaan en hij heeft daar een bewijs van betaling van overgelegd.
Op grond van deze uitleg komt de rechtbank tot het oordeel dat de Marokkaanse rechtbank bevoegd was om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en dat er ook sprake is geweest van een behoorlijke rechtspleging, waarbij de vrouw behoorlijk is opgeroepen en, net als in deze procedure, niet is verschenen.
Dit leidt ertoe dat de in Marokko verkregen echtscheiding tussen partijen per
[datum echtscheiding] 2011 in Nederland wordt erkend. De man heeft dus geen belang meer bij zijn verzoek tot echtscheiding en dat zal worden afgewezen.
3De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de uitspraak van de rechtbank in [plaats] (Marokko) van [datum echtscheiding] 2011, waarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken, per [datum echtscheiding] 2011 wordt erkend;
wijst het verzoek van de man tot echtscheiding af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2025.
Tegen deze beschikking kan — voor zover er definitief is beslist — door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...