ECLI:NL:RBMNE:2025:6713 Rechtbank Midden-Nederland , 12-12-2025 / UTR 25/6109
vovo. BZ. Kennelijk ongegrond, geen spoedeisend belang, omdat verzoeker bouwwerk wind- en waterdicht mag maken.
3 min de lecture · 502 mots
Inhoudsindicatie. vovo. BZ. Kennelijk ongegrond, geen spoedeisend belang, omdat verzoeker bouwwerk wind- en waterdicht mag maken.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6109
uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen
(gemachtigde: W. Goddijn).
Inleiding
1. Bij een controle op 24 september 2025 heeft de toezichthouder op het perceel [adres] in [plaats] geconstateerd dat verzoeker een bouwwerk (een constructie voorzien van houten kolommen met daartussen houten en glazen wanden) aan het bouwen was zonder omgevingsvergunning. Met het besluit van 30 september 2025 (het bestreden besluit) heeft het college aan verzoeker een bouwstop opgelegd en hieraan een dwangsom verbonden als toch verder wordt gebouwd. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Met de voorlopige voorziening wil verzoeker voorkomen dat hij een dwangsom verbeurt als hij de dakafwerking afrondt en het reeds gerealiseerde bouwwerk veilig consolideert.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen, omdat het kennelijk ongegrond is. Hieronder zal zij uitleggen waarom.
4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb treft de voorzieningenrechter alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. Het verzoek om voorlopige voorziening is ingediend hangende de bezwaarprocedure. Het college heeft schriftelijk verklaard dat verzoeker het bouwwerk wind- en waterdicht mag maken met behulp van provisorische materialen. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van zijn verzoek.
5. Bij het ontbreken van spoedeisend belang kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het besluit uiteindelijk in stand zal blijven. De voorzieningenrechter ziet op basis van de stukken geen aanleiding om te oordelen dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is.
6. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een spoedeisend belang en ook niet dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoeker te laten uitvallen.
Conclusie en gevolgen
7. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...