ECLI:NL:RBMNE:2025:7504 Rechtbank Midden-Nederland , 19-12-2025 / UTR 25/2876 T2
Tweede tussenuitspraak. De rechtbank verlengt de in de eerste tussenuitspraak gegegeven termijn op verzoek van het college om aanvullend onderzoek uit te kunnen voeren voor herstel van de geconstateerde gebreken.
3 min de lecture · 621 mots
Inhoudsindicatie. Tweede tussenuitspraak. De rechtbank verlengt de in de eerste tussenuitspraak gegegeven termijn op verzoek van het college om aanvullend onderzoek uit te kunnen voeren voor herstel van de geconstateerde gebreken.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2876 T2
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
1. [eiser sub 1], en
2. [eiser sub 2],
beiden uit [plaats] ,
samen eisers,
(gemachtigde van eiser 2.: eiser 1.),
en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Aperloo).
Als derde partij neemt aan de zaak deel: [vergunninghoudster] B.V. (vergunninghoudster) (gemachtigde: mr. C. Schipperus).
Partijen worden in deze uitspraak eisers, gedeputeerde staten en vergunninghoudster genoemd.
Procesverloop
1. In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank gedeputeerde staten in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
2. Gedeputeerde staten kunnen het eerste geconstateerde gebrek herstellen door een op het bouwproject toegesneden motivering te geven van de kwalitatieve noodzaak van het project en de effecten daarvan op andere segmenten van de woningmarkt in de (regio) Soest. Daarnaast kunnen gedeputeerde staten het tweede geconstateerde gebrek herstellen door inzichtelijk te motiveren dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan die minder verstrekkende gevolgen hebben voor essentieel foerageergebied van de das. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
3. Bij brief van 5 december 2025 hebben gedeputeerde staten de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. Na telefonisch contact tussen de griffier en de gemachtigde van gedeputeerde staten is gebleken dat het om vier weken gaat. Vergunninghouder is akkoord met het verlenen van uitstel aan gedeputeerde staten. Eisers hebben niet gereageerd op het uitstelverzoek.
Overwegingen
4. Gedeputeerde staten hebben het verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
5. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
6. Gedeputeerde staten willen gebruik maken van de gelegenheid om de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. De reden waarom gedeputeerde staten de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat zij meer tijd nodig hebben voor het opstellen van een aanvullend rapport.
7. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek – en nu niet is gebleken van zwaarwegende bezwaren van de andere partijen – aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak met vier weken te verlengen tot 6 januari 2026. Het verlengen van de termijn dient het doel van geschilbeslechting tussen partijen.
8. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.
Beslissing
De rechtbank:
— stelt gedeputeerde staten tot 6 januari 2026 in de gelegenheid om de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
— houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzitter, en mr. J.W. Veenendaal en mr. P. Mendelts, leden, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Voetnoten
- ECLI:NL:RBMNE:2025:5410.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...