Pays-Bas Rechtbank Midden-Nederland Divers 16 декабря 2025 N° C/16/591500 / FO RK 25-417, C/16/592450 FO RK 25-504, C/16/604384 FO RK 25-1607 NL

ECLI:NL:RBMNE:2025:7745 Rechtbank Midden-Nederland , 16-12-2025 / C/16/591500 / FO RK 25-417, C/16/592450 FO RK 25-504, C/16/604384 FO RK 25-1607

Informele rechtsingang; wijzigen zorgregeling; advies bijzondere curator gevolgd; kindbrieven.

Source officielle

14 min de lecture 3 025 mots

Inhoudsindicatie. Informele rechtsingang; wijzigen zorgregeling; advies bijzondere curator gevolgd; kindbrieven.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummers: C/16/591500 / FO RK 25-417 (aanvraag [minderjarige 1] ) en C/16/592450 FO RK 25-504 (aanvraag [minderjarige 2] ) en C/16/604384 FO RK 25-1607 (zelfstandige verzoeken vader)

Beschikking van 16 december 2025

In de procedure met zaaknummers C/16/591500 / FO RK 25-417 en C/16/592450 FO RK 25-504 naar aanleiding van de op 28 maart 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2012,

hierna: [minderjarige 1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

en

[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2010,

hierna: [minderjarige 2] ,

wonende in [woonplaats 1] .

en in de procedure met zaaknummer C/16/604384 FO RK 25-1607:

[de vader]
,

hierna: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. O. Asscher,

De rechtbank merkt in beide procedures als belanghebbenden aan:

[de moeder]
,

hierna: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. M.J.E.M. Wielinga-van Dillen,

mr. C. LAMPHEN,

hierna: de bijzondere curator

kantoorhoudende in Utrecht.

1De procedure

In de beschikking van 26 mei 2025 heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld, een bijzondere curator benoemd voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de beslissing over de definitieve zorgregeling aangehouden.

Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:

het verslag van de bijzondere curator van 14 november 2025, met daarin zelfstandige verzoeken;

de brief van de moeder van 20 november 2025;

de reactie van de vader op het verslag van 1 december 2025;

het verweerschrift van de vader met zelfstandig verzoeken (met bijlagen) van 10 december 2025.

Op 16 december 2025 heeft de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Hierbij zijn verschenen:

de vader met zijn advocaat;

de moeder met haar advocaat;

de bijzondere curator;

[A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Op 15 december 2025 heeft de rechter weer met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken.

Aan het einde van de zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die beslissing.

2Waar de procedure over gaat

Partijen zijn van 14 juni 2013 tot en met 3 juni 2020 getrouwd geweest.

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen.

In het ouderschapsplan, gehecht aan de echtscheidingsbeschikking, zijn partijen een zogenoemde co-ouderschapsregeling overeengekomen. Partijen hebben deze regeling nadien gewijzigd, in die zin dat de kinderen de ene week bij de moeder verblijven en de andere week bij de vader.

In het vonnis van 23 mei 2024 heeft de voorzieningenrechter beslist dat de kinderen volgens een opbouwregeling weer conform de oorspronkelijke regeling bij de vader verblijven: om de week met een wisseling op zondag om 19.00 uur. Verder heeft de voorzieningenrechter de moeder veroordeeld tot nakoming van die regeling.

In de beschikking van 26 mei 2025 heeft de rechtbank de volgende voorlopige zorgregeling vastgesteld: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven eens per twee weken van woensdag uit school tot zondag 13.00 uur bij de vader.

3Waarop moet worden beslist

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de rechtbank gevraagd om de zorgregeling te wijzigen. Ze willen hun vader wel blijven zien, maar zij willen geen co-ouderschapsregeling meer en niet meer bij de vader overnachten.

De bijzondere curator verzoekt namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om te bepalen dat:

voortaan als zorgregeling geldt dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op de eerste zaterdag van de maand iets gaan doen met vader, waarbij vader [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zal betrekken in wat ze gaan doen door op woensdagavond voorafgaand aan de zaterdag waarop het contact zal plaatsvinden, een voorstel te doen aan zijn dochters, en waarbij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ook een tegenvoorstel kunnen doen als zij het voorstel van vader niet zien zitten;

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] op één van de twee Kerstdagen, één van de twee Paasdagen, één van de twee Pinksterdagen, op de verjaardag van vader en op Vaderdag bij vader zullen verblijven en op die dagen 's avonds ook bij vader zullen blijven eten;

voor het overige het initiatief voor contact tussen vader en [minderjarige 2] en/of [minderjarige 1] uit zal gaan van de kinderen zelf.

De vader verzoekt de rechtbank om te bepalen dat:

de kerstvakantie jaarlijks bij helfte tussen de ouders wordt verdeeld, in die zin dat de kinderen één week bij moeder en één week bij vader verblijven, met jaarlijkse afwisseling welke ouder de eerste week heeft, en voorts dat de ouder bij wie de kinderen in een bepaald jaar de eerste week van de kerstvakantie verblijven, in datzelfde jaar ook eerste kerstdag met de kinderen doorbrengt tot 21.00 uur, waarna de kinderen om 21.00 uur op eerste kerstdag wisselen naar de andere ouder en daar verblijven tot 21.00 uur op tweede kerstdag, terwijl in het daaropvolgende jaar de verdeling van eerste en tweede kerstdag tussen de ouders wordt omgedraaid;

de kinderen in 2025 de eerste week van de kerstvakantie bij hun vader verblijven;

een opbouwregeling wordt vastgesteld als omschreven in de paragraaf “Opbouw van de zorgregeling (in stappen naar ongeveer 50/50)", al dan niet met advies of betrokkenheid van de Raad voor de Kinderbescherming, inhoudende dat wordt toegewerkt naar een zorgverdeling waarin de kinderen ongeveer de helft van de tijd bij ieder van de ouders verblijven binnen een door de rechtbank te bepalen termijn;

o fase 1: de huidige contactmomenten worden vastgezet en voorspelbaar gemaakt;

o fase 2: wordt uitgebreid met extra dagen en weekenden;

o fase 3: wordt toegewerkt naar een stabiel ritme waarin de zorg ongeveer gelijk verdeeld is tussen beide ouders.

in de structurele eindfase van deze opbouwregeling in ieder geval één volledig weekend per twee weken bij vader plaatsvindt;

een gespecialiseerde hulpverlener met ervaring in complexe scheidingen wordt ingeschakeld voor de kinderen en, indien nodig, voor de ouders, dat beide ouders gehouden zijn aan deze hulpverlening mee te werken zolang de hulpverlener dat in het belang van de kinderen noodzakelijk acht, en dat geen van beide ouders deze hulpverlening eenzijdig kan beëindigen;

er minimaal drie evaluatiemomenten plaatsvinden (na circa drie maanden, na afronding van de opbouw naar ongeveer vijftig procent zorg bij beide ouders, en rondom de overgangsfase waarin [minderjarige 2] zal gaan studeren), waarbij de betrokken hulpverlener en, indien de rechtbank dat wenselijk acht, de Raad voor de Kinderbescherming of een bijzondere curator met beperkte opdracht kan worden betrokken.

4De beoordeling

De wijziging van de zorgregeling

De rechtbank beslist dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanaf nu steeds de eerste zaterdag van de maand van 14.00 uur tot 21.00 uur bij de vader verblijven, waarbij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op woensdagavond voorafgaand aan de zaterdag waarop het contact zal plaatsvinden een voorstel zullen doen aan de vader voor hoe dit contactmoment ingericht kan worden en de vader daarop kan reageren.

De rechtbank is, anders dan de vader, niet van oordeel dat in deze zaak sprake is van ongegrond contactverlies, ook wel aangeduid als ouderverstoting. Uit het rapport van de bijzondere curator en ook uit het gesprek dat de rechter had met de meiden blijkt dat zij van hun vader houden. Ze zeggen niet dat ze hem niet willen zien, en ze zouden ook graag willen dat het anders was. Wat ze duidelijk maken is dat ze in het contact met hun vader verbinding missen. Ze hebben niet het gevoel dat ze gezien en erkend worden en zij ervaren weinig interesse en ruimte voor wie zíj zijn. Dat gevoel hadden zij voor de scheiding al. Na de scheiding is dat versterkt doordat zij daarna de helft van de tijd bij de vader woonden, onderdeel zijn gaan uitmaken van een samengesteld gezin waarin ze moeilijk hun draai hebben kunnen vinden, en doordat de meiden zelf ouder zijn geworden en daardoor meer woorden konden geven aan hun gevoel en behoefte.

De rechter constateert dat de vader aan de ene kant zegt dat hij erkent wat de meiden voelen. Aan de andere kant zegt hij ook dat wat zij zeggen niet klopt met de feiten en met wat er daadwerkelijk is gebeurd. De rechter ziet ook dat de vader echt zijn best doet om wel bij zijn dochters aan te sluiten. De overgelegde appjes over de zomervakantie, waarin hij duidelijk maakt dat hij graag iets wil boeken dat zij leuk vinden, zijn daarvan een voorbeeld. De meiden geven aan dat zij dit soort dingen echter niet ervaren als daadwerkelijke interesse in hén. De vader stelt weliswaar vragen, maar die vragen blijven betrekkelijk functioneel. In de woorden van de meiden: het zou helpen als hij échte vragen kon stellen en dan ook écht zou kunnen luisteren naar de antwoorden die wij geven.

De meiden hebben last van de manier waarop het contact nu verloopt. Als ze bij hun vader zijn zorgen ze ervoor dat ze veel afspraken buiten de deur hebben en als ze thuis zijn zitten ze veel op hun kamer. Bovendien hebben beide meiden spanning, een vol hoofd, stress en concentratieproblemen. [minderjarige 2] heeft last van haar spraak; zij wisselt woorden in een zin om. [minderjarige 1] had eerder ook paniekaanvallen en zij beschadigde zichzelf.

De rechtbank is het met de bijzondere curator eens dat een uitgebreide zorgregeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niet passend is en niet in hun belang. De rechtbank hecht aan dit rapport meer waarde dan aan het rapport van Pantser, dat de vader heeft overgelegd. De opsteller van dat rapport heeft immers alleen de vader gesproken, maar niet met de meiden zelf en ook niet met de moeder. De punten van kritiek die zij benoemt over het rapport van de bijzondere curator heeft de bijzondere curator tijdens de zitting voldoende weerlegd.

Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank de zorgregeling die de bijzondere curator namens [minderjarige 1] en [minderjarige 2] passend. De enige wijziging die de rechtbank daarin aanbrengt is dat niet de vader maar de meiden de woensdag voorafgaand aan de omgang een voorstel doen wat zij zullen doen. De meiden hebben dat zelf voorgesteld en de rechter kan dat goed volgen. Verder bepaalt de rechtbank dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] steeds op één van de twee kerstdagen (van 11.00 uur tot 21.00 uur), één van de twee paasdagen en één van de twee pinksterdagen (van 13.00 uur tot 21.00 uur) bij de vader zijn, waarbij de vader in de even jaren de eerste keuze heeft voor welke dag en de moeder in de oneven jaren. Verder zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de verjaardag van de vader en op Vaderdag bij de vader van 13.00 uur tot 21.00 uur. Voor 2025 geldt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op eerste kerstdag bij de moeder zijn en op tweede kerstdag bij de vader, omdat er bij de moeder op eerste kerstdagen een groot diner met de familie gepland staat en de vader op de zitting heeft gezegd dat zijn plannen aan te passen zijn.

Voor de overige contactmomenten geldt dat het initiatief hiervoor bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt te liggen. Als zij hun vader vaker willen zien, kunnen ze zelf contact met hem opnemen om iets of te spreken.

Overige verzoeken van de vader

De rechtbank wijst de verzoeken van de vader om partijen te verwijzen naar de hulpverlening en om evaluatiemomenten in te plannen af. Er is geen wettelijke grondslag voor dit verzoek. Het is belangrijk dat partijen zelf hulpverlening inschakelen via de gemeente. Bovendien is de rechtbank van oordeel hier niet een complexe scheiding centraal staat, maar de band en de relatie tussen de vader en de kinderen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ander soort hulpverlening nodig is dan de vader hier verzoekt. Het zou goed zijn als de ouders, zoals de bijzondere curator ook adviseert, systeemtherapie gaan doen waar de meiden ook bij betrokken worden.

Nog geen ontslag van de bijzondere curator

De bijzondere curator heeft verzocht om haar nog niet te ontslaan als bijzondere curator. Zij wil toezien op het starten van de hulpverlening van de meiden. Als dat niet lukt, wil zij de mogelijkheid hebben om namens de kinderen een verzoek om vervangende toestemming te kunnen vragen aan de rechtbank om de therapie voor de kinderen te kunnen starten mocht het geval zich voordoen dat één van de ouders of beide ouders geen toestemming geven. De rechtbank is het met de bijzondere curator eens dat het belangrijk is dat er snel psychologische hulp komt voor de meiden, zij hebben daar zelf ook veel behoefte aan. Om die reden zal de rechtbank bepalen dat de bijzondere curator over een half jaar, op 16 juni 2026, ontslagen wordt. Als de bijzondere curator eerder of later ontslagen wenst te worden, kan zij hiervoor contact opnemen met de rechtbank onder vermelding van de zaaknummers (591500 en 592450).

De brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

Op 17 december 2025 heeft de rechtbank [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een e-mail gestuurd waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:

“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

Gisterochtend heb ik jullie ouders gesproken. Zij hadden allebei hun advocaat bij zich. Ook mevrouw Lamphen was er en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming.

Ik heb meteen na de zitting uitspraak gedaan; iedereen weet dus al wat mijn beslissing is, behalve jullie (of misschien hebben jullie het ook al gehoord via jullie moeder). Daarom mail ik jullie nu om jullie uit te leggen wat ik heb beslist en waarom ik de beslissingen heb genomen. Mijn beslissing is dat jullie vanaf nu de eerste zaterdag van de maand naar jullie vader gaan, van 14.00 uur tot 21.00 uur. Jullie doen de woensdag voorafgaand aan die zaterdag een voorstel voor iets om te doen en hij kan daarop dan reageren.

Verder zijn jullie op Tweede Kerstdag van 11.00 uur tot 21.00 uur bij jullie vader, en tijdens Pasen, Hemelvaart en Pinksteren steeds één van de twee dagen, en ook op Vaderdag en de verjaardag van jullie vader, van 13.00 uur tot 21.00 uur.

Ik heb dus jullie wens gevolgd om jullie vader nog wel te zien, maar veel minder vaak, en om niet meer bij hem te slapen. Tijdens de zitting heeft jullie vader uitgelegd hoe hij zijn best doet om het ‘goed’ te doen. Hij heeft een heel andere beleving bij hoe dingen zijn gegaan dan jullie. Die beleving begrijp ik ook. En toch vind ik dat jullie goed hebben uitgelegd dat jullie iets bij hem missen, dat ik omschrijf als een emotionele verbinding. Jullie voelen je niet écht gezien en gehoord, en denken dat hij niet goed weet hoe hij dat wel kan doen. Daarom voelen jullie je bij hem niet thuis. En dat is eigenlijk heel verdrietig voor jullie alle drie, juist omdat hij wel erg zijn best doet. Jullie houden van hem en hij houdt van jullie, daar twijfel ik niet aan. Maar jullie bereiken en begrijpen elkaar niet goed.

Met de fysieke klachten die jullie allebei hebben vind ik het heel belangrijk dat jullie nu rust krijgen, om het hoofd wat leger te maken en ruimte te maken voor de andere dingen waar jullie energie voor nodig hebben. Daarom vind ik het verzoek dat de bijzondere curator heeft gedaan (en dat jullie nog een beetje hebben aangepast in het kindgesprek) nu in jullie belang.

Ik wil jullie bedanken voor de moed die jullie hebben gehad om een brief naar de rechtbank te schrijven, en om zo open te vertellen wat jullie dwarszit.”

De uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.

5De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de zorgregeling zoals is opgenomen in het ouderschapsplan, gehecht aan de beschikking van 25 mei 2020, en de nadien door de ouders gewijzigde regel, en stelt de volgende zorgregeling vast:

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven op de eerste zaterdag van de maand van 14.00 uur tot 21.00 uur bij de vader, waarbij [minderjarige 2] en [minderjarige 1] op woensdagavond voorafgaand aan de zaterdag waarop het contact zal plaatsvinden een voorstel zullen doen aan de vader voor hoe dit contactmoment ingericht kan worden;

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] verblijven op één van de twee kerstdagen (van 11.00 uur tot 21.00 uur), één van de twee paasdagen, één van de twee pinksterdagen, op de verjaardag van vader en op Vaderdag bij de vader (van 13.00 uur tot 21.00 uur), waarbij de vader voor de eerst drie feestdagen in de even jaren de eerste keuze heeft, en de moeder in de oneven jaren;

voor het overige geldt dat het initiatief voor contact tussen de vader en [minderjarige 2] en/of [minderjarige 1] uit zal gaan van de kinderen zelf;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontslaat de bijzondere curator van haar functie als bijzondere curator voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 16 juni 2026.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. T. Dopheide, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. S. Clement, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 en op schrift gesteld op 9 februari 2026.

Tegen deze beschikking kan — voor zover er definitief is beslist — door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.