ECLI:NL:RBNHO:2024:10915 Rechtbank Noord-Holland , 23-10-2024 / C/15/351659 / FA RK 24-2018
De moeder wordt alleen met het gezag belast en de omgang met de vader zal naar aard en omvang worden bepaald door de GI. De vader bezigt grof taalgebruik naar de moeder, de school, ouders van andere kinderen en professionals. De kinderen hebben veel last van het gedrag van de vader en zitten klem tussen de ouders omdat de vader elke vorm van contact met de moeder weigert en geen toestemming gee...
8 min de lecture · 1 667 mots
Inhoudsindicatie. De moeder wordt alleen met het gezag belast en de omgang met de vader zal naar aard en omvang worden bepaald door de GI. De vader bezigt grof taalgebruik naar de moeder, de school, ouders van andere kinderen en professionals. De kinderen hebben veel last van het gedrag van de vader en zitten klem tussen de ouders omdat de vader elke vorm van contact met de moeder weigert en geen toestemming geeft voor de noodzakelijk geachte hulp voor de kinderen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
gezag, zorgregeling, vervangende toestemming
zaak-/rekestnr.: C/15/351659 / FA RK 24-2018
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 23 oktober 2024
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.E. Groot, kantoorhoudende te Heerhugowaard,
tegen
[de vader]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader.
—betreffende—
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
— de beschikking van deze rechtbank van 2 augustus 2024 en de daarin genoemde stukken;
— het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) van 10 september 2024;
— de e-mail van de vader van 9 oktober 2024.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 oktober 2024 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. M.E. Groot.
Tevens waren ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad en [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (hierna te noemen: de GI).
Gelijktijdig met dit verzoek is het verzoek om de ondertoezichtstelling behandeld, bij de rechtbank bekend onder het nummer C/15/356969 / JU RK 24/1350.
2De verdere beoordeling
Bij de beschikking van 2 augustus 2024 is aan de moeder vervangende toestemming verleend voor:
— de inschrijving van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij Speltherapiepraktijk [Speltherapiepraktijk] in [plaats] ;
— de inschrijving van [de minderjarige 1] bij Kinderpraktijk [Kinderpraktijk] in [plaats] voor een (vervolg)onderzoek naar ADHD; en
— een vakantie met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar Oostenrijk van 14 tot 22 februari 2025.
De zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is opgeschorst in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek van de Raad. De Raad is verzocht een onderzoek te verrichten ten aanzien van het gezag en de zorgregeling en de beslissingen over het gezag en de definitieve zorgregeling zijn aangehouden.
De Raad heeft bij het rapport van 9 september 2024 geadviseerd om het verzoek van de moeder om haar alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te belasten toe te wijzen. Voorts heeft de Raad geadviseerd om op dit moment geen contactregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vast te stellen voor de duur van negen maanden.
[de minderjarige 1] is sinds de scheiding meer gesloten, kan zijn emoties slecht verwoorden en is druk en boos. [de minderjarige 2] geeft aan dat ze verdrietig is en heeft sneller ruzie in de klas. De vader neemt het de rechter en de moeder kwalijk dat hij geen contact heeft met zijn kinderen en kijkt daarbij nauwelijks naar zijn eigen rol in de ontstane situatie. De vader lijkt momenteel onvoldoende te kunnen aansluiten bij de behoefte van de kinderen. Zijn laatste verhuizing (een vlucht van de moeder, zoals hij het noemt) lijkt weinig doordacht en voorbereid voor de kinderen, de afstand is letterlijk behoorlijk vergroot. Ook het feit dat de vader ze door deze afstand nu op de vrijdag thuis wil houden en thuisonderwijs wil geven, is niet wenselijk voor de kinderen en niet zorgvuldig besproken met de betrokkenen (gezin, school en inspectie). De vader heeft zijn hart op de tong en geeft aan in een overlevingsmodus te zitten waarbinnen hij het in bepaalde situaties rechtvaardig vindt grof taalgebruik te gebruiken richting met name de moeder, maar ook de school, ouders van andere kinderen en professionals. Dit is schadelijk in de communicatie en het vertrouwen tussen de ouders en voor de ontwikkeling van de kinderen. [de minderjarige 2] geeft aan dat papa vaak boos is op andere mensen en maakt zich zorgen om hem. De Raad maakt zich zorgen om wat de kinderen meekrijgen van het gedrag van de vader. Het gedrag van de vader kan onvoorspelbaar, angstig en verdrietig zijn voor de kinderen. De Raad kan daarom momenteel ook niet de (emotionele) veiligheid van de kinderen garanderen in de opvoedingssituatie bij vader. De Raad heeft grote zorgen of de vader neutraal over de moeder kan praten in bijzijn van de kinderen. Omdat het allereerst van noodzakelijk belang is dat de vader gaat meewerken aan het zicht krijgen/geven op zijn huidige persoonlijke situatie, zodat afgewogen kan worden of de kinderen veilig bij hem kunnen zijn indien de zorgregeling weer voortgezet kan worden, adviseert de Raad om geen zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen voor een periode van negen maanden. Indien de rechterbank toch een zorgregeling bepaalt adviseert de Raad deze omgang te laten begeleiden door de GI.
De ouders zijn sinds enige tijd niet meer in staat het gezag in enige vorm van gezamenlijkheid uit te voeren en beide ouders wensen eenhoofdig gezag. Door de houding en het wantrouwen van de vader in de moeder en professionals komt hulpverlening momenteel niet van de grond. De vader weigert elke vorm van contact met de moeder. Hier hebben de kinderen last van, want voor hen belangrijke zaken kunnen op deze manier niet tijdig geregeld worden. De vader geeft bijvoorbeeld geen toestemming voor de noodzakelijk geachte hulp aan de kinderen (inschrijving speltherapie voor de kinderen en ADHD-onderzoek voor [de minderjarige 1] ) waarvoor vervangende toestemming door de rechtbank is gegeven. Daarnaast is het voor de kinderen schadelijk als de vader de moeder op deze manier blijft afwijzen. Omdat de vader (door zijn zelfgenoemde overlevingsstrategie) op dit moment niet voldoende in staat is aan te sluiten bij wat de kinderen nu nodig hebben, zoals een goed contact met beide ouders, zal het eenhoofdig gezag bij de moeder moeten worden bepaald.
De moeder heeft ter zitting haar verzoek ten aanzien van het eenhoofdig gezag gehandhaafd en heeft uitdrukkelijk geopteerd voor het subsidiaire verzoek van de Raad ten aanzien van de omgangsregeling, namelijk dat de aard en omvang van de omgang wordt overgelaten aan de GI. De kinderen missen de vader en het mag niet zo zijn dat de GI de omgang gedurende negen maanden niet kan hervatten omdat de omgang is geschorst. Voordat de omgang wordt hervat dient er zicht te komen op de persoonlijke situatie van de vader. Daarvoor zal de vader moeten meewerken aan de hulpverlening.
De vader heeft zich zakelijk weergeven op het standpunt gesteld dat het er toch niet toe doet wat hij vindt omdat er toch niet naar hem geluisterd wordt en dat de rechtbank en alle andere betrokkenen maar moeten doen wat hen goeddunkt en dat hij de rechtbank er verantwoordelijk voor houdt dat de jeugd en het leven van zijn kinderen kapot worden gemaakt.
De Raad heeft zich bij nader inzien op het standpunt gesteld dat het de voorkeur verdient dat – als de verzochte ondertoezichtstelling wordt verleend — aan de GI wordt overgelaten op welke wijze de omgang kan worden hersteld en dat in zoverre de omgang beter niet voor negen maanden kan worden opgeschort.
De GI heeft een duidelijke voorkeur uitgesproken voor de situatie waarbij het aan de GI is om waar mogelijk tot een herstel van het contact tussen de vader en de kinderen te komen. De GI heeft daarbij naar voren gebracht voor het herstel afhankelijk te zijn van de vraag in hoeverre de vader in staat zal zijn om zijn houding en gedrag te veranderen.
De rechtbank volgt het advies van de Raad en het aanvullend advies van Raad zoals ook de GI en de moeder onderschreven is en zal bepalen dat de aard en de omvang van omgang wordt bepaald door de GI. Daarvoor is het van noodzakelijk belang dat de vader gaat meewerken aan het zicht krijgen/geven op zijn huidige persoonlijke situatie.
Voor wat betreft het gezag is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak één van de ouders met het gezag moet worden belast omdat de ouders totaal niet met elkaar door een deur kunnen, totaal niet communiceren en het risico gerechtvaardigd is dat de kinderen klem en verloren raken als het gezamenlijk gezag blijft voortbestaan. Dan ligt het voor de hand om de moeder met het gezag te belasten omdat zij op dit moment de volledige zorg voor de kinderen draagt en de kinderen hun hoofdverblijfpaats bij haar hebben.
3De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat het gezamenlijk gezag van partijen over de minderjarigen [de minderjarigen] :
— [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
— [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wordt beëindigd en dat de moeder alleen het gezag over voornoemde minderjarigen toekomt;
bepaalt dat tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] omgang zal plaatsvinden indien en voor zover de GI dat wenselijk en verantwoord vindt en dan op de wijze en voor de duur en met de frequentie die de GI bepaalt;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.C. Bakker, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...