Pays-Bas Rechtbank Noord-Holland Divers 21 января 2025 N° C/15/358813 / JU RK 24-1664 NL

ECLI:NL:RBNHO:2025:1182 Rechtbank Noord-Holland , 21-01-2025 / C/15/358813 / JU RK 24-1664

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Thuisplaatsing (in lijn met eerder door de GI genomen perspectiefbesluit) niet aan de orde. Wel noodzakelijk dat de GI het komende jaar onderzoek doet naar stapsgewijze uitbreiding van de omgang. Van belang dat de moeder voldoende betrokken blijft teneinde weloverwogen beslissingen te kunnen nemen in het kader van h...

Source officielle

11 min de lecture 2 205 mots

Inhoudsindicatie. Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing. Thuisplaatsing (in lijn met eerder door de GI genomen perspectiefbesluit) niet aan de orde. Wel noodzakelijk dat de GI het komende jaar onderzoek doet naar stapsgewijze uitbreiding van de omgang. Van belang dat de moeder voldoende betrokken blijft teneinde weloverwogen beslissingen te kunnen nemen in het kader van haar gezag.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/358813 / JU RK 24-1664

Datum uitspraak: 21 januari 2025

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder]
,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat mr. F. Pool, gevestigd te Rotterdam,

en

[de pleegmoeder]
,

tante van vaderskant,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

— het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 november 2024.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 januari 2025. Daarbij waren aanwezig:

mr. M.S. Krol, waarnemend advocaat van de moeder;

de pleegmoeder;

— [vertegenwoordiger van de GI] , waarnemend jeugdbeschermer, namens de GI.

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

De kinderrechter heeft na sluiting van de zitting direct mondeling uitspraak gedaan en heeft de beslissing vervolgens, in het bijzijn van de pleegmoeder, ook aan [de minderjarige] meegedeeld.

2De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] verblijft sinds 27 augustus 2023 in een perspectief biedend pleeggezin,

namelijk bij de pleegmoeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 januari 2024

[de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 januari 2025.

Ook heeft de kinderrechter bij beschikking van 24 januari 2024 een machtiging

verleend om [de minderjarige] tot 24 oktober 2024 gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in

een voorziening voor pleegzorg.

De GI heeft een perspectiefbesluit genomen, hieruit volgt dat niet (langer) zal

worden toegewerkt naar de thuisplaatsing van [de minderjarige] . Het besluit is schriftelijk

vastgelegd op 19 juli 2024, nadat het besproken is met de moeder op 1 juli 2024.

Bij beschikking van 30 september 2024 van de meervoudige kamer van deze rechtbank (drie rechters) is het perspectiefbesluit van de GI van 19 juli 2024 beoordeeld in het licht van de door de GI verzochte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De rechtbank heeft in deze beschikking het perspectiefbesluit van 19 juli 2024 onderschreven. De machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg is dan ook verlengd tot 24 januari 2025.

3Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Als onderbouwing van het verzoek heeft de GI in het verzoekschrift het volgende gesteld. [de minderjarige] woont al ruim een jaar bij de pleegmoeder en heeft hier een positieve ontwikkeling laten zien. Hij heeft baat bij de structuur en regelmaat bij de pleegmoeder. Op 19 juli 2024 is het perspectiefbesluit met de moeder besproken; er zal niet meer gewerkt worden naar een thuisplaatsing. Op 8 november 2024 heeft een herstelgesprek plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige] . Hierin heeft de moeder haar excuses aangeboden aan hem. In de komende periode is het belangrijk om te onderzoeken hoe het contact tussen de moeder en [de minderjarige] verder opgebouwd kan worden. De moeder is blij dat het goed gaat met [de minderjarige] , maar zij vindt het wel jammer dat hij niet in gesprek wil met de stiefvader. [de minderjarige] vond het fijn om zijn moeder te zien en hij heeft zijn vragen kunnen stellen. Hij gaat nadenken hoe hij het contact met zijn moeder wil opbouwen, maar voor nu heeft hij aangegeven dat het fijn is als er een pleegzorgweker of jeugdzorgwerker aanwezig is tijdens de gesprekken met de moeder. Verder dient in de komende periode gekeken te worden hoe de moeder op afstand haar gezag kan en wil uitoefenen. Zij heeft in mei 2024 aangegeven dat zij niet op de hoogte gehouden wil worden over de ontwikkelen van [de minderjarige] en ook niet wil deelnemen aan de zorgteamoverleggen. De pleegzorgwerker en de jeugdzorgwerker blijven de moeder per e-mail informeren over de ontwikkelingen van [de minderjarige] en de moeder geeft ook toestemming als dit nodig is. Het pleeggezin loopt er wel tegenaan dat zij geen inzage hebben in de bankrekening van [de minderjarige] . De pleegmoeder heeft nu niet de ruimte om [de minderjarige] te ondersteunen bij zijn financiële opvoeding. Verder krijgt [de minderjarige] hulpverlening vanuit [jeuhgdhulpverlener] . Doormiddel van sport stimuleert een hulpverlener [de minderjarige] om te spreken over zijn tijd bij de moeder en stiefvader. Tot slot is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk om de plek bij de pleegmoeder te waarborgen.

De GI heeft ter zitting verder het volgende naar voren gebracht. De GI volgt de wensen van [de minderjarige] bij het vormgeven van de omgang. Als de GI zich op het standpunt zou stellen dat er vaker omgang moet plaatsvinden dan de frequentie die [de minderjarige] nu voldoende vindt dan zou dit alleen maar stress en spanning bij [de minderjarige] veroorzaken; wat voor de moeder dan ook niet fijn is.

4De standpunten

Mr. Krol heeft namens de moeder het volgende naar voren gebracht. Het valt de moeder zwaar om deze zittingen bij te wonen maar zij vond het wel belangrijk dat er iemand voor haar zou verschijnen. Hoewel de moeder [de minderjarige] het liefst weer bij haar thuis zou zien, is de moeder het wel eens met het verzochte. De moeder is ook niet in hoger beroep gegaan tegen het perspectiefbesluit. De moeder houdt ontzettend veel van [de minderjarige] en wil heel graag omgang met hem. Nadat er één keer omgang heeft plaatsgevonden, heeft de moeder niets meer gehoord. De moeder vindt het van belang dat de omgang het aankomende jaar de aandacht zal hebben, waarbij het niet de bedoeling kan zijn dat het bepalen van de omgangsfrequentie helemaal aan [de minderjarige] wordt overgelaten. Mr. Krol heeft verder de aandacht gevestigd op het feit dat de informatie in het plan van aanpak niet volledig is bijgewerkt naar de huidige situatie en dat er een verkeerde ingangsdatum van de ondertoezichtstelling in de stukken is vermeld.

De pleegmoeder heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. Nadat er al eerder geprobeerd was om een omgangsmoment tussen de moeder en [de minderjarige] in te plannen is dit afgelopen november eindelijk gelukt. Dit omgangsmoment is goed verlopen. De intentie is om te starten met omgangsfrequentie van één keer in de twee maanden. De pleegmoeder benadrukt daarbij het van belang te vinden dat de moeder en [de minderjarige] in de toekomst een gezonde relatie met elkaar krijgen. De pleegmoeder heeft de moeder gevraagd of zij het fijn vindt om geïnformeerd te worden over de spaarrekening van [de minderjarige] . De pleegmoeder wil de moeder daarbij betrekken en ook over de schoolgang van [de minderjarige] ; alles stapje voor stapje zodat de moeder en [de minderjarige] zich er goed bij voelen.

[de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter gezegd dat hij graag bij de pleegmoeder wil blijven wonen. [de minderjarige] zegt dat het daar goed met hem gaat en ook op school en bij basketbal. [de minderjarige] vindt het goed dat er nu één keer in de twee maanden omgang tussen hem en de moeder plaatsvindt.

5De beoordeling

Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding.

De kinderrechter brengt allereest in herinnering wat overwogen is in de vorige beschikking van 30 september 2024:

“De rechtbank stelt aan de hand van de stukken en wat ter zitting is besproken vast dat [de minderjarige] sinds augustus 2023 volledig bij de pleegmoeder woont en sindsdien voldoende structuur, rust en veiligheid geboden krijgt. De rechtbank vindt het heel positief dat [de minderjarige] tot bloei komt en dat hij door de pleegmoeder wordt gesteund bij zijn ontwikkeltaken, zoals zijn schoolgang, de omgang met anderen en het uitoefenen van zijn sport (basketbal). Desalniettemin heeft de rechtbank ook zorgen over [de minderjarige] . Die zorgen zijn vooral gelegen in het ontbreken van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Hoewel [de minderjarige] openstaat voor het herstellen van het contact met de moeder, is hij daarin lange tijd door de moeder afgewezen, doordat zij volhardde in haar standpunt alleen contact met [de minderjarige] te willen als hij openstond voor het contact met de stiefvader. Naar aanleiding van het verzoekschrift van de GI heeft de moeder echter bij de voorziening voor pleegzorg kenbaar gemaakt ook zonder de aanwezigheid van de stiefvader daarbij open te staan voor het contactherstel met [de minderjarige] . Nu er een ingang bij de moeder is gecreëerd, acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de GI op korte termijn zal inzetten op het contact tussen [de minderjarige] en de moeder en zich daarbij rekenschap zal geven van hetgeen [de minderjarige] nodig heeft om het contact op een veilige en prettige manier tot stand te brengen. De rechtbank benadrukt dat in dit stadium het belang van [de minderjarige] voorop staat en de eigen belangen van de moeder daarvoor zullen moeten wijken. De eerste stap daartoe heeft de moeder met de recente handreiking richting [de minderjarige] genomen. De rechtbank gaat ervanuit dat de moeder zich, in het belang van [de minderjarige] , blijvend coöperatief zal opstellen. Verder is van belang dat het contact tussen [de minderjarige] en zijn halfzusjes structureler vormgegeven zal worden.

Vervolgens zal bekeken kunnen worden of, en zo ja, op welke wijze de moeder haar rol als ouder van [de minderjarige] kan vervullen. Gelet op de aanhoudende zorgen over de veiligheid in de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader en [de minderjarige] positieve ontwikkeling bij de pleegmoeder, acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] verzorging en opvoeding dat de plaats bij de pleegmoeder wordt gewaarborgd. Overigens zijn alle betrokkenen, waaronder [de minderjarige] zelf, het ermee eens dat hij bij de pleegmoeder zal opgroeien en dat een terugplaatsing bij de moeder en de stiefvader niet aan de orde is. In het belang van [de minderjarige] zal de rechtbank het perspectiefbesluit van 19 juli 2024 dan ook onderschrijven.”

De kinderrechter overweegt verder als volgt. Gebleken is dat de positieve lijn in de ontwikkeling van [de minderjarige] sinds zijn plaatsing bij de pleegmoeder ook de afgelopen maanden is voortgezet en dat er contactherstel heeft plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige] . Dit neemt niet weg dat de zorgen over de thuissituatie bij de moeder en de stiefvader zijn blijven bestaan. Daarbij heeft er vooralsnog maar één gesprek plaatsgevonden tussen de moeder en [de minderjarige] en wordt er vooralsnog, in aansluiting op de behoefte van [de minderjarige] , ingezet op een omgangsfrequentie van één keer in de twee maanden. De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de GI, in het kader van de ondertoezichtstelling, ook het komende jaar betrokken blijft en onderzoek doet naar de mogelijkheden voor stapsgewijze uitbreiding van de omgang tussen [de minderjarige] en de moeder (waarbij ook aandacht dient te zijn voor omgang tussen [de minderjarige] en zijn halfzusjes). Nu thuisplaatsing niet aan de orde is en [de minderjarige] goed op zijn plek zit bij de pleegmoeder acht de kinderrechter het van belang dat zijn plaatsing aldaar met een machtiging tot uithuisplaatsing wordt bestendigd. Daarbij is het wel van belang dat de moeder, teneinde weloverwogen beslissingen te kunnen nemen in het kader van haar gezag, voldoende betrokken blijft zodat zij op de hoogte is van hoe het met [de minderjarige] gaat.

De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] van 24 januari 2025 tot 24 januari 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin van 24 januari 2025 tot 24 januari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2025 door mr. C.E. Voskens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.M. van Koutrik als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2025.

Voetnoten

  1. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.